Nieuws:

Welkom op het nieuwe locatie van het forum
Op dit moment wordt de .nl website doorgestuurd naar de .be website.

Hoofdmenu

Haviksoog en Vergelding

Gestart door Daeron, 25 oktober 2009, 14:13:24

Vorige topic - Volgende topic

Hoe vond jij het verhaal?

Saai, alles was gewoon saai.
0 (0%)
Saai, er waren dingen die ik leuk vond.
0 (0%)
Niet slecht, niet goed, blijf oefenen.
1 (33.3%)
Goed, een paar dingen wat minder.
2 (66.7%)
Hij was gewoon helemaal geweldig!
0 (0%)

Totaal aantal stemmen: 2

Daeron

Dit is mijn eerste verhaal, getiteld: ''Haviksoog en Vergelding''
Ik heb hem vandaag afgemaakt.
Het genre is Het wilde westen, geinspireerd door een game die ik doe.
Het telt 39631 woorden, en heel veel tekens.
Ik hoop dat jullie het iets vinden.

Aangezien ik maar 20.000 tekens per post mag doen, doe ik een hoofdstuk per post.



Daeron

Hoofdstuk 1

Kom op jongens, nog een paar uur en dan zijn we er.
Een man van middelbare leeftijd praatte tegen zijn paarden.
De prairie was heet, het had al een paar weken niet goed geregend en er was gevaar dat de indianen aanvielen. De Sioux waren weer eens in opstand gekomen tegen de blanken, en overvielen vaak eenzame reizigers.
Maar het gebeurde ook vaak dat een hele karavaan werd aangevallen, maar daar werden steeds vaker gewapende begeleiders voor meegegeven.
De reiziger was goed bewapend, en aan het geweer te zien was er al veel gebruik van gemaakt. De paarden zagen er vermoeid uit, de reis was lang en vanwege de indianen had de man het niet aangedurfd lang te rusten.

Later, er waren een paar uur verstreken, kwam de huifkar de stad binnen.
Het was niet echt een stad, een aantal huizen, een saloon en een kleine gevangenis.
De smederij was ook nog in het beginstadium, evenals de winkel.
De man op de bok zette zijn paarden stil voor de saloon en vroeg een jongen of die voor was kleingeld zijn paarden te eten en drinken wilde geven.
De man zelf liep de saloon binnen, bestelde een whisky en ging aan een tafeltje zitten.
Op dat moment kwam er aan een andere kant van de stad een kleine karavaan binnen.
Een aantal ruiters, die hadden blijkbaar geen eigen huifkar, reden naar de saloon, zetten de paarden vast aan de drinkbak en liepen naar binnen.
De mannen waren luidruchtig, maar achteraan liep iemand die rustig was, een stuk kleiner als de rest, maar hij zag er wel uit alsof hij sterk was.
Toen hij dichterbij kwam zagen de mensen die al in de saloon waren, de man van de huifkar, de barkeeper en een oudere stamgast, dat die man eigenlijk helemaal geen man was, maar er meer uitzag als een jongen. Terwijl de meeste reizigers gingen zitten en drinken bestelden, bleef hij staan, alsof hij iemand zocht.

Toen hij doorhad dat er geen bijzondere mensen waren, of mensen die hij zocht, ging hij bij de voerman van de huifkar zitten.
'moet je wat te drinken?' vroeg de voerman.
'graag', zei de jongen, en hij zei dat hij graag een glas water wilde.
De voerman riep de barman, en zei dat die nog een whisky en een glas water moest brengen.
'Ik ben Stanley Parker, Old Rusty voor vrienden.'
'En ik ben Robert Edwards, en ik heet Bob voor vrienden.'
'Prettig kennis te maken, hoe oud ben je eigenlijk?'
'Ik ben vijftien, maar ik ben sterk genoeg hoor!'
'Dat geloof ik wel, maar waarom ben je alleen?'
'Mijn moeder heb ik nooit gekend, die overleed bij mijn geboorte. En mijn vader is twee dagen geleden vermoord door twee schurken, ik moest snel wegrijden zei hij nog'
De jongen keek verbittert. 'en nu zoek ik die schurken die het gedaan hebben'

Stanley Parker keek de jongen aan. 'doe maar voorzichtig jongen, voor een tweede moord draaien ze hun hand vast niet om.' Hij dacht even na. 'Ik heb een idee.' zei Stanley.
'Als je nu eens bij mij komt werken? 't Zal echt niet slecht verdienen en ik kan je leren met wapens om te gaan.'
'wat zou ik dan moeten doen?' vroeg Robert
'longhorns vangen en opdrijven naar de steden.'
'klinkt goed, waarneer beginnen we?'

Daeron

Hoofdstuk 2


'Eerst moet je nog een uitrusting. Je moet een nieuwe revolver, nieuwe hoed en chaps. En heb je een paard?'
'natuurlijk heb ik die, hoe ben ik anders hier gekomen?'
'Natuurlijk, ik dacht er even niet aan, maar is het een goed paard, dat ook rustig is bij runderen?'
'Ik weet het niet, ik heb dat paard niet zo lang, en ik ben er nooit mee in de buurt van veel vee geweest.'
'Hoe oud is het paard?'
'best wel oud, ik denk een jaar of dertien, misschien zelfs vijftien.'
Stanley dacht even na. 'dan kunnen we misschien beter een ander paard kopen. Heb je geld?'
Robert dacht even na, zou hij vertellen hoeveel geld hij bij elkaar had? Misschien was het wel iemand die hem wilde beroven! 'Ik denk dat ik wel honderd dollar bij elkaar heb.'
'dat is niet genoeg. Ik zal wel wat geld bijleggen, ik heb ook belang bij een goed paard.'

Ze gingen naar een ranch waar volgens de barman wel een paard te koop zou zijn.
Toen ze er waren kwam er een man naar hun toe die zich voorstelde als de voorman.
'Hallo, ik ben hier de voorman, kan ik jullie helpen?'
'Stanley Parker is mijn naam, en wij willen graag een paard kopen als het kan.'
'Dat is mogelijk. Kom maar even mee naar de corral, de paarden daar zijn al zadelmak, maar nog niet afgericht.'
Ze liepen gedrieën naar de corral.
'Die zwarte daar lijkt me wel mooi'
'jongen, dat is het wildste paard dat er tussen zit. Hou jij het maar bij iets rustiger paard.'
'die daar, die lichtbruine lijkt me wel een goede, niet te druk, maar wel snel.'
'Goede keus, het is inderdaad een best rustig dier, maar wel sterk en met een eigen wil.'
'hoeveel moet hij kosten vind je?'
'nou, als je dat oudere paard er bij geeft, dan kost hij maar tachtig dollar.'
'Doe je het Robert?' vroeg Stanley.
Robert dacht even na. Zijn oude paard wegdoen was niet leuk. Maar dan hield hij genoeg geld over om andere dingen te kopen. 'Ik doe het.'
'dat is dan geregeld. Mogen we jouw zadel dan ook? Dat heeft de vorm van je paard waarschijnlijk al. Dan krijg jij er een van ons.'
Robert keek Stanley even aan. 'Dat is in orde. Is dat zadel nieuw?'
'Het is nog nooit door een paard gebruikt dus het wordt een hele nieuwe voor dat paard.'
'Kunnen we het meteen binnen even regelen? Mijn baas is er niet, dus regel ik het.'

Een half uurtje later was de koop gesloten.
'En nu de chaps en je revolver nog.'
'en een koppel met holsters.'
Ze reden naar de stad waar de winkel was en gingen naar binnen.
'kijk, dat lijken me wel goede revolvers.'
'die zijn veel te zwaar. Voel maar, een colt is veel lichter en de munitie daarvoor is bijna overal te koop.
'je hebt gelijk, deze lijkt me veel beter. En nu nog een koppel en chaps.
Ze liepen naar de plaats waar op een rek wat koppels lagen.
'Deze ziet er wel stevig uit, en niet te groot. Kijk maar eens of je hem past.'
Robert paste de koppel.
'Nee, hij zit niet zo goed. Ik probeer die ernaast even.

'Ja, deze past, en hij is niet duur.'
'Dat is maar goed ook, want er is niet veel geld meer over. Kom, we gaan kijken voor een goede hoed, en we moeten ook nog een lasso voor je hebben.
'deze hoed is mooi, stevig en zit goed. Ik neem deze.'
Stanley kwam aanlopen. 'En pas deze chaps eens, ik denk dat ze niet te groot zijn.

'Hij zit inderdaad goed, en hij is zeker niet te lang.
'kom, we gaan afrekenen.'
'U neemt een revolver merk Colt dat is zestien dollar, een hoed van vier dollar, chaps van zeven dollar en een koppel van drie dollar vijftig.'
Doe ook maar een lasso erbij, niet te lang want hij moet het nog leren.'
Een lasso van zes dollar erbij. Dat maakt dan zesendertig dollar vijftig.
'Ik betaal wel Robert, Hier, zevenendertig dollar.'
'en dan krijgt u vijftig cent terug.'

Robert en Stanley zijn weer naar buiten gekomen.
'Kom, dan gaan we naar mijn claim, we moeten nog een ranch-huis bouwen en de stallen met de corrals, maar dat komt allemaal nog wel. We hebben een wagen, drie paarden en wapens dus we reden ons wel denk ik.'
'laat ik daar maar op rekenen, maar wanneer leer je me schieten?'
'Morgenochtend leer ik je schieten. Daarna zullen we gaan werken en 's avonds kan je weer oefenen, maar je moet ook oefenen lasso werpen, dat is ook belangrijk.

Daeron

Hoofdstuk 3

'Wakker worden Bob' riep Stanley, terwijl hij zijn koppel omgespte.
'Hmm' bromde Robert toen hij wakker werd. Waar was hij? Opeens wist hij het weer, op de claim van Stanley, en vandaag zou hij leren schieten, paardrijden en lasso werpen!
Ondertussen had Stanley een vuurtje aangelegd en had hij een paar eieren gebakken, die hij de avond daarvoor nog had gekocht. 'Ha, dat ruikt goed, gaan we eten?' vroeg Robert.
'Nog even deze afbakken, en dan zijn de eieren klaar.'
'En ga je me daarna gelijk leren schieten?'
'Doe jij eens rustig,' lachte Stanley 'daar is nog genoeg tijd voor.'
'Hoe eerder ik het kan hoe beter het is, dan kan ik die rotzakken die mijn vader doodschoten een lesje leren!' Stanley keek hem aan en zei 'nooit te overhaast doen jongen,dan loopt het slecht af. Denk eerst na wat je wilt gaan doen en of je dat wel echt aankan. Die mannen hebben al heel veel schietervaring, jij moet nog lang oefenen voordat je daar aan kan tippen.
En als je geen wapens hebt moet je ook kunnen vechten. Dat leer ik je nog wel eens.'

Toen ze gegeten hadden liep Stanley naar de wagen, haalde er een paaltje uit en sloeg het vijftig meter verder in de grond. Toen timmerde hij er een plankje tegenaan en tekende met potlood een aantal cirkels op het plankje.
Hij liep naar de jongen en zei dat hij niet te dicht bij het paard moest oefenen, omdat het paard er nog niet aan gewend was. De jongen ging op dertig meter afstand van het paaltje staan en laadde zijn nieuwe revolver. Hij kreeg een aantal tips van Stanley en richtte toen.
Hij schoot, de eerste paar keer waren mis. Toen hij een kwartier geoefend had raakte hij het plankje best vaak, maar niet in het midden. Stanley zei dat het nog wel even zou duren voordat iemand die nooit had geschoten met revolver het midden kon raken. En dan nog precies in die kleinste cirkel was bijna onmogelijk, dan was je een scherpschutter!

Daarna gingen ze aan het werk. Ze haalden de huif van de kar en haalden ook alle spullen er uit. toen spanden ze de paarden in en gingen naar het bos, dat een paar mijl verder lag, vlakbij de rivier die door Stanley's claim liep.
Ze hakten voornamelijk eikenstammen omdat dat goed hout was voor het huis. Ze haalden de takken er af en legden de kale stammen op de kar. Van een paar korte stammetje maakte Stanley voor een muur een richtlijn waartussen de stammen gelegd moesten worden, op elkaar. Maar voordat dat kon, moesten ze eerst twee kanten glad maken zodat ze niet zouden gaan rollen. Het liefste drie kanten, zodat de binnenkant van het huis mooier was.
En ook moest er een gleuf worden gegraven waarin de onderste stammen moesten liggen.
Daar waren ze de verdere ochtend en middag mee bezig, tot Stanley zei dat het genoeg was.
Toen gingen ze aan de slag met het nieuwe paard, dat Robert Firefeet heeft genoemd.
Ze leerden het wennen aan Robert en aan dat Robert op zijn rug zat.
Stanley hield firefeet beet terwijl hij hem rond liet stappen, zo wende het paard een beetje.
Het paard moest ook leren stil te blijven staan als zijn baas hem stilzette, op commando te stoppen of harder te gaan. Dat wilde Stanley, die al ervaring met paarden had, bereiken door het paard te belonen als hij het goed deed, en het opnieuw doen als het fout ging. Er zouden wel weken tot maanden werk in zitten, maar dan was het wel een goed genoeg paard.
Tot die tijd zou Robert op een van de paarden van Stanley rijden.
Daarna ging Robert leren lassowerpen. Het was lastig, maar van Stanley leerde hij hoe het makkelijker zou gaan. Als hij het onder de knie zou hebben zou hij een bewegend voorwerp moeten kunnen vangen en daarna vanaf een paard een bewegend voorwerp vangen. Maar ook dat zou tijd nodig hebben. Daarna maakte Stanley het eten klaar en gingen ze eten.

