Nieuws:

Welkom op het nieuwe locatie van het forum
Op dit moment wordt de .nl website doorgestuurd naar de .be website.

Hoofdmenu

Verhaaltopic

Gestart door bert-boefjes, 14 april 2023, 08:07:44

Vorige topic - Volgende topic

bert-boefjes

"Kunt u misschien wat missen?" Geen reactie. Ria was het ondertussen wel gewend geraakt dat de mensen met een grote boog om haar heen liepen. Iedere dag scharrelde ze een klein beetje geld bij elkaar om wat eten te kunnen kopen. Het was langzaamaan weer lente geworden. Dat was fijn want de ergste kou was weer geweest. En in de lente bleven de mensen langer buiten rond lopen, wat voor haar betekende dat ze vaak iets meer geld wist te verzamelen dan in de barre wintermaanden. Al wou er niemand in de stad direct met haar geassocieerd worden, ze merkten wel dat naarmate de dagen korter werden en de temperaturen omlaag gingen de bakker wat vaker brood weg gooide en dat restaurants iets meer kliekjes in de kliko legden. Ze wisten al lang dat wanneer het stil genoeg was op straat  Ria even in de container zou snuffelen op zoek naar wat te eten.

"Lekker, gepofte aardappels met kruidenboter." Nog even keek Ria om zich heen of er niet toevallig iemand in zicht was. Toen de kust veilig leek, pakte ze de tas uit de container en verstopte die onder haar mantel. Ze wierp nog een blik in de container. Het leek erop dat er weinig eten meer in lag, maar haar oog viel wel op een krant die er lag. Hoewel ze normaal niet vaak de krant las, was er iets aan de voorpagina wat haar aandacht trok. Dus besloot ze om de krant ook mee te nemen. Het zonnetje begon te zakken en er stond een licht briesje. Na de barre kou van de afgelopen weken was dit een aangename verrassing. Ze besloot om naar de Westpoort te lopen. Als je daar net door de poort gelopen was kon je heerlijk in het gras zitten en kijken naar de ondergaande zon. Omdat je daar net buiten de stad zat was ze de bewoners ook niet tot last.

Ze was de poort uitgelopen en was meteen links van de poort in het gras tegen de muur gaan zitten. Het was fijn om tegen de muur aan te kunnen leunen. Ria werd ook een dagje ouder en ze merkte dat haar lichaam niet meer zo jong en soepel was als het ooit geweest was. Terwijl ze naar de ondergaande zon keek besloot ze haar gepofte aardappels op te eten. Ze waren nog een beetje warm geweest. En ze was vooral dankbaar dat de restaurants wisten dat ze in de containers zocht naar eten en daarom maar het overgebleven eten verpakten. Dat voelde toch wat meer menselijk dan een losse aardappel ergens uit de container vandaan vissen. Nu haar eten op was, besloot ze dat het tijd was om die krant te bestuderen.

CiteerSuper bloedmaan in Wakkerdam
Aanstaande vrijdag is een bijzonder fenomeen waar je nemen boven Wakkerdam, namelijk een Super Bloedmaan. Dit zijn twee bijzondere gebeurtenissen in een. Als eerst de term Supermaan. Om dat te snappen moet je weten dat de maan om de aarde draait, maar niet in een volledig rechte baan. Op het moment dat de positie van de maan het dichtst bij de aarde staat, spreken we van een Superman. De maan is dan 14% groter en schijnt 30% helderder dan normaal.
De term Bloedmaan slaat op de kleur van de maan. Normaal weerkaatst de maan het licht van de zon. Een paar keer per jaar komt de maan precies achter de aarde te staan, in de  schaduw. De meeste kleuren kaatsten dan af, behalve een deel van het rode licht. Dat wordt via de atmosfeer van de aarde afgebogen en komt toch op de maan terecht, waardoor die bloedrood kleurt.

Hoewel deze twee gebeurtenissen afzonderlijk wel vaker voorkomen, is de laatste keer dat dit gebeurd is precies vijftig jaar geleden. Volgens wetenschappers zal de eerst volgende keer dat dit fenomeen te zien zal zijn over drieëndertig jaar zijn.
Ben jij ook benieuwd hoe deze Superbloedmaan eruit zal zien, dan zal je je wekker willen zetten. Vooral tussen 03.44 en 06.18 zal de maan het best te zien zijn. Onze weerman Willy Wolvega heeft een heldere nacht voorspeld, dus de tekenen zijn gunstig.

Ria moest het eerst een paar keer doorlezen om het door te laten dringen. "De laatste keer was vijftig jaar geleden...". Ze herhaalde het een paar keer voor zichzelf. Ze keek naar de datum die op de krant stond, 12 April. Vrijdag zou dus de veertiende zijn. Dan was het precies vijftig jaar geleden.
Een angstig gevoel bekroop haar. Was het allemaal toeval? Of klopte haar vermoedens en was de stad in een groot gevaar? Ze had de stad al vaker geprobeerd te waarschuwen om niet hun ogen te sluiten voor het gevaar wat er rond liep, maar iedereen verklaarde haar voor gek. Het enige wat ze kreeg waren blikken vol medelijden. Maar ze was niet gek. Ze wist heel goed wat ze die dag allemaal gezien had.

Het was vijftig jaar geleden en haar vader Bernard de Jager was net een aantal maanden in dienst als burgemeester van Wakkerdam. De laatste jaren had Wakkerdam met een grote leegloop te maken. Er was weinig werkgelegenheid, jongeren die volwassen werden trokken weg uit Wakkerdam naar steden in de omgeving en langzaam aan leek het erop dat steeds meer winkels de deuren moesten sluiten. Tot haar vader aangesteld werd als burgemeester. Hij kwam uit een rijke familie en mede dankzij een financiële injectie van hem werd toen de hele nieuwe wijk Achter de Vesting gebouwd. Nu er meer woningen bij gebouwd werden, werd Wakkerdam opeens weer een bloeiende stad waar mensen weer graag naar toe trokken. Eindelijk werd Wakkerdam uit het slop getrokken en burgemeester de Jager leek geen kwaad te kunnen doen bij de inwoners.
Het was in die tijd dat haar moeder, Cecile zich begon te storen aan het succes van haar man. Ze was natuurlijk erg trots op hem en stond ook volledig achter hem en zijn ambities. Maar door die ambities was hij amper thuis te vinden. De keren dat hij thuis was, waren om te slapen en zodra hij wakker werd ging hij gelijk weer naar het stadhuis toe om te werken.
Wat haar moeder niet wist was dat hij in die tijd een affaire begonnen was met zijn secretaresse Lucinda. Natuurlijk gingen die geruchten al langer door de stad maar haar moeder wimpelde die altijd weg. "Zo was haar man niet"

