Nieuws:

Welkom op het nieuwe locatie van het forum
Op dit moment wordt de .nl website doorgestuurd naar de .be website.

Hoofdmenu

Ronde 1: Extra stukjes

Gestart door Beertyah, 8 februari 2009, 20:47:31

Vorige topic - Volgende topic

Beertyah

hier kan iedereen die meedeed maar er niet door was hun stukjes posten
dit is niet verplicht, als je niet wilt doe je het niet

Xindar

Met haar Ipod aan en haar muziek knalhard loeiend uit haar oortjes zat Sandra op haar prachtig roze/geel gespoten fiets. Ze hoorde wat gemompel naast zich maar trok zich verder niet veel aan en fietste rustig verder. Bij het rode stoplicht stopte ze, waar ze een relatief beschaafd tikje in haar gezicht kreeg. Ze keek om, en daar was Ilse. Sandra trok haar oortjes uit. 'Hé, doos, je weet dat dat onbeschoft is in België hè?' preekte Ilse. 'Zijn we hier dan in België?' snauwde Sandra terug. 'Och verslaafde, als je zo ongezellig wil doen doe dat dan maar.' 'Och muts, je weet niet waar je het over hebt. Je kan niet verslaafd zijn muziek.' Het licht sprong op groen. 'Jij blijkbaar wel, het lijkt wel alsof je met dat ding naar bed gaat.' 'En misschien ga ik dat ook wel, heb jij daar wat mee te maken verder? Ik dacht het van niet. Of wacht, heb ik iets gemist en ben jij verkozen tot leidster van de club der bemoeials?' Sandra keek afkeurend, en deed één oortje in. 'Was het maar zo, dan zou het geoorloofd zijn als ik het deed. Maar je bent de laatste tijd echt een trut, weet je... In de pauzes zit je ook maar met die dingen in je kop geplugd alsof je ze er werkelijk waar in gelijmd hebt! En weet je waar ik me nog het meest aan erger? Het feit dat je het nog ontkent! Je durft het gewoon niet toe te geven dat j... Sandra?' Sandra keek strak vooruit. 'SANDRA!' ze moest haar wel horen want ze had maar één oortje in. 'Domme trut!' schreeuwde Ilse, waardoor wat mensen omkeken, maar Sandra reageerde maar niet. Ze bleef maar recht vooruit staren en rijden, het leek wel alsof ze bezeten was. Sandra kwam na een tijdje tot stilstand door in struiken te rijden. Maar ze gaf geen kick. Ilse trok haar uit de struik en legde haar op de stoep. Haar ipod viel uit Sandra's zak terwijl ze verlegd werd. Ilse pakte het op en keek op het schermpje. Now playing: Tokio Hotel – Monsoon. 'Wat the f*ck' wist ze nog uit te brengen.
Ilse sleepte haastig Sandra richting haar huis, belde aan en fietste snel weg om thuis onderzoek te doen. Eenmaal thuisgekomen begroette ze haar moeder en sprintte naar de computer. 'Okay, google.com, Tokio Hotel hersendoder... Enter... Kom op kutding.' De fansite van Tokio Hotel kwam naar boven, met miljoenen klachtberichten over mensen die hun vrienden hersendood zagen worden, tijdens het luisteren van Tokio Hotel. Eronder stond een verwijzing naar een Nederlands haatforum tegen Tokio Hotel, waar een oproep geplaatst om Tokio Hotel te vloeren:

THSux184: Mensen, er zijn al genoeg mensen kapot gegaan door de weerzinwekkende muziek van Tokio Hotel, maar niemand doet er wat aan. Mensen van regeringen gaan er ook aan ten onder. Daarom wil ik een tijd met degenen die durven strijden doorbrengen in the middle of nowhere zodat we onze plannen kunnen uitbreiden. De exacte data en tijd kan je krijgen als je mij een bericht stuurt en me belooft te komen.

