Meesterstrijd - Overlegtopic

Gestart door Yara, 7 mei 2014, 16:32:03

Vorige topic - Volgende topic

Als de groepen worden verwijderd of heringedeeld, wat doen we dan met dit verhaal?

Ik wil graag nog steeds verder schrijven!
3 (75%)
Het maakt me niets uit, als de rest nog wil doe ik ook wel mee.
0 (0%)
Ik weet het nog niet.
0 (0%)
Voor mij hoeft het niet zo nodig.
1 (25%)
Ik heb er geen zin meer in, als de groepen stoppen stop ik ook met het verhaal.
0 (0%)

Totaal aantal stemmen: 4

loetjef

Ik een soort van xD Ik ga namelijk donderdag weer weg (weekendje Lowlands :3)  Daarna ben ik weer haaartstikke thuis ::)
But how can you not hear the whole conversation
I have, sitting still with a brain on fire?

Yara

@loetjef
Allereerst veel plezier! ;D

Verder: Als je ooit weer eens tijd krijgt en mijn stukjes hebt gelezen, zou je dan kunnen zeggen of je het eens bent met de manier waarop ik jou vind en vooral met de manier waarop ik Joshua heb gebruikt en beschreven?



Ik begin dit verhaal steeds maar leuker en leuker te vinden, ik blijf maar schrijven merk ik :D Ik heb voor later al weer anderhalf stuk klaar :)

loetjef

Zo, bingo! Ik heb bijgelezen (zoveel was het niet toch? Of was het meer dan die ene die in het losse topic??  :-[ )

Maar ik ga ook even schrijven vrees ik :#
But how can you not hear the whole conversation
I have, sitting still with a brain on fire?

Yara

Ik heb er hier nog twee gepost, in grote citaten.

JAAAAAAAAA GA SCHRIJVEN ;D
Ik ben benieuwd :)

loetjef

WOW! Supergoede stukjes! Ik vond onze ontmoeting echt episch! Het is ook echt heerlijk hoe jij mijn personage door hebt: Zo iemand die het liefst zo min mogelijk praat, vooral als hij iemand niet kent..

Anyway: Zoals beloofd! Hier het stukje wat zegmaar na jouw eerste stukje zou moeten komen! Het is nog niet heel veel, maar ik moet ook nog een beetje inkomen ;)

Citeer
Joshua

Joshua veegde zijn bebloedde handen af aan zijn broek, terwijl hij nog een keer achterom keek naar het lijk dat aan het einde van de steeg lag. Hij had hem niet gekend, maar het was vast geen leuke man geweest, aangezien Joshua een flink bedrag voor de moord had gekregen. Hij knikte de dode toe, wat een soort gewoonte voor hem was geworden. Een soort laatste betuiging van respect voor degene wiens leven hij zojuist had afgenomen. Het was een macabere gedachte, maar toch hielp het hem om zijn bijbaantje wat dragelijker te maken. Joshua draaide zich om en trok de kap van zijn mantel over zijn hoofd, floot even kort en verdween toen in de schaduwen. Vlug en behendig schoot hij door de schaduwen naar de plek waar hij had afgesproken met zijn opdrachtgever. Hij hoorde het vertrouwde geluid van klapperende vleugels schuin achter zich en versnelde zijn pas, nog dieper de schaduwen in.

Met een kort knikje begroette hij zijn opdrachtgever.
'Het is gedaan,' zei hij.
'Waar is hij?' antwoordde de man. Hij was klein en dik, maar Joshua had begrepen dat hij voor hem moest oppassen. Hij kon sluw uit de hoek komen.
'De steeg bij de bakker.' Joshua had geen zin in een lang gesprek, dus zijn antwoord was kortaf. De man haalde zijn schouders op en overhandigde hem het geld.
'Dit is te weinig. We hadden 40 afgesproken, dit is 30,' zei Joshua kil. Weer haalde de man zijn schouders op. Dit keer draaide hij zich om en maakte hij aanstalten om weg te lopen.
'Hé!' Joshua greep de man bij zijn schouder en voor de man kon begrijpen wat er gebeurde stond het lemmet van Joshua's dolk al tegen zijn keel.
'We handig 40 afgesproken, dit is 30,' herhaalde Joshua. De man bewoog zijn hand naar zijn zak, maar voordat hij het mes dat er zat kon pakken, haalde Joshua de dolk met een soepele beweging langs de keel van de man. Het bloed stroomde naar buiten en de man viel naar de grond. Terwijl de man op de grond lag te gorgelen, omdat het bloed zijn luchtpijp vulde, greep Joshua in de zak waar de man zojuist in had geprobeerd te grijpen. Hij pakte het mes eruit en drukte het in de borst van de man. Wees blij dat ik je uit je leiden verlos, dacht hij. Hij stopte zijn hand in de ander zak van de man en greep het resterende geld. Hij hoorde geluid in de verte en concentreerde zich op de naderende voetstappen. Tijd om te gaan. Terwijl hij de hoek om rende, hoorde hij een gil. Ze hadden hem gevonden.