Het was op 14 april 1973, Ria was toen acht jaar oud. Haar moeder had Ria net uit school gehaald en ze waren op weg naar het stadhuis om haar vader te bezoeken. Haar vader zat nog in een bespreking in de raadszaal, maar van haar moeder mocht ze alvast doorlopen naar zijn werkkamer zelf zou ze even naar de kantine gaan om wat koffie te maken. Ria besloot om zich te verstoppen. De keren dat haar vader thuis was deden ze dat ook altijd. Dan ging zij zich verstoppen en als haar vader dan kwam zoeken maakte ze af en toe een geluidje en als hij haar eenmaal gevonden had dan schaterden ze het uit van het lachen. Ze keek rond in de werkkamer van haar vader. Onder zijn bureau zou ze snel gevonden worden. Ook achter de dossierkast zou het teveel opvallen. Toen viel haar oog op die deur. In zijn werkkamer zat een deur naar een kleine garderobe. De deur was van dik eikenhout gemaakt en er zat een klein raam van getint donker glas in. Dat zou de ideale verstopplek zijn. Als het licht in de garderobe uit was dan kon je niet zien of daar iemand verstopt was, terwijl je van daarbinnen wel door het glas de werkkamer in kon kijken. En mocht hij toch besloten hebben om daar te zoeken kon ze zich altijd achter een van de jassen proberen te verstoppen. Zo stil mogelijk opende ze de deur naar de garderobe en verstopte zich. Nu was het wachten tot haar ouders binnen kwamen.
Ze hoefde niet lang te wachten voor de deur van de werkkamer open ging en haar vader binnen kwam gelopen, gevolgd door zijn secretaresse. Snel werd de deur weer dicht gedaan en begonnen ze elkaar te zoenen. Al was Ria nog maar acht jaar, ze wist wel dat op de manier hoe haar vader zijn secretaresse aan het kussen was niet kuis was. Het lukte haar nog net om een hand voor haar mond te slaan om te voorkomen dat ze een klein kreetje uitsloeg.
Alles leek in een flits voorbij te gaan. Het volgende moment ging de deur weer open en liep haar moeder naar binnen. Bij het zien van haar man liep ze huilend weer de kamer uit, rap gevolgd door haar man. Lucinda bleef in de werkkamer achter. Ze liep eerst een beetje door de kamer te ijsberen en bleef toen bij het raam staan en keek naar buiten. Even leek de tijd stil te staan en vroeg Ria zich af of ze niet naar buiten moest komen en op zoek te gaan naar haar ouders. Maar iets in haar zei dat ze dit beter aan de grote mensen over kon laten.

Een paar minuten later liepen haar ouders weer de werkkamer binnen en werd de deur dicht gedaan. Haar moeder liep boos schreeuwend op Lucinda af. Haar vader sprong er tussen en gebaarde dat ze zich koest moest houden. Maar toen gebeurde er iets bijzonder. Lucinda had zich langzaam aan weer om gedraaid. Haar mooie blauwe ogen leken opeens geel van kleur te zijn. En op haar gezicht kwam een boosaardige lach tevoorschijn. Het leek alsof ze superkrachten had gekregen want in een seconde vloog haar moeder door de lucht, vlak erna gevolgd door haar vader. Lucinda leek groter te worden en in haar gezicht en op haar armen begon donker haar te groeien. Voor de transformatie compleet was besefte Ria wat ze gezien had. Lucinda was een weerwolf. Ze had wel eens sprookjes gehoord over weerwolven, maar ze had altijd gedacht dat ze niet echt waren.
Lucinda had zich op haar ouders gestort. Aan het geschreeuw wat ze kon horen was duidelijk dat dit niet plezierig was. Ria had zich op de grond laten zakken en met haar handen bedekte ze haar oren. De tranen liepen over haar wangen heen. Ze had zo graag haar ouders willen helpen, maar ze was nog maar acht jaar. Wat had zij kunnen doen tegen Lucinda? Ze had gezien hoe ze met gemak haar ouders door de werkkamer gegooid had.

Minuten gingen voorbij en het geluid in de kamer werd langzaam stiller. Ria bleef zitten, ze durfde zich niet te bewegen. Wat als ze zou bewegen en ze daarmee net een geluidje zou maken? Ze moest er niet aan denken wat er dan met haar zou gebeuren.
Het leek een halfuur later te zijn toen ze ineens een hard gegil hoorde. Mevrouw de Boer, de receptioniste die altijd verantwoordelijk was voor het afsluiten van het stadhuis had nog licht zien branden in de werkkamer van de burgemeester. Ze was gaan kijken of hij vergeten was om het licht uit te doen en toen vond ze de lichamen van de burgemeester en zijn vrouw. Niet veel later stond de kamer vol met politieagenten. Alles werd onderzocht op sporen en al snel ging ook de deur van de garderobekast open en zagen ze kleine Ria zitten. Ze leek in een staat van shock te zijn. De enige woorden die ze kon uitbrengen waren "Lucinda... Weerwolf..."

Jaren waren voorbij gegaan. Ze was verschillende keren ondervraagd over die bewuste avond. Ze vertelde het verhaal over hoe ze haar vader zag kussen met zijn secretaresse, hoe haar moeder boos naar binnen liep. En hoe Lucinda ineens van die grote gele ogen kreeg en veranderde in een weerwolf. De politie bleef haar ervan verzekeren dat weerwolven niet echt waren en trokken de conclusie dat haar moeder waarschijnlijk door het lint was gegaan toen ze haar man met zijn affaire betrapt had en toen de hand aan zichzelf gelegd had. Op de vraag van Ria waar Lucinda gebleven was had niemand een antwoord. Het leek alsof ze opeens van de wereld verdwenen was.
Toen ze die avond door mevrouw de Boer mee naar huis genomen werd had ze zich afgevraagd waarom waarom de maan zo groot en rood was. Mevrouw de Boer had er geen antwoord op kunnen geven. En nu jaren later wist ze wat het was. Het had natuurlijk toeval kunnen zijn, maar sinds de vorige superbloedmaan waren er geen weerwolf aanvallen meer geweest in Wakkerdam. Ook al wist ze dat de burgemeester haar niet zou geloven, ze moest en zou hem proberen te spreken om hem op dit mogelijke gevaar te wijzen.

De zon was langzaam achter de heuvels gaan zakken en Ria liep snel richting het stadhuis toe. Het was een stuk drukker op straat dan dat ze gewend was. En de mensen leken ergens ontzet over te zijn. Dat was voor haar niet van belang. Ze moest eerst de burgemeester waarschuwen.
Ze snelde zich naar het centrum toe. De hele stad leek uitgelopen te zijn en stond stilzwijgend te kijken naar iets wat er midden op het plein lag. Ria wurmde zich door de mensen heen om ook een glimp op te kunnen vangen. Midden op het plein lag Anton van der Zon, de huidige burgemeester. Hij leek van zijn keel tot aan zijn navel open gereten te zijn en verschillende van zijn ingewanden hingen uit zijn lichaam heen. De geur van vers bloed verspreidde zich door de menigte. Het deed Ria denken aan hoe ze vijftig jaar geleden haar ouders had zien liggen. Iedereen stond vol afschuw te kijken terwijl de plas bloed rond de burgemeester steeds groter werd. Maar Ria wist het zeker. "De weerwolven waren terug in Wakkerdam!"
Winnaar bij de forumawards van sportiefste speler en aardigste wvw'er. En beste outfit!

Aappen21

Disclamer. Ik claim geen van de genoemde items in het verhaal te hebben. Dit is alleen voor fun en om het verhaal wat flair te geven.

Het was een normale dag zoals elke dag. Elke dag begon John met zijn vaste ritueel, hij staat rond een uurtje of 3 op en loopt richting het raam. Hij kijkt hier vanuit zijn raam over het hele dorp heen, hier kijkt hij hoe het dorp langzaam tot leven begint te komen. Daarna gaat hij richting zijn spiegelzaal, hier bewondert hij zichzelf tot hij opeens gebeld wordt. Hierin werd hem verteld dat zijn vader (anton van der zon) vermoord was door een brute moordenaar. Maar de politie verzekerde John dat ze deze brute moordenaar. Dit was echter niet genoeg voor John want, na het horen van het telefoontje is het eerste wat John doet zich aankleden en zijn spaarpot kapot slaan. Het l WD bedrag kon namelijk nog wel eens goed gebruikt worden. Daarna ging John vanuit een van zijn villa's rechtstreeks naar het Slaaphuis.Normaal gesproken liet hij een koets komen om hem naar het slaaphuis te brengen maar omdat zijn vader zo belangrijk voor hem was, liep hij voor het eerst in 5 jaar op arme mensen grond.