Na het eten oefende Robert nog een tijdje lasso werpen, ging met firefeet lopen en ging daarna weer schieten oefenen. Het werd donkerder en Robert stopte even en ging hij weer even naar zijn paard, omdat hij vaak genoeg bij het paard wilde zijn zodat het paard goed met hem zou kunnen opschieten. Daarna ging hij weer naar de schietschijf, hij had 's middags een nieuw plankje gemaakt en had het er opgezet toen hij stopte met oefenen 's avonds.
Stanley hoorde Robert schieten, ondanks dat het helemaal donker was en hij hoorde zelfs droge tikken, als een kogel in het houten schijfje kwam. Toen hij tegen Robert zei dat het bijzonder was dat hij in het donker nog zo goed kon zien en dat Robert er zijn voordeel mee kon behalen in de toekomst, kon Robert niet bedenken waarom hij voordeel kon behalen uit het feit dat hij in het donker zo goed kon zien. Maar Stanley zei dat hij door moest oefenen en ook in het donker moest leren lasso werpen. Robert snapte niet waarom, maar zei dat hij het zou doen.

Toen Robert geoefend had met schieten en lasso werpen ging hij slapen, klaar voor de volgende dag.

Daeron

Hoofdstuk 4


De volgende dagen werkten ze samen aan het woonhuis.
Het vorderde snel, en de buitenkant was al bijna af, en dan het dak nog.
Als ze dat af zouden hebben zouden ze de binnenmuren maken.
Er zou een gang komen, met tweederde deel van het huis voor Old Rusty, en een derde van het huis voor Robert.

' één, twee, drie en tillen!' Stanley en Bob waren bezig met de laatste stammen op de muur leggen. 'even vasthouden Edwards, ik zorg dat hij goed blijft liggen' riep Old Rusty.
'Ja, goed zo, hij zit vast.'
'We mogen wel opschieten Stan, in de verte komen er al wolken aan.'
'Klopt, we moeten het dak er ook snel op leggen, want anders is ons huis gelijk nat, en dat is slecht voor de gezondheid volgens al die knappe doctoren in het oosten.'
'opschieten dan, kom op we pakken die nog even.'
Ze legden samen de laatste balken op en toen ze dat klaar hadden zei Bob: 'kom we gaan gelijk naar het bos om stammetjes te halen, hoe eerder we dat gedaan hebben hoe beter.'
'je hebt gelijk, we kunnen beter meteen vertrekken, span je Browny even in? Dan doe ik David wel even.'
Een kwartiertje later waren ze op weg naar het bos. 'Húúú, vooruit David, doe je best Browny.'
'Zeg Stan, geef mij anders de bijl even mee, dan rij ik vooruit met Firefeet en kap ik al wat stammetjes.' 'Is goed, ik pak hem even, dan zijn we sneller klaar als jij er al wat klaar hebt.'
Stanley pakte de bijl en gaf hem aan Robert. 'Succes en doe voorzichtig!'
'Come on Firefeet, Galop!' De bomen kwamen dichterbij met de seconde.
Tien meter voor de bomen hield Bob Firefeet in. 'hóóó maar jongen.' En hij klopte zijn paard op de hals. 'kom op, ga maar weer.' Zei Robert en hij liet Firefeet stapvoets het bos in stappen. Toen hij een stuk het bos in was gereden liet hij het paard stoppen en maakte het vast aan een boom. Hij keek naar de jonge stammetjes en begon te hakken.
Toen hij er een stuk op dertig had vond hij het genoeg en begon ze voorzichtig door midden te kloven, zodat er één platte kant en één bolle kant was.
Toen hij op de helft van de stammetjes was kwam Stanley er aan met de wagen.
'Jongen, ik ga er nog wat hakken want dat zijn er lang niet genoeg.'
'Nog niet genoeg? En het zijn er wel dertig!'
'dertig ja, maar het huis is vier bij acht. Dan nemen we een schuin dak, met op het midden een verschil van een meter met het dak en bovenste balk van de muur. Dus de helft van het dak is vier meter keer vier komma een of komma twee. Dus die balkjes zijn een meter vijftig, maar het dak mag wel een halve meter uitsteken. En doorsnede van tien centimeter, dus je hebt per kant honderd twintig halve balkjes nodig. Dus ik moet er nog hoeveel hakken?'
'ik had er maar dertig, ik dacht dat het genoeg was.' Zei Bob verbaast.
'Dat was dus niet genoeg. Dan ga ik er nog een voorraad hakken, en die leggen we op de wagen. Die splijten we thuis wel.'

Pas aan het einde van de middag hadden ze genoeg balkjes bij elkaar.
'Kom, we gaan naar huis, daar leggen we eerst het zeil van de wagen op het dak en dan gaan we de balkjes splijten, die we daarna weer op het dak leggen.
'Da's goed, ik rij alvast naar huis, leg het zeil klaar en ik ruim de rotzooi die er ligt ook even op. Robert reed naar huis, ruimde een beetje op en legde het zeil al klaar.
In de ochtend hadden ze het 'geraamte' al neergezet, daar moest het zeil op vastgemaakt worden en later de balkjes er op gespijkerd.
Een halfuurtje tot een uur later kwam Stanley met de wagen thuis en gelijk begonnen ze met het zeil op het dak leggen. Het was een lastig stukje werk, maar na een aantal mislukkingen hadden ze het eindelijk voor elkaar.
'Zo, dat hebben we dan af. Nu gaan we de andere balkjes splijten.' Zei Stanley
'Ik hoop dat we het vandaag nog af hebben.' Zei Robert al lopend naar de wagen.
'Dat kan je wel vergeten. Hier, pak aan.' Zei Stanley en hij gaf een paar balkjes aan Bob.
Toen ze weer binnen waren begonnen ze de balkjes te splijten.
Daar waren ze de een uurtje mee bezig toen Stanley begon met koken.
Ondertussen ging Robert verder met splijten. Daarna gingen ze eten en ging Robert, net als de vorige avonden, weer oefenen met lassowerpen, ze trainden samen nog Firefeet, en daarna ging hij weer oefenen met schieten. Daarna besloten ze te gaan slapen, want de volgende ochtend zouden ze er op tijd uit moeten, zodra het licht zou zijn want het dak kon alleen bij licht gemaakt worden...

Daeron

Hoofdstuk 5

De volgende dag waren ze al vroeg op. Ze zouden de balkjes op het dak gaan leggen en dat was goed ook, want de donkere wolken kwamen al dichterbij. Ze begonnen gelijk toen ze wakker werden, het zeil lag er al op en ze hoefden alleen de balkjes er nog op te spijkeren.
Ze hadden de ene kant van het dak af toen ze gingen eten. Stanley voerde de paarden ook meteen en dat was maar goed ook, want toen ze weer wilden beginnen bleek dat er wel erg weinig spijkers waren. Robert zei dat hij wel even naar de stad zou gaan, in de general store zouden ze wel spijkers hebben, dacht hij. Een kwartiertje later vertrok hij op Browny.

Toen hij aankwam in de stad zag hij twee mensen die ruzie hadden. Ze stonden voor de saloon en aan het geluid te horen waren ze het zeker niet eens met elkaar.
Robert bleef kijken, terwijl hij op het paard bleef zitten. De mannen bleven schreeuwen tegen elkaar en er kwamen al snel meer mensen kijken. 'Ik zeg het nog een keer Ross, laat me er door!' de man die Ross bleek te heten zei terug: 'nooit, we moeten dit uitvechten.'
'Dus jij wil vechten? Dat kan hoor, maar je moet niet boos worden als je verliest.'
'Kom dan,' riep Ross naar de andere man. 'Ik sla je helemaal in elkaar!' De twee mannen begonnen te vechten en algauw riepen de mensen kreten als 'Sla hem op z'n smoelwerk Ross' of 'Je kan hem hebben Jim.' De man die Jim heette bleek sterker te zijn, maar toen zag Robert wat niemand zag, Ross haalde een mes uit zijn vest, een licht soort mes, maar dat je niet graag in je vest zou hebben. Hij had dus al voordat hij ging vechten het plan gehad een mes te gaan gebruiken!
Robert dreef opeens zijn paard naar voren en liet het stoppen tussen de twee vechtersbazen, die even uit elkaar waren gegaan om op adem te komen, en Ross om eigenlijk het mes te pakken. 'Stoppen met vechten mannen,' zei Robert 'Met de blote vuist kan je niet veel tegen dat mes dat Ross daar beetpakt.' Betrapt liep Ross opeens zijn hand hangen, alsof hij wilde laten zien dat hij niets in zijn hand had. Maar het was al te laat, de mensen hadden duidelijk gezien hij zijn hand in zijn jasje was gegaan en nu begrepen ze dat hij geen last van zijn adem of hart had, maar dat hij een mes wilde pakken. 'Dit had ik niet van je verwacht Ross, ik dacht dat je wel eerlijker was.' Zei een man die Ross had aangemoedigd. 'Ik had het ook niet gedacht.' Riep een andere man. Met veel geroezemoes liepen de mensen de saloon binnen.
Ook Jim, maar Ross liep naar zijn paard. Hij had geen zin in al die preken van de mensen dat hij oneerlijk vocht.

Robert liep even naar binnen en bestelde een glas water. 'Lust je geen eens whisky? Of op zijn minst toch bier?' 'Ik blijf toch liever nuchter, als er iets gebeurt kan ik me beter coördineren.' 'Hij heeft gelijk Charles, jij zag niet dat Ross een mes had.'
'Ach, hoe toch je mond.' Zei Charles. Gelach weerklonk. Opeens werd Bob op zijn schouder getikt. Zonder dat hij het zelf doorhad deed hij terwijl hij zich omdraaide een stap opzij.
'Je hoeft voor mij niet bang te zijn hoor, ik wilde je alleen maar bedanken.' Zei Jim lachend.
'Ik ben niet bang hoor, alleen voorzichtig. En ik denk dat jij het ook gezegd zou hebben als twee mannen ruzie hadden en er een vals speelde.' 'Ik denk het ook.' En toen vroeg hij opeens 'Hoe heet jij eigenlijk? En waar woon je?' Robert dacht na, een naam voor de ranch hadden ze niet die moesten ze nog bedenken! 'Ik heet Robert en ik kom van de claim van Parker.'
'Zoeken jullie nog personeel? Dan houd ik me aanbevolen.' Zei Jim.
'Ik zal het er met Stanley over hebben, hij is de baas namelijk.' Jim was tevreden met dat antwoord en zei 'kom, dan gaan we aan een tafeltje zitten.' Robert antwoordde dat hij geen tijd had, omdat het dak voor de middag klaar moest zijn. 'oké, maar ik neem nog een whisky, dat heb ik wel verdient. Ik was bijna uitgedroogd vanochtend toen we er eindelijk waren.'
'Nu is het nog droog ja, maar daarom heb ik haast, het dak moet af voordat het regent.'
'Is goed, ik spreek je later nog wel eens!' 'Dat denk ik ook. Maar nu ga ik echt. Tot ziens!'