Hij plofte neer op het gras naast zijn schuilplaats en greep de munten uit zijn zak. 40 voor de eerste moord en een bonus van 20 op de tweede. Hij liet de munten in het zakje bij zijn middel glijden en bewoog zich naar zijn schuilplaats. Het waren niet meer dan een paar takken aan elkaar gebonden als een dak, maar het voldeed aan de basisbehoeften. Klauwen zetten zich in zijn schouder en hij hoorde een hoog gilletje naast zijn oor. Eye.
'Hé maatje.' Joshua stak zijn hand uit naar de havik en aaide hem voorzichtig over zijn kop. De vogel maakte gelukkige geluidjes en bewoog zich naar zijn schoot, terwijl Joshua een stuk brood uit zijn heuptas haalde. Hij had vanavond nog weinig gegeten, dus dit kon hij goed gebruiken. Hij bood Eye een stuk aan, maar de vogel weigerde eigenwijs en bewoog zijn kop richting het restje konijn wat er lag. Joshua grinnikte. Zo kon hij zijn dagen best slijten.

Een felle straal zonlicht maakte Joshua wakker. Hij had de afgelopen nacht blijkbaar niet volledig onder zijn dak geslapen en dat moest hij nu bekopen met een korte nachtrust. Vervelend, maar bovenal gevaarlijk, aangezien hij nu dus ook niet beschut lag, waardoor eventuele speurders hem zo te pakken zouden kunnen hebben. Hij schudde het restje slaap van zich af en stond wankel op. Hij maakte zijn schouders los, wat voor Eye blijkbaar een teken was om zich weer op zijn schouder te nestelen. Ondanks dat het eigenlijk een nachtdier was, waren de twee zo met elkaar vergroeid dat ook het slaappatroon van de vogel gelijk was afgestemd met die van Joshua. Joshua streek de overeind staande veren glad en wreef in zijn ogen. Tijd om aan de slag te gaan. Hij griste het restje brood van de grond en sprintte naar de dichtstbijzijnde boom. Ja, wandelen was ook een optie, maar dat ging nou eenmaal trager. Met soepele bewegingen hees Joshua zichzelf de boom in, waar Eye al vrolijk op hem zat te wachten. Hij trok zichzelf nog sneller op, tot een van de middelste takken en sprong vervolgens van boom naar boom. 's Nachts kon hij wel via de grond door de schaduwen bewegen, maar nu de zon fel was, bleef hij toch liever hoog in de bomen. Bij de rand van het bos liet hij zich voorzichtig zakken, in de schaduw, zodat niemand hem kon zien en sprintte vervolgens over de open weide naar de hoeve die verderop lag.

'Joshua.' Merle glimlachte gemaakt toen ze hem zag. Ze was de dochter van de oude gildemeester, Yaehr, en sinds zijn dood regelde ze zowat alles voor de gilde van de Meesterdieven. Joshua knikte haar toe.
'Bespaar me je vriendelijkheid. Zijn er nog ontwikkelingen?' vroeg hij direct. Hij was nooit iemand geweest om over koetjes en kalfjes te praten, en aangezien Merle dat ook niet was, wisten de twee altijd de meest effectieve gesprekken te voeren. Dat kwam eigenlijk ook wel goed uit, want ze konden elkaar niet luchten of zien. Ze schudde haar hoofd.
'Niet dat ik weet. Tot zover ben jij de enige die vrij heeft weten te komen.'
Een schamper lachje kwam uit zijn keel voor hij er erg in had. Hij draaide zich alweer om en maakte aanstalten om weg te lopen.
'Wacht,' zei Merle. Een deel van zijn lichaam draaide hij terug en hij keek haar vragend aan.
'Pas goed op jezelf, Joshua.' Haar plotselinge zorgen baarde hem zorgen.
'Wat is er aan de hand?'
'De wachten in de stad zijn aangescherpt. Er loopt een Meesterspeurder rond, onder begeleiding van een Meesterkenner. Althans, dat is wat ik er tot nu toe van weet.'
'Dank je,' mompelde hij. Toen liep hij de deur uit.
But how can you not hear the whole conversation
I have, sitting still with a brain on fire?