Eenmaal aangekomen in het slaaphuis benoemde hij zijn opvolger Bas de slaapwandelaar. Volgens geruchten sliep hij wel 20 uur per dag! Vanuit hier bestelde hij 12 taxi's, die hem en al zijn spullen richting Wakkerdam zouden nemen. Hij moest wel 12 taxi's bestellen omdat hij anders essentiële dingen zoals zijn berenklauw,bruisend water en zijn jachtgeweer zijn essentieel in de gevaarlijke stad Wakkerdam. Natuurlijk wist John al dat hier mensen niet zo zouden behandelen als ze in Slapperdam deden, echter was de hoop bij John nog steeds dat hij niet in een back and breakfast hoefde te slapen, want dat was natuurlijk ver beneden niveau.

Na een tijdje kwam John aan in Wakkerdam, veel mensen keken om naar hoe er 12 taxi's achter elkaar de stad binnen kwamen. Toen John lang een kleine villa reed met het bordje "te koop" stopte hij. Hij trekt het bordje uit de grond en zette zijn eigen bill bord in de tuin met de tekst " hier woont de burgemeester van Slapperdam, behandel hem niet als een gewone burger maar als lid van adel" Tevreden keken John na zijn nieuwe huis. Hij liet 11 van zijn 12 taxi's de spullen van het huis inrichtingen, terwijl hij zelf terug in de laatste taxi stapte, hij zei met in een vorstige toon " breng mij na het ding met de grote telescoop, daar woont de tovenaar die weet hoe dat ding werkt". De chauffeur wist niet precies wat hij bedoelde met de tovenaar maar hij besloot het maar gewoon te doen.

Een hobbelige rit later kwam John aan bij de grote telescoop. Hier probeerde hij eerst na binnen te gaan echter was de deur op slot. Gelukkig voor John was er een kapot raam aan de zijkant van de Observatorium. Sinds dat John toch al een huis had gestolen kon inbraak er ook nog wel bij. Hij klom door het raam, en het eerste wat hij zag waren oude machines. John zei toen " jij machine ik ben de burgemeester van Slapperdam. Doe de dingen die ik jou opdraag! Zoek de sterren van Anton van der Zon!" Na 15 minuten geïrriteerd wachten realiseerde John dat er niets gebeurde. John begon zelf maar wat te klooien...

OF DAT ZO'N GOED IDEE WAS LEES JE IN HET VOLGENDE DEEL

546 woorden (dit is exclusief de dik gedrukte woorden)
Als je maar lang genoeg domme dingen blijft doen worden ze vanzelf geniaal

Foxi

Zorra zucht diep en kijkt naar het voor haar onbekende bos. Ze is vergeten hoe lang ze al onderweg is. De dagen smolten langzaamaan samen en de weken werden maanden. Nooit bleef ze langer dan een maand op dezelfde plek. Ze voelde zich nergens meer thuis na de vondst van haar ouders. Die dag staat in haar geheugen gegrift, telkens als ze haar ogen sloot zag ze hen weer voor zich. Ze was jong en rebels, met weinig respect voor de zorgen van haar ouders. Zij hadden haar gesmeekt niet naar het meer te gaan in het midden van het bos, maar Zorra had niet geluisterd. Ze hield van de grote eik die bij het meer stond. Zij kon daar met gemak inklimmen en zo uitkijken over het meer. Hier kon ze uren blijven. Ze had niks liever dan de vrijheid en stilte. Tranen prikken in haar ogen. Ze hoort de stem van haar moeder. "Lieverd, blijf alsjeblieft thuis. Het is gevaarlijk in het bos na het vallen van de nacht."

Toch was Zorra die avond weggeglipt uit huis. Ze keek ernaar uit om vanuit haar eik te kijken naar de weerspiegeling van de sterren en de maan op het rustige water van het meer. Dat waren de enige momenten dat ze zich helemaal tot rust voelde komen. Na uren turen over het water, was ze in slaap gevallen tussen de veilige takken van de eik. Uren later werd ze wakker door de opkomende zon en de vogels die haar opkomst bezongen. Ze strekte zich uit en keek nog eens over het water, niet wetende dat dit de laatste keer is dat ze hier zou komen. Even later klom ze door haar slaapkamerraam naar binnen, om haar ouders niet wakker te maken. Al neuriënd kleedde Zorra zich aan, kamde haar lange bruine krullen en liep de trap af naar beneden. Wat ze hier tegenkwam zal ze nooit meer vergeten. Haar beide ouders lagen in stukken door de woonkamer verspreid. Niks in de woonkamer was vrij van bloed.

Zorra schudt haar hoofd, ze kan het niet blijven herbeleven. Als ze had geluisterd waren haar ouders er nog geweest. De tranen rollen over haar wangen, hoe kon ze zo stom zijn. Als ze thuis was gebleven had de moordenaar niet via haar raam naar binnen kunnen klimmen. Zorra balt haar vuisten, ze zal zichzelf waarschijnlijk nooit kunnen vergeven voor haar nalatigheid. Nu reisde ze van plek naar plek, maar het lukte haar niet om een plek te vinden waar ze zich thuis voelde. Ze leest het bord van de stad waar ze voor staat. Wakkerdam staat er met grote letters op. "Mijn nieuwe tijdelijke thuis" fluistert Zorra tegen zichzelf. Misschien kan ze hier haar verleden een plek geven. Ze loopt de deuren van het makelaarskantoor in. "Ik ben op zoek naar een plek voor mensen zoals ik, reizigers die opnieuw willen beginnen." De makelaar lacht vriendelijk naar haar. "Dan weet ik de perfecte plek, wijk De nieuwe steen zit vol jonge mensen die nieuw zijn in dit dorp." Zorra knikt, dit klinkt haar als muziek in de oren. Na het ondertekenen is Zorra Conejo de trotse eigenaar van nummer 20, klaar om haar nieuwe buurtgenoten te leren kennen.

Foxi

Zijn 536 woorden, was ik vergeten eronder te zetten (Thanks Roodhapje voor het melden)

Sunny

Langzaam word ik me bewust van de vogels die buiten met z'n allen tegelijk aan de wereld willen laten weten dat het morgen is. Ik doe 1 oog open om op de wekker te kijken hoe laat het is.
Oef 6.07, dat is echt veel te vroeg na mijn avonddienst en de nachtmerries die ik de hele nacht had na het aanblik van de arme Burgemeester.

Brrr niet meer aan denken!  Ga ik deze dag gebruiken om actief te zijn of wat slaap in te halen die ik de laatste tijd echt chronisch tekort ben gekomen.
Ik besluit tot het eerste, want ik wil toch echt langs het uitzendbureau om een beter betaalde baan te krijgen die veel meer voldoening geeft.

Omdat het toch nog wel even duurt voor dat  het uitzendbureau open is ren ik een rondje door de buurt. Het huis naast mij is nog steeds leeg, wanneer zou dat eens verkocht worden?
En daar is de buurvrouw die heel opportunistisch al een wervingsbord in de tuin heeft staan dat zij de burgemeester wel wil vervangen. De man, of wat er van hem over is,  is nog niet eens begraven!
Op zich zou ze geen slechte keuze zijn, het is best mogelijk dat ik op haar stem wanneer het zover is.
Na 20 minuten spring ik thuis onder een koude douche en eet een appel met kaneel.
Eigenlijk best een goede start van de dag zo, ik voel me heel energiek. Ik zou dat veel vaker moeten doen ipv in bed blijven meuren. Ik ga ook gewoon lopend naar de stad ipv met de auto, woeeeiiii.

