Meesterstrijd - Overlegtopic

Gestart door Yara, 7 mei 2014, 16:32:03

Vorige topic - Volgende topic

Als de groepen worden verwijderd of heringedeeld, wat doen we dan met dit verhaal?

Ik wil graag nog steeds verder schrijven!
3 (75%)
Het maakt me niets uit, als de rest nog wil doe ik ook wel mee.
0 (0%)
Ik weet het nog niet.
0 (0%)
Voor mij hoeft het niet zo nodig.
1 (25%)
Ik heb er geen zin meer in, als de groepen stoppen stop ik ook met het verhaal.
0 (0%)

Totaal aantal stemmen: 4

Yara

#90
Hmm, vakantie, perfecte moment om te schrijven. Zullen we gewoon maar eens beginnen en zien waar het schip strandt?
We kunnen namelijk onze achtergrond een beetje in beeld laten komen, tussen de regels door wat uitleg geven over Meesters en de wereld en hoe het met de koning zit enzo, terwijl we er in onze verhaaltjes allemaal naartoe werken dat we uiteindelijk bij elkaar komen.

@loetjef
@PiperWyatt
CriusXD (Doet die nog mee eigenlijk?)
@Littlemuppets

Wat denken jullie? Ik maak vast een topic aan.

Loetje, heb jij al een idee over hoe ik jou zou kunnen vinden, want in mijn stukje schrijf ik dat ik op weg wordt gestuurd om jou te zoeken, dus dat is alvast een. Piper en LM, hoe komen jullie bij het verzet, al ideeën?

PiperWyatt

Ik vertrek zondag voor 2 weken op vakantie, dus ik zal niet (veel) kunnen schrijven.


Mijn idee om bij het verzet te komen (heb ik het al een keer gezegd? Ik heb er iig al wel over nagedacht)


Mijn tweelingzus (Lena, knoop doorgehakt xD, Mila is ook leuk, maar Lena past wel in het middeleeuwse, waarin ik me deze tijd voorstel?) is een 'verrader', ze werkt voor de koning. Iemand van het verzet heeft haar gezien/het verzet wéét dat zij bij de koning hoort. Waarom? Ze is gehersenspoeld door hem. De koning heeft haar vanalles wijs gemaakt, waardoor zij echt geloofd dat 'die andere Meesters' het op onze vredelievende koning gemunt heeft, die alleen maar zo streng is om zijn bevolking te beschermen van het echte kwaad.

Nora is zich echter van geen kwaad berust, doet rustig haar ding, bespied haar familie soms, en is er zo achter gekomen dat haar vader recentelijk gestorven is, waardoor haar moeder achterbleef met 2 kinderen (4 als je Lena en Nora meetelt). Nora laat soms eten dat ze steelt achter, waardoor het gezin het net kan overleven.

Op een dag zwerft Nora, zoals gewoonlijk, door de stad. Meestal laat ze mensen wel denken dat ze er niet is, dat is zoveel makkelijker tijdens het stelen, maar soms is een persoon sterker dan ze denkt of is ze zelf zwakker door ondervoeding (ze steelt wel, maar als er ineens 10 appels verdwijnen, dat valt op. 1 appel dat merkt men meestal niet eens) of doordat ze altijd in weer en wind buiten is. In ieder geval, iemand van het verzet spot haar en denkt dat ze Lena is. Ze wordt gevolgd, en als niemand het in de gaten heeft, wordt ze vastgepakt en mee gesleurd als gevangene naar het hoofdkwartier van het verzet. Daar zijn ze op hun hoede, want ze weten dat Lena een gave heeft. Lena kan namelijk mensen hun geest beinvloeden. Nora weet echter van niets, en kan uiteindelijk het verzet overtuigen dat ze de verkeerde hebben. Nora kent Lena niet, omdat ze toen ze klein waren gescheiden werden. Uiteindelijk beseft het verzet dat Nora erg belangrijk voor hen kan zijn. Ze kan tot Lena doordringen, of zich zelfs voor gaan doen als Lena. Met de nodige training wordt Nora een belangrijk lid van het verzet en zal ze alles doen voor het verzet, op 1 voorwaarde: dat haar moeder en broer en zus steeds voorzien worden van voedsel.

Voor de duidelijkheid:
Nora: Goed,
    Kracht: Meesterillusionist (Afbeelding: oog in een driehoek, Nora heeft geen echter geen teken)
                     Laat mensen DENKEN dat er dingen zijn, kruipt in mensen hun hoofd. (Gaat via hersenen naar de geest, dit ben je je niet bewust)

Lena: Slecht (ik ben bereid Lena te laten sneuvelen als dit moet, maar eventueel kunnen we haar bekeren en zo verder infiltreren bij de koning alvorens we hem uitschakelen?)
    Kracht: Meesterbespeler (Sorry, ik ben helemaal je vraag vergeten te beantwooden xD Afbeelding: een hand in een driehoek? Of is dat te stom? xD)
                      Bestuurd mensen hun lichaam. (Gaat via de hersenen naar het lichaam, dit ben je je wel bewust?)




Hoe meer ik echter over Lena nadenk, hoe 'stommer' ik haar gave vind xD? Wat vinden jullie?

Yara

Ik vind het eigenlijk best een coole gave. Beetje het blodsturen van katara (als je avatar kent).
Maar als je het niks vindt, is misschien Meesterfolteraar nog een optie?
Meesterillusionist laat je dingen zien die er niet zijn, Meesterfolteraar laat je dingen voelen die er niet zijn.

Dat kan eventueel zelfs verklaren waarom ze naar de koning trekt. Want zo' gave, waarmee je eigenlijk alleen anderen pijn kan doen, moet een verschrikkelijke last zijn omdat het iedereen om je heen afstoot. Dat maakt een mens erg eenzaam. Als de koning haar benaderde en een uitweg bood, liet zien dat hij niet bang was voor haar gave maar haar er juist om respecteerde kan ze hem daarvoor haar volle toewijding geven. Idee?

Overigens vind ik de bespeler ook nog steeds erg goed bedacht en een coole gave hoor ;)

PiperWyatt

Dat kan inderdaad Yara, maar het punt van de illusionist is eigenlijk dat het je geest beïnvloed, en je dus ook pijn kan laten voelen als de meester dat wil. Ik vind dit moeilijk xD Omdat het allemaal best leuke en coole gaven zijn xD

Maar dat zou wel een reden zijn natuurlijk waarom ze niet vermoord werd en ze als waardevol wordt beschouwd, want ze kan mensen folteren voor de koning. (en waarom ze zo vroeg weg moest om te leren om te gaan met haar gaven.) Al lijkt het me niet dat een kind van drie jaar 'wil' dat mensen pijn hebben, al kan het natuurlijk wel zo zijn dat ze, als ze verdrietig werd of boos was, onbewust die pijnsensaties projecteerde om mensen en ze naderhand leerde om dat te controleren.
En de gave zijn nog steeds een soort van tegenovergesteld; Dingen laten zien <-> dingen laten voelen.
Goed, laten we dat maar doen dan :)

Lena is Meesterfolteraar :) (Een beetje zoals Jane van Twilight?)