Daarna ging Robert naar de winkel en kocht een kilo spijkers, dan hoefden ze die in ieder geval voorlopig niet meer te kopen.
Toen hij daarna weer op de ranch kwam riep Stanley hem gelijk toe dat hij haast moest maken, ze hadden niet veel tijd meer volgens hem. En hij had gelijk, ze waren nog maar tien minuten klaar of het begon te stortregenen. Gelukkig hadden ze in die tien minuten alle dingen binnen neergelegd, zodat ze droog zouden blijven. En dat was nodig geweest want die twintig meter die ze nog moesten voordat ze binnen waren, waren ze al nat.
Ze trokken snel droge kleren aan en toen vroeg Robert aan Stanley: 'Hoe heet deze ranch eigenlijk? Want we hebben er geen naam voor.'
'Daar vraag je me iets, ik had er niet eens aan gedacht.' Stanley dacht na. 'Ik zou het echt niet weten, misschien komen we op een idee als we aan het werk zijn met de longhorns.'
'Is het geen goed idee om ook paarden te gaan fokken? Over twee jaar is alle grond in de buurt weg en komen er weer grote karavanen. Dan kan je met goede paarden denk ik wel veel geld verdienen.' Robert dacht even na. 'Als je nu eens acht paarden koopt, vier oudere paarden die goed zijn voor de fok, en vier jonge paarden die we gaan africhten om voor een kar te lopen. Die jonge paarden kosten nu misschien honderd tot honderd vijftig dollar per stuk, maar over twee jaar als ze afgericht zijn wil iedereen ze kopen. Dan kunnen ze wel vierhonderd dollar per stuk opleveren. En die oudere paarden, ik zeg oudere, maar nu moeten ze iets van tien jaar zijn, kan je dan ook verkopen. En als die een veulen hebben, kan je die ook africhten en weer doorverkopen. Als het naar het oosten toe steeds dichter bevolkt gaat worden komen er ieder jaar weer honderden richting het westen.'
'Dat kan wel zo zijn, maar waar halen we het geld vandaan?'
'ik dacht als we een aantal longhorns vangen, een stuk of vijftig, kunnen we die verkopen. Die leveren genoeg op om acht paarden te kopen.'
'Met z'n tweeën kan je geen vijftig koeien opdrijven naar de steden, dan moet je minstens met zijn drieën zijn het liefst met zijn vieren of vijven. En hoe oostelijker je gaat, hoe meer de koeien waard zijn. Dus in Middletown, de stad die voor deze stad ligt, zijn ze al meer waard.
En daar kan je ook genoeg paarden vinden, die ranches die daar staan zijn al een jaar of tien oud, en die hebben dus al wat paarden kunnen fokken, of uit het oosten laten komen.'
'In de stad heb ik een man ontmoet, Jim heet hij, en die zou wel willen werken bij ons en hij is sterk genoeg, is eerlijk genoeg lijkt mij en is net aangekomen uit de steden in het oosten.'
'We kunnen het proberen met die Jim, waar is hij?' 'Toen ik hem sprak was hij in de saloon en het zag er uit alsof hij wel even zou blijven. En met die regen zijn ze vast niet naar buiten gegaan.'
'Ze? Ik dacht dat je het over een persoon had?' 'er was weer een karavaan aan gekomen. Niet zo'n grote, maar met toch ruim twintig man in de saloon.'
'Dan kunnen we eventueel dus nog een vierde man zoeken? Het klinkt in ieder geval goed. Als het droog is rijden we even naar de stad.'

Daeron

Hoofdstuk 6


Toen de regen was opgehouden besloten Stanley en Robert naar de stad te gaan.
Na de rit, die te lang naar de zin van Robert duurde, kwamen ze in de stad aan.
Ze waren niet de enigen. Aan de andere kant van de straat kwam Ross aanrijden.
'Kijk, dat is die oneerlijke kerel waarvan ik je vertelde.' Siste Bob Stanley toe.
Hij reed verder, maar Ross herkende hem al. 'mag het kindje met pappie mee?' vroeg hij kleinerend. 'Durft Rustling Ross nog in de stad te komen? Als ik die naam aan anderen vertel word je gelyncht, het is maar dat je het weet.'
Ross wist even niet wat hij moest zeggen. Die jongen was niet op zijn mondje gevallen!
'Wil je vechten ofzo?' Robert lachte 'Vechten met zo'n vals iemand? Echt niet, ik heb geen zin in een mes tussen mijn ribben.'
'En als ik mijn wapen weggooi dan?' Ross wilde zorgen dat de mensen hem niet meer als valsspeler zagen. Zo kreeg hij nooit een kans in deze stad!
Robert keek even naar Stanley. 'Zou ik het doen?' Stanley dacht even na. 'nee, doe maar niet, hij is wel sterk en jij bent maar een jongen. Hij is een ervaren vechtersbaas, die kan je nog niet aan.'
Robert zei daarom tegen Ross: 'Kan meneer alleen nog maar met mensen vechten die jonger zijn? Wat een held zeg.' Old Rusty en Bob liepen naar binnen. 'een whisky en een glas bier verdunt met water.' Riep Stanley naar de barkeeper. 'En waar is nu die Jim van jouw?'
Robert keek even rond bij het tafeltje in de hoek bleven zijn ogen rusten. 'volgens mij zit hij daar, bij die kaartspelers.' Zijn ze aan het pokeren? Want dan doe ik een paar potjes mee.'
'Ik zou niet weten, maar moet je niet eerst met Jim praten?'
Stanley dacht even na. Misschien is het wel beter, als hij dan weg gaat hebben we hem in ieder geval gesproken.' Ze liepen met z'n tweeën naar het tafeltje toe.
'Hé, daar heb je die jongen van vanmiddag weer.' Zei een van de mannen. Gelijk keek Jim om. 'Goeie avond Robert. En u ook goeie avond.' Zei Jim.
'Stanley Parker is de naam.' Zei Stanley terwijl hij zijn hand uitstak. 'prettig kennis te maken met u.' een man stootte Jim aan. 'jouw beurt,' zei hij.

Een paar minuten later stopte Jim met pokeren.
'Zeg Jim, kunnen we je even spreken?' vroeg Stanley.
'Is goed, zullen ze aan de bar gaan staan? Daar staat nu toch niemand.'
Ze liepen naar de bar. 'Wat willen jullie drinken? Vroeg Jim.' Robert dankte af maar Stanley zei: 'Ja, lekker doe mij maar een whisky.'
Toen de glazen gevuld waren begon Stanley te vragen.
'Hoe heet je, hoe oud ben je en wat was je vorige baantje?'
'Jim Wessels, vierentwintig jaren oud en ik was een knecht bij een boer honderd mijl naar het oosten.' Stanley was niet tevreden. 'En waarom ben je daar weggegaan?'
'Niet avontuurlijk genoeg, en ik werk liever op het open land dan op een akker of in een stal.'
'En heb je een paard? En kan je overweg met een lasso?' 'Een paard heb ik, maar lasso werpen kan ik niet.' Stanley dacht even na. 'Dat kan je nog leren.'
'Mag ik hieruit opmaken dat ik word aangenomen?' vroeg Jim. 'Aannemen? Wie had het hier over werk dan?' Jim lachte. 'Je stel die vragen niet voor niets. Je zoekt blijkbaar personeel.'
'Je hebt gelijk. Ga je akkoord?' Jim ging akkoord en ze regelden nog wat geldzaken, werktijden slaapplaats en dergelijke.

Toen ze weer naar de ranch terug gingen was het al laat.
'We moeten morgen gelijk maar een omheining bouwen, dan kunnen we daarna al met het werk beginnen, vind je niet?' vroeg Stanley 'Wat mij betreft is het in orde, zei Robert.
'Waar wil je dan een omheining bouwen.' Vroeg Jim.
'Enkele meters van de Gold Creek af, dan kunnen we een sleuf graven van zo'n twintig centimeter diep die de dieren dan van water voorziet. Aangezien het een riviertje is dat op ons land ontspringt, zal er zelfs bij grote droogte niet veel van het waterpeil veranderen. Op die manier maakt het niet uit of je een sleuf van twintig op tachtig centimeter diep graaft, er blijft toch water in stromen.'
'Je hebt er verstand van zo te horen, ik zou niet op het idee gekomen zijn.' Zei Jim
Robert lachte. 'In die paar dagen dat ik hem ken heb ik al gemerkt dat hij genoeg inzicht heeft in bouwen en waarschijnlijk ook in vee onderhouden.'
'zeg, heet die rivier op jullie land dus de Gold Creek?'
'Ja, hoezo wil je dat weten?' antwoordde Robert. 'Jullie hadden toch nog geen naam voor jullie ranch? Je kan hem bijvoorbeeld Gold Creek-ranch noemen.'
'Goed idee, dat ik er zelf niet op was gekomen.' Zei Robert enthousiast.
'Helemaal mee eens. En nu nog een brandmerk.'
'Zullen we die thuis dan maar maken? Dan kan je hem tekenen.' Opperde Robert.
'Doen we, vooruit jongens, wie er als eerste is!'

Toen ze thuiskwamen begonnen ze allerlei mogelijkheden door te nemen, met letters, letters door elkaar en nog veel meer manieren. Maar geen van die manieren was goed genoeg.
Een letter kon een veedief er zo bij doen, of een deel van een letter.
Toen kwam Robert op een idee: 'kijk, als we nu gewoon de G en de C nemen, dat is niet moeilijk. Maar dan laten we door de C twee golfjes lopen. Ik zal het even tekenen.'
Robert tekende het en maakt een mooie
GC met door de C twee kleine golfjes.

'Het ziet er goed uit, ik denk dat je het moeilijk ongedaan kunt maken.'
'lijk mij ook, het zal wel een rotwerk zijn om ongedaan te maken dus beginnen ze er niet aan.' Vond Stanley. 'We zullen het morgen voor de zekerheid maar laten registreren, lang niet alle ranchers doen het maar als wij het doen, zal niemand kunnen beweren dat het vee van hem of haar is.'
Daar waren ze het allemaal mee eens en ze besloten voor die dag wel genoeg gedaan te hebben. Jim sliep ook in het huis, voor hem zou er een aparte kamer komen

Daeron

Hoofdstuk 7

'Kom, we gaan die omheining maken. Als jij Jim nu met mij naar de stad gaat en planken kopen, want het is nutteloos om dagen bezig te zijn met zelf planken maken.
En jij Robert, jij kunt alvast een geul gaan graven.'
Ze hadden net ontbeten en zaten te overleggen wat ze zouden gaan doen.
'Wat mij betreft is het goed, en wat vind jij Bob?'
'Helemaal met jullie eens, ik kan dat best wel alleen, ik ben sterk genoeg om zonder jullie hulp iets te doen.'
Stanley en Jim lachten. 'Als je maar voorzichtig doet, mag je van mij hoor maar doe geen domme dingen, wees voorzichtig met vreemd volk.'
Robert vond dat soort raadgevingen niet nodig. Hij was toch geen kind meer!
Jim en Stanley gingen de paarden voor de kar spannen terwijl Robert Firefeet opzadelde.
Firefeet moest nog veel leren, maar er kon al wel op gereden worden en het was wel verstandig om een paard in de buurt te hebben.

Een kwartier later was het huis stil en waren alle mensen vertrokken. Jim en Stanley waren naar de stad en Bob was naar de rivier, om een geul te graven.
Hij was daar in z'n eentje bezig en het viel toch wel tegen, dat graven in die natte klei.
Maar hij zou zich niet laten kennen, hij zou het af hebben voordat Jim en Stanley terug waren.
Hij ging hard door en hoewel het moeite koste, kreeg hij het voor de middag af.
Hij rechte zijn rug en praatte tegen zijn paard. 'dat hebben we ook weer af Firefeet, we gaan weer naar het woonhuis toe.' Het paard brieste, alsof het begreep wat er gezegd werd.
Robert reed naar huis toe en begon met het bij elkaar zoeken van de spullen die ze nodig zouden hebben. 'Zo, dat heb ik bij elkaar gezocht. Even denken wat ik eens zou gaan doen.'
Bob praatte in zichzelf, een duidelijk teken dat hij zich nog niet helemaal op zijn gemak voelde als hij alleen was.
Robert begon Firefeet te trainen. Hij deed het halster om, maakte er een touw aan vast en ging met de volle lengte van het touw van het paard af. Toen floot hij op zijn vingers en trok tegelijk aan het touw. Toen Firefeet bij hem kwam, gaf hij het dier een klopje op de nek.
Hij herhaalde het een aantal keer met afwisselende beloningen. Het paard vond het zo leuk om beloond te worden, niet eens persé met voedsel, maar ook met aaien op iets dergelijks, dat het al kwam zonder dat Bob aan het touw trok. Na een tijdje stopte Robert met dit truckje aanleren, steeds hetzelfde aanleren vinden paarden, net als mensen niet leuk
Toen Robert naar binnen liep, gaf hij Firefeet een klap achter zijn been, het voorbeen. Firefeet schoot er vandoor met ongelooflijke snelheid omdat er geen ruiter op zijn rug zat. Na vijf minuten keerde het dier terug naar de inmiddels ongeruste Bob. Die was verbaast over de reactie van het dier op dat klapje, waar je nauwelijks bij kon, en probeerde het nog eens. Weer schoot het dier weg en kwam het na een aantal minuten terug. 'Dit is handig, als ik meer van dat soort dingen aan hem leer, kan ik dat dier gewoon laten doen wat ik wil, ook als ik er niet op zit. Hij ging binnen wat eten, alleen want met een beladen kar duurde een tocht uit de stad lang genoeg om de middag ook weg te blijven en had wachten op Jim en Stanley geen zin.