Genietend van de wandeling kom ik rond openingstijd bij het uitzendbureau aan en WAAATTTT??? mijn bijna droombaan hangt daar! Het staat er echt, wijkverpleegkundige! OMG OMG OM..g... waarom is de deur op slot? Er staan toch mensen binnen, waarvan 1 met een grote grijns op zijn gezicht?
Er loopt een meneer naar de deur en terwijl hij hem een klein stukje opendoet zegt hij "Sorry hoor, maar voor vandaag zijn we klaar. Ons quotum voor de dag is bereikt, wij gaan lekker naar het stand vandaag. Probeer het morgen nog eens, fijne dag!" en hij gooit de deur voor mijn neus dicht.
WTD?
Van mij goede humeur is weinig over. Zie je wel dat wandelen niet goed voor je is, als ik met de auto was gegaan was ik als eerste bij het uitzendbureau geweest.
Teleurgesteld draai ik me om en zie een stoet van 12 taxi's voorbij rijden, de dure villawijk in.
De Burgemeester is nog geen dag dood en er gebeuren al vreemde dingen in de stad, zoveel is duidelijk. Ik begrijp de actie van mijn buurvrouw ineens veel beter. Wakkerdam heeft een Burgemeester nodig en wel zo snel mogelijk. Ik ga me verdiepen in de kandidaten zodat ik een goede keuze kan maken.

Onderweg naar het plein kom ik een meisje tegen dat het verdriet op haar gezicht geëtst heeft staan, ik wil haar staande houden en een knuffel geven, maar ze straalt uit dat ze geen behoefte heeft aan contact. Ik laat haar gaan. Ze heeft een sleutel in haar hand dus ik zal haar hoogstwaarschijnlijk nog wel vaker zien in de stad.
Het is tijd om terug te gaan naar huis. Ik moet eten koken en me klaar maken voor weer een avonddienst. Ik heb er nu nog minder zin in dan anders, de dingen die dat afschuwelijke met de burgemeester hebben gedaan lopen nog vrij rond. Brrrrrr.

581 woorden

Erwipro

Lewis wreef in zijn vermoeide ogen terwijl hij uit het raam keek. Het was de nacht van de superbloedmaan, en hij had net een verhuisklus afgerond van iemand die naar de andere kant van het dorp verhuisde. Rijdend door Wakkerdam merkte hij een ongewone commotie op bij het marktplein. Er had zich een groep mensen gevormd en er flitsten lichten van een politieauto.
Hij werd té nieuwsgierig om niet uit te stappen, dus hij parkeerde zijn bus en baande zich een weg door de menigte. Hij begreep al snel dat het om de burgemeester ging en dat de doodsoorzaak nog onbekend was – hoewel, er gingen nu al rumoeren dat er weerwolven in het dorp rondwaarden.
Lewis geloofde niet in weerwolven. Hij zag het als een oude mythe die werd verteld door ouders aan hun kinderen om te zorgen dat ze niet in het donker buiten op straat zouden rondhangen. Daarbij kwam dat hij al vaak genoeg het verhaal van Ria had aangehoord, en hij wist dat ze dat allemaal bij elkaar verzonnen had om de aandacht op zich te richten.
Hij liep bijna tegen zijn goede vriend aan, die het had over dat hij een protest wilde organiseren om een nieuwe burgemeester te kiezen. "Dit is precies wat we nodig hebben om een dorpsbestuur naar ons te laten luisteren", verklaarde hij.
Hoewel Lewis niet graag over lijken ging, hij was het er wel mee eens dat er iets gedaan moest worden aan de criminaliteit in het dorp. Een tijd geleden werd zijn wijk Achter de Vesting geteisterd door inbraken en overvallen.
Hij had genoeg gezien en nam een omweg naar huis, langs de bouwmarkt. Terwijl hij tussen de hoge schappen liep kon hij niet de gedachte negeren dat er iets niet klopte – alsof er een griezelige stilte in de lucht hing, vergezeld van de fluisteringen van de dorpsbewoners die zich afvroegen of de weerwolven weer zouden toeslaan. Met zijn hand op het deurslot viel zijn blik op de telefoons die vandaag in de aanbieding waren. Kon hij dit nu allebei betalen of moest hij keuzes maken?
De schuifdeur van de bouwmarkt was nog niet achter hem gesloten of hij zag iemand op zich afkomen. Het was Ria. Ze zag er oud en kwetsbaar uit, maar haar ogen hadden nog altijd die scherpe blik uit haar jeugd. "Lewis, je móet me geloven," zei ze met trillende stem. "De weerwolven zijn terug, en ze gaan opnieuw toeslaan."
Lewis rolde met zijn ogen. "Kom op, Ria. Hoe kun je nog steeds in die onzin geloven?" Hij merkte dat hij moeite had om de kalmte in zijn stem te bewaren. "Weerwolven bestaan niet."
Maar Ria zette door. "Ik heb het met mijn eigen ogen gezien, Lewis! Mijn ouders zijn vermoord toen ik jong was." Haar stem werd harder en hoger. "En nu ze terug zijn wordt het erger, als we er niets aan doen."
Lewis schudde zijn hoofd. Hier had hij geen tijd voor. Hij moest nodig thuis nog wat dingetjes regelen, de avond duurde al veel te lang. "Sorry Ria, maar ik kan niet in zoiets belachelijks geloven." En hij draaide zich om naar zijn bus.
Terwijl de motor startte, overviel hem opnieuw een gevoel van ongemak. Wat als Ria tóch gelijk had? Thuis checkte hij nog even extra of alle ramen en deuren goed dicht zaten, toen hij plotseling geluiden van buiten hoorde komen. Het klonk als een lage grom, een beetje als een gewond dier ofzo.
Opeens hoorde hij een scherp, tikkend geluid op het raam. Hij sloop er voorzichtig naar toe. Zijn hart bonkte in zijn keel en zijn handen trilden, maar in et donker kon hij niets zien. "Het zal wel m'n verbeelding zijn geweest", verzuchtte hij.
KLABAM! Daar sloeg ineens de voordeur open. Lewis slaakte een kreet, die hij tegenhield door zijn hand voor zijn mond te doen. Hij struikelde achteruit terwijl hij het gezicht van de schaduw in zijn voordeur probeerde te ontwaren. Door de paniek viel hij over een tafeltje heen dat daar al jaren stond. Wat gebeurde hier? Hij zocht zijn telefoon maar hij trilde zo erg dat het hem niet lukte. Het wezen kwam te dichtbij.
"Hebbes!" Schreeuwde het opeens. Het was zijn vriend die een grijns van oor tot oor toonde terwijl hij een lamp aanknipte.
"Wat de fuck maat! Waarvoor was dit nou nodig?"
"Sorry man, ik wilde gewoon even kijken of het goed met je ging, het was niet de bedoeling om je zó te laten schrikken."
"Al goed man. Je weet dat ik m'n leven voor je zou geven."
Tommy maakte zich alweer uit de voeten en Lewis plofte op de bank, niet van plan om er nog af te komen. Dan maar een keer zonder eten naar bed.

(789 woorden)
(Wie wil Lewis' vriend zijn?)

Rich

#6
Tommy reed relaxt en al neuriënd in zijn Fiat Uno'tje op de snelweg op weg naar Wakkerdam. De zon scheen en langs de kant van de weg zag hij af en toe prachtige bollenvelden opduiken. Hij was goed gehumeurd, en niet alleen omdat de lente in aantocht was, maar ook omdat hij op weg was naar zijn eerste koophuisje in het dorpje Wakkerdam. Het dorp waar zijn oma was opgegroeid en waar zijn goede vriend Lewis woonde. Hij liet al rijdend zijn gedachten gaan over de verhalen die hij vroeger gehoord had.