@Yara Welke afbeelding heb jij voor de illusionist en de folteraar.

Trouwens, ik heb een eerste stukje voor Nora geschreven, maar ik ben bang dat ik soms wat te snel ga xD. Posten we hier eerst onze stukjes voor we ze in het verhaaltopic zetten?

Ik heb trouwens al een inleiding geschreven dat Nora gezocht wordt, of houden we dat voor later?

Nora bevind zich/leeft in de hoofdstad. Ik bedenk me net dat we eigenlijk helemaal geen plaats hebben afgesproken waar het verhaal zich afspeelt? Yara heeft het over ene herberg, waar ligt deze? In een dorpje buiten de hoofdstad? In de hoofdstad?

Ik zie de hoofdstad trouwens voor me als een grote, ommuurde stad waar een rivier doorheen stroomt.
In de buurt van de rijken en in de buurt van het kasteel, zijn er tunnels gegraven waar het vuile water, overtollig regenwater en de ontlasting en dergelijke naar de rivier stroomt, een soort riool dus. Nora woont in de riool, bij het punt waar de riool uitkomt in de rivier. Ze gaat daar naar binnen en er is een kleine ruimte waar Nora een soort van droog zit.


Citeer'Dat is dan 50 cent'. 'Ben je nou alweer opgeslagen, Jozef? 50 cent voor een kilo aardappelen? Het geld groeit niet op mijn rug!' 'Dan koop je het niet, Thomas. Ik heb genoeg klanten die wel geld willen uitgeven om hun gezin de hongersdood te besparen.' 'Nou goed dan, voor deze ene keer.' De man die Jozef heette, een plaatselijke boer die vooral aardappelen teelde, gaf een twintigtal aardappelen aan de man die Thomas genoemd werd. Thomas legde de aardappelen in zijn kar, waar onder meer ook stukken stof en enkele zakken graan stonden. Er stonden ook twee houten kistjes op, waar telkens één kip in zat.

Naast Jozef stond er een klein meisje. Ze leek hooguit een jaar of twaalf maar in werkelijkheid was ze vijftien.  Ze had lang, sluik haar. Haar echte haarkleur, rood, was bijna niet te herkennen onder de dikke laag vuil die erop zat. Meestal dachten mensen dat ze bruin haar had. Met grote, groene, hongerige ogen keek ze naar de berg aardappelen die Jozef op zijn tafel had liggen. "Ik moet me concentreren. Nog heel even." Dacht het meisje in zichzelf. De twee mannen leken het meisje, dat zichzelf Nora noemde, niet op te merken.

Terwijl Jozef de aardappelen overhandigde aan Thomas, pakte Nora er ook een paar. Dan zou het niet zo opvallen, dat er ineens zes aardappelen ontbraken. Nora stopte ze in een oude jutezak, waar al verschillende gaten in zaten. Er zaten ook enkele appelen en een klein zakje graan in, kortom genoeg om het weer een paar dagen uit te houden.

Nora knoopte haar zak dicht, maar ze had niet verwacht dat Jozef een stap in haar richting zou zetten. 'Wat...?' mompelde Jozef tegen zichzelf, terwijl Thomas alweer vertrok. 'Die stomme tafel is ook altijd korter dan ik denk.' Mompelde Jozef in zichzelf, terwijl hij zijn aardappelen weer herschikte. De beste vooraan, en de lelijke achteraan. Een gemakkelijke manier om de koper om de tuin te leiden.

Jozef, die dacht dat hij tegen de tafelpoot gelopen was, was eigenlijk op de voet van Nora gaan staan. Terwijl Nora over haar voet wreef, verloor ze echter haar evenwicht en stootte tegen de paal van het kraampje. Jozef keek op en zag nog net een bruin gewaad de hoek om wapperen. "Vast een of ander rotkind dat langsliep, en die niet goed uit zijn doppen keek." Dacht Jozef.

Toen Nora de hoek om was, stopte ze even. Ze ademde hard, alsof ze verwachtte dat Jozef haar zou volgen. "Gelukkig, mijn cover heeft zich lang genoeg staande gehouden." Nora had zich achter het kraam van Jozef schuil gehouden, wachtend tot er een klant hem af zou leiden, voor ze haar krachten gebruikte.  Ze had hoop en al tien minuten naast Jozef gestaan, maar ze was uitgeput. Nora was net op tijd weg gegaan, haar energie was ze helemaal kwijt en doordat ze haar evenwicht verloor, was ook haar concentratie verdwenen. Er waren gelukkig maar een vijftal mensen in de straat waar Jozef stond, dat vond ze zo leuk aan dit marktje. Dan hoefde ze niet zoveel mensen te 'betoveren', zoals ze het zelf noemde.



Nora was een Meester. Dat wist ze, en daar maakte ze dankbaar gebruikt van, zeker nu ze op straat leefde. Nora leefde al bijna tien jaar op straat, waar ze overleefde door voedsel te stelen. Ze was klein, snel en onopvallend, maar als het kon dan maakte ze zich onzichtbaar. Natuurlijk was Nora niet echt onzichtbaar, ze liet de anderen in de buurt enkel geloven dat ze er niet was. Dat was haar Meestergave. Als ze een persoon kon zien, of wist dat er een bepaalde persoon was, dan kon ze in zijn geest binnendringen. Ze kon mensen laten geloven en zien wat ze wilde, maar dit kostte haar ongelooflijk veel energie. En dat was wat ze amper had, energie, door haar harde levensstijl. Hoe meer mensen ze iets moest laten denken, en hoe langer het duurde, hoe meer energie het haar kostte. Nora gebruikte haar kracht zo min mogelijk, maar soms moest het gewoon, en dan nog deed ze meestal heel erg voorzichtig; ze wist nooit wanneer er een onverwacht persoon om de hoek zou komen.