Toen hij aan het eten was werd hij opeens opgeschrikt door het geluid van galoperende paarden. Hij sprong op, pakte de buks en controleerde op die geladen was. Zijn revolver was altijd geladen, en die had hij ook de hele dag bij zich.
Terwijl hij naar buiten rende, pakte hij het geweer beter vast. Bij de deur remde hij af, hij liep rustig naar buiten. Daar stond een man die hij nog nooit had gezien. Of toch wel?
Hij vroeg uiterlijk rustig, maar met een bonzend hart:'Wat moet dat hier?'
'Geef me een paard. Je krijgt deze er voor terug, en wat geld.'
Robert dacht na. Waarom had die kerel een paard nodig? 'En waarom zou ik er een geven?'
De man keek Bob aan. 'Geef me een paard, nu direct of ik schiet je verrot!' de man werd steeds zenuwachtiger. 'En leg dat geweer u neer!' Robert gehoorzaamde de man maar, aangezien die al een revolver op hem gericht had. Terwijl hij door z'n knieën boog bereide hij zich voor op een rol vooruit, waarbij hij zijn revolver zou trekken. Hij wist dat hij het kon, hij had altijd dat truckje geoefend omdat hij toen hij klein was dacht dat het wel eens handig zou zijn. En dat was uitgekomen. Hij spande zijn spieren en met een sprong vooruit rolde hij om en trok zijn revolver. Hij schoot één keer in de lucht. En toen begreep de man op het paard dat deze jongen, al zag hij er ongevaarlijk uit, gevaarlijker was als de meeste mannen. Deze jongen was niet bang, ook niet voor een scherpschutter. En dat was de man. Met een geweer schoot hij alles raak wat hij wilde raken. En daar was tot nu toe iedereen bang voor geweest. Tot in de stad toen hij met zijn maten de winkel beroofde er twee mannen aan kwamen rennen. Een oudere en een jonge man. De oudere schoot met een geweer, dat hij droeg alsof het een luciferdoosje was zo licht, het geweer dat hij, de wachtpost richtte op die jonge kerel die er naast die oude man aan kwam rennen uit zijn handen. Als ervaren misdadiger bleef hij natuurlijk niet wachten en hij liet zijn paard op het hardst rennen, totdat het niet meer kon en hij een ranch op moest zoeken om van paard te wisselen.
'Verdwijn en laat ik je nooit meer zien, anders schiet ik gelijk!'
De man gehoorzaamde maar, tegen zo iemand kon hij niets beginnen.

Een paar uur later kwamen Stanley en Jim terug, met de planken waar ze voor weg gingen.
'Je raad nooit wat er in de stad gebeurde, een uurtje voor etenstijd.'
'Wat gebeurde er dan?' vroeg Robert nieuwsgierig.
'een overval op de winkel, met drie mannen. Twee waren binnen en een stond er op de uitkijk. Wij renden er op af en toen de wachtpost op mij wilde schieten, schoot Stanley het geweer uit de handen van die kerel. Die man kon vluchtten, de andere twee hebben we te pakken gekregen in de gevangenis gegooid.'
Robert dacht na. Die klopte precies, wie anders dan een schurk op de vlucht had een vers paard nodig? 'En had die man die kon vluchten soms zwarte kleren aan, en ook een zwarte hoed? En met een donkerbruin paard?'
'Hoe weet jij dat?' vroeg Jim stomverbaasd.
Toen ik zat te eten kwam die gast hier vragen voor een paard. Toen ik niet snel genoeg reageerde trok hij zijn revolver. Ik heb mijn revolver ook getrokken en daar ging hij wel voor weg.'
'Hoe heb je dat nou weer gedaan, en hoe zag dat paard er uit?'
'Ik rolde naar voren en hij rekende daar niet op en toen kon ik mijn revolver trekken. En het paard zag er vermoeit uit, dat bedoelde je toch Stanley?'
'Inderdaad bedoelde ik dat. Maakt trouwens niet uit. Ik ga er niet achter aan, dat doet de state marshall wel.
'inderdaad, wij twee hebben er al een paar achter slot en grendel gezet en ik ga niet achter nummer drie aanjagen.
'Dat zou ik ook niet doen, hij krijgt er voor betaald en wij niet.'
'Tenzij hij gezocht word. Ik had mijn lasso om hem heen moeten gooien toen hij wegreed, zijn paard kon niet hard meer en dan kan ik wel goed mikken.'
'doe jij maar voorzichtig Bob, dat kan veel te gevaarlijk zijn. Kom, we gaan nog even de muren in huis zetten, we hebben genoeg houten planken meegebracht.'

Daeron

Hoofdstuk 8

'Rijden Robert, rijd voor je leven! Stop voor niets en niemand!' Robert hoorde vader roepen.
'Vader!' Riep Robert. 'Vader!'
Robert Vertrok op een van de paarden, vader had de andere voor de kar gelaten.
Er kwamen mannen aan die er niet mensvriendelijk uitzagen, had vader gezegd.
Door de verrekijker had vader heel de tijd gekeken.
Robert keek ook door de kijker. Twee mannen, en één daarvan in zwarte kleren!

Robert werd met een schok wakker. Nu wist hij waar hij die man eerder gezien had, door de verrekijker. En die man was in de middag op het erf geweest. Wat speet het hem nu dat hij niet geschoten had...
Hij moest die twee andere mannen ook zien of daar de andere dader tussen zat.
Hij besloot als Stanley wakker was te vragen of ze naar de stad gingen.
Daarna besloot hij weer te gaan slapen, aan wakker blijven had hij niets.

Toen hij weer wakker werd waren Stanley en Jim al wakker.
'Môgge slaapkop' zei Jim.
'ook goedemorgen Jim, en jij ook Stanley' antwoordde de slaapkop in kwestie.
'Zeg Stan, gaan we nog naar de stad?' Robert dacht dat als hij het meteen vroeg, dan had hij in ieder geval zekerheid! 'Waarom zouden we?' vroeg Stanley verbaast.
'Omdat ik weer weet waar ik die man van gisteren eerder gezien heb.'
'Wat zeg je?' Stanley was opgesprongen.
'Dat ik die man eerder heb gezien.'
'Waar dan? Dan kunnen we het aan de marshal vertellen.'
'Hij was een van de moordenaars.'
'O. Sorry, het spijt me voor je.'
'Wat spijt je?' vroeg Robert verbaast.
'Dat we hem niet te pakken kregen.' Antwoordde Stanley.
'Maar we gaan gelijk naar de stad. Jim kan wel hier blijven.'
Gelijk gingen Bob en Old Rusty naar de stad.
'Ik hoop dat de andere man daar in die gevangenis zit.' zei Bob.
'Reken daar maar niet al te veel op, de sterkste schurken blijven het langst uit de handen van de wet.'

Toen ze de stad inreden stonden er wat mensen bij de gevangenis.
'Mogen we er even langs?' vroeg Stanley.
Gelijk weken de mensen opzij, dat was die man die de schurken had overmeesterd!
Robert liep achter Stanley. 'Kijk maar Bob, is hij het?'
Robert dacht na. De man die aan was komen rijden had een breder figuur.
'Nee, hij zit hier niet tussen.'
Stanley was opgelucht. 'Mooi, jij bent er nog niet klaar voor.'
'Zo, ik het kereltje er nog niet klaar voor.' Vroeg een grote man spottend.
'Ik vroeg jouw niets, bemoei je er dan ook niet mee.' Antwoordde Stanley boos.
Hij wilde niet beledigt worden, en deze jongen die hij een week in bescherming had mocht ook niet beledigt worden.
Opeens greep de kerel Stanley bij de arm. Wat de mensen toen zagen gebeuren hadden ze nooit verwacht van zo'n man van middelbare leeftijd tegen die krachtpatser.
Stanley sprong omhoog, de arm als steuntje gebruikend. Zijn knie raakte de man al voordat die iets doorhad. Het hoofd van de geraakte man schoot naar achteren, en de man verloor zijn evenwicht. 'Wil je nog steeds vechten?' vroeg Stanley.
De man sprong overeind en wild op Stanley gaan inslaan. Maar voordat dat kon had Stanley de arm van die man al gepakt, doorgedraaid en stak toen zijn been uit, zodat de man viel.
Na nog een paar aanvallen, die iedere keer handig werden geblokkeerd, vond de man het niet leuk meer. Hij stapte naar achteren, trok een mes en wilde steken, omdat hij dat het veiligst achtte. Hij had gelijk gehad als het een gewone tegenstander geweest was, maar bij Old Rusty werkte het dus anders. Op het moment dat de man toestak, stapte Stanley opzij, en greep bliksemsnel met de hand die het verste van het mes af was de pols van de man, met de andere hand sloeg hij de kerel in het gezicht en op een manier die niemand zag lag de man ineens op de grond, terwijl Stanley een armklem maakte en het mes uit de handen van de man wrong.
Hij boog even naar het hoofd van de man en zei: 'Flik zulke geintjes niet meer, de volgende keer breek ik je arm en moet je je biefstuk anders opeten. En dat is lastig hoor, zonder tanden.'
De man had ook wel door dat tegen die ouwe niet te vechten viel. Hij verdween als een hond met de staart tussen de poten.
Stanley klopte het stof van zijn kleren en zei tegen Robert: 'Kom, we gaan nog even naar de saloon en daarna gaan we Jim helpen met die omheining.'
Bob knikte maar. Wie had kunnen denken dat Stanley zo goed kon vechten? Hij in ieder geval niet. Jim zag er veel sterker uit, maar na dit gezien te hebben wist hij zeker dat Stanley iedere vechtpartij kon winnen. 'Waar heb jij zo leren vechten?' vroeg hij.
'Dat vertel ik je vanavond wel, dan vertel ik alles van mijn kleuterjaren tot nu.'

In de saloon bestelden ze nog een bier en een whisky en dronken het op.
Kom we gaan weer, Jim kan in zijn eentje niet zo snel werken als met z'n drieën.'
Ze stapten op de paarden en reden naar huis. 'We zullen in de toekomst ook maar eens kennis gaan maken met de buren, een goed stel vrienden is zeker niet onhandig.'
Daar was Bob het mee eens.
'Daar is de ranch al.' Robert wees in de verte.
'ik geloof je maar, ik heb niet zulke goede ogen als jij, ik wordt ook al een dagje ouder.'
'Maar je versloeg toch die kerel met gemak.' Zei Bob bewonderend.
'Geloof me of niet, er zijn mensen die nog beter kunnen vechten. Maar daarvoor moet je naar Japan of China gaan, daar zijn de beste vechtsporten. Maar goed vechten is niet het belangrijkste, een goed paard is hier veel belangrijker.'
Robert begreep dat Stanley niets meer zou loslaten voor de avond en vroeg dus niet meer.

De rest van de ochtend en middag maakten ze omheiningen voor de runderen, die ze binnenkort zouden gaan vangen.
'Kom Firefeet, we gaan nog even oefenen met kunstjes.' Bob ging met zijn paard oefenen, terwijl Stanley het avondeten klaarmaakte en Jim in zijn kamertje was, bezig met een bed timmeren. 'Zo Firefeet, ik ben benieuwd wat Stanley ons allemaal te vertellen heeft.'
Robert praatte tegen het paard. Het paard begreep niet waar mensen het over hadden, maar Robert had geleerd dat paarden rustiger zijn als je rustig tegen ze praat.
Na een half uurtje riep Stanley dat het eten klaar was.
'Braaf beest hoor, ik ga nu eten, jij mag lekker grazen.'
Toen hij het paard aan een touw had gezet zodat het niet weg zou lopen ging hij eten.
Tijdens het eten was hij als eerste klaar, zo benieuwd was hij naar het verhaal van Stanley.
Na een tijdje was ook Stanley klaar, evenals Jim.
Zo, even opruimen en dan vertel ik jullie mijn levensverhaal.
Toen ze de spullen hadden opgeruimd ging Stanley er lekker voor zitten, het was een lang verhaal...