Tommy had het, toen hij daar groot genoeg voor was, allemaal vernomen vanuit de hoofdgetuige van de gebeurtenis. Zijn oma Olga, ofwel mevrouw de Boer, was ten tijde van het ongeval de receptioniste van Bernard de Jager. Zij had Tommy verteld wat ze die avond had aangetroffen, en hoe zij die beelden maar moeilijk van haar netvlies kreeg. Niet alleen vanwege de gruwelijke aanblik van de opengereten lichamen, maar ook omdat er eigenlijk nooit een bevredigende oplossing was gekomen in de zaak. Er klopten zoveel dingen niet. Waar was Lucinda gebleven, met wie Olga ondanks de onverwachte uitbarstingen die Lucinda kon hebben toch altijd een goed contact had gehad? En hoe konden de lichamen zo verminkt zijn, als dit een moord en zelfmoord van Cecile was geweest? Waarom was er nooit een moordwapen gevonden?

Olga had zich na de gebeurtenis ontfermd over het meisje van 8. Ja, Ria had herhaaldelijk gezegd dat ze had gezien dat Lucinda in een weerwolf transformeerde, maar dat kon toch niet kloppen.

Tommy had de verhalen van zijn oma altijd wel vermakelijk gevonden, hij hield wel van een potje griezelen. Weerwolven? Haha, wat kon de fantasie van een kind toch op hol slaan! Met een glimlach op zijn gezicht reed hij Wakkerdam binnen. Hij was er al een tijd niet echt geweest en verheugde zich op het weerzien met zijn vriend Lewis. Van hem had hij vernomen dat het bestuur er al een tijd niets van bakte in Wakkerdam en dat er dringend een nieuwe burgemeester gekozen moest worden. Al rijdend door het dorpje viel hem meteen de mensenmassa op die zich had verzameld op het marktplein. Hij parkeerde zijn Fiat en liep richting de mensenmassa.

Aldaar zag hij al gauw wat er aan de hand was. En ondanks dat het natuurlijk een vreselijk gezicht was, was hij ergens ook blij dat er nu wat zou gebeuren aan het bestuur. Hij draaide zich weer om en net toen hij weg wilde lopen liep er bijna iemand tegen hem op. Tommy herkende hem meteen. "Hey ouwe, kijk uit waar je loopt!" zei hij grappend tegen zijn vriend. Ze moesten lachen en gaven elkaar een ferme omhelzing. Tommy en Lewis wisselden hun gedachten uit over de dood van de burgemeester en waren het eens dat dit de start zou betekenen voor een beter georganiseerd Wakkerdam.

Ze namen afscheid en beloofden elkaar snel weer te zien. Lewis moest nog naar de bouwmarkt en Tommy ging naar zijn nieuwe huis op De Nieuwe Steen 15, hij had eerst zijn Fiatje uit te laden met wat verhuisdozen.

Het werd avond en Tommy had zich eindelijk geïnstalleerd in zijn nieuwe woning. Moe en bezweet van het sjouwen trok hij de koelkast open, pakte een blikje bier en plofte op de bank. Na een kwartiertje kreeg hij plots een idee, hij had na deze vermoeiende dag wel zin om eens een goeie grap bij zijn vriend uit te halen. Zich verheugend op wat komen zou trok hij zijn jas aan en vertrok hij naar Achter de Vesting nummer 4.

Het was pikkedonker en de maan kleurde ietwat rood. Tommy zat gebukt onder het raam van het huis van Lewis, en zag de bus van Lewis staan. "Mooi", dacht Tommy en hij deed zo goed als hij kon het gegrom van een weerwolf na. Daarna tikte hij met zijn sleutels op het raam en kon zijn lachen bijna niet inhouden. Hij sloop naar de voordeur en gooide die open. "KLABAM!" Hij hoorde een kreet, en gestommel alsof er iemand ergens over viel. "Hebbes!" schreeuwde Tommy, en knipte zijn zaklamp aan. Tommy zag zijn vriend met doodsangst in zijn ogen op de grond liggen.
"Wat de fuck maat! Waarvoor was dit nou nodig?"
"Sorry man, ik wilde gewoon even kijken of het goed met je ging, het was niet de bedoeling om je zó te laten schrikken."
"Al goed man. Je weet dat ik m'n leven voor je zou geven."
Toch in de war door de toestand van zijn vriend vertrok Tommy snel weer naar huis. Lewis was toch nooit zo bang aangelegd? De sfeer lijkt anders dan vorige keren dat hij in Wakkerdam was. Met het licht van de bloedrode maan reed Tommy peinzend over wat er toch aan de hand was naar huis.


Edit: op verzoek van Semi-Sjamaan, secretaresse veranderd in receptioniste

Rich


Williambz

'Héhé!' Roept Morris uit terwijl hij met een zucht in zijn sofa ploft. Hij heeft een lange dag erop zitten in de apotheek in het miden van de stad. Hij werkt hier al 2 jaar en hij kent iedereen die met enige regelmaat bij de apotheek komt bij naam. Aan het gezicht kon hij al raden welke medicatie hij nu tevoorschijn moest halen. *Pling* 'Ugh, wat nou weer' zuchtte Morris.

Citeer
Hey Morris, kan je morgen om 07:00 beginnen in plaats van 09:00? Er valt weer iemand uit en er moet nog veel gedaan worden. Groeten Diederik

De laatste tijd ging het elke keer zo. Als er iemand uitviel was hij de eerste die zijn baas appte. En hoewel hij het op prijs stelde dat zijn baas hem de beste invaller vond, viel het loon nog altijd tegen. Morris appte terug:

Citeer
Nee sorry. Ik voel me totaal niet lekker, dus ik blijf morgen thuis. Ik hoop je de keer erna weer te zien!

'Ik hoop je de keer erna weer te zien' grinnekte Morris. 'Dus niet hè. Morris stond op, pakte een blikje cola en een zak chips en klikte de tv aan.

Welkom bij het avondjournaal met vanavond: De mooiste beelden van de Super Bloedmaan, nieuwe bewoners in Wakkerdam en de moordenaar van Anton nog altijd ombekend

Morris spitste zijn oren toen hij het woord Superbloedmaan hoorde. Hij had zijn oma vroeger hier nog over horen praten. De avond dat de vorige superbloedmaan er was, was de burgermeester genaamd Bernard ook vermoord. Het verhaal is hem altijd bij gebleven. Als hij weer thuis was zocht hij zoveel hij kon over die avond op. En hoewel hij genoeg over de superbloedmaan kon vinden is de dader op de moord van Bernard nooit gevonden. Hoewel gespeculeerd werd dar het zij vrouw wel geweest moest zijn, is het nooit bewezen. De moorden van Bernard en Anton leken verdacht veel op elkaar. Beide waren vermoord tijdens de Super bloedmaan en beide burgermeesters waren helemaal opengereten.

Zijn oma heeft wel eens gegrapt dat het misschien de weerwolven waren waar Ria de dorpsgek, zoals zijn oma haar noemde, het over had. Maar dan keek zijn moeder boos naar zijn oma dat ze niet zulke gekke verhalen moest vertellen. Hij was altijd sceptisch over weerwolven, maar nu begon hij toch langzaam te twijfelen.

De volgende dag stond Morris vroeg op en besloot naar de bakker te gaan voor wat lekkere broodjes. Hij stapte zijn deur uit en sloeg meteen rechtsaf richting de lekkerste bakker in Wakkerdam. Een beetje onrustig om zich heen kijkend of hij geen collega's van de apotheek zou zien liep hij verder de straat uit. Hij liep langs het uitzendbureau en zijn oog viel op de poster achter het raam. 