Nora slenterde door de straten met haar jutezak en stopte voor een huis. Het was een klein huisje. Er speelden twee kinderen in de tuin. Een jongen, wie ze Ibe noemden, en een meisje, Mila genaamd. Een vrouw met lang, rood haar zat aan de keukentafel. Nora kon haar zien vanaf de boom waar ze in geklommen was. De vrouw huilde. Er zat ook een man aan de tafel, hij wreef met zijn arm over de schouder van zijn vrouw. Nora kon een teken zien op zijn hand. Er stond een pootafdruk op. Deze man was ook een Meester. Nora keek naar haar eigen hand. Ze had zelf geen teken, maar wel een moedervlek, in de vorm van een halve ster, onder haar pink. Het meisje, dat duidelijk de oudste van de twee was, nam haar kleine broertje, niet ouder dan een jaar of zes, mee naar binnen. De zon begon onder te gaan en de lucht had een rood -oranje gloed. De man keek naar zijn kinderen en toen naar buiten. Nora zat dan wel in een boom, maar de man keek haar aan. Twee felgroene ogen keken recht in die van Nora. In een reflex trok Nora haar hoofd terug, verschuilde zich achter de takken van de bomen, ontrok zichzelf van het zicht. De man sloot de deur met een harde knal en vergrendelde deze van binnenuit. Nora klom uit haar boom en sloop over het pad naar de deur. Ze liet er vier aardappelen, evenveel appels en het zakje graan achter. Het was niet veel, maar het zou ervoor zorgen dat dit gezin een dag niet zoveel honger zou lijden.

Nora sloop weg, zo stilletjes mogelijk. Ze had de indruk dat iemand haar gezien had, dat ze gevolgd werd. Daarom nam ze een extra lange route naar haar schuilplaats. Ze sloeg af, in een klein steegje, en maakte zich zo klein mogelijk. Een man, in een donker gewaad met een kap op, liep het steegje voorbij. Nora wachtte enkele minuten en hoorde de man in de verte vloeken. Daarna ging Nora voorzichtig op weg naar haar veste stek, een kleine, vochtige ruimte in het riool. Ze was extra op haar hoede, maar ontspande zich volledig toen ze eenmaal binnen was. Niemand, of toch bijna niemand, kende deze plek. Het was een kleine ruimte en als Nora erin zat, was de ruimte eigenlijk al gevuld. Nora kon er niet in rechtstaan, maar dat hoefde ook niet. Ze was hier enkel tijdens noodweer, regenbuien of 's nachts, als ze moest slapen. De ingang bevond zich aan de oever van de rivier, waar de riool uitmondde in de rivier die door de hoofdstad stroomde.
Nora ging naar binnen en hing haar jutezak op, waar nog twee appelen en aardappelen inzaten en pakte haar deken. Het was een deken, gebreid door haar moeder, met een pootafdruk op. Ze ging op de grond liggen, en trok het deken tot onder haar kin, hopende dat ze snel in slaap zou vallen en dat het geen al te koude nacht zou worden.

Yara

Ik zie het verzet als een rondtrekkende groep zonder echt vaste schuilplaats, maar met meerdere safehouses zegmaar, voornamelijk in het gebied rondom de hoofdstad. De herberg, in een dorp een paar kilometer van de stad af, is een van die plekken.

Ik vind je stuk geweldig Piper, ik zou het posten! ;D

Voor de Meesterfolteraar had ik als symbool drie bliksemschichten rond elkaar, iets als dit: (Snel en slecht getekend in paint, maar dan krijg je een idee)


Voor de Meesterillusionist had ik een ruitvorm of misschien vliegervorm (uitgerekte ruit), maar dat was meer omdat ik op dat punt redelijk inspiratieloos begon te worden. Dus voor zowel de Meesterillusionist als de Meesterfolteraar geldt: Als je een beter idee hebt maf je het gerust veranderen!

Ik weet zo niet welke intro voor Nora je bedoelt, heb je die hier al gepost?

loetjef

Citaat van: Yara op 25 juli 2014, 20:48:33
Hmm, vakantie, perfecte moment om te schrijven. Zullen we gewoon maar eens beginnen en zien waar het schip strandt?
We kunnen namelijk onze achtergrond een beetje in beeld laten komen, tussen de regels door wat uitleg geven over Meesters en de wereld en hoe het met de koning zit enzo, terwijl we er in onze verhaaltjes allemaal naartoe werken dat we uiteindelijk bij elkaar komen.

@loetjef
@PiperWyatt
CriusXD (Doet die nog mee eigenlijk?)
@Littlemuppets

Wat denken jullie? Ik maak vast een topic aan.

Loetje, heb jij al een idee over hoe ik jou zou kunnen vinden, want in mijn stukje schrijf ik dat ik op weg wordt gestuurd om jou te zoeken, dus dat is alvast een. Piper en LM, hoe komen jullie bij het verzet, al ideeën?

Wow shit haha. Ik was dit níet vergeten, maar wegens echt een enorme hoeveelheid tijdgebrek sowieso momenteel wat minder tijd voor WvW... Ik laat de Zomerspelen ook nogal verwateren, oeps... Maar ik ga woensdag op vakantie voor een week, dus dan kan ik sowieso niet schrijven. Hooguit daarna, maar ik weet niet wanneer anderen weggaan?
But how can you not hear the whole conversation
I have, sitting still with a brain on fire?

Yara

Ik ben nu een week weg, maar ik dacht, ik start het gewoon eens, YOLOstyle :D

PiperWyatt

@Yara Dat was de intro zo'n beetje xD veel over Nora achtergrond zal duidelijk worden naarmate het verhaal vordert. Ik ben ook van plan Noras vader te laten sterven, en het broertje en zusje te integreren ofzo.

De intro dat ze gezocht werd, daar bedoelde ik de achtervolging mee. Het verzet denkt de Lena undercover is, om zo andere meesters op te sporen. Dat Nora richting het kasteel liep, versterkt dit gevoel voor het verzet. Eventueel kan de meesterdief die je vind Nora herkennen op straat, en dan laat ik de achtervolging even weg, waarna er jacht wordt gemaakt op Nora.


De bliksemschichten zijn leuk! De ruit op zich vind ik iets minder, dan zou ik er een oog inzetten ofzo. Ik bedenk later nog wel iets :)



Ik ben nu ook 2weken weg  :)


loetjef

Is het dan misschien een idee om te beginnen als we allemaal terug zijn? xD aangezien we toch ongeveer tegelijk weggaan :P
But how can you not hear the whole conversation
I have, sitting still with a brain on fire?

Yara

Ik had mijn laptop bij me op vakantie en kreeg schrijfkriebels, dus heb ik geschreven tot het moment waarop ik een ander karakter (namelijk Joshua) tegen kwam en niet meer verder kon zonder overleg.