En zo geschiedde. De groep kwam bij elkaar en stelde het kamp op, midden op de Veluwe.

'Bedankt dat jullie allen zijn gekomen! Ik ben Theo en ik hoop hier geschiedenis te kunnen schrijven. Gezien de gebeurtenissen kunnen we niet langer wachten. We moeten zorgen dat Tokio Hotel stopt met de muziek, want anderen durven het niet...' 'TOKIO HOTEL RULES!' klonk er van achter in de groep. 'Wat krijgen we nou?' Theo liep naar achter. 'Wat zei jij?' zei Theo tegen de jongen. 'Ik zei: 'Tokio Hotel rules', en daaraan wil ik nog toevoegen: Jullie zijn een stel klojo's, ze doen niets fout!'  'Oké, meneertje, jij gaat nu mee, je spuwt gif waar je het zelf hoort door te slikken.' zei Theo met een verheven stem, en sleurde de jongen mee. Theo pakte zijn autosleutels toen hij bij zijn auto aankwam, en de jongen pakte zijn mobiele telefoon. De jonge speelde een liedje van Tokio Hotel af en Theo zakte in elkaar. De jongen pakte de sleutels en reed weg met de auto's.

De groep stond nog steeds te wachten, en Isaak Kempers, een man van rond de 40 die zijn 3 zoons was verloren aan Tokio Hotel, ging in de richting van Theo. Hij vond hem door het sleepspoor te volgen op een paar minuten afstand van het kamp, ineengezakt. Na wat schoppen en schudden van Isaak besloot hij weer terug te lopen en het nieuws te melden aan de groep. 'Mag ik even jullie aandacht?!' begon hij, en de groep keek op. 'Ik wil jullie hierbij meedelen dat Theo hersendood is, de fan heeft hem vast Tokio Hotel laten horen.' De groep huiverde. 'Ik vermoed dat er nog meer Tokio Hotel fans hier zijn die onze plannen willen dwarsbomen. Voordat we aan de plannen beginnen moeten we eerst deze mensen uit de groep werken. Ik stel dan voor om op democratische wijze een leider te kiezen. Ikzelf zal dat niet zijn, want ik kan absoluut niet denken onder druk. Maar schiet wel op, we hebben niet veel tijd, want elke dag raken meer en meer mensen hersendood.'