Daeron

Hoofdstuk 9

'Ik ben van Engelse afkomst, al ben ik daar niet opgegroeid.' Zo begon Stanley het verhaal.
Stanley was geboren in Engeland, de stand York. Toen hij vier werd, kreeg zijn vader de benoeming tot gouverneur. De plaats waar Parker gouverneur werd, was in Afrika.
Daar ging het de kolonie die onder zijn bestuur lag goed. Zijn zoontje groeide op, en drie jaar later kreeg hij het voorstel om gouverneur te worden in China. Toen Stanley acht jaar oud was, woonden ze net in China waar zijn vader gouverneur van een stadje was.
En daar begon het voor Stanley. Iedere dag als hij uit school kwam, werd hij bedreigd door een stel jongens, ook van Britse afkomst. Hij vertelde het aan zijn vader, en die werd er ontzettend boos om. Stanley moest eens voor zichzelf opkomen! Hij moest zijn vader niet alles laten regelen, maar zelf die jongens eens aanpakken.
Daarom besloot meneer Parker een privé leraar in de vechtsport Kung Fu.
Daar werd Stanley in getraind, en toen hij tien jaar was had hij de sport al aardig onder de knie. Maar dat wisten de andere jongens niet, omdat hij altijd gelijk naar huis gegaan was om te trainen. Maar vanaf die dag ging hij weer spelen, met kinderen die niet de baas wilden spelen. Toen de jongens die hem altijd pesten ontdekten dat hij met regelmaat met andere kinderen ging spelen, besloten ze hem weer eens in elkaar te slaan. Het was niet nodig, maar de jongens vonden het leuk om iemand in hun macht te hebben. Toen Stanley dus op een dag uit school kwam, werd hij gelijk achtervolgd door de vier jongens, die allemaal iets groter waren. De jongens hadden allemaal stokken in hun handen. Maar Stanley was ook niet gek. Bij Kung Fu leer je ook met een staf of stok te vechten en hij zocht dus een stok. Hij vond er geen, en liep dus verder omdat hij een voorsprong wilde behouden. Toen hij bij de speelplaats aankwam, waren zijn vrienden daar al aan het spelen. Ze speelden riddertje, en hadden dus allemaal stokken. Ze hadden ook speren, stokken van ongeveer één meter vijftig lang, en Stanley greep er gelijk een van. Z'n maatjes keken verbaast, een zwaard kon je makkelijker bewegen en waren dus het geliefdst. En er lag nog een houten zwaard ook. Maar toen een minuut later de pestkoppen er aan kwamen begrepen ze het, en niemand gaf Stanley een kans maar hem helpen was te gevaarlijk, dan sloegen ze jouw ook in elkaar!
De pestkoppen kwamen dichterbij en opeens kwam de kleine Stanley in actie. Hij bracht al zijn geleerde technieken in de praktijk. En na ongeveer twintig seconden had hij er drie ontwapend, en de andere had zelfs klappen gekregen. En toen gooide hij het speer weg, en begon met trappen en slaan te vechten. Omdat hij twee jaar lang dag in dag uit geoefend had, kon hij wel tegen drie mensen tegelijk op. Hij vocht als een leeuw, en toen de vrienden van hem zagen dat die vier pestkoppen geen kans maakten, vielen ze als een man aan.
De pestkoppen werden in elkaar geslagen, en durfden niet meer een van die kinderen te pesten, omdat die niet bang meer waren. Later gaf Stanley toe dat hij het niet had gered zonder die kinderen, omdat hij het geen kwartier vol kon houden tegen vier jongens.

Toen hij elf was, werd zijn vader als ambassadeur aangesteld in Japan.
Daar had hij geen vrienden, hoewel hij niet gepest werd. Hij had door dat ook Japan goede vechtsporten had, zoals karate, juijitsu en ninjutsu. Op school liet hij zich niet pesten, met Kung Fu kon hij de meeste jongens we de baas. Alle vrije tijd die hij had stopte hij in de vechtsporten. Zijn vader vond het nutteloos, maar toen Stanley dertien was bleek het toch niet voor niets te zijn.

'Drie mannen staan vlakbij de villa van de ambassadeur. Ze hebben het arm, net als een groot deel van de stad, en willen geld hebben. En zij weten hoe het moet, gewoon een ambassadeurs kindje ontvoeren. Chi Ling, een chinees, had het van zijn neef gehoord en had twee mannen gevonden die mee wilden doen. En nu stonden ze voor de villa. De ambassadeur van Engeland had twee kinderen, een jongen van dertien en een dochtertje van drie. Die kleine kon niet, daar liep altijd de moeder bij, die op haar beurt weer een bediende bij zich had.
Dus viel hun keus op die jongen van dertien. Chi Ling had de afgelopen week de jongen geobserveerd, en was te weten gekomen dat hij Stanley heette, en iedere dag uit school gelijk naar huis ging. Op zaterdag ging hij 's middags naar een oude man, die soldaat was geweest. Maar dat was niet gevaarlijk volgens Chi Ling, iedere middag een jongen die om vier uur naar huis gaat ontvoeren is gevaarlijk vonden ze, dat zou te snel gemerkt worden. Maar als hij naar school ging zouden ze hem tot de middag niet missen. Dus het moest 's ochtends gebeuren.
Ze hadden de dag donderdag gekozen, dan konden ze de plannen nog goed doornemen.
En nu was het eindelijk donderdagmorgen, en Stanley kon ieder moment komen. En daar kwam hij hoor, een simpele jongen van dertien die naar school ging. Tenminste, dat dacht hij... toen hij het pad af kwam lopen sprongen Chi Ling en zijn vrienden naar voren, en probeerden Stanley te overmeesteren. Maar de kleine Stanley vocht verbazend terug en de mannen hadden duidelijk moeite. Stanley trapte de ene man tegen een boom aan, sloeg de andere in zijn buik en wilde wegrennen. Maar toen kwam Chi Ling in actie. Hij sprong naar voren, greep Stanley ter hoogte van de ellebogen, en beet zijn kameraad toe dat die de jongen moest binden. Stanley trapte nog steeds, maar dat maakte niet uit, drie volwassenen waren te sterk. Toen werd Stanley geblinddoekt en naar een gesloten koets gebracht. De koets was even 'geleend' door een vierde man. Ze sprongen in de koets, Chi Ling gaf de jongen aan en sprong er ook bij. De koetsier sloeg met de zweep en de muildieren begonnen te rennen.

Een paar uur later stopte de koets. De mannen stapten uit met Stanley. De vierde man zou de koets laten verdwijnen. Chi Ling, zijn twee vrienden en Stanley liepen verder, Stanley wist niet waarheen en na een kwartier lopen waren ze op de plaats van bestemming. Dat wist Stanley zeker, want de blinddoek werd van zijn hoofd gehaald.
Hoe lang hij daar in die berghut lag wist hij niet meer, maar het moesten dagen zijn geweest. Toen ging Chi Ling een brief naar meneer Parker brengen. De vierde man was er al heel lang niet meer.
'Here, eat it.' in gebrekkig engels zei een van de schurken dat Stanley moest eten. Daarvoor werden zijn boeien losgemaakt. Dit was zijn kans! Dacht Stanley. Maar twee man bewaking, het was een risico maar een tweede kans kreeg hij misschien niet. Toen de man hem het bord wilde geven, de andere man stond er naast met een houten stok, deed Stanley of hij het kommetje aan wilde pakken, maar toen hij het in zijn handen had gooide hui het in het gezicht van de man en dook weg met een rol. De bewaker probeerde te slaan met de stok, maar Stanley had na jaren training in vechtsporten genoeg verstand om iemand te ontwapenen.
Hij koos voor het makkelijkste, hij greep de man bij zijn arm, sloeg twee keer achter elkaar in zijn gezicht en trapte toen in de maag van de man. Daarna rolde hij weg, net op tijd want de andere man had ook een stok gepakt. Die schakelde hij uit met een trap in het gezicht.
Hij rende naar de deur, probeerde die open te gooien. De deur was dicht, een lelijke streep door Stanley's rekening. Maar toen zag hij onder de tafel een luik in de vloer. Het huis was op palen gebouwd, dat wist hij van toen ze er in gingen, en onder dat luik zat gewoon de lucht waarschijnlijk, met een meter daaronder de grond. hij opende het luik, maar toen waren de mannen alweer bekomen van de schrik en klappen en ze renden op hem af. Stanley kon niet tegen twee tegelijk vechten, en sloeg dus eerst de een op zijn gezicht. Daardoor kreeg hij weer een seconde of twee winst. In die tijd schakelde hij de ander uit, en kreeg de tijd om door het luik te verdwijnen. Hij was klein en snel, en kon zich dankzij ninjutsu snel verplaatsen op lastig terrein. Hij was in een paar minuten uit het zicht van de bewakers en bleef doorrennen, zolang mogelijk. Toen werd het donker en zocht hij onderdak. Hij kreeg het ook, bij een boer die alleen woonde. Het enige vee waren een aantal koeien, en de man verbouwde genoeg rijst voor zichzelf. Daar kreeg Stanley eten, sliep er en ging de volgende dag weer verder. Die dag kwam hij ver genoeg en toen hij thuis kwam werd hij met gejuich binnen gehaald, zijn ouders waren heel bezorgd geweest en in heel de stad was er naar hem uitgekeken.
Zijn vader begreep na het verhaal wat Stanley aan vechtsporten had en stond toe dat Stanley vaker ging oefenen. Tot zijn zestiende woonde Stanley in Japan, en hij oefende ook verplaatsen in de bossen, zwom vaker en bleef leren in de vechtsporten. Hij werd daardoor steeds sterker, en al was hij klein, de sterkste mensen durfden het niet tegen hem op te nemen.

'En nu zet ik een bak koffie.' Zei Jim.
'Lekker, ik krijg een droge keel van dat vertellen.' Reageerde Stanley.
'Ga je daarna weer verder?' Bob was benieuwd wat er zou gaan gebeuren, hij had niet eens doorgehad dat het buiten donker was geworden!
'Zeker, maar eerst een bakkie koffie, en niet eerder.'

Daeron

Hoofdstuk 10

Als ze de koffie op hebben zegt Stanley: 'Zo, dat was lekker. Het verhaal, waar was ik gebleven?'
'Dat je tot je zestiende oefende met vechten.' Robert antwoord voordat Jim zijn mond ook maar open kan doen.
'Dan begin ik daar nu ook weer.' Was het nuchtere antwoord van Stanley.

Op zijn zestiende besloten de ouders van Stanley naar Engeland terug te keren, omdat meneer Parker daar toch een baan kon krijgen, en wel in een partij om kandidaat te staan bij de verkiezingen. Toen ze daar waren besloten ze Stanley naar school te sturen. In zijn vrije tijd oefende hij talen, wiskunde en sport. De laatste was altijd belangrijk geweest, en nu ging hij ook nog eens paardrijden, wat hij goed bleek te kunnen. Hij ging ook jagen, en met het jachtgeweer was hij na een paar maanden ook al vaardig genoeg om bewegende doelen vanaf zijn paard te raken. Op school behaalde hij goede resultaten en hij zou na zijn achttiende gaan studeren. Maar op school waren zijn resultaten te slecht om naar de universiteit te gaan en besloot hij met zijn ouders dat hij naar de Nieuwe Wereld zou gaan, om in een van de grote steden een tijdje zichzelf proberen te redden.
Met die voornemens werd hij naar Amerika gestuurd, en toen hij na een paar kleine baantjes gehad te hebben veel inzicht bleek te hebben in de aanleg van spoorwegen, die veel gelegd werden, en ging werken als arbeider. Na een paar weken was hij al de rechterhand van de voorman en hij ging na weer een paar weken met de ingenieur mee.
Samen klaarden ze vijftig mijl spoorweg, vooral gemeten door Stanley.
Toen vond Stanley het niet leuk meer om te blijven reizen en ging terug naar New York, waar hij in een winkel ging werken. Na twee maanden had hij zoveel geld gespaard dat hij een eigen winkeltje kon openen, en het bedrijfje liep goed, hij maakte veel winst en toen hij na een half jaar zijn winkeltje verkocht had hij wel zes keer zoveel geld als toen hij het winkeltje opende. Hij reisde verder naar het westen en daar leerde hij het aardigste meisje van de wereld kennen, Julia heette ze.
Ze woonde bij haar ouders, ze was zeventien jaar, en die gingen verder naar het westen, waar nog indianen woonden. Op reis werd de karavaan, waar Stanley begeleider was voor wat geld, overvallen door indianen. En hoewel Stanley en nog wat mannen hard vochten waren de indianen te sterk. En de indianen bleven maat komen in de cirkel van wagens, die snel was gemaakt. En toen hij aan het herladen was gebeurde het, een aantal roodhuiden renden naar binnen, en met hun bogen schoten ze pijlen af op iedereen, ook op vrouwen en kinderen. En Julia werd ook geraakt, meerdere malen en haar leven was voorbij....