Dit is het eerstvolgende stuk:

CiteerRune boog haar hoofd naar de wachters en kruiste haar handen met gespreide vingers voor elkaar, de duimen weggestopt in haar palm, in het gebaar van de opkomende zon. Naast haar deden de andere zusters hetzelfde. Bij een van de zusters stond een Meestersymbool op de rug van haar hand. In zwarte inkt was een zon in haar huid geëtst. Het was enkel te danken aan het feit dat de koning een gezond ontzag had voor de sterke zusterorde van Vrouwe Ayanna en hen niet tegen zich in het harnas wilde jagen, dat hij de Meesters onder hen niet had gerekruteerd voor zijn eigen doeleinden. Hij had haar echter wel laten merken met een Meestersymbool, zodat voor iedereen duidelijk was wat ze was. Sinds de vorige koning was gestorven en de jongste van de twee prinsen zijn tweelingbroer had vermoord om zelf de macht te grijpen, was er veel veranderd. De grootste verandering was wat er met de Meesters gebeurd was. Vroeger stonden die in hoog aanzien en vele mensen kwamen voor hulp bij de Meestergildes. Wie gewond was kon natuurlijk een heler met kruiden en andere middeltjes laten komen, maar liever lieten ze een Meesterheler helpen, die met een enkele aanraking kon genezen. Waar een gewone spion met veel moeite infiltreerde in legers en paleizen, kon een Meesterspion zijn gezicht naar believen veranderen om tijdelijk het uiterlijk van een vertrouwd persoon aan te nemen. Normale dieven werden ingehuurd om dingen te stelen, maar wie geld had huurde natuurlijk een Meesterdief in, voor wie sluipen een tweede natuur was en die zich kon hullen in schaduwen om onzichtbaar te worden. Zo stonden de Meesters vroeger in hoog aanzien, en genoten ze ook veel vrijheid door middel van hun Meestergildes. Rune had die gildes al niet meer persoonlijk meegemaakt. Voordat zij geboren was waren die ontbonden. Rond diezelfde tijd kwam ook het bevel dat alle Meesters gemerkt moesten worden met een inktzwart Meestersymbool op de rug van hun rechterhand. Zo was voor iedereen meteen duidelijk wie een Meester was en had de koning overzicht over welke onderdanen er over speciale gaven beschikten. De beste Meesters rekruteerde hij voor eigen doeleinden en van het helpen van mensen met hun gaven was vrijwel geen sprake meer. Sommige Meesters wisten onder te duiken en zo te voorkomen dat ze gemerkt werden, maar de koning stuurde nog altijd Meesterkenners op pad die andere Meesters konden herkennen en met één blik zagen wat hun gave was.
"Moge het licht van de Vrouwe op uw pad schijnen en u de weg wijzen in het duister." De spreekster, een jonge vrouw met donkere haren en een rond gezichtje, haalde Rune met haar zachte stem uit haar overwegingen. Ze sprak de twee wachters vriendelijk toe. "Ik ben zuster Miriana, spreekster voor de Vrouwe. Mijn zusters en ik zijn hier om ons over de armen en gewonden in uw stad te ontfermen." De wachters wierpen elkaar een lichtelijk ongemakkelijke blik toe, maar ze konden de zusters onmogelijk toegang tot de stad ontzeggen. Als de bevolking dat te horen zou krijgen, zou er een burgeroorlog volgen in de straten van de hoofdstad.
"Allemaal kappen naar beneden," riep een van de wachters na een ongemakkelijke stilte. Hij schoof zijn handen heen en weer over de schacht van zijn hellebaard.
De zusters reageerden eendrachtig en ook Rune sloeg de kap van haar zustergewaad naar achteren. Ze streek zogenaamd haar kleding glad en het stelde haar gerust om al haar messen en andere wapens te voelen.
"Naam," snauwde de wachter met de hellebaard naar de eerste zuster.
"Zuster Charonne, draagster voor de Vrouwe," antwoordde een knap meisje met oranje haren.
"Zuster Levinia, priesteres voor de Vrouwe," ging een oudere zuster verder.
"Zuster Veerle, schikster voor de Vrouwe," zei Rune op haar beurt.
"Zuster Kiara, genezeres voor de Vrouwe," sloot de Meesterheler de rij.
De tweede wachter wees naar de kar achter hen. Een jongen in een eenvoudig grijs tempelgewaad zat op de bok en stuurde het oude grijze ezeltje ervoor, die nu met hangend hoofd stond te wachten.
"Wat zit daarin?" vroeg hij.
"Geneesmiddelen, voedselpakketten, kleding, van alles eigenlijk," zei de spreekster. De wachter gebaarde dat de jongen van de bok af moest komen.
"We zullen de kar doorzoeken . Ik neem aan dat u naar de tempel gaat. U kunt vast door, dan sturen we de kar door na onze inspectie."
De spreekster knikte en de zusters zetten hun kap weer op. Rune liep tussen hen in de stad in. Onmiddellijk werd haar onbehaaglijke gevoel sterker. Dit was een gevaarlijke plek om te zijn. Het liefst meed ze de hoofdstad, maar dit keer had ze geen keuze. Terwijl de zusters door de stad liepen, kwamen overal mensen naar hen toe. Ze strekten hun handen om de zusters aan te raken en smeekten om genezing en zegening.
"Zuster," smeekte een vrouw met een ingevallen gezicht van de honger. Ze klemde zich aan Rune's arm vast. "Alstublieft, bid voor ons."
"Moge het licht van de Vrouwe u hoop en kracht schenken, en de schaduwen van zorgen verdrijven," mompelde Rune een algemene wens. Er verschenen tranen in de ogen van de vrouw.
"Gezegend zij de Vrouwe," mompelde ze, waarna ze Rune's arm losliet. Rune dook dieper weg in haar kap en ging meer in het midden van de groep zusters lopen. Gelukkig bereikten ze snel de tempel en Rune schoot naar binnen. Zodra de deuren zich achter hen sloten, werkte Rune zich uit het zustergewaad. Ze drukte de vier echte zusters van de Vrouwe de hand.
"Dank jullie wel, zusters," fluisterde ze.
"Geen dank, Rune," lachte Miriana, de spreekster. "Succes met je missie. Kom je wel zelf de stad uit, of wil je weer met ons meereizen? Dan zul je wel even moeten wachten, wij zijn van plan hier zeker twee weken te blijven." Rune schudde haar hoofd.
"Dat duurt te lang voor mij, helaas. Ik wil hier niet langer blijven dan nodig is, te gevaarlijk. Maar bedankt. Voor alles." Rune liet haar vingers ongemakkelijk langs haar werpmessen glijden. Ze voelde zich niet thuis in bedankjes of in praten over haar gevoelens. Ze voelde zich nog meer opgelaten toen Miriana haar omhelsde en vervolgens ook de andere zusters om beurten hun armen om haar heen sloegen.
"Goed, nou, ik zie jullie vast nog wel eens. Dag," zei Rune. Ze haastte zich de tempel uit voordat de zusters nog iets konden zeggen. Op straat begon zich al een menigte mensen te verzamelen. Hoofdzakelijk vrouwen, aangezien het overgrote deel van de volgelingen van Vrouwe Ayanna vrouwelijk was. Vrouwe Ayanna was al lang geleden gestorven, maar in haar naam werden nog altijd honderden goede daden verricht.