'Bent u op zoek naar een nieuwe, uitdagende baan? Dan bent u hier op het goede adres! Er zijn nieuwe vacatures voor onder andere barbiers, ecologen en wijkverpleegkundigen.

Morris twijfelde geen moment en stapte naar binnen. Met zijn ervaring als apotheker en zijn enthousiasme moest en zou hij solliciteren op de vacature van wijkverpleegkundige.

Met een brede glimlach liep Morris weer naar buiten. Een vrouw met een norse blik keek hem recht in zijn ogen aan. 'Zo die heeft ook haar dag niet' dacht Morris en hij knikte naar haar. Dan is het nu tijd voor een lekkere brunch en in een snelle pas vervolgde hij zijn weg naar de bakker.

589 woorden

RoodHapje

Alles wat leeft, aandacht en geld. Dat zijn de zaken die mij in beweging brengen. Aangenaam, ik ben Vrek Vonck.

Net zoals elke ochtend ging vandaag mijn wekker weer om 5 uur in de morgen. Het was geen schel piepend geluid, maar de prachtige zang van de merel. De zang waar de merel zijn territorium mee afbakent. Wat anders was dan andere ochtenden: af en toe voelde ik een pijnscheut in mijn linkerbeen. De larven laten af en toe merken dat ze er zijn. fantastisch! Voorlopig mogen die kleine verstelingen nog even blijven zitten.
Ik stond ook enthousiaster op dan andere ochtenden. Elke ochtend, nog vóór mijn ontbijt vind ik het heerlijk de noordelijke poort uit te lopen. Zo kan ik voor de drukte uit mijn dag starten in het kleine bos rond de B&B. De flora en fauna zijn daar prachtig. Ondanks de kleine omvang van het bos is er regelmatigs iets moois te zien. Reeën (Capreolus capreolus), wilde zwijnen (Sus scrofa), of ander wild, maar ook prachtige insecten en planten.

De reden dat ik vandaag zo enthousiast opstond had te maken met de bloedrode supermaan. Ja, oké, de burgemeester was gisteren dood aangetroffen, maar burgemeester van der Zon ook helemaal geen goede burgemeester. De dood had natuurlijk niets met die maan en weerwolven (lycanthropus / lupinotuum) te maken. Gekke Ria is nu eenmaal graag gekke Ria en heeft al helemaal geen verstand van natuurverschijnselen. Nu kan die hele maan zelf me gestolen worden, maar tijdens volle maan zijn nachtdieren veel actiever. Het is eigenlijk vrij eenvoudig: dit komt omdat het veel lichter is 's nachts. Ik sprong vandaag dus extra snel uit mijn bed, trok mijn kleren aan en aaide mijn Varaan (Johan) nog even. Eenmaal in het bos was het fabelachtig. Ik heb veel actieve eekhoorns (Sciurus vulgaris), bosmuizen (Apodemus sylvaticus) en vogels gezien. Zonde dat je er niet bij was!

Ik vind het heerlijk als ik tijd voor dit soort dingen kan nemen. Nu ik dus weer terug ben van Costa Rica heb ik even een tijdje geen opdracht, rust in de tent dus. In deze periodes maak ik met mijn Varaan op schoot (Johan) in principe altijd voor elke dag een planning, om mijn dag toch nog op een 'zinvolle' manier in te vullen.

Voor vandaag had ik de volgende planning gemaakt:

Citeer-   9 uur: supermarkt.
-   11 uur: naar het natuurwinkeltje* (achter mijn huis)
-   15 uur: Kop koffie bij de nieuwe buurman
-   17.30 uur: thuis even eten
*Het natuurwinkeltje is gewoon een kruidenwinkeltje, zoveel natuur is er niet te vinden.

In het begin van de avond zou ik misschien nog even een terrasje op het plein uitzoeken om wanneer het schemerachtig zou worden me weer te begeven naar het bos, om te kijken of er ook dassen (meles meles) te spotten zouden zijn. Het bosje daar zit vol actieve dassenburchten. Een ware plaag trouwens voor de agrariërs in de buurt, want dassen dragen vaak TBC bij zich en dragen dit makkelijk over naar koeien.

Bij de buurman was het vandaag heel interessant geweest. Hij had niet veel gezegd (prima, meer praattijd voor mij), maar hij had wel verteld dat hij ook bioloog was geweest en heeft zich momenteel na veel ervaringen verder ontwikkelt tot Seismoloog. Wat een verademing, iemand met verstand. De vorige bewoner was een uitkeringstrekker geweest die vooral stank deelde met de buurt. Hoe deze ooit de prachtige woning had kunnen betalen is nog steeds een raadsel. Terug naar de nieuwe Buurman. Ralf, of was het Jacob? Hoe dan ook, hij was heel vriendelijk geweest. We hadden samen nog even gekeken naar de 3 larven. Geweldig om te zien hoe de natuur zijn manieren vind.

En nadat ik thuis heb gegeten kom ik dus op het punt dat ik hier voor een gesloten terras sta. Dicht, verlaten, gesloten, want gevaarlijk. Idioten. Iedereen maakt de dood van de burgemeester echt veel te groot. Misschien moet ik me er maar eens tegenaan gaan bemoeien om te zorgen dat deze nonsens snel weer voorbij is. Weerwolven. Tss...




674 woorden

Awards
2025: Forumkoppel <3 AGR    |    Vunzig pratend lid (+ Carnage & AGR)    |    Niet geniaal meesterplan
2024: Ongeëvenaard verspreker    |    Beste netwerker
[close]

Mexicanobroeder

Met de vlam in de pijp, scheur ik naar de Albert Heijn.... Henk was altijd goedgemutst zodra hij in zijn vrachtwagen stapte. Hajje, riep hij van achter het stuur. Of hij toeterde. De hoorn schalde door het kleine Wakkerdam als hij binnen was. Maar goed, binnen.. hij had een huis, maar was er eigenlijk nooit. Meestal was Henk onderweg en sliep in zijn vrachtwagen. Grote landingen naar het kleine wakkerdam.

Het was nu nog extremer. Door de Super Bloedmaan-aankondiging was iedereen aan het hamsteren geslagen. Het toiletpapier was niet aan te slepen. Niemand weet waarom, want Henk had het zelf gezien: in Vosselaar waren nog vele rollen te verkrijgen. Steenmarterwijk produceerde ook meer dan voldoende pasta. Allemaal paniek om niks, vond Henk. Henk was immers lekker nuchter. Hij zette zijn radio hard aan en luisterde naar de sportuitslagen. En tussendoor zong hij graag mee met zijn favorieten. André de Haas, of Patricia Paard. Het leven was zo simpel.

Moest Henk zich echt geen zorgen over de superbloedmaan maken? Hij kwam net binnen met zijn lading. Toiletpapier en pasta volop. Maar ineens hield iemand hem tegen. Hij kon niet goed zien wie, het weer was vrij slecht. Het leek een politieagent. U moet omrijden, U kan niet over het plein. Henk vroeg zich af wat er aan de hand was. "Maar ik moet er door!"

De politieagent gaf echter geen krimp en wilde eerst niet zeggen wat er was. Er is een dode. Henk schrok even, maar zei toen: "Dat is toevallig. Maar puur toeval, ik schrik nergens van. God hebbe zijn ziel." Het is wel wéér de burgemeester, zei de agent. Henk schrok weer even, maar zei toen: "Vervelend, maar ik moet wel mijn spullen afleveren. Jullie willen toch allemaal pasta hebben!" Een lange discussie volgde, maar Henk moest en zou omrijden. En in het nauwe wakkerdam is dat niet bepaald ideaal. Henk moest het dorp uit, om de stad heen en dan aan de andere kant de stad weer in.