Maedhros

Anno 1943 - Wakkerdam
Anne kwam in paniek de schuilplaats van het verzet binnengelopen. "De Gestapo heeft Frank opgepakt, we zijn geïnfiltreerd!" Het nieuws dat de leider opgepakt was verspreidde zich als een lopend vuur. Tegen dat de zon was opgekomen wist iedereen van het verzet het nieuws. Ook wist iedereen dat Anne verkiezingen voor een nieuwe leider had voorgesteld.
De verzetsleden deden ogenschijnlijk alsof alles in orde is (er zaten nog altijd collaborateurs en verklikkers in het dorp), maar vanbinnen treurden ze allemaal. Vooral Anne dan, Anne en Frank waren de bezielers van het verzet in Wakkerdam, zij zouden als de oorlog voorbij zou zijn gaan trouwen. Dat zou dus waarschijnlijk niet door kunnen gaan.
Anne was ondertussen al meerdere keren aangesproken over wat men moest doen tegen de Gestapo, uiteindelijk werd er besloten dat men ging stemmen op wie het meest verdachte was, en dat die dan zou worden gefusilleerd. Ondanks de mogelijke onschuldigen die zouden worden gedood was dat nog altijd hun beste kans. Er werd ook besloten dat voordat ze de Gestapo-agenten gingen wegwerken, ze eerst een dag zouden nemen om goed na te denken, een executie was niet terug te draaien nu eenmaal.
Natuurlijk konden ze niet zomaar openbaar gaan stemmen, ze konden nu eenmaal niet zomaar verraden dat ze bij het verzet waren. Maar er werd een bord met alle schuilnamen van de verzetsleden opgehangen, waarop ieder verzetslid een streepje kon zetten bij degene die hij of zij de eerste keer als leider wou, en later het meest verdachte vond.
Anne en Frank waren eigenlijk de enigen van het verzet die bij hun echte naam bekend stonden, waarschijnlijk was dat dus ook de manier waarop de Gestapo zo makkelijk Frank konden arresteren. Eigenlijk was het koppel de enige reden waarom het verzet in Wakkerdam zo effectief was, zij waren degenen die de onderlinge berichten tussen de verzetsleden doorgaven, de enigen die de ware identiteit van de verzetsleden kenden (oké, er waren er ook nog anderen die van de een of de ander de echte identiteit kenden, maar Anne en Frank kenden ze allemaal). Dit was ook de reden waarom Anne de plicht had om de onderlinge executies uit te voeren.
De eerste dagen ging het verzet alleszins geen grote acties meer doen, aangezien de kans redelijk groot was dat de Duitsers toch al meteen alle details van de actie wisten, nog voor ze begonnen, het was dus eerst zaak om de Gestapo weg te filteren uit hun organisatie.
Anne vroeg zich echt af hoe die Gestapo in hun organisatie kon infiltreren, ze kende iedereen van haar groep persoonlijk en voor de arrestatie van Frank had ze gezegd dat ze eenieder van hen met haar leven zou toevertrouwen. Dit betekende niet dat ze hen allemaal graag had, maar ze had tot voor kort hen toch allemaal vertrouwd om te doen wat moest worden gedaan. Nu wist ze het niet helemaal meer: de lokale bakker, die van de huidige situatie profiteerde om woekerwinsten te maken, was al bij al toch een grote hulp bij de acties van het verzet. Zulke mensen waren ook nodig, want wie anders had de ruimte en de kans om zo'n schuilkelder te maken als hij (die schuilkelder werd op het ogenblik benut door 3 Britse piloten die door de Luftwaffe neergehaald waren).
Anne besloot echter dat ze best hun schuilplaats (waarin ze hun wapenopslagplaats hadden bijvoorbeeld) kon verlaten en terug naar het dorp zelf moest gaan (de ingang van de schuilplaats was bij de lokale begrafenisondernemer trouwens).
Even later liep ze weer door het bos, toen er weeral Duitse soldaten rondliepen moest ze zich inhouden om hen niet aan te vliegen, dat zou Frank niet helpen namelijk.

Opmerking

Het verhaal zelf speelt zich af in het dorp, de schuilkelder kan worden betreden, maar dit wordt zoveel mogelijk beperkt, om er niet te veel aandacht op te brengen. Je stemmen praten over aanslagen van het verzet (de Duitsers zijn niet doof), trouwens de meesten kennen elkaar enkel bij hun schuilnamen. Het is mogelijk dat jouw personage toevallig een ander zijn personage zijn/haar ware identiteit kent, dan mogen zij wel over acties praten, maar dan enkel in een hoekje van een café of binnenshuis ofzo. De gedachten van jullie personages over het verzet zelf, kan je als gedachten laten, of je kan flashbacks naar acties van het verzet invoegen in je tekst.worden doorgegeven aan Anne.

Rollen

Gestapo: (Wolf) Een gewoon Gestapolid
De Indoctrineur: (Wolf met conversie): Dit Gestapolid kan 1 keer in het spel iemand overtuigen om de Gestapo te gaan steunen
De NSB'er: (de Apostaat), deze persoon helpt de Gestapo, hij kan ervoor zorgen dat de informant niet bij een bepaald persoon kan logeren (en dat de Gestapo bij die persoon sowieso een inval kan doen). Ook kan hij de documenten van een Gestapo agent voor 1 dag opvragen, waardoor de rijkswachter deze niet kan nazien.