Rune haastte zich door straten en langs huizen die een steeds armzaliger uiterlijk kregen. Uiteindelijk stopte ze bij een winkel. Wie door de etalage naar binnen keek, zou in eerste instantie denken dat het pand al lang verlaten was. Over de uiteenlopende rariteiten voor het raam lag een dikke laag stof waarin op sommige plekken afdrukken van kleine pootjes stonden. Het uithangbord was zo versleten dat de letters niet meer te lezen waren en de deur hing lichtelijk scheef in zijn hengsels. Rune controleerde of de steeg verlaten was en klopte toen op de deur. Twee keer. Een keer. Een keer. Toen deed ze een stap achteruit, zodat de man die achter het vuile raam op de eerste verdieping was verschenen goed kon zien wie voor zijn deur stond. Armund tuurde door dichtgeknepen varkensoogjes naar beneden. Toen knikte hij kort en verdween weer. Verbazingwekkend geruisloos zwaaide de oude deur open. Erachter stond een beer van een man; lang, gespierd, met handen als kolenschoppen die rustten op het zwaard aan zijn zij en een dreigend gezicht met een scheve neus, die duidelijk ooit gebroken was en nooit goed gezet. De man stapte zwijgend opzij en Rune schoof langs hem heen de winkel in. De deur werd achter haar dicht gedaan, waardoor de gang waar ze in stond aardedonker werd. Het was lang geleden dat Rune hier was geweest. Onverwacht kwam een herinnering naar boven, van toen ze acht jaar oud was en verwonderd alle vreemde voorwerpen in de etalage een voor een in haar handen nam. Toen waren ze nog niet bedekt onder centimeters stof. Devin had haar meegenomen hiernaartoe, als deel van haar opleiding. De meeste contacten die ze had in de onderwereld, had ze via Devin gekregen. Terwijl ze op de tast door de gang liep, gunde Rune zich een kort moment om te treuren om haar meester. Toen stootte ze met haar schoen tegen de eerste trede van de trap en viel bijna om. Ze slaakte een geïrriteerde zucht – wat was er mis met een beetje verlichting? – en liep toen voorzichtig naar boven. Ze kon niet zien in wat voor staat de trap verkeerde en hield zich stevig vast aan de leuning, totdat die ineens losliet van de muur en een stuk naar beneden schoot. Rune vervloekte Armund binnensmonds. Ineens werd het licht, doordat Armund boven de deur naar zijn kantoor had geopend, waarschijnlijk om te zien waar ze bleef. Rune sprong over de laatste trede, waar een rafelig gat in zat, en stond toen voor de handelaar. Ze moest iets omhoog kijken om Armund recht in zijn varkensoogjes te kijken. De handelaar gromde een onverstaanbare begroeting en ging haar voor naar zijn kantoor.

"Je zou hier niet moeten zijn," gromde Armund.
"Ik kom voor informatie," zei Rune, zijn woorden negerend.
"Er is een Meesterkenner in de stad. Hij doorzoekt alles op zoek naar Meesters. Als hij je hier vindt, ben ik er geweest. En jij ook trouwens." De handelaar liet zijn grote lichaam voorzichtig in een stoel zakken. Zijn buik paste net tussen de armleuningen. Rune liet niet merken hoe zijn woorden haar angst aan joegen. Het liefst zou ze onmiddellijk weer de stad verlaten, maar ze mocht haar missie niet zomaar laten vallen. Zenuwachtig wreef ze over de rug van haar rechterhand. Armund zag het natuurlijk. Er ontging hem maar weinig.
"Als die Meesterkenner je ontdekt, blijft je mooie huidje niet lang meer ongetekend. De koning zal je een zwarte pijl geven, nietwaar. En dan smijt hij je in zijn kerkers, of vermoord je gewoon."
Rune liet haar handen losjes langs haar lichaam hangen en onderdrukte de neiging om haar vingers over haar wapens te laten glijden.
"Over de kerkers van de koning gesproken," zei ze, haar stem kalm en luchtig. "Ik heb gehoord dat het iemand is gelukt om daaruit  te ontsnappen."
"Ha, onmogelijk!" zei Armund schamper. "Niemand ontsnapt uit die kerkers. Dus zorg maar dat je hier niet meer bent als die Meesterkenner komt, anders zul je zelf wel ontdekken hoe onmogelijk dat is. Dan zul je het zonlicht nooit meer zien."
Rune onderdrukte een zucht. Dit was allemaal show, Armund draaide om de kern heen en daar had ze geen tijd voor. Tegelijkertijd hoorde dit er allemaal bij voor de handelaar. Dus ging ze erin mee.
"Onmogelijk voor vrijwel iedereen. Tenzij je de gave hebt om op te lossen in de schaduwen, tenzij je zo vingervlug bent dat je de sleutels van je kerker kunt stelen, of zo handig dat je het slot kunt kraken met een stokje. Een Meesterdief zou dat misschien wel kunnen klaarspelen, denk je niet."
"Mogelijk, maar waarom zou ik daar iets vanaf weten?"
"Als het in jouw stad gebeurd, weet jij er alles vanaf. Ik wil weten waar ik deze Meesterdief kan vinden."
Armund lachte uitbundig en sloeg met zijn hand op de schrijftafel. Zijn vingers waren net dikke worstjes. "Inderdaad, je hebt gelijk, een Meesterdief zou het misschien nog wel kunnen klaarspelen. Maar goed, zo iemand verdwijnt natuurlijk zo snel mogelijk. Een gevangene die de vrijheid heeft geproefd, zal zich niet gemakkelijk meer laten vinden. Deze Meesterdief vinden kan wel eens bijzonder moeilijk worden."
"Hoeveel?" vroeg Rune met een uitgestreken gezicht. Ze had genoeg van Armunds gedoe. Voordat Armund echter zijn prijs kon noemen, voelde Rune dat er iemand achter haar kwam staan. Ze draaide zich razendsnel om, in iedere hand een mes geheven. De man die de deur had bewaakt stond bovenaan de trap. Eén blik op zijn gezicht vertelde Rune genoeg. Ze legde een handvol munten op tafel. Jaren van zakendoen met deze handelaar maakte dat ze zijn prijs onderhand wel kende.
"Vertel me wat je weet. En toon me je achteruitgang."
Armund trok het geld naar zich toe. Rune zag zijn gezicht betrekken.
"Ik weet zelf niet waar hij zich momenteel bevindt, maar ik weet wel wie je dat waarschijnlijk wel kan vertellen. Maar zij zal die informatie niet zomaar op willen geven."
"Natuurlijk niet." Rune lachte schamper.
"Hij is ontsnapt aan de koning. Zou dat niet moeten betekenen dat jullie aan dezelfde kant staan?" Rune bespeurde lichte twijfel in Armunds ogen. Ze haalde haar schouders op.
"Zou je denken?" Het was niet moeilijk te raden waar Armund op dat moment aan dacht, maar ze was niet van plan zich te verduidelijken. Het was niet zo vreemd dat hij ervan uitging dat ze de Meesterdief zocht om hem te vermoorden. Dat was immers wat ze meestal deed, al jaren lang. Eerst onder leiding van Devin, toen voor zichzelf – edelen waren bereid veel geld te betalen om elkaar door haar te laten uitmoorden, wat Rune af en toe best vermakelijk vond – en nu vaak voor het verzet. Maar het was niet aan Armund om over haar acties te oordelen, en dat besefte hij ook. Welke twijfels hij ook koesterde, hij zette ze van zich af en gebaarde dat Rune hem moest volgen. Terwijl ze zich achter hem aan door een nauwe gang haastte, sprak hij over zijn schouder snel verder.
"Ga naar Lanesh, zoek Bran, je vindt hem waarschijnlijk in De Blauwe Maan. Vraag hem naar Merle."
"Waarom wil ik Merle vinden?"
"Omdat zij de dochter is van de laatste gildemeester van het Dievengilde en aan het hoofd staat van een groot spionnennetwerk. Zij weet waar je de Meesterdief kunt vinden die je zoekt. Zijn naam is trouwens Joshua." Rune struikelde naar voren toen Armund ineens stil bleef staan voor een muur.
"Dat kan niet," reageerde ze. "De families van de gildemeesters zijn uitgemoord, samen met de Meesters zelf."
"De dochter van een Meesterdief heeft vast wel wat trucjes geleerd, ondanks dat ze zelf geen Meester is. Hier, snel, zo kom je op het dak uit. Links van je ligt de zuiderpoort, aan de andere kant van de rivier. Zorg dat je bij je volgende bezoek een beter tijdstip uitkiest. En zeg Bran dat ik nog geld van hem tegoed heb."
Met die woorden duwde Armund haar naar buiten en sloot in dezelfde beweging het luik weer achter haar.