Stanley zag het voor zijn ogen gebeuren en een rood waas verscheen.
Hij rende naar de indiaan die had geschoten en met zijn bowie-mes stak hij de roodhuid neer, maar dat was geen goede actie. Gelijk renden er vier indianen op hem af, met tomahawks.
Hij schrok wel en wierp zijn mes naar een van de vijanden. Hij raakte de man in de borst en die werd er door gedood. De andere drie bleven staan om hun tomahawks te werpen.
Op dat moment schoten de andere mannen van de karavaan te hulp door te schieten.
Een van de mannen dacht even na. 'Iedereen in die twee huifkarren', en hij wees naar twee sterke huifkarren die nog nauwelijks beschadigd waren. 'Neem allemaal wapens mee.'
De man probeerde te redden wat er te redden viel, maar tegen die overmacht was het niets.
Alle mensen die nog leefden, het was niet eens de helft van de mensen, gingen naar de huifkarren. Maar opeens zag Stanley een meisje liggen, en ze bewoog. Gelijk nam hij het besluit haar te halen. Tegen twee jongens van ongeveer zestien jaar zei hij dat ze hem dekking moesten geven. Die luisterden en Stanley ging met gevaar voor eigen leven naar het meisje toe. maar... ....op dat moment braken de indianen met volle macht door de huifkarren heen en was Stanley met het meisje in levensgevaar. Hij rende naar de dichtstbijzijnde huifkar met het meisje aan zijn arm en gooide haar naar binnen. Het kon haar wel pijn doen, maar het was beter dat de prooi zijn van de indianen. Hij keek in de kar rond en daar lag een revolver, geladen en klaar voor gebruik, maar zonder reservepatronen. Hij had zijn eigen geweer meegenomen en daar schoot hij eerst mee. Raak natuurlijk, want met zoveel indianen dicht bij elkaar kon je niet missen. Hij herlaadde en schoot weer. Toen kregen de indianen door dat er iemand in die kar zat, en gelijk kwamen ze naar de kar. Stanley pakte de revolver en toen de eerste indiaan aan de achterkant van de wagen verscheen schoot hij op het hoofd van de ongelukkige roodhuid. Nog vijf kogels over....
Hij was genoodzaakt alle kogels te verschieten, en toen ze op waren vielen er nog een aantal indianen onder zijn geweer, die hij als knuppel gebruikte. Op het moeilijkste moment, er kwamen steeds meer indianen, klonken er opeens veel schoten. Stanley gooide het meisje naar buiten door een gat dat hij in het zeil had gesneden met een bijl die in de kar lag. Hij kon niet goed herinneren wat er toen gebeurde, maar in ieder geval werd hij meerdere keren geraakt door een mes. Daar verloor hij zoveel bloed bij dat hij bewusteloos viel. Maar hij zag nog net dat de indianen weg renden...

'Hij komt weer bij mensen.' Stanley hoorde een stem boven zijn hoofd.
Hij opende zijn ogen en keek in het gezicht van een vriendelijk iemand, tenminste zag het er vriendelijk uit. 'Waar ben ik?' vroeg hij opeens. En waar is het meisje?
'Die is ook in het fort.' Antwoordde die man die over hem heen gebogen had gestaan.
'In het fort? Welk fort? En hoe kom ik hier dan?' vroeg Stanley verbaast.
De man lachte, die jongeman was echt een tijd weg geweest. 'Ja, je bent in het Fort. Fort Freckle heet het. En je bent hier twee dagen geleden heen gebracht.'
'Hoe wisten jullie dan dat wij daar waren?' was het verbouwereerde antwoord van Stanley.
'Een groepje mannen ging voor oefening naar de prairie. Daar hoorden ze veel schoten en ze gingen er op af, bij wijze van oefening. Toen ze eindelijk konden zien dat er een grote stofwolk was, kwam er een kind aan lopen, en die vertelde de mannen wat er aan de hand was. Hoewel het groepje maar acht man groot was, hebben ze de roodhuiden verjaagd. En daar vonden ze jouw in een kar, zwaar gewond. En onder de kar lag een meisje.'

De daaropvolgende dagen sterkte Stanley zover aan dat hij weer door het fort kon lopen. En al snel kende iedereen hem als die jongeman die met iedereen een praatje wilde maken.
Het meisje bleek geen ouders meer te hebben na die aanval, maar een man en vrouw hadden haar geadopteerd omdat ze zelf geen kinderen hadden.
Toen Stanley sterk genoeg was om te paardrijden ging hij vaak weg met zijn paard, over de prairie rijden. En na twee maanden besloot hij in militaire dienst te gaan.
En al snel was hij een geaccepteerd lid van de cavalerie geworden. Er was niet vaak een actie nodig, en na twee jaar dienst bij de cavalerie waar hij alleen tegen indianen had gevochten koos hij er voor om weer terug naar Engeland te gaan. En toen hij daar was, bleken zijn ouders al weer naar Japan te zijn, de ambassadeur die mr. Parker vervangen had bleek niet vaardig genoeg en meneer Parker werd opnieuw gevraagd.

De daar opvolgende jaren, die van de Amerikaanse burgeroorlog inbegrepen, bleef hij in Engeland, bezocht een keer zijn ouders en toen hij twee jaar na de burgeroorlog besloot naar Amerika terug te gaan, nam hij afscheid. Sinds die tijd zag hij zijn familie niet meer.
Zijn vader had wel een rekening voor hem geopend en daar stortte Mr. Parker maandelijks geld op. Maar Stanley was te trots om het te gebruiken en liet dus al het geld staan. Hij wilde leven van wat hij zelf verdiende.
Toen hij aangekomen was, hoorde hij van een beroep dat pas bekendheid kreeg tijdens en na de Amerikaanse burgeroorlog namelijk dat van cowboys, veedrijvers te paard.
Dat werk deed hij een paar jaar, en toen had hij genoeg geld gespaard om een eigen ranch te starten. Hij kocht een huifkar, twee paarden die gewend waren aan een kar en begon de reis met een karavaan. In de stad Desert Watch besloot hij alleen door te gaan. En het was een woestijn in de zomer, want het had al lang niet geregend en er was weinig water.
Maar hij wilde zijn claim niet te lang laten wachten. Hij reed door en kwam aan bij een klein stadje. Toen hij daar in de saloon kwam reed er een kleine karavaan binnen....

'De rest van het verhaal is duidelijk toch? Ik ontmoette Robert en we gingen samen naar mijn claim. En later kwam jij er bij Jim.' Zo besloot Stanley zijn verhaal.
'En jij Robert, morgen zal ik je vertellen wat je van dit verhaal en mij kunt leren.' zei Stanley en hij was even in gedachten. daarna was hij weer op de wereld met beide benen. daarom zei hij ook:
'Maar nu gaan we naar bed, want het is eigenlijk al veel te laat. En mogen moeten we er toch op tijd uit hoor.'
'Komt allemaal best voor elkaar Stanley.' Zei Jim
'Inderdaad.' Was Bob het daar mee eens.
Even later lagen ze allemaal op bed. Maar Robert begreep niet wat hij aan het verhaal van Stanley kon hebben, het was wel mooi daar niet van, maar wat hij er mee moest? Hij had er geen flauw idee van!

Daeron

Hoofdstuk 11

De volgende morgen waren ze later wakker dan normaal. Robert was voor de verandering als eerste wakker, en hij had de paarden al te eten gegeven toen Stanley en Jim wakker werden.
Terwijl die zich aankleedden, maakte Bob het ontbijt klaar.
Onder het eten bespraken ze wat ze die dag gingen doen.
'Als ik en Jim vandaag al longhorns gaan zoeken, dan kan Bob alvast hout gaan halen voor een stal. We moeten persé vandaag beginnen met het halen van die longhorns, want nu zijn ze in de buurt. Het heeft hier al geregend en achter de bergen in het zuiden niet. En dat is maar twee dagen rijden, de longhorns zijn dus in de buurt. Wat vinden jullie van het plan?'
'Ja maar...' begon Robert maar hij werd onderbroken door Jim. 'Kan Robert wel een paar dagen alleen blijven? En kan hij wel alleen die schuur bouwen?'
Bob knikte instemmend, hij had ook willen vragen hoe hij dat zou moeten doen.
'Robert kan denk ik wel alleen blijven, en die schuur gaat hij niet bouwen, hij gaat het hout er voor halen. Die stammen kan hij met de kar naar de stad brengen, in de zagerij is het veel goedkoper als je zelf de stammen meeneemt.'
'Akkoord, maar dan zijn jullie wel over twee dagen terug.'
'Doen we, kom je mee Jim, dan zadelen we de paarden vast. Robert, jij stopt eten in de zadeltassen.'

Een halfuurtje later vertrokken Stanley en Jim.
'En nu zijn we alleen Firefeet.' Zuchtte Robert. Twee dagen werken, zonder Jim en Stanley!
'Kom, dan gaan we jouw en Browny voor de kar zetten. Je zal nog wel moeten leren, maar dat lukt wel.' Robert spande de paarden in. Maar Firefeet was niet gewend aan een kar en werd dol van woedde. Het dier wilde van dat ding af! He ging er vandoor, en browny liep even hard als Firefeet, met de kar achter hun aan.'Stop!' Riep Robert tegen de paarden. Hij rende achter de kar aan. Maar die wilde niet stoppen. hij pakte zijn revolver en schoot in de lucht. Maar het had een averechts effect. De paarden werden wilder, en hij kon ze helemaal niet meer stoppen. De dieren renden over de prairie, maar na honderd meter moesten ze iets afremmen. Maar gelijk versnelden ze weer. Maar die paar seconden waren genoeg geweest voor Bob om de achterkant van de wagen vast te grijpen. Zijn voeten sleepten over de grond en hij kon niet in de kar komen, hoe vaak hij ook probeerde zich omhoog te werken, door het schokken van de kar had hij al moeite met het vasthouden. weer moesten de paarden afremmen, dit keer voor een grote steen. Van de gelegenheid maakte Robert gelijk gebruik door zichzelf zo hard op te duwen dat hij in de kar viel. Nog net op tijd greep hij zichzelf vast, want als hij zich niet vast had gegrepen had hij van de kar gevallen. Hij kroop naar voren, en ging moeizaam op de bok zitten. Hij greep de teugels en liet de paarden langzaam een bocht maken. Hij reed terug naar huis, en nu pas ontdekte hij dat hij een halve mijl lang had gereden met die paarden.
Firefeet was al rustiger en leek aan de kar gewent. Robert besloot toch nog naar het bos te gaan en de rest van de dag was hij daar. Door het bos stroomde een beekje, en er waren ook bosbessen om te eten. Hij hakte zes bomen omver, het waren niet de moeilijkste bomen en Robert werkte flink door. Toen hij naar huis ging was het al donker aan het worden, en thuis gaf hij de paarden te eten, zette ze op de wei en ging naar binnen. Hij maakte een maaltje van brood, ham en gebakken ei. Toen hij het op had ging hij gelijk slapen,de honger was gestild en nu moest de vermoeidheid ook gestild worden.

Die nacht werd hij wakker van een geluid buiten. Een paniekerig gehinnik weerklonk.
Robert schoot uit bed, in een halve minuut van hij aangekleed en met een jachtgeweer in de hand rende hij naar buiten. Paardendieven! Dat was de ergste misdaad in het westen volgens veel mensen, en het werd dan ook zwaar gestraft. Hij zag een schim bij de omheining staan en Bob schoot met het jachtgeweer. Aan een vloek kon hij horen dat het raak was geweest.
Hij zag nu duidelijk de figuren. Drie mannen,twee hadden hun wapen getrokken en de ander zat op de grond, dat was de persoon die geraakt was.
Het kwam Robert nu goed van pas dat hij zulke goede ogen had!
Hij trok ook zijn revolver, schoot en een van de mannen sprong achteruit. Iemand schoot net voor zijn voeten! Die persoon die daar stond moest kattenogen hebben, dacht hij.
'Hank, Ross wegwezen! Die kerel is een scherpschutter!'
'wie kan dat nou zijn?alleen dat kereltje was er toch zei je Ross?'
De man die Ross genoemd werd gromde. 'Ik heb die ouwe en Jim echt zien vertrekken hoor. En dat was vanmiddag. Ze zijn echt niet terug. Trouwens, er zijn maar twee paarden. Dus die ouwe en Jim zijn er niet.'
De mannen klommen op hun paarden en reden er vandoor.
'Rotzakken. Als ik me niet vergis was die ene Ross, die had ook zo'n breed, hoekig figuur.'
Robert praatte tegen zichzelf. Toen ging hij maar weer naar bed. Morgen moest hij weer hout hakken en daarna naar de stad.

De volgende ochtend liep hij naar de omheining toe om de paarden eten te geven.
Toen hij dat had gedaan en terug wilde lopen, zag hij iets liggen op de grond, voor de omheining. Het was een rand die je om een hoed kon doen...
Robert legde hem in huis neer en spande de paarden in.
Hoewel Firefeet onrustig en gespannen was, deed de prachtige hengst geen moeite om weg te komen. Ook verzette het dier zich niet tegen de kar.
Robert reed met de kar naar het bos, en kapte nog eens vier bomen.
Toen vond hij dat hij genoeg had en ging naar huis. Daar laadde hij de andere stammen ook op de kar en reed naar de stad. In de stad aangekomen ging hij eerst naar de houtzagerij, die bij de timmerwerkplaats hoorde. Voor een bepaald bedrag zou de timmerman het hout zagen, en Robert kon een paar uur vrij nemen. De paarden zette hij in de schaduw van een boom en zelf ging hij naar de saloon.
'... gingen we achter hem aan...' hoorde hij zeggen toen hij naar binnen wilde lopen.
Hij duwde de klapdeurtjes open en liep naar de bar. 'Een biertje Bart, en koud graag.' Zei hij tegen de barman.
Toen hij binnen was gekomen was aan één tafeltje het gesprek verstomd, en aan dat tafeltje zat een man, de man had een breed en hoekig figuur....
Robert had het niet door, maar zag na vijf minuten een paar mannen verdwijnen.
Een paar andere mannen praatten verder. 'Erg als ik er bij kom zitten?' vroeg Robert.
'Nee hoor, maakt niet uit.' Antwoordde een van de mannen. 'waarom geloof je dat verhaal eigenlijk niet Archie?' vroeg een van de mannen.
'Het kan er bij mij gewoon niet in dat Ross en Hank gevochten hebben met dieven. Volgens mij kwam die zere hand ergens anders van Mark, en niet van dieven achtervolging.'
'Waar gaat het over?'vroeg Robert verbaast. 'Nou kijk, het zit zo: ken je Hank?' Bob schudde ontkennend zijn hoofd. 'ken je Ross dan?' verrast keek Robert op. En of hij die kende!
'Zeker ken ik die, die probeerde Jim toen te doden met dat mes.'
'O, ben je die jongen? In ieder geval is het die Ross. En hij vertelde ons net het verhaal dat hij en Hank vannacht achter paardendieven aan hebben gezeten. Hank had daarbij zijn hand bezeerd, en de schurken waren ontkomen. Maar Archie hier geloofd dat niet helemaal.'
Ze praten nog even verder en toen maakte Robert aanstalten om weg te gaan. Hij rekende af en ging naar de kar van Stanley toe. Toen hij twintig meter er vandaan was zagen zijn ogen iets ongewoons.
Robert rende naar de kar toe. Er was met een mes een papier op de kar bevestigd.
Een dreigbrief. Robert las de brief en was verbaasd. Dit sloeg echt nergens op....