Henk liet zich echter niet uit het veld slaan. Hij was één met zijn vrachtwagen. Hij draaide en keerde zoals niemand anders dat kan in een vrachtwagen. Één met het piepje. De rit was daarna niet al te lastig. Een uurtje later kwam hij aan bij de kruidenier. "Waar bleef je?", zei de vrouw. "Moest omrijden", bromde Henk. De vrouw knikte instemmend en leek treurig. "Moeten we wel hier blijven", zei ze. "Trap jij nu ook al in die leugens?" Henk was stellig, ondanks alles bleef hij erbij dat het allemaal dom bijgeloof was. "Neem nou maar gewoon die lading aan, ik kan er ook niks aan doen dat ik moest omrijden. En zo lang er maar verder niemand gaat is alles best. We komen hier uit als we gewoon rustig blijven met zijn allen en niet naar elkaar gaan wijzen. Wakkerdam is sterker dan dat."

Henk vond dat de ochtend niet geweldig was, maar hij moest het er mee doen. Nu een lading uit Otterlo halen, en dan proberen met de avond terug te zijn. Hopelijk brengt dat meer rust.

(515)

Morana

Lars Jacobsen kijkt tevreden zijn huisje rond. Eind januari is hij verhuisd naar Wakkerdam, om precies te zijn naar de Vergulde Florijn nummer 8. Een ruim huis, eigenlijk veel te groot voor deze man alleen, maar hij had geluk dat hij het kon overkopen voor een schappelijke prijs. Kennelijk was de vorige bewoner van het huis iemand die te diep in de schulden was komen te zitten en toen bleek dat het huis met spoed werd verkocht had Lars geluk dat zijn bod werd geaccepteerd. Niet dat hij moeilijk deed over geld hoor. Met zijn werk als seismoloog zat dat wel goed. Hij had alleen niet zoveel nodig. Lekker simplistisch ingericht, dat vond hij wel prettig. Dat had er ook voor gezorgd dat zijn verhuizing niet veel voeten in aarde had. Na 2,5 maand wonen, kon hij zeggen dat hij wel echt gesetteld was. Alleen de tuin had de vorige bewoner flink laten overwoekeren, dus dat was nog wel een project dat hij onder handen wilde nemen. Maar het had geen haast.
Lars liep nog even langs de markt, want in de middag zou zijn nieuwe buurtman op de koffie komen. Normaal gesproken was Lars wat meer op zichzelf gericht, maar hij had gehoord dat zijn buurman ook bioloog was en dat interesseerde hem. Veel ervaring met bezoek thuis had Lars niet, maar hij wist dat het toch wel gewaardeerd werd als hij iets lekkers voor bij de koffie had, dus dat was zijn missie voor de ochtend. Op de markt haalde hij bij de bakker wat lekkere koeken en hij vond er ook nog een goedkope gevulde markttas, eens zien of daar wat leuks in zat. 
Op de terugweg hoorde hij wat tumult, veel stadsbewoners hadden zich in het centrum van de stad verzameld. Al die mensen bij elkaar, dat trok Lars niet echt, maar zijn nieuwsgierigheid overwon. Tot zijn schrik besefte hij dat hij zich tot een groep ramptoeristen bevond, hij zag een lichaam op de grond liggen, maar draaide zijn hoofd snel weg. Dit hoefde hij zeker niet te zien en liet hij liever aan de autoriteiten over. Tussen de paniek van de stadbewoners in, hoorde hij opeens een heldere stem zeggen "De weerwolven waren terug in Wakkerdam!" Lars wende zich af en liep weg naar huis. Ja hoor, weerwolven. Hoewel hij nog maar kort in Wakkerdam woonde, had hij de stem van de dorpsgek wel herkend. Ria heette ze.. niemand besteedde veel aandacht aan haar en Lars al zeker niet. Nog even en er kwam interessant bezoek!
Interessant, dat was het zeker wel. Vrek Vonck, zo heette de buurman, was als een spraakwaterval van start gegaan en er leek pas een einde aan te komen toen ze weer afscheid namen die middag. Storend vond Lars het niet. Ze hadden nog even een rustig momentje naar wat larven gekeken. Verbazingwekkend hoe de natuur zijn buurman Vrek opeens stil kreeg. Lars moest er wel om grinniken. In vergelijking met Vrek was Lars maar een oude man. Nuja, dat klopte ook wel natuurlijk, hij was ruim 12 jaar ouder, maar Vrek gedroeg zich in zijn enthousiasme over alles toch een stuk jonger dan hij werkelijk was. Maar wel een aardige vent, besloot Lars.

Morana

534 woorden (moeten we dat erbij zetten?)

bert-boefjes

Citaat van: Morana op 16 april 2023, 20:13:51
534 woorden (moeten we dat erbij zetten?)

Dit hoeft niet per se hoor, ik tel ze alsnog na  O0

Mijn verhaal volgt later vanavond/morgenochtend  O0
Winnaar bij de forumawards van sportiefste speler en aardigste wvw'er. En beste outfit!

bert-boefjes

Ria voelde zich steeds ongemakkelijker worden in de menigte. Haar verhaal over hoe ze haar ouders gevonden had en in welke staat ze verkeerden was in heel Wakkerdam bekend. Nu gruwelijke overeenkomsten met hoe de burgemeester nu gevonden werd waren overduidelijk. Het verschil zat hem erin dat de burgemeester buiten gevonden was op het plein, waar de plas bloed waarin hij lag steeds groter werd en haar ouders in de werkkamer. Maar ook haar ouders hadden er precies zo bijgelegen. Ook al was ze later pas aangekomen op het plein, ze voelde dat iedereen naar haar keek. Ze nam het hun ook niet kwalijk, iedereen dacht dat ze gek was met haar verhaal over weerwolven. Als ze het zelf niet meegemaakt had zou ze het ook niet geloofd hebben. Maar er was nu toch onomstotelijk bewijs. Zachtjes stapte Ria wat naar achter. Haar gedachten waren aan het afdwalen. De laatste weken kwamen er steeds meer nieuwe mensen in Wakkerdam wonen. Ze had van verschillende mensen wel al een glimp opgevangen. En het leek erop dat haar reputatie haar vooruit gesneld was, want ook de nieuwe bewoners bleven het liefst uit haar buurt. Het zou tijd zijn om haar oude vriendin Hananya op te gaan zoeken.

"U begrijpt mij verkeerd. Ik ga niet als één of andere bedelaar naast het rookhok zitten eten. Ik eis dat u mij de beste plek van dit restaurant toewijst. Ik ben namelijk John van der Zon." Ria liep snel verder. Ze had de beste man nog niet zo heel vaak gezien, maar nu al had ze geen hoge pet op van die man. Hij was de zoon van de net overleden burgemeester en was zelf ook burgemeester geweest van een plaatsje genaamd Slapperdam. Toen zijn vader overleden was had hij al zijn spullen ingepakt en was met twaalf taxi's naar Wakkerdam verhuisd. Ria was ze tegen gekomen toen ze de stad in kwamen rijden. Ze was toen net van plan om bij een zebrapad over te steken toen ze bijna van haar sokken gereden werd door de taxi waar John in zat. Hij stak gelijk zijn hoofd uit het raam. Vuurrood van de boosheid. "Zeg, hoe durft u te lopen waar ik net van plan was te gaan rijden! U moet een beetje respect leren opbrengen voor mensen van mijn niveau!" Hij zou het nog lastig krijgen. Het snobistische zelfingenomen gedrag waarmee hij iedereen om zich heen dicteerde werd over het algemeen niet zo gewaardeerd in Wakkerdam. Hier waren de mensen wat nuchterder en zouden niet zo snel toegeven aan zulke grillen. Nee, zo iemand zo nooit een vriend van haar kunnen worden. Ria werd door heel de stad misschien wel voor gek uitgemaakt. Ze behandelde iedereen wel met het juiste respect.