Rune verloor geen tijd. Ze haastte zich half glijdend over de gladde dakpannen en sprong over een steegje naar een volgend dak. Terwijl ze aan de andere kant op straat sprong, hoorde ze achter zich mensen roepen. Ze keek niet om maar zette het op een rennen. Haar voeten roffelden over de straatstenen. De avond viel, de schemerige straten waren verlaten. In de verte hoorde Rune het ruisen van de rivier die door de stad stroomde, maar dichterbij klonken rennende voetstappen.
"Jij daar, stop!" schreeuwde een man. Rune dwong haar benen nog iets sneller op en neer te gaan en sprintte een volgende hoek om. Daar liep ze recht in de armen van vier wachters, die gelukkig net zo overdonderd waren als zij was. Voordat ze konden reageren hadden Rune's werpmessen al doel gevonden. De mannen zakten zonder een kik te geven in elkaar. Rune was al weer verder gerend. De koude lucht gierde door haar longen. Na de volgende hoek kwam ze uit op een brede straat en in de verte zag ze de brug over de rivier. Er liepen twee wachters op. Het geschreeuw achter haar alarmeerde hen. Rune trok twee nieuwe messen tevoorschijn.
"Pas op, ze is een Meesterschutter!" klonk het achter haar. Dus de Meesterkenner had haar gepeild. Rune vloekte buiten adem en wierp haar messen van zestig meter afstand. Ze zag beide wachters neergaan en draaide zich om. Kleine werpsterren verlieten haar handen en boorden zich in haar achtervolgers. Ze wist twee mannen te doden voordat de rest haastig dekking had gezocht. Rune snoof tevreden. Die wachters zouden meer respect moeten hebben voor een Meesterschutter. Zij miste nooit, in tegenstelling tot normale schutters, wat ze ook gooide of afschoot. Rune trok zich terug in een donker portiek en wachtte af. De adrenaline die door haar bloed raasde gaf haar een kik. Misschien zou het haar wel lukken de Meesterkenner te doden, dat zou pas een overwinning zijn. Het duurde niet lang voordat haar achtervolgers voorzichtig weer in beweging kwamen. Een heel stuk zorgvuldiger trokken ze op, zich haastend van de ene naar de andere veilige plek. Rune liet hen even begaan en zette toen een stap naar voren. Ze had net een mes gegooid toen er een enorme muur voor haar verscheen, waardoor ze haar achtervolgers niet meer kon zien. Rune draaide zich onmiddellijk om en begon weer te rennen. Vlak voor de brug schoot ineens een kolom van vuur omhoog die de doorgang versperde.
Het is niet echt het is niet echt het is niet echt het is niet echt het is niet echt
Rune bleef het als een mantra in gedachten herhalen terwijl ze doorrende. Vlak voordat ze het vuur in rende wat haar zeker zou verbranden, sloot ze haar ogen. Pas toen haar voeten over het brugdek stampten opende Rune haar ogen weer en liet ze haar ingehouden adem los. Natuurlijk ging een Meesterkenner niet alleen op jacht. Een Meesterillusionist was al vervelend genoeg, maar wat nu als er ook een Meesterspeurder bij was? Rune vloekte en liet haar vingers over haar overgebleven wapens glijden, zoekend naar steun, terwijl ze nog steeds door rende. Ze kon de stadsmuur al boven de huizen uit zien torenen, ze was bijna weg uit deze vervloekte stad. Maar als een Meesterspeurder haar spoor had opgepakt, zou dit nog maar het begin van haar problemen zijn.

Hierna kunnen weer wat anderen schrijven en dan volgt stuk twee in de volgende post.