De rijkswachter: (De Ziener): Deze speler kan in de archieven kijken omdat hij ogenschijnlijk de Duitsers steunt

De dolle schutter (De Beul): Dit verzetslid kan 1 keer in het spel iemand doodschieten 

De slechte slaper (De Ooggetuige): Hij/zij ziet 1 keer in het spel een Gestapo inval gebeuren

De koppelende oma (Cupido): Deze speler kan van 2 personen ongeacht hun rol geliefden maken

Verzetsleden (Dorpsbewoner): Zij proberen de Gestapo weg te krijgen

De Oorlogsveteraan (Jager): Deze speler heeft meegevochten tijdens de eerste wereldoorlog (de grote oorlog) en heeft voldoende ervaring om als hij wordt aangevallen iemand mee in zijn graf te trekken.

De apotheker (Heks): Deze speler heeft zo ongeveer alle medicijnen en vergiffen die je maar kan vinden. De apotheker kan iemand vergiftigen of uit de dood terughalen

De pastoor (Priester): Zijn/haar wijwater kan alle gestapoleden doden, de apotheker sterft jammer genoeg ook, het wijwater kan 1 keer in het spel worden gebruikt. 
De informant (Beschermengel): Hij/zij lijkt de Gestapo te steunen, dus valt de Gestapo geen huis binnen waar hij/zij in verblijft.

jeugdvrienden (Zielsverwanten): Zij zijn al bijna hun hele leven bevriend en vertrouwen elkaar voor 100%, zij zijn beiden goed. En zij kennen elkaars ware identiteit (dit is niet de rol!)

De verzetsleider (burgemeester): Hij/zij leidt het Verzet
De geliefden (geliefden): Spreekt voor zich
Frank's bronnen (de adellijken): Zij zijn telkens met 3, de eerste 3 zijn (in het begin alvast toch) sowieso goed. Alleen Anna en Frank kenden hun identiteit en schuilnamen, van elkaar kennen zij sowieso hun schuilnamen en ware identiteit. (Bij de nieuwe bronnen, de nieuwe adellijken dus) is de ware identiteit optioneel. Een stem van 1 van hen op een Gestapo-agent telt dubbel.

River Song: "Apollo 11 is your secret weapon?"

The Doctor: "No, no, it's not Apollo 11; that would be silly. It's Neil Armstrong's foot!"

js1493

Meneer Zwanenburg liep het podium op. Hij was een beetje gespannen. Hij moest een toespraak gaan houden voor al die mensen! Er waren een stuk of 400 man aanwezig, allemaal om bij deze feestelijke gebeurtenis te zijn. Misschien wel hét evenement van het jaar. Hij checkte nog even op de microfoon wel aanstond: "1,2, test". Hij zei het iets te hard, dus de hele zaal keek hem meteen raar aan. Hij schaamde zich dood, maar probeerde net te doen alsof er niks aan de hand was en begon gewoon te vertellen: "Geachte dames, heren en andere wezens, vandaag is een mooie dag. Niet alleen omdat het zonnetje schijnt, maar ook omdat het vandaag 50 jaar geleden is dat het spel "Weerwolven van Wakkerdam" is verzonnen. Het is een fantastisch spel, dat heel spannend is. Vandaag zijn we hier bij elkaar om zoveel mogelijk van deze spellen te spelen, maar vooral feest te vieren. En dat willen we zo plezierig mogelijk laten gebeuren!" Een luid gejuich was te horen in de hele straat. Heel het dorp vierde feest. De heer Zwanenburg mengde zich in de menigte, die meteen reageerde. Er waren enkele mensen die het spel al veel langer kenden en onmiddellijk in een kring gingen zitten. Anderen moesten alles nog leren. Daarnaast waren er ook een paar groepjes die het spel online hadden gespeeld en juist eerst kennis met elkaar wilden maken, het spel hadden ze al zo vaak gespeeld. Ze wilden eerst alles van de ander weten.