Terwijl ze langzaam door de stad liep. Bleven de gedachten door haar hoofd spoken. Af en toe leek het alsof ze in de verte wolven hoorde huilen, maar dat zou waarschijnlijk gewoon haar verbeelding zijn. Vroeger was ze te klein om iets tegen de weerwolven te kunnen betekenen. Maar als ze nu wel terug waren dan zou ze niet hulpeloos toe gaan kijken. Dan zou ze proberen terug te vechten. De tranen sprongen in haar ogen. Op dit soort momenten mistte ze haar ouders zo ontzettend. Maar misschien dat dit eindelijk voor de rest van de stad hun ogen zou openen en de waarheid zou doen beseffen. Terwijl ze door de straat liep op weg naar de natuurwinkel ging de deur van de bouwmarkt open en kwam ze oog in oog te staan met Lewis. Lewis was een jongen met wie ze wel vaker gepraat had."Lewis, je moet me geloven. De weerwolven zijn terug, en ze gaan opnieuw toeslaan." Helaas kreeg Ria de reactie die ze eigenlijk al wel voorspeld had, beleefd maar toch afwijzend. Ook hij probeerde haar duidelijk te maken dat weerwolven niet bestonden. Ze bleef het proberen, zonder enig succes "Sorry Ria, maar ik kan niet in zoiets belachelijks geloven" Waarna hij omdraaide en naar de bus toe liep.
Misschien pakte ze het gewoon niet goed aan. Haar reputatie was natuurlijk niet geweldig in Wakkerdam. Maar als ze bewijs kon vinden dat er weerwolven waren, dan zouden ze haar wel moeten geloven.

Ze liep de hoek om en zag al snel haar vriendin Hananya voor haar winkel staan. Het was het einde van de dag geweest en ze was net bezig om de verschillende producten die ze buiten uitgestald had weer naar binnen te brengen. Hananya was een van de weinige inwoners waarvan Ria wel het idee had dat ze haar zou geloven. Het was al een vrouw op leeftijd en haar hele leven gebruikte ze haar natuurlijke producten om mensen weer beter te maken. Soms met een zalfje of een drankje. En soms liet ze enkel een combinatie aan kruiden aan je ruiken om je zo te genezen. De meeste mensen in de stad wouden niet met Ria geassocieerd worden. Als ze ziek was werd ze zelfs in het ziekenhuis weg gestuurd. Maar bij Hananya was ze altijd welkom. Toen ze Ria aan zag komen lopen, bleef ze even stil staan om naar Ria te kijken. Langzaam bewoog ze met haar handen door de lucht. Alsof ze een grote onzichtbare hond aan het aaien was.  "Ria, je bent net op tijd. Je aura is vandaag donkergeel met grijs en oranjebruin. Kom, kom mee naar binnen. Ik heb een thee die je wat rust zal geven" Terwijl Ria haar volgde vertelde Hananya over de kleuren die ze in haar aura had gezien. Het donkergele wees op grote angsten, het grijze stond voor een gebrek aan energie, het hebben van pijn en moeheid en het dragen van lasten. Het oranjebruin stond voor oude trauma's, verdriet en het onvermogen om dingen los te laten.
Ria vond het altijd lastig om op zulke dingen te reageren. Iedereen in Wakkerdam wist van haar pijn en verdriet. En het was niet moeilijk om voor te stellen als je al vijftig jaar aan het zwerven was je ondertussen wel veel pijn en moeheid had. Maar ze had ook geleerd om er wel op te vertrouwen. Hananya had haar wel eens verteld over inwoners die ze in de stad zich lopen die een parelmoer glans in hun aura hadden. Dat wees er eigenlijk altijd op dat ze binnen een korte periode zouden komen te overlijden. En ze had er nog nooit naast gezeten.

Een paar minuten later kwam Hananya terug met een kop thee en een boek in haar hand. Ze was wel vaker gewend dat de thee die ze hier kreeg een bijzondere kleur of structuur hadden, maar nu dreven er een paarse en witte bloemen in haar glas. "Passiflora Amathyst, de paarse passiebloem. Heel handig tegen klachten van angst en stress. De kamille is altijd goed om je lichaam wat beter uit te rusten." Terwijl Ria haar handen opwarmde aan het glas, legde Hananya het boek op tafel. Sinds ze hier was had Ria nog geen woord kunnen zeggen. "Toen ik op het nieuws zag dat er weer een superbloedmaan zou zijn, ben ik naar de bibliotheek gegaan om wat onderzoek te doen. En ik heb iets gevonden waarvan ik denk dat je het moet zien." Het boek wat ze op tafel had gelegd was getiteld "De mythische maan". Het was nog ouderwets in leer gebonden en aan de omslag te zien had dit boek al verschillende eeuwen doorstaan. Ze bladerde wat door het boek heen tot ze op de pagina terecht kwam die ze zocht en ze liet het stuk aan Ria lezen.
CiteerWaenneear den roodus maen vool sij, huilean den woolvean naer den maean. Waennear den kikaedean met duizendean uyt den groond zullean koomean, zal heat loot oonzeacker zijn.  Ende zullen ze terugckearean.heat pleyn zael rood van heat blooed kleurean. Ear zullean ooffers gheamaeckt mooeaten wordean oom den mensean uyt het duistear, zigh dy gheabooren zichhn meat den smet vaen den lykaentroopen gunstichh te steallean. Soo niet, dan zael den wereald inde eene eauwiche duystearnis vearskhichhnean.
Waennear jea den gealea ooghean inde den duysternys zyat, weat ghe daet zea tearug geckeard zichhn.
Ria keek Hananya vragend aan. Ze kon best aardig lezen. Maar hier begreep ze niet heel veel van. Hananya knikte. "Hier staat: Wanneer de rode maan vol is, huilen de wolven naar de maan. Wanneer de cicaden met duizenden uit de grond zullen komen, zal het lot onzeker zijn. En zullen ze terugkeren. het plein zal rood van het bloed kleuren. Er zullen offers gemaakt moeten worden om de mensen uit het duister, zij die geboren zijn met de smet van de lycantropen gunstig te stellen. Zo niet, dan zal de wereld in een eeuwige duisternis verschijnen.
Wanneer je de gele ogen in de duisternis ziet, weet je dat ze terug gekeerd zijn."


Met grote ogen keek Ria haar aan. Dit was misschien wel het bewijs wat haar kon helpen. "Ik denk dat we Vrek Vonck moeten gaan zoeken. Hij heeft verstand van alle dieren, dus die zal wel weten of er hier ergens een plek zou zijn die geschikt is voor cicaden om in te leven." Ria dronk haar thee op en was van plan om snel op zoek te gaan naar Vrek. Maar Hananya hield haar tegen. "Ria... Er is meer. Ik weet niet precies hoe ik het moet zeggen. Maar toen ik eerder vandaag door de stad liep zag ik een vrouw richting het stadshuis lopen die als twee druppels water leek op Lucinda. Ze leek zelfs niet eens ouder geworden te zijn." Ria greep zich vast aan de stoel om er niet vanaf te vallen van de schrik. Zou het dan toch zo zijn dat Lucinda inderdaad terug gekeerd was in Wakkerdam? Er waren zoveel vragen die beantwoord moesten worden.
Winnaar bij de forumawards van sportiefste speler en aardigste wvw'er. En beste outfit!