Yara

Stuk twee, waarin ik uiteindelijk Joshua ontmoet. Loeka, ben je het eens met de manier waarop ik dat heb gedaan en de manier waarop ik Joshua heb neergezet? Als ik beter iets kan aanpassen moet je het zeggen hoor, das geen enkel probleem, vond het gewoon leuk om alvast wat te schrijven ;)

Citeer"Ben je een Meester?" vroeg de rechtse van de twee enorme bewakers die voor de deur stonden. Rune liet uitdagend de rug van haar rechterhand zien.
"Dat je geen Meestersymbool hebt, wil nog niet zeggen dat je geen Meester bent," zei de andere bewaker. Er liep een rafelig wit litteken van zijn voorhoofd over de rug van zijn neus naar zijn kaak. Rune wilde net sarcastisch zeggen dat dat een verassend intelligente opmerking was voor iemand die zo dom was om met zijn gezicht tegen een slagzwaard aan te lopen, maar ze slikte haar woorden net op tijd weer in. Ze was hier niet om tegen kleerkasten te vechten.
"Ik ben geen Meester," loog Rune met een uitgestreken gezicht.
"Leg je wapens af," zei de rechter bewaker. Ze leken elkaar af te wisselen en zelf nooit twee zinnen achter elkaar te zeggen. Rune zuchtte geërgerd, maar had van te voren al bedacht dat ze anders nooit voor Merle zou mogen verschijnen. Ze haalde drie messen tevoorschijn en legde die op een laag tafeltje tegen de muur. Drie messen waren in haar ogen niets te veel voor een vrouw alleen op reis. Al haar andere wapens had ze achter gelaten. Toch leken de wachters haar niet te vertrouwen.
"De wegen zijn gevaarlijk, ik wil mezelf kunnen beschermen," legde Rune uit toen de wachters bleven zwijgen. "Mag ik nu door?"
"Omdraaien en stil blijven staan," was de reactie. Natuurlijk was het nu de linker man die sprak. Rune draaide zich om en spande onbewust haar spieren, maar de man die haar op wapens controleerde deed dat snel en zorgvuldig. Zijn handen bleven nergens langer hangen dan nodig was.
"Ga maar naar binnen," zei de man rechts schoorvoetend toen bleek dat Rune verder geen wapens droeg. De twee reuzen deden een stap opzij en Rune kon eindelijk bij de deur komen. Het kantoor daarachter lag vol met boeken en perkamentrollen, maar maakte toch een opgeruimde indruk. Door het hoge raam scheen de dalende zon naar binnen en wierp een rechthoekige baan van licht op de stenen vloer en muur voor het bureau dat helemaal achterin het vertrek stond. Erachter zat een vrouw met in korte pieken geknipte nachtzwarte haren een brief te schrijven, met een veer die al net zo zwart was als haar haren. Merle was een passende naam voor deze vrouw, bedacht Rune. Met haar spitse gezicht, snelle en korte bewegingen en natuurlijk donkere haar had ze wel iets weg van een merel. Ze was vast een vaardige dief, al miste ze de natuurlijke aanleg van een Meester ervoor. Merle schreef nog even door toen Rune dichterbij kwam. Met een zwierig gebaar zette ze haar handtekening onder het document, wat ze vervolgens oprolde. Ze goot er een druppel hete was op en drukte er een stempel op. Een hand met een veer, zag Rune. Merle legde de rol voorzichtig opzij en keek voor het eerst op, recht in Rune's blauwe ogen.
"Vertel." Merle had een stem die geen tegenspraak duldde.
"Ik ben op zoek naar een Meesterdief."
"Om in te huren?"
Rune haalde haar schouders op. "Zijn naam is Joshua."
"Als je wil dat hij iets voor je steelt, waarom moet het dan per se deze Meesterdief zijn?"
"Maakt het wat uit? Ik moet hem gewoon spreken, het is belangrijk. Weet u waar ik hem kan vinden?"
"Nee," zei Merle stellig. Ze schudde haar hoofd. "Het spijt me, ik ken geen Meesterdief genaamd Joshua. Maar als je een Meesterdief zoekt, kan ik je wel met een ander in contact brengen."
"Nee dank u." Rune schudde nu ook haar hoofd. "Dan vrees ik dat u mij niet kunt helpen. Ik zal morgenvroeg verder reizen."
"U overnacht niet in het dorp." Het was geen vraag.
"U bent goed op de hoogte."
"Dat is mijn werk."
"Ik houd van de openheid." Rune haalde haar schouders op. "De kamers in herbergen benauwen me. Ik dank u voor uw tijd, vrouwe." Merle knikte en boog zich over een nieuw vel perkament. Begeleid door het krassen van haar veer verliet Rune de kamer. Ze stak haar messen terug in hun holsters en verliet tevreden de hoeve. Merle had gelogen, ze kende de Meesterdief wel degelijk, maar dat maakte niet uit. Het belangrijkste was dat ze zeker contact met hem zou zoeken om hem te vertellen van haar komst. Dat was precies waar Rune op had gehoopt. Ze reed van het erf af en liet haar paard bij een klaterend beekje in het bos halt houden. Hier had ze de vorige dag kamp op geslagen. Ze haalde haar wapens uit verschillende bergplekken en gespte ze weer om. Pas toen ze dat vertrouwde gewicht weer voelde, kon ze zich helemaal ontspannen. In het afnemende licht haalde ze wat brood uit haar zadeltas als avondmaaltijd. Ze spetterde ijskoud water uit het beekje in haar gezicht en borstelde haar paard. Ten slotte maakte ze haar slaapplek klaar en kon het wachten beginnen.