Yara

Super stukje, geeft meteen al een goed beeld van Joshua.
Ook cool dat je al meteen de relatie met Merle hebt aangestipt, nu sluiten onze stukjes op steeds meer vlakken perfect aan.
Dit is echt zo leuk om te doen ;D

loetjef

Yay moooi ^^ Oke haha nu heb ik ook fire in m'n ass zitten xD na Lowlands meteen weer aan de slag :D

Ik ga alleen niet zegmaar de stukken die jij beschrijft ook nog eens vanuit Joshua omschrijven, want dan wordt het zo dubbelop en komt er echt geen schot in haha xD Mee eens? :)
But how can you not hear the whole conversation
I have, sitting still with a brain on fire?

Yara

Helemaal mee eens, zou ik ook niet doen nee. Je zou het een enkele keer kunnen doen, als het verschil in hoe we iets ervaren echt belangrijk is of je wil beschrijven wat Joshua van een ander zijn gedrag vindt, maar ik zou in de meeste gevallen gewoon verder schrijven idd.
Ik denk dat er in dit geval ook wel genoeg overblijft ervoor en erna om te schrijven.
Jij mag bijvoorbeeld bedenken hoe we ontsnappen aan de Meesterspeurder doe mij knockout heeft geslagen XD
(Ik denk trouwens dat de Meesterkenner in de stad is gebleven, omdat die te waardevol is en mij toch al als Meesterschutter heeft geidentificeerd, dus dan zouden ze niet kunnen weten dat jij een Meesterdief bent).

Yara

@loetjef
Als jouw stukje zo af is, dan kun je hem vast in ons 'verhaaltopic' posten he ;)

loetjef

Komt voor de bakker haha! Ben pas net weer thuis  ::)
But how can you not hear the whole conversation
I have, sitting still with a brain on fire?

Yara

Ik heb misschien een idee voor t proloog.
Ik vind nog steeds het idee van een latere scene als proloog ook heel erg cool, maar we kunnen ook in het proloog laten zien wat eraan vooraf is gegaan, hoe deze kwade koning aan de macht is gekomen.
Ik heb hieronder een opzetje gemaakt (al ben ik zelf nog niet helemaal tevreden). Ben benieuwd wat jullie van dit idee denken.
Oh, en iemand een betere naam voor Nate/Nathaniël. Ik vind Nathaniël op zich nog wel cool voor een prins, maar Nate dan weer minder, wat denken jullie? En bij Alec vind ik juist weer zijn afkorting cooler dan zijn volledige naam XD

Maar goed, dit is mijn eerste opzetje:

Citeer
Nathaniël zat naast zijn vaders bed, diens krachteloze hand in de zijne. Niet lang geleden was de oude koning nog vol kracht en levenslust geweest, maar de afgelopen weken had Nate machteloos moeten toezien hoe zijn vader steeds sneller achteruit ging. In eerste instantie leek het een griep, ook de koning was ervan overtuigd dat hij binnen de kortste keren weer het bed uit kon, was ondertussen gewoon doorgegaan met het regelen van alle regeringszaken. Maar de ziekte ging niet over en de dokters konden het niet verklaren. Ze vreesden dat het een van de onbekende zuidelijke ziektes was, ongeneselijk. Nate had gezien hoe zijn vader steeds zwakker en bleker werd. Zijn grijsachtige huid spande strak over zijn botten, zijn ogen lagen diep in zijn kassen, praten werd een steeds grotere uitdaging. Nate boog verslagen zijn hoofd. De deur ging geruisloos open.
"Nate," zei Alec zacht. Hij kwam de kamer in en ging aan de andere kant van het bed staan. Nate keek op in het gezicht dat zo op het zijne leek, maar toch verschilde. Zijn tweelingbroer had licht blond haar, zoals hun moeder, terwijl Nate donker was, zoals hun vader. Maar ze hadden allebei dezelfde grijze ogen en dezelfde knappe gelaatstrekken.
"Nate, kom, je moet wat eten, rusten," zei Alec bezorgd.
"Vader maakt het niet lang meer," mompelde Nate tegen zijn tweelingbroer. "Ik wil hem nu niet alleen laten."
"Natuurlijk laat je hem niet alleen," zei Alec gefrustreerd. "Ik blijf bij hem. Ik laat je roepen zodra er ook maar iets veranderd. Je moet hier even weg, Nate."
Nate knikte lusteloos en stond moeizaam op, zijn spieren stijf van het lange zitten. De twee broers hadden elkaar steeds afgelost en Nate was Alec dankbaar voor de rust die hij daardoor kreeg. Hij ging naar zijn vertrekken en merkte toen pas dat hij honger had. Met een bel liet hij een dienstmeid komen.
"Prins Nathaniël," zei het meisje met een beleefde buiging. "Wat kan ik voor u doen, hoogheid?"
"Ik zou graag wat te eten willen, maakt niet uit wat, kijk maar wat de kok nog heeft."
"Natuurlijk hoogheid, ik zal meteen naar de keukens gaan, wenst u anders nog iets?"
"Nee, dankjewel," zei Nate met een vermoeide glimlach. Het meisje glimlachte blozend terug en maakte zich toen snel uit de voeten. Nate sloot de deur en plofte neer op de bank. Hij liet zich achterover zakken en sloot een moment zijn ogen.

Nate schrok wakker van een harde klop. Hij sprong van de bank en haastte zich naar de deur. Op het kleine tafeltje naast de deur stond een dienblad met eten, daar neergezet toen hij sliep. Nate opende de deur, net toen een paleiswacht opnieuw wilde kloppen. De man sprong haastig in de houding.
"Hoogheid, prins Alexander heeft mij gestuurd. Hij zegt dat het niet goed gaat met de koning en vraagt u zo snel mogelijk te komen."
Nate pakte snel een klein zacht broodje van het dienblad met eten en haastte zich toen langs de paleiswacht, die hem op de voet volgde. In drie happen had hij het brood naar binnen gewerkt. Hij rende door de gangen naar de koninklijke vertrekken. De wachters daar zagen hem komen en hielden de deur voor hem open. Nate stormde naar binnen. Alec stond op van zijn plek bij het bed en maakte plaats voor zijn broer. Nate knielde op de grond en greep zijn vaders hand. De oude koning had zijn ogen gesloten, maar Nate zag meteen waarom Alec hem had laten roepen. Zijn vaders ademhaling ging rochelend en er stroomde bloed uit zijn neus. In de korte tijd dat Nate weg was geweest, leek het gezicht van de koning nog meer ingevallen. Nu begon de koning te schokken in zijn bed. Het rochelen werd een natte hoest en er vlogen bloeddruppeltjes op de dekens.
"Vader," fluisterde Nate. "Vader, ik ben hier. Kunt u mij horen?"
"Nathaniël," fluisterde de koning. Hij hoestte nog wat bloed op. Zijn ogen gingen knipperend open, maar de koning staarde zonder iets te zien omhoog. Er lag een melkachtig waas over zijn ogen. "Mijn zoon, waar ben je?"
"Vader, ik ben hier," Nate kneep voorzichtig in zijn vaders hand. De koning draaide zijn hoofd, maar staarde dwars door Nate heen.
"Nathaniël, mijn zoon, je zult een goede koning zijn," fluisterde de koning. Hij eindigde in een hoestbui en spuwde bloeddruppeltjes in het rond. Toen verstrakte hij, zijn hand greep in de lakens. De koning haalde nog één keer rochelend adem en verslapte toen. Zijn ogen bleven naar het plafond staren. Nate boog zich over zijn vader en drukte de oogleden zachtjes dicht.