Daeron

Hoofdstuk 12

'Dus je weet niet zeker wie het heeft gedaan?' vroeg Stanley nogmaals.
Het was al avond, Stanley en Jim waren thuisgekomen met twaalf longhorns, en daar was Robert met het mysterieuze briefje. 'Ik heb geen enkele aanwijzing, alleen een vermoeden.'
Hij las het briefje nog eens.

We waarschuwen jullie, Flikker op!
Als, jullie niet luistere, dan
Maken we jullie verrot

Vaarwel, de PDen

Het briefje was geschreven door iemand met een ongeoefende hand.
'En wie zijn die PDen trouwens? Ik ken ze niet.'
'Ik ook niet, maar daar komen we wel achter.'
'Je had een vermoeden zei je toch? Waarom dan?'
Robert sprong op. 'Jep, ik zal even iets halen.'
Hij liep naar zijn kamer en haalde de hoedenrand.
'Dit vond ik toen er vannacht een paar mensen aan het rommelen waren bij de omheining.'
'Ik schoot een keer met de buks, en dat was raak. Een van de kerels van breed en hoekig. Ze gingen weg toen ik had geschoten, maar vanochtend in de saloon waren Ross en ene Hank daar ook. En die Hank had een zere hand volgens Archie.'
'Wie is die Archie dan?'
Niet Robert maar Jim antwoordde: 'Archie is een beste kerel, we reisden met dezelfde karavaan. Hij is niet de beste vechtersbaas, maar hersens heeft hij wel.'
'O dan is het goed. Ga verder Bob.'
'Toen ik even binnen was, liepen ze gelijk naar buiten. En ik heb toen gepraat met Archie en nog een paar anderen.'
Stanley vervolgde concluderend: 'En toen je weg ging was dat briefje er opeens zeker.'
Robert knikte. 'Misschien kunnen we die Archie ook in dienst nemen?' vroeg hij.
'Zou kunnen, ligt er wel aan of hij wil werken voor het geld.'
'Ik sta voor hem in Stanley, hij werkt harder dan je vraagt!' antwoordde Jim.
'En hij is helemaal betrouwbaar.' Vervolgde hij.
'Dan nemen we hem in dienst. Ga jij anders even vragen of hij hierheen komt, Jim. Morgen natuurlijk, nu is het te laat.
'Als we hem in dienst hebben, gaan we dan naar de stad om paarden te kopen? We moeten wel haast maken Stan.' Robert wilde zo snel mogelijk de paarden hebben.

De volgende dag werd Archie in dienst genomen, en nog diezelfde dag hadden ze de schuur staan. Met z'n vieren hadden ze hard doorgewerkt waardoor ze de avond vrij hadden.
'Wat zit er eigenlijk in die kisten die jij op je kamer hebt staan?' vroeg Bob aan Old Rusty.
'Kom, dan laat ik het je zien, ik kan het wel uit gaan leggen, maar jij wil het dan toch zien.'
Stanley liep door naar zijn kamer, de indeling van het huis was niet meer tweederde voor Stanley en een derde voor Robert maar ieder, ook Archie, had een zesde deel van het huis.
Robert volgde Stanley en die maakte een kist open, en toen bleek het een soort ladekast te zijn. 'Maak maar een la open Bob, dan zie je wat er in zit.' Zei Stanley.
Robert maakte een van de laden open en zag toen allemaal wapens, zeker twintig revolvers.
'In iedere la zitten van die dingen Robert. En in die andere kisten zitten ook geweren en revolvers. Ik heb toch verteld dat ik een winkeltje had en toen ik naar Engeland terug ging dat winkeltje verkocht? Ik had in Engeland genoeg geld om een bedrijf op te zetten, een handelsonderneming in van alles en nog wat. Ik kwam in veel steden, ook in andere landen en zag daar wapens. Toen ben ik nuttige wapens gaan verzamelen. Ik heb er in die jaren heel wat verzameld. En deze soort had ik uit Amerika meegebracht.' Hij hield een Colt Paterson omhoog. 'dit is nog een vijfschots revolver. Net als deze van Allen en Wheelock uit achtienvijfenveertig. En deze soort had ik vaak bij me.' Zei Stanley er een aanwijzend. 'Zo'n kleine revolver is altijd makkelijk. Ik heb er nu nog steeds altijd een bij me.'
Hij trok een andere kist open. 'en hier, een jachtgeweerset. Mag jij hebben, het zit in een mooie kist. Het is een Ahrendt jachtgeweerset, kaliber 12 en dubbelloops. Je hebt een kogelloop, dus hij is vijfenzestig centimeter lang. En als je deze loop er op zet moet je er hagel in doen. Ik zelf vind het een goed geweer, maar ik heb liever een jachtgeweer uit Frankrijk. De naam interesseert je niet, maar dat is een nog uitgebreider koffertje met lopen en dergelijke.'
'Wat moet die ouwe wandelstok tussen die geweren?' vroeg Robert.
'Dat is een wandelstok met een ingebouwd schietsysteem. Die neem ik zondag mee naar de kerkdienst.' Antwoordde Stanley.
Robert keek verbaast. 'Kerkdienst? Welke kerkdienst?'
'We gaan naar de kerkdienst zondag, na de dienst kunnen we de mensen leren kennen, en je bent in de ogen van de mensen vromer. En dan zijn ze vaak aardiger.'
'En die dan? Dat is een meerschots revolver.'
Stanley keek even. Die is van mijn vader geweest, het ding is niet vaak gebruikt.'
'En dat is ook een goed ding, bijna even goed als een colt. En die mag je wel hebben, dat zijn Colt Baby Dragons. Maar nu gaan we stoppen, het is tijd om te slapen.'

De dag erna was het zondag. Veel mensen gingen naar de kerk, als je het een kerk mocht noemen. Het was gewoon een zaaltje, met een aantal simpele banken.
Ook Robert en Stanley gingen naar de kerk. Ze hadden beiden een net pak aan, maar Stanley had de 'wandelstok' en een klein zakrevolvertje bij zich. Ook Robert had een klein revolvertje bij zich, een dubbelloops ding dat precies in zijn vestzakje paste.
Met zacht geroezemoes liepen de mensen naar binnen. Ook Stanley en Robert.
Tien minuten later begon de dienst. Een man las voor uit de bijbel en ging toen er over preken. 'Duurt het nog lang?' fluisterde Robert naar Stanley.
'Een halfuurtje denk ik. En daarna de mededelingen.' Antwoordde Stanley zachtjes.
Een half uurtje later eindigde de dienst. Gelijk liep een netjes gekleed iemand naar voren.
Hij had wat mededelingen die te maken hadden met een klein schooltje, de bouw van een gemeentehuis, plannen om een bank te laten bouwen en over de aanstelling van de sheriff, hoever dat gevorderd was. Daarna liep de man weer terug en stonden de mensen weer op.
'Ga jij maar naar de jeugd toe, ze staan daar. Ik roep wel als we gaan.' Zei Stanley.
Een beetje onzeker liep Robert naar de jeugd toe. Het groepje dat er stond kende elkaar al langer zo te zien. 'Hallo.' Was het enige dat hij zei toen hij erbij ging staan.
'En wie ben jij dan wel, kereltje?' vroeg een grote jongen die er als de leider uitzag.
'Ik ben Robert Edwards, en hoe heet jij?' antwoordde hij uiterlijk rustig, maar vanbinnen had hij het gevoel dat zijn hart er uit kwam zetten. Hij begreep dat de groep hem nu of zou accepteren of weigeren.
'Ik heet Richard Barmin, en ik ben hier de baas, als je dat in ieder geval weet!'
Robert haalde opgelucht adem. Hij was in de groep opgenomen.
Ze praatten met de jeugd over van alles en nog wat, alhoewel Robert niet alles begreep.
Twee mannen kwamen hun richting uit lopen. Het waren Stanley en nog een man.
'Hallo Ann, ga je mee naar huis? Meneer Parker hier eet met ons mee, en als jij (hij richtte zich tot Robert) ook wil is het goed.
'Ik ben meneer Parker.' Stelde Stanley zich voor. 'En ik ben Ann Cutter.' Antwoordde een meisje dat er leuk uit zag.
'En ik ben Richard Barmin.' Zei Richard, die uiteraard weer aandacht wilde.
'Bent u die man die zo goed kon vechten? Tegen die boom van een kerel?' vroeg een jongen.
'Ja, 't is dezelfde persoon hoor.' Antwoordde Robert voor Stanley.
De jongen dacht na. 'En ben jij niet die jongen die tussen Ross en Jim kwam?'
'Zeker, Jim werkt bij ons.' Antwoordde Robert
De jongens van het groepje keken verbaast. 'Ben jij mede-eigenaar van de ranch?' vroegen ze verbaast.
Stanley lachte. 'Hij is officieel geen eigenaar, maar ik behandel hem wel zo.'
'Nou, komen jullie mee Bob en Ann?' vroeg meneer Cutter.
'Ja, we komen er aan.' Was het antwoord van Ann.
Ze liepen naar de wagens toe. Meneer Cutter had een licht wagentje, veel mooier als de kar van Stanley. Robert kwam aanlopen. 'Zeg Robert, dit word toch wel raar hoor, weer een briefje!' vertelde Stanley.

Daeron

Hoofdstuk 13

'Wat? Wat staat er op, zijn er sporen van de dader, staat er een naam onder?'
Stanley keek peinzend. 'Sporen kan jij misschien vinden, en weer dat we weg moeten.'
Robert ging kijken voor sporen. 'Telt een stukje franje van chaps ook?'
'Geef hier!' Stanley greep het stukje stof uit de handen van Robert en bekeek het.
'Het zal wel lastig zijn om te bewijzen van wie het is.' Zei hij.
Robert keek nog even rond. 'meer spul ligt er niet.'
'Komen jullie?' Meneer Cutter riep.
Stanley stopte het stukje stof weg en riep terug dat ze kwamen.

'Het smaakt verrukkelijk mevrouw Cutter. Wat jij Robert?'
Robert at zijn mond leeg en beaamde de uitspraak van Stanley.
Na het eten zei Meneer Cutter: 'Ann, laat jij Robert even de ranch zien?'
'Komt in orde.' Ann had toen ze thuiskwam gelijk een broek aangetrokken, en nu stond ze op om Robert de ranch te laten zien. Toen ze buiten waren vroeg Robert: 'doet die Richard altijd zo irritant?' Ann lachte. 'Hij moet altijd aandacht hebben, hij vind zichzelf geweldig. Kijk, dit is mijn paard Rally. Een sterke merrie, ik rijdt er vaak op. Heb jij een paard?'
Robert antwoordde bevestigend. 'Ik heb een hengst, Firefeet. Nog maar een paar jaar oud.'
'Draag jij doordeweeks ook altijd zo'n pak?' vroeg Ann.
Robert was verbaasd. Die veranderde ook snel van onderwerp! Misschien doen alle vrouwen dat, dacht hij. 'Nee, doordeweeks heb ik cowboykleding aan, hoezo?'
'Richard doet altijd als hij naar de stad komt een pak aan. Ik vind het er niet uit zien. Maar hij vind het stoer.'
Robert stapte van het onderwerp kleren af en vroeg: 'kan je lasso werpen?'
Ann leunde tegen het hek. 'natuurlijk kan ik dat. Ik kan ook revolverschieten.'
'Echt? Doe het eens.' Vroeg Robert.
Ann keek verbaasd. 'Met welk wapen? Ik heb zelf geen revolver hoor.'
Robert stak haar het revolvertje toe. 'Hier, een Remington Deringer. Schiet eens ergens op.'
Ann pakte het revolvertje aan en zei: 'Een klein ding. Zal ik proberen die steen daar te raken?'
Ze schoot tweemaal, en de tweede keer was het raak. 'En wat zeg je er van?' vroeg ze.
'Zeker niet slecht.' Robert keek bewonderend naar het meisje.
Ann merkte het en zei: 'Doe jij het eens.'
Robert pakte het revolvertje aan, laadde het en vroeg waar hij op moest richten.
Hij wist dat hij het in één keer kon halen, maar hij schoot de eerste keer expres mis.
Hij wilde doen alsof hij niet beter was dan Ann...
'Dat was ook niet slecht.' Was haar reactie. 'Hoelang woon je hier al?'
'Een paar dagen, en jij?'
'Drie jaar. Daarom is deze ranch ook uitgebreid. Hebben jullie al vee?'
'We hebben een aantal longhorns ja.'
'Zullen we even gaan rijden?'vroeg Ann.
Robert wilde wel, en hij antwoordde dus met een volmondig 'Ja.'