Rune hield haar ogen gesloten en ademde langzaam en diep, alsof ze vast in slaap was. Ze wist niet precies hoe goed het nachtzicht en gehoor van een Meesterdief was en wilde geen enkel risico nemen. Als hij zou vermoeden dat er iets niet klopte, zou Joshua meteen weer verdwenen zijn. Het was al diep in de nacht toen er eindelijk iets gebeurde. Rune had niets gehoord, zelfs haar paard had niet gereageerd, maar ineens hing er een gedaante boven haar die zijn mes tegen haar keel drukte. Rune schoot half overeind en greep de arm met het mes vast. Een gesnauwde waarschuwing deed haar weer verslappen. Ze bleef doodstil op de grond liggen en wachtte af.
"Ik hoorde dat je wilde praten." De stem was fluweelzacht. Rune kon het gezicht van de Meesterdief niet onderscheiden in het donker.
"Dat klopt."
"Praat dan maar."
"Het praat gemakkelijker zonder mes op mijn keel."
Een kort lachje was de reactie, maar de Meesterdief verminderde wel lichtelijk zijn druk op het mes.
"Wat wil je weten?" vroeg Rune.
"Waarom ben je naar mij op zoek?" Ineens richtte de Meesterdief zich met een ruk op. Hij had gemerkt dat er iets mis was. Om hem heen bewogen de schaduwen en ineens was hij verdwenen. Aan de andere kant van de open plek schoten de schaduwen ineens weer terug naar hun oorspronkelijke plek en kwam Joshua weer tevoorschijn. Hij struikelde nog twee passen naar voren en zakte toen met een kreun in elkaar. Rune kwam met een klein lachje rond haar lippen overeind en liep naar hem toe. Vanuit het niets kwam plotseling een grote vogel uit de lucht gevallen. Hij stortte zich krijsend met klapperende vleugels op haar. Rune had geen tijd om een mes te trekken. Ze gooide het kleine pijltje dat ze nog altijd tussen haar vingers hield geklemd op de geklauwde wolk veren af, net voordat de vogel tegen haar gezicht vloog. De klauwen en snavel schraapten over haar gezicht en het beest krijste oorverdovend. Toen verslapte het lijfje. De vogel viel op de grond, trok nog even met zijn vleugels en lag toen stil.
"Vervloekt," mompelde Rune gesmoord vanachter de hand die ze tegen haar bloedende lip had gedrukt. Gelukkig had er nog genoeg gif op het pijltje gezeten om ook die vogel nog te verlammen.  Rune liep voorzichtig naar het beekje. Haar zicht werd wazig door het bloed dat gestaag van haar voorhoofd in haar ogen stroomde. Ze blies haar adem sissend uit toen het ijskoude water in de vele snijwondjes prikte. Gelukkig waren ze ondiep. Toen Rune het meeste bloed had weg gewassen liep ze naar de Meesterdief, die nog altijd in hetzelfde hoopje op de grond lag. Hij droeg zwarte kleding en een zwarte kap die door de val naar achteren was gevallen, waardoor hij nog steeds vrijwel onzichtbaar was in het donker, ook al kon hij zich door het gif niet langer in schaduwen hullen. Hij had donker haar en lichtere, priemende ogen, hoewel Rune van beiden de kleur niet goed kon zien. Wel zag ze een litteken over zijn rechteroog lopen, een kleine imperfectie in een knap gezicht.
"Wat ben jij, een Meesterdief en een Meestertemmer in een?" vroeg Rune geërgerd terwijl ze over het verlamde vogellijfje heen stapte. Even overwoog ze het beest de nek om te draaien voordat het gif uitgewerkt raakte, maar ze besloot het toch niet te doen om de Meesterdief niet nog bozer te maken. Hij volgde al haar bewegingen met een kwade blik terwijl Rune een touw uit haar zadeltas tevoorschijn haalde en zijn armen achter zijn rug vastbond. Als ze ook nog zijn vogel vermoordde, kreeg ze straks niets meer van hem gedaan.
"Mijn naam is Rune en ik weet dat jij Joshua heet, dus nu we elkaar kennen kunnen we praten. Of eigenlijk zal ik praten, zoals je wilde, en jij mag luisteren," zei Rune, die de woedende blikken van Joshua negeerde. "Misschien is dit niet de beste manier van aanpak, mijn excuses daarvoor, maar we hebben nu eenmaal niet zo veel tijd. Ik ben in INSERT NAAM HOOFDSTAD een Meesterkenner tegen het lijf gelopen en ik vrees dat die een Meesterspeurder op me af heeft gestuurd. Dus voordat die hier is, moet ik jou hebben overgehaald om met me mee te komen."
Joshua zond haar een protesterende blik.
"Wat, je vindt dit geen goede manier om je over te halen? Nou goed, waarschijnlijk heb je ook gelijk. Maar bedenk even dat in plaats van verlammend gif er nu ook dodelijk gif in je bloed zou kunnen zitten. Zo moeilijk is het niet voor me om je nu te doden. Maar dat wil ik helemaal niet." Rune wachtte even. "Ik heb gehoord dat het je is gelukt om te ontsnappen uit de kerkers onder het koninklijk paleis."
De Meesterdief fronste zijn wenkbrauwen.
"Hoe ik dat weet? Dat doet er nu niet toe. Punt is dat je met die ontsnapping hebt bewezen dat het mogelijk is om uit het paleis te komen. En als het mogelijk is om eruit te ontsnappen, moet het ook mogelijk zijn om binnen te komen. Ik ben lid van het verzet, wij strijden al jaren tegen de koning."
Joshua's mondhoek trok licht omhoog.
"Ja, ik geef toe, we maken tot nu toe nog niet echt grote vorderingen. Maar we zijn van plan dat te veranderen. We hebben een aanzienlijke groep Meesters weten te verzamelen die bereid zijn het tegen de koning op te nemen. Het enige probleem is dat de koning sinds zijn kroning voor zover bekend nog nooit zijn paleis heeft verlaten. Dus moeten wij een manier zien te vinden om er binnen te komen zodat we het tegen de koning kunnen opnemen. En dat is de reden dat jij en ik nu hier zijn. Dus wat heb je hierover te zeggen?"
Joshua staarde haar zwijgend aan.
"Oh alsjeblieft, ik weet dat je al kunt praten, al kun je de rest nog niet bewegen. Zo lang blijft het gif nu ook weer niet werkzaam. Je wil je misschien niet bij het verzet aansluiten, uit angst of om andere redenen, en dat is je goed recht, maar je moet toch tegen de koning zijn. Wat deed je anders in zijn kerkers? Dus waarom zou je deze kans om tegen hem op te treden niet grijpen? Kun je ons helpen het paleis binnen te komen? En belangrijker nog: ben je ook bereid om dat te doen?"
De ogen van de Meesterdief schoten naar een punt achter haar. Rune draaide zich razendsnel om en trok een mes. Een schaduw rees achter haar op. Ze voelde een scherpe klap tegen haar slaap en de wereld draaide terwijl ze viel. Toen werd alles zwart.

Alle commentaar op mijn twee stukjes is weer zeer welkom :)


Yara


PiperWyatt

Ik wel :) heb het eerste stukje gelezen en dat vond ik erg leuk :)

Yara

Citaat van: PiperWyatt op 10 augustus 2014, 22:13:49
Ik wel :) heb het eerste stukje gelezen en dat vond ik erg leuk :)

Thanks :)
Hebben jullie momenteel ook tijd om te schrijven?  (A)

PiperWyatt

Weinig  :D maar straks of morgen schrijf ik nog een stukje. Ben pas na 7u thuis namelijk xD