Iedereen vermaakte zich prima. Er werd gespeeld, gelachen, gekletst en iedereen had plezier. Ineens viel het licht uit en iedereen raakte in paniek. Meneer Zwanenburg probeerde zo snel mogelijk iedereen weer rustig te krijgen, toen er ineens een nogal zware stem klonk. Iemand praatte door de microfoon: "Jullie zijn allemaal gestoord, dat je zó erg aan een spel verslaafd kunt raken! Dit spel zou verboden moeten worden! En wij, de ASH, zullen er alles aan doen om daarvoor te zorgen!" Het licht ging weer aan. Iedereen was even stil. Hun favoriete spel, zou het nu echt eindigen? Er klonk een gil. Het kwam van achterin de zaal. "Nee!!! Onze kaartjes zijn omgedraaid! Nu weet iedereen elkaars rollen! We moeten weer helemaal opnieuw beginnen!" Ineens waren van alle spellen de kaartjes omgedraaid. Maar dat betekent dus dat er niet één van hen was, maar dat ze met een flinke groep waren. De ASH noemden ze zichzelf. "Waar zou dat voor staan?" vroeg meneer Zwanenburg zich af. Maar hij moest nu een belangrijke beslissing nemen. Hij wist het al! Hij pakte de microfoon. Iedereen werd weer stil. "Beste mensen, er is maar één oplossing om deze zaak op te lossen. Iedereen zal in dit gebouw moeten blijven tot alle leden van de ASH zijn gevonden. We kunnen U slaapzakken en genoeg eten bieden. Alle deuren zullen afgesloten worden. Dit is de enige oplossing, willen we de toekomst van Weerwolven van Wakkerdam nog redden. Het enige wat U voorlopig moet doen, is stemmen op iemand die U graag als leider zou willen zien. Er zal een stembus geplaatst worden naast de deur waar U binnen gekomen bent. Ik geef U één wijze raad mee: Vertrouw niet iedereen! Succes met het vinden van de ASH." Iedereen was in shock. Ze moesten hier nog een paar dagen blijven! In dit gebouw, met elkaar. En er zaten enkele verraders tussen, wat het nog veel gevaarlijker maakte. Iedereen begon al vreemd naar elkaar toe te kijken. Wie was te vertrouwen en wie niet? De mensen begonnen al meteen contact met elkaar te zoeken en zoveel mogelijk van elkaar te weten te komen. Meneer Zwanenburg begon meteen met de voorbereidingen voor de zware dagen en nachten. Hij moest voor eten en genoeg luchtbedden zorgen. Hij hoopte dat het spel nog gered zou kunnen worden. Hij had er best veel vertrouwen in. Al die mensen waren immers ervaren spelers. Hij hoopte alleen dat de leden van de ASH dat niet waren.


Stein

Dit verhaal blijkt slecht te zijn door mijn laatste plaats. :D

--------------------------------------------------------------------------------------------------------

Yagokoro Eirin ging 's ochtends vroeg naar het ziekenhuis 'De Geneeskundigen' om alles van het slot af te halen. De bouw was net klaar en vandaag was de grote dag, het ziekenhuis ging open. Eirin ging nog voor één laatste keer langs alle kamers, om te checken of alles spik en span is en klaar voor gebruik.

