Nieuws:

Heb je problemen met het forum? Contacteer Shaddow, redeast of yasu.

Hoofdmenu

Illusie

Gestart door Amilmarith, 12 februari 2009, 18:30:51

Vorige topic - Volgende topic

Amilmarith

Illusie

Twee rode ogen gloeiden op uit het donker. Een lage, dreigende grom klonk door de nacht. De jongen deed bang, geschrokken een stap naar achteren. Hij had de neiging om zich om te draaien, maar hij bleef staan. Langzaam kwam er de schim naar voren. Hij was groot. Heel grot. Scherpe tanden lichtte op onder de gloed van de ogen. De jongen trilde. Hij wist dat als hij zich zou omdraaien, hij verslonden zou worden. Opgepeuzeld tot op het bot. De kleine beetjes vlees dat nog op de botten zou zitten, zou goed zijn voor de aaseters. Weer gromde het wezen. De jongen verstijfde. Hij leek niet te beseffen dat het monster niet de enige persoon was die naar hem keek. Hoog boven hem, op de rotsen, zat ik naar hem te kijken. Mijn boog gespannen. Ik voelde de pees in mijn vingers snijden. Gespannen keek ik naar het tafereel beneden me. Ze stonden nog steeds tegenover elkaar. Het beest grommend. De jongen bevend, verlamd van angst. De jongen slaakte een verraste kreet. Het beest kwam traag in beweging. Voordat hij zijn beweging kon afmaken stokte hij. Een pijnlijke kreet steeg op uit de keel van het monster. Ik keek naar de pijl die zich in de zijkant van zijn hals had geboord. Er gutste zwart bloed over zijn vacht. De donkere vlek spreidde zich langzaam uit. Ik richtte mijn blik weer op de jongen. Hij was opgelucht, verward, verrast. Op datzelfde moment scheen hij te beseffen dat hij niet alleen was. Hij begon zich af te vragen waar de pijl vandaan kwam. Nu het gevaar was geweken begon hij om zich heen te kijken. Opzij, links, rechts, naar boven. Ik borg de boog op. Probeerde geruisloos op te staan. Toch ritselde er wat.
"Wie is daar?" Klonk een vrij hoge jongensstem. Hij kon niet ouder zijn dan een jaar of twaalf. Hij klonk nog steeds bang. Ik rende door het struikgewas. Hij mocht me niet zien.
"Kom terug!" Ik rende voort. Niet om van hem weg te rennen.
Neen, ik zou naar een betere plaats rennen. Een plaats waar ik goed uitzicht zou hebben op wat er komen zou.
Enkele secondes later was het zover. Ik zag het monster de jongen verslinden. Door de oplichtende ogen kan ik de uitdrukking van de jongen zien. Verbazing. Onbegrip. Nog een vleugje van hoop, wat bijna was opgeslokt door de pijn en de angst. Binnen enkele minuten was er niet smeer van hem over. Enkel stukjes vlees op de botten voor de aasgieren. Weer was het plan gelukt.
Er schalde een duistere lach door en over de kloof heen.