Ondertussen bespraken Stanley en Mr. Cutter allerlei dingen over vee, ranches en andere zakelijke dingen.
'En hoe bent u eigenlijk aan die jongen gekomen, die Robert?' vroeg Mr. Cutter nieuwsgierig.
'Toen ik hier net was, kwam er een kleine karavaan binnen. Hij was daar ook bij, zijn vader is een paar dagen daarvoor vermoord.'
'Ik hoop dat mijn dochter en hij het kunnen vinden, Ann die houd veel van de ranch. En de andere meiden vind ze maar niks omdat die naaien en borduren en dat soort dingen.' Vertelde Mr. Cutter.
'Dat zal wel lukken denk ik, hij houd ook van dieren, en hij wil een goede ranch hebben. Ik heb een goede hulp aan hem, omdat hij wel goed werk kan verrichten.'
'Dat geloof ik graag, hij is ook al sterk zeker?'
'En vechtlustig.' Van de week waren er paardendieven op het erf, en gelijk schoot hij. En hij wil de moordenaars van zijn vader natuurlijk terug pakken.' Antwoordde Stanley.
'Ik denk dat ze zichzelf tegenover elkaar aan het bewijzen zijn.' Zei Mr. Cutter plotseling. Ik hoorde twee schoten.'
Stanley knikte. 'Robert heeft een dubbelloops Remington bij zich.'
Ze praten verder, nu over personeel en de mogelijke opkomst van karavanen naar het westen.

Robert en Ann zadelden de paarden weer af. Ze hadden een stuk gereden, en zetten de paarden in de wei.
'Ik denk dat wij zo meteen weer naar huis gaan.' Zei Robert.
En daar had hij gelijk in, niet veel later kwamen namelijk Stanley en Mr. Cutter naar buiten.
'Robert, we gaan op huis aan.' Zei Stanley.
'Wat mij betreft was het een fijne middag Mr. Cutter.'
'Van mij hetzelfde Parker.'
Stanley gaf Mr. Cutter een hand. 'We zien elkaar nog wel eens.' Zei hij.
Robert gaf Mr. Cutter ook een hand, en daarna groette hij Ann.

Toen ze op weg naar huis gingen vroeg Robert wat er eigenlijk op het briefje stond.
Stanley pakte iets uit zijn vestzakje en gaf het aan Robert.
Die pakte het aan en las het volgende:

Parker,
We verzoeken u om uit de vallei te vertrekken.
We rekenen er op dat u dit doet.
U kan een schadevergoeding aanvragen in Desert Watch,
Er is daar al een vergoeding klaargelegd.
Als u niet vrijwillig gaat, zullen er sancties volgen.
U wordt gegroet, B. Star, Lid van de firma 'Grond&Huizen.

'Maar dit lijkt totaal niet op het vorige briefje. En firma 'Grond en Huizen' kan je niet afkorten tot PD. Ik snap er niets meer van. Is die grond zo belangrijk?'
'Je hebt gelijk, het is van een andere verzender. alleen al het mes, was een mooi mes.
En geen slecht taalgebruik. Kortom, een heel andere verzender.' Beaamde Stanley.
Ze konden niet bedenken waarom dat stuk land zo belangrijk was.
Die firma kon immers ook andere grond opkopen. Er was iets aan de hand met het stuk grond en Stanley en Robert wisten niet wat er aan de hand was.
Nou ja, we zien thuis wel weer, dachten ze.

'Parker, kom eens!' riep Jim uit de deuropening naar Stanley die er aan kwam met Robert.
Wat is er nou weer? Vroeg Robert zich af.
'Bob, zet jij de paarden op de wei?' Stanley gaf Robert de teugels van de paarden.
Robert zette de paarden weg, de kar stond ook op zijn plaats.
Hij liep naar binnen en daar viel hij midden in een gesprek.
'Ja, er kwam hier tussen de middag een nette kerel op een paard, wel cowboy kleding aan, maar alles was nieuw. En hij gaf ons deze brief.'
'Vreemd. Op de kar zat ook zo'n brief. Met vrijwel dezelfde inhoud.' Vertelde Stanley.
Opeens hoorden ze buiten hoefgetrappel. Wie was dat nu weer, op een zondagmiddag?

Daeron

Hoofdstuk 14

'Wie is dat?' vroeg Stanley.
'Geen idee, antwoordde Robert, terwijl hij de buks pakte. Gelukkig dat de buks altijd binnen handbereik in de gang hing! Hij rende naar de deur, trok deze open en keek voorzichtig naar buiten. Het was een onbekende. 'Stap af.' Commandeerde Robert.
De man deed wat er gevraagd was en stapte af. 'leg je revolver daar op de grond.' Was het volgende bevel. En weer werd er gehoorzaamd.
'En nu mag je komen.' Robert liet de buks zakken, en met één hand greep hij naar het revolvertje in zijn zak. 'Kom maar hier heen.' Zei hij.
Ondertussen waren Stanley en Jim achter hem verschenen.
'En wie ben jij dan wel?' vroeg Stanley.
De man antwoordde met: 'mag eerst die revolver weg?'
Robert deed het revolvertje weer in zijn zak, er was toch geen gevaar met Jim en Stanley achter hem.
'Ik ben Arthur Wessels, jullie buurman. En ik kwam wat vragen.'
'Op zondag? Is het zo belangrijk?' Vroeg Stanley.
'Het is zeker belangrijk, mag ik binnenkomen?' antwoordde de man.
Stanley aarzelde even. 'Vooruit, we gaan naar binnen.'
Ze liepen naar binnen, en alsof het afgesproken was ging Robert als laatste, achter Arthur Wessels aan.
'Ga zitten.' Zei Stanley naar een van de banken wijzend.
De man ging zitten, en Stanley, Jim en Archie tegenover hem. Robert ging naast de man zitten, maar wel met een hand in zijn binnenzak.
'Vertel wat je op je lever hebt kerel.' Opende Stanley het gesprek.
'Ik wilde jullie wat vragen,' begon de man. 'Hebben jullie ook een briefje gehad, van de firma Grond en Huizen? Met als inhoud dat je moest vertrekken?'
Stanley was verbaasd, al liet hij het niet merken. 'Waarom? En wat stond er in dat briefje?'
De man keek teleurgesteld. 'Ik heb een briefje gehad en daarin stond dat ik moest vertrekken. In Desert Watch lag een vergoeding klaar, en als ik niet snel genoeg weg was zouden er sancties volgen. En ik weet niet wat ik er mee aan moet.'
'Wij hebben ook een briefje gehad, vertelde Stanley eerlijk. Maar wij snappen ook niet wat er aan de hand is. Ik denk dat Robert en ik morgen naar het zuiden gaan, daar woont nog een buurman. Misschien kan die ons meer vertellen.'
'Maar wij gaan hier niet weg!' Jim zei het met een vastberaden gezicht, en Robert twijfelde geen moment aan de uitspraak.
'En ik blijf ook. We hebben genoeg eten voor dagen, maar ik ben bang dat als die firma onze stad Cattle Valley afsluit van bevoorrading, wij het niet lang houden. Want we zijn qua voedsel nog steeds afhankelijk van Desert Watch.' Was de redenering van de man.
'Dat is waar, maar wij hebben vlees genoeg, en we hebben meel voor twee weken.
En we hebben een eigen riviertje, honderd meter verderop is een beekje dat er in uit komt dus wij hebben wel eten voorlopig.' Vond Stanley.

Toen de man was weggegaan was Robert van de overgebleven planken bezig een bed te maken. Nu sliep hij op de vloer, maar als hij een bed had, en dan een matras van veren erbij, dan sliep hij als een prins.
Het werk vorderde snel, en toen hij naar bed ging had hij ook echt een bed.
Hij was van plan iedere vogel die hij schoot de veren te bewaren, totdat hij een verenmatras had.
De volgende ochtend nadat ze gegeten hadden gingen ze naar de paarden, die voor het eten al gevoerd waren.
'Jim en Archie gaan jullie maar nog een omheining maken, naast de stal zodat de paarden daar kunnen staan. Want in die andere wei zit het vee nu.'
'En wat gaan wij dan doen Stanley?' vroeg Robert.
'Wij twee zouden naar die buurman in het zuiden gaan weet je nog?'
Dus ga jij je maar klaarmaken. Op de terugweg gaan we nog even jagen.
Robert liep naar binnen en nam zijn jachtset mee, evenals zijn veldfles en wat brood voor tussen de middag. 'Meer hebben we toch niet nodig?' vroeg hij aan Stanley.
'Nee, dat is alles wat we nodig hebben. Maar wees voorzichtig met die set, doe hem maar in je zadeltas want hij moet niet beschadigen.' Antwoordde Stanley
Robert deed de spullen in zijn zadeltassen en Stanley en hij stegen op.
'We zijn pas in de late middag terug, we zien jullie dan wel.' Zei Stanley.
'Gaan Browny, naar het zuiden.' Spoorde hij zijn paard aan.
Ook Robert liet zijn paard vertrekken. 'Vooruit Firefeet, we gaan.'
Ze reden een paar uur, en toen zag Robert in de verte een gebouwtje staan, een stevige hut opgebouwd van boomstammen, ongeveer een anderhalve meter hoog.
'Daar is het, iets meer naar links.' Wees hij.
Stanley zag het niet, en haalde zijn verrekijker dus maar tevoorschijn.
'Ja nu kan ik het zien. Wat een klein gebouwtje zeg.' Vond hij.
Een kwartier later reden ze het pad op, dat naar de hut liep.
'Halt. Staan blijven jullie twee. Zeg maar tegen je baas dat ik hier blijf, ik peins er niet over om te gaan.' Een geweerloop stak uit de deuropening.
Robert keek Stanley aan. 'Nu!' Riep Stanley en ze lieten hun paarden opzij springen.
Tegelijkertijd dook Robert van Firefeet af en trok hij zijn revolver toen hij zijn val brak door te rollen.
Hij kwam op zijn voeten terecht en hij schoot op de deur.
Gelijk schoot de man, maar Robert was alweer een meter opzij. Weer schoot Robert, weer op de deurpost. En de man schoot ook weer. Hier hadden Robert en Stanley op gewacht.
De man had een dubbelloops geweer en moest nu dus herladen. Ze renden naar de hut en drukten zich tegen de muur. De man was in verwarring omdat de twee tegenstanders er niet meer waren. Hij stak de loop van het geweer opnieuw door de deuropening, maar opeens werd het wapen uit zijn handen getrokken.
Hij schrok, deed een stap achteruit en greep naar een revolver die hij op de tafel had liggen. Maar hij was te laat. De twee mannen waren binnen en de oudste greep de revolver en hield hem vast.
'Hallo, wij zijn uw buren, Parker en Edwards. We kwamen om te vragen of u ook een briefje had gekregen dat u weg moest, maar die vraag is al beantwoord.'
De man keek verbaasd, dit waren geen schurken, dit waren gewoon zijn buren! En hij had op ze geschoten...
'Sorry dat ik op u schoot, die schurken vroegen al eerder of ik wegging. Ik ben trouwens Sam.
Noem me maar Digging Sam.'
De man maakte een indruk alsof hij in de war was.
'En waarom willen ze dit land?' vroeg Stanley.
'Dat is een geheim.' De man wenkte dat ze dichtbij moesten komen met hun hoofden en fluisterde: 'Ik heb goud gevonden. En dat wisselde ik in Desert Watch voor gewoon geld. Maar iemand kwam dat te weten en nu willen ze het land.'
Stanley knikte. 'Klinkt aannemelijk.'
De man vervolgde: 'Eergisteren kwamen ze weer. En ze dreigende dat ze vandaag zouden komen, met hun wapens en dat ze de hut zouden slopen. Ik verwacht ze ieder moment.'
Op dat moment klonk er hoefgetrappel, en schoten met geschreeuw...