Eirin hoorde de deuren opengaan en weer dichtklappen. 'Oh, dat zal het personeel wel zijn. Ik ga ze even ontvangen'
Eirin liep naar beneden, maar er was niemand. Ze riep even, maar geen antwoord. 'Ik weet zeker dat de deur open ging en weer dicht klapte. En de voetstappen waren ook duidelijk hoorbaar.'
De deur ging weer open, met een hele massa mensen. Eén stapte naar voren en sprak Eirin aan: 'Wij zijn de personeelsleden van het ziekenhuis. U bent zeker Yagokoro Eirin?'
'Ja, dat klopt. Komt u allen even om mij heen staan, alstublieft?'
Iedereen ging in een kring om Eirin heen staan.
'Goed. Allereerst wil ik zeggen dat ik heel dankbaar ben dat jullie hier komen werken, maar een nieuw ziekenhuis moet ook goed personeel hebben. Ik verwacht dus dat jullie je uiterste best zullen doen om alle patiënten gezond naar huis te sturen! Meer informatie hebben jullie niet nodig toch? Als jullie toch nog vragen hebben, stel ze gerust. Ik zal ze proberen te beantwoorden.'
Iedereen klapte en ging naar hun 'post', zo te zien had niemand een vraag en wilden ze gelijk beginnen. Met behulp van de brieven die ze gekregen hadden, konden ze de weg vinden in no time. De ambulancebroerders bij de ambulances, en de dokters naar hun kamertje.

Het was een onwijs groot ziekenhuis, Eirin moest zelf ook nog heel wat wennen. Ze liep nog eens mee met sommige personeelsleden die de weg niet konden vinden en hielp ze. Ook een goede training voor haar.
Maar niet alles is onmogelijk, na een tijdje herkende ze de eerste etage. Maar nu die andere 4 nog.
'Dit word een groot succes, maar dat geluid van eerder...' dacht Eirin bij haarzelf.
'Misschien was het gewoon de wind, je bent veel te nerveus Eirin! Straks begin je nog te Ijlen.'
Eirin praatte vaak in haarzelf. Maar een schysofreen was ze nog net niet.
Het is niet zo dat ze er op reageerde, maar soms lette ze gewoon even niet op, omdat ze bij haarzelf na zat te denken.

Het was half 8 in de ochtend, om 8 uur gaat het officieel open en kunnen de patiënten komen. Haar carrière begon nu pas echt, ze had aan haar ouders beloofd een geweldige arts te worden, maar dit ging ook nog eens een stapje verder!
Het was kwart over 8, nog steeds geen patiënt. Raar, want er waren de laatste tijd nogal veel mensen ziek omdat ze een griepje hadden.
Meestal willen ze dan wel zich laten controleren, en/of medicijnen halen.
Half 9, nog steeds niemand.
9 uur, nog niemand. Eirin wilde even een luchtje scheppen, maar de deur ging niet open! Het slot was afgebroken! Ze ging naar de achterdeur, daar was het slot ook weg!
Oh nee, wat nu? Misschien konden de elektrische ramen ook open.
Nee! Ook al niet! Oh, wat moest ze nu doen? Ja, eerst iedereen waarschuwen. Ze rende naar de balie en pakte de microfoon: 'Beste personeelsleden, ik hou het kort: we zijn ingesloten. De sloten zijn van de deur af, de ramen gaan niet open, zelfs de achterdeur gaat niet open. Ik vraag jullie allen, blijf kalm, de leiding gaat naar de oorzaak zoeken.'
Misschien, dacht Eirin, misschien zijn die indringers van eerder wel de oorzaak...
________________________________________

Iedereen is een personeelslid;
En voor de rest gaat het spel zoals het normaal ook gaat, veel plezier ermee!

Ilsette

hier mijn stukje  :-[:

Een hele stoet auto´s met daarin gespannen kopjes kwam het grote terrein op rijden. Ja, de zomer was weer begonnen en we gingen een geweldige zomer tegemoet. Als een van de eerste stapten Sophie en Kim uit de auto, ze kwamen al jaren op dit kamp, het was in de zomer hun thuis, ze gaven hun moeder een dikke afscheidszoen en liepen enthousiast het terrein op.
Het zag er weer prachtig uit, net als altijd. Overal mooie grote en oude bomen, het gras dat zo groen was, de fluitende vogels, het mooie meertje met het steigertje en niet te vergeten de hutjes, die waren zoals altijd weer tip top in orde, op 1 hutje na wisten ze, hut 27, beter bekend als het schimmelhutje, elk jaar hoorden ze rare verhalen over die hut. Je moest zorgen dat je daar niet in komt werd altijd gezegd, want dan kon het nog wel eens vervelend uitpakken, die stank alleen al.