"Hij is dood," fluisterde Nate.
"Eindelijk," zuchtte Alec. "Dat heeft nog lang genoeg geduurd. Ik had verwacht dat hij al veel eerder zou bezwijken aan het gif. Taaie ouwe man."
"Wat..?" Nate draaide zich geschokt om en verstijfde toen hij zeven kruisbogen op zich gericht zag. De wachters keken hem uitdrukkingloos aan. Achter hen leunde Alec tegen de muur, ogenschijnlijk goed op zijn gemak. Zijn grijze ogen stonden afstandelijk.
"Alec... jij... Nee, dat kan niet," Nate schudde ontkennend zijn hoofd.
"Natuurlijk wel," zei Alec monter. "Ik plan dit al lange, lange tijd. Dat moet natuurlijk ook."
"Waarom?" vroeg Nate vertwijfeld.
"Wat bedoel je, broertjelief?" zei Alec kil. "Waarom ik onze vader heb gedood? Wat dacht je van: omdat ik het kon? Mijn ambities reiken ver, verder dan slechts de tweede in lijn zijn. Ik heb het koningschap altijd geambieerd. En nu is het zo dichtbij. Ik kijk al heel lang uit naar het moment dat vader zijn laatste adem uit zou blazen."
"Vader was een goed man," fluisterde Nate. Alec haalde zijn schouders op, ongeïnteresseerd.
"Een goed man, misschien. Maar geen goede vader voor mij. En geen goede koning voor dit rijk. Hij was te zwak, te... goed, zoals jij het noemt. Het was zo gemakkelijk om de macht van hem af te nemen, zelfs terwijl hij leefde al."
"Vader hield van je!"
Alec lachte schamper. "Nee, mijn broeder. Vader heeft altijd maar van één van zijn zoons gehouden, en dat was ik niet. Hij gaf niets om mij, zag me niet eens staan, had alleen maar oog voor zijn geliefde troonopvolger, die hij moest voorbereiden om het koningschap. Maar waarom moest jij dat zijn? Wat maakt jou een betere troonopvolger dan mij? Die drie minuten die je eerder uit onze moeder bent gekropen?" Alec spuwde op de grond, zijn onverschillige masker gebroken. De woede was nu duidelijk op zijn gezicht te lezen. "Waarom zou ik geen koning kunnen zijn? Waarom bereidde vader alleen jou voor, zag hij mij niet eens staan, wat ik ook voor hem deed? Ik zal bewijzen dat de drie minuten niets uitmaken. Ze maken mij geen mindere koning. Ik zal bewijzen dat ik een betere, sterkere koning ben dan vader. Een betere en sterkere koning dan jij ooit zou zijn, broer. Niet dat men ooit het verschil zal kunnen zien."
Nate schudde zijn hoofd. "Wat ga je doen?"
"De enige overgebleven hindernis op mijn weg naar de troon opruimen. Het spijt me, geliefde broer van me, maar je staat in de weg. Hoe kan ik nu koning worden, als de oudste prins nog leeft?"
"Alec, alsjeblieft," zei Nate zacht. "Je hoeft dit niet te doen. We kunnen er samen uitkomen. Dit is niet de manier."
"Dat zie je verkeerd," zei Alec, zijn grijze ogen kil als ijs, zijn gezicht vertrokken tot een masker van haat. "Dit is de énige manier."




