Honderd jaar geleden...

Gestart door Joonsel, 5 augustus 2009, 05:25:24

Vorige topic - Volgende topic

Joonsel

Hij sloot zijn ogen.
   Doodstil. Alsof het hele kasteel verlaten was.
   Hij hoorde alleen zijn ademhaling. En het kloppen van zijn hart, allebei wat sneller dan normaal.
   Ineens verbrak een krakend geluid de stilte. Met een ruk draaide hij zich om. Wie was daar? Bleek maanlicht, bijna blauw van kleur, verlichtte de wirwar aan bogen, trappen, gangen en kamers die samen de bibliotheek van Slot Ergens vormden.
   Niemand. Gelukkig. Niets aan de hand, gewoon een oud gebouw. Langzaam ademde hij weer uit.
   Voorzichtig haalde hij een pakketje van onder zijn gewaad te voorschijn en hield het tussen zijn vingers. Dit was zijn eerste echte opdracht. Die mocht hij niet verprutsen. Onder geen beding. Zijn plaats in de Cirkel hing ervan af. Het was een proeve van bekwaamheid, een geheime opdracht, waar alleen hij en Brandewijn van wisten. En alleen Brandewijn, de voorzitter van de Cirkel, zou weten wat hij had besloten. Waar hij het had verstopt.
   Brandewijn zou zijn slimme plan weten te waarderen. Verstopt waar iedereen het kon vinden. Zodat niemand het ooit zou vinden. Wat dat, en daar was de hele Cirkel het over eens, mocht nóóit gebeuren.
   Het zag er zo onschuldig uit, dacht hij. Een leren omslag, zonder versiering of opdruk, bij elkaar gehouden door een eindje touw en een dubbele knoop.
   Zo onschuldig. Hij hoefde het boek alleen maar open te slaan. En dan... Oude geschriften over de zwarte kunsten, machtige magie die niemand beheerste, die negen lange eeuwen verborgen was gebleven... Hij kon na al die tijd de eerste zijn.
   Hij sloot zijn ogen weer. Als vanzelf voelde zijn hand aan de knoop. Vervulling van alle wensen, stel je voor. Verleidelijke beelden overs legers, rijkdom en grenzeloze macht zweefden door zijn hoofd. Hij zag zichzelf, hoog op een ijzeren troon, heerser over de Ontdekte Wereld. Een brede glimlach verscheen op zijn gezicht.
   Hetzelfde gekraak als daarnet bevrijdde hem uit zijn droom. Hoe lang had hij hier gestaan? Met afschuw keek hij naar het duivelse werk in zijn handen. Brandewijn had hem hiervoor gewaarschuwd, en toch had het niet veel gescheeld of...
   Haastig schoof hij de last op een plank, in een donker hoekje achter een stoffige rij boeken. De kast ging dicht. Een tafel vol zware naslagwerken ervoor. Klaar.
   Hij keek om zich heen. De grootste bibliotheek van het koninkrijk. Honderduizenden boeken. Plus één. Hij knikte. Het was een goed plan. Zachtjes maakte hij zich uit de voeten.

In een verborgen alkoofje werd een gordijn opzijgeschoven. Een figuur, verlicht door de gloed van een flakkerende kaars, keer nieuwsgierig naar beneden. Vreemd, dacht hij. Wie was dat zojuist? Nog een bezoeker? Daar wist hij niets van. Hij zou het zijn gastheer morgen maar eens vragen. Hij ging weer zitten en maakte een aantekening in de kantlijn van zijn manuscript.