Ondertussen was de leiding druk bezig met het voorbereiden van de grootse opening.
Toen alle kampgangers aanwezig waren, werd het kamp officieel geopend door kampleidster Berit. "Guten Tag, Bonjour, Welkom op kamp Wakkerdam. We gaan er met z'n allen een te gekke zomer van maken, maar daar hebben we jullie voor nodig, dus houdt je aan de regels en luister naar de leiding, dan komt alles goed. Hebben jullie er zin in?!" "JAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAA", riep het hele kamp in koor.
Dan nu hét kamplied om het kamp echt te openen, iedereen zong in koor:
"Kamp wakkerdam dam dam
We staan in vuur en vlam
Want het is fijn fijn fijn
Om in wakker dam te zijn"
Zo ging de zingende menigte nog wel even door.
"Tot slot, nog een paar mededelingen," zei Berit: "Alle regels, de hutindelingen en activiteiten zijn te vinden op het activiteitenbord, en nu lekker gaan genieten van jullie zomerkamp!"

Sophie en Kim waren helemaal door het dolle heen het zou fantastisch gaan worden. Ze renden naar het bord om te kijken welke hut aan hen toegewezen was. Maar, wat zagen ze nou... hut 27, dit kon toch niet waar zijn, de schimmelhut? Sophie barste half in tranen uit, haar oudere zus probeerde haar te troosten. "het komt wel goed, Soof, het is waarschijnlijk alleen maar een gerucht, we gaan eens kijken in die hut, het zal vast allemaal wel meevallen."
Daar liepen ze dan, Kim en Sophie, op weg naar hut 27. Eenmaal aangekomen bij de hut, maakte Kim voorzichtig de deur op. "IEEEEEEEEEEEEEEW" het was vreselijk, bewoog de vlek op de vloer nou, dacht ze. Van schrik liet ze haar koffer vallen en de deur viel weer dicht. Sophie die achter haar stond had nog niks gezien, ze vroeg half stotterend en bang aan haar grote zus, "en, h hoe was h het daaaar bi binnen?" Kim wilde Soof niet ongerust maken, maar wat moest ze, Soof zou er toch wel achter komen, "nou, het is niet de mooiste hut, maar als we het schoon maken, valt er zeker wat van te maken."
"Oké,"Sophie haalde opgelucht adem.

Ze besloten samen langs Berit te gaan, die zou hun wel helpen met schoonmaken.
Na 3 uur lang schrobben boenen en poetsen zag de hut er een stuk beter uit, van binnen was de schimmel weg en met 30 lavendelluchtverfrissers rook je de stank ook niet zo erg meer.
"Nu kan zomerkamp echt beginnen," zei Kim en ze legde haar koffer op het bovenste bed," dit bed is voor mij, Sophie! Pak jij het onderste bed maar."

Nadat de koffers uitgepakt waren, besloten ze naar het meertje te gaan, daar zouden ze hun kampvrienden weer zien. Bij het meertje was het een gezellige drukte van spelende en zwemmende kinderen. Al snel hadden ze hun vrienden gevonden en deden ze gezellig me met spelende kinderen.
's Avonds bij het eten werden er pannenkoeken gebakken en iedereen at zijn buikje vol. Daarna was er een verkiezing voor de junior kampleider, één van de kinderen kreeg de kans om de kampleidsters wat te helpen en dingen mee te organiseren.
Het was een gewilde taak bij alle kampkinderen. Na de stemming werd bekend dat Kim gewonnen had en dus de junior kampleider zou worden, een goede keus, want Kim kende het kamp als haar broekzak en ze kon met iedereen overweg.
Kim zelf vond het geweldig, op kamp zijn en dan ook nog eens junior worden.
Haar eerste taak was het openen van de karaoke-avond. De hele avond waren kinderen aan het zingen en lachen en genoten van een hapje en een drankje.
Rond 12 uur zei Berit, "nu is het echt tijd om naar bed te gaan, ga allemaal naar jullie hut. Welterusten en morgen staan er weer allemaal leuke dingen op het programma". "Welterusten", hoorde je iedereen zeggen.