Emile ging de andere raadsleden voor naar de troonzaal. Het was een droeve zaak dat de koning dood was, Emile had die koning bijna zijn hele leven trouw gediend. Gelukkig had hij alle vertrouwen in de kroonprins – of nu dus eigenlijk koning – Nathaniël.  Hij zou samen met de andere leden van de raad alles rond de kroning regelen en zorgen dat de wisseling van koning zo soepel mogelijk door het gehele rijk zou worden voltrokken. Daarna zouden ze de nieuwe koning nog jaren met goede raad bijstaan, zoals ze ook al jaren hiervoor voor de vorige koning hadden gedaan. Emile knikte naar de wachtposten voor de deur naar de troonzaal.
"De raad is hier voor de nieuwe koning. Wij zijn geroepen."
De wachters knikten kort en openden de deuren. Emile ging de kleine groep van vijf voor en liep tussen de dikke pilaren door, zoals hij al zo vaak had gedaan, naar de verhoging met de troon erop. Ineens sloegen zijn gewrichten op slot. Geschokt bleef Emile staan. Hij staarde met wijd open ogen niet begrijpend naar de man op de goud met rode troon.
"Raadsleden," riep prins Alexander. "Kom, en buig voor jullie nieuwe koning."
De raadsleden achter hem mompelde zacht, maar Emile kon enkel staren. Ineens kwamen er van weerszijden wachters tevoorschijn uit de schaduwen.
"Raadsleden, ik besef dat dit een schok voor jullie is, te weten dat niet alleen mijn goede vader maar ook mijn geliefde broeder in dezelfde nacht zijn overleden." Emile voelde zijn bloed in ijs veranderen terwijl de jongste prins verder sprak. "Ach het noodlot. Maar er is nu een nieuwe koning. Zouden jullie niet naar voren komen om jullie respect te betuigen aan jullie nieuwe vorst?" De dreiging in zijn stem werd nauwelijks verhuld. De glimlach om zijn mondhoeken paste niet bij zijn kille, grijze ogen.
De raadsleden kwamen aarzelend dichterbij. Een voor een lieten ze zich op een knie zakken en bogen ze hun hoofd. Emile was de laatste die knielde. Zijn gedachten schoten wild alle kanten op.
"Sta op," zei hun nieuwe koning kil. De raadsleden gehoorzaamden zwijgend. Emile zette een aarzelende stap naar voren.
"Hoogheid, mag ik u namens de gehele raad onze condoleances aanbieden, voor zowel uw vader als uw broeder. Het verlies is zwaar voor ons allen, maar voor u natuurlijk nog het meest."
De koning keek Emile lange tijd zwijgend aan, zijn mond een harde streep. Uiteindelijk sloeg Emile zijn ogen neer.
"Natuurlijk," fluisterde de koning ijzig. Emile knikte, zonder de man voor hem aan te kijken, en zette snel weer een stap achteruit.
"Beste raadsleden," zei de koning. "Ik dank u voor uw diensten de afgelopen jaren aan de koninklijke familie, maar ik vrees dat zij niet langer nodig zijn. Ik ben van plan verschillende dingen te veranderen in mijn koninkrijk, en dit is er daar één van. Voordat ik de raad officieel zal ontbinden, geef ik jullie nog één laatste taak. Jullie zullen ervoor zorgen dat woord van de dood van mijn vader en broer door het land zullen worden verspreid en dat iedereen op de hoogte wordt gesteld van mijn aanstaande kroning, die binnen een week zal plaatsvinden. Dat was het, jullie kunnen gaan."
De raadsleden bogen opnieuw voor hun nieuwe koning en liepen zwijgend achteruit terug.
"Raadsmeester," riep de koning. "U blijft nog even."
Emile verstrakte.
"Zoals u wenst, hoogheid," bracht hij moeizaam uit. Hij bleef naar de grond staren terwijl hij wachtte.
"Raadsmeester, voor u heb ik een andere taak," zei de koning. "Ik wil alle gildemeesters spreken. Zorg dat er een boodschapper naar ieder Meestergilde wordt gestuurd. Ik verwacht hen morgenavond allemaal hier in het paleis."
"Zoals u wenst hoogheid," zei Emile opnieuw. "Kan ik anders nog iets voor u doen?" Zijn stem trilde licht. Hij betwijfelde of het de koning ontging.
"Hmmm," de koning wachtte even. "Nee, dat was het. U kunt gaan, raadsmeester."
"Dank u, hoogheid," fluisterde Emile. Met knikkende knieën verliet hij de troonzaal, in het besef dat alles wat hij kende op het punt stond te veranderen. Hij vreesde voor wat deze nieuwe koning met het rijk zou doen.

PiperWyatt

Ik heb de laatste tijd niet meer geschreven, maar ik zal vanavond proberen iets te schrijven :)  Ik'nvind het ook wat lastig omdat ik 'alleen' moet schrijven xD

Yara

Wat vind je daar precies lastig aan dan? Kunnen wij op de een of andere manier helpen?

We moeten trouwens wel even kijken wat we hiermee gaan doen wanneer de groepen gereorganiseerd worden...  :-\
Ik wil echt heel heel heel heel graag doorschrijven met jullie! Dus misschien moeten we het dan laten verplaatsen ofzo.

Yara

Citaat van: Yara op 27 augustus 2014, 14:09:09
Wat vind je daar precies lastig aan dan? Kunnen wij op de een of andere manier helpen?

We moeten trouwens wel even kijken wat we hiermee gaan doen wanneer de groepen gereorganiseerd worden...  :-\
Ik wil echt heel heel heel heel graag doorschrijven met jullie! Dus misschien moeten we het dan laten verplaatsen ofzo.

@PiperWyatt
@loetjef
@Littlemuppets

Ik heb even een poll aangemaakt in dit topic om te kijken wat we na 1 september doen.

PiperWyatt

Als er nieuwe groepen gemaakt worden, kunnen we ev vragen om bij elkaar te blijven en anders of dit board open mag blijven/topics verplaatst mogen worden.