De volgende kampdag waren de meeste kinderen al vroeg wakker en zaten lekker aan het ontbijt, met croissantjes en een halfhard gekookt eitje, maar Berit miste twee kinderen, Sophie en Kim. Ze besloot even te gaan kijken waar deze slaapkopjes bleven.
In hut 27 was het donker, de gordijnen nog niet open, geen lamp aan. Ze liep langzaam naar binnen en zag zag... Kim en Sophie DOOD op de grond liggen. Berit herkende ze haast niet, over hun hele lichaam groenachtige schimmel en bij hun mond een soort paarse schimmel, wat kon dit betekenen?
Hoe kon dit nou gebeuren? Wie had dit gedaan? Zouden er een soort schimmelmonsters bestaan? Maar wie, wie van de kampleden zou dit nou doen? Berit was geshockt. Een paar seconde was het dood stil rondom hutje 27, geen fluitend vogeltje of zingend kind. Toen ze zich enigszins weer kon bewegen en wat uit haar mond kon krijgen, gaf ze een harde gil en rende kei hard weg, weg uit die hut, de deur viel met een klap dicht.
Berit rende in sneltreinvaart naar het eethuis, daar lichtte ze alle kampleiders in. Ze besloten een spoedbijeenkomst te houden bij het buitenpodium, om iedereen in te lichten over het ernstige incident.

Ze trok aan de grote bel en alle kinderen verzamelden zich om het podium heen. Berit probeerde het nieuws zo goed mogelijk te vertellen, maar af en toe werd het haar te veel en nam een andere kampleider het over. Nadat alles verteld was, kwamen er een paar minuten van stilte, ongeloof en verdriet. Uiteindelijk zei Berit, "het is echt verschrikkelijk dat zoiets is gebeurd en ik kan het haast niet bevatten. Maar we moeten door, ook voor Kim en Sophie. Dus hebben we besloten dat we een nieuwe junior kampleider gaan kiezen. Jullie kunnen vandaag de hele dag stemmen. De activiteiten van vanmiddag zijn afgelast, jullie mogen zelf weten wat jullie vandaag gaan doen. Morgen ochtend komen we hier weer bij elkaar om Kim en Sophie de laatste eer te bewijzen en daarna zal de nieuwe junior worden gekozen, jullie hebben tot vanavond de tijd om te stemmen."

Erwipro

Hm, net alle winnende stukjes gelezen, de stukjes hier nog niet. Ik heb terecht niet gewonnen denk ik :P. Hierbij mijn stukje.

Vrijdag 23 april 1660

Vandaag heb ik mijn waardevolle schrijfboekje verloren. Ik weet zeker dat het ergens in de buurt moet zijn; ik schreef er elke dag in. Misschien heeft de hond het meegenomen en het ergens begraven, zoals hij wel met meer dingen lijkt te doen die ik laat slingeren.
Daarom ben ik zojuist nog eens naar het schip gegaan. Het was een angstaanjagende ervaring. Ik ben er niet vaak meer geweest sinds de eerste paar dagen sinds mijn schipbreuk acht maanden geleden, maar elke keer dat ik er kom denk ik terug aan het tragische voorval. Maar ook verwonder ik me elke keer weer over de grote hoeveelheid proviand die ik nog heb. Maar daarvoor kwam ik deze keer niet. Deze keer kwam ik voor dit boekje. Het schrijven is voor mij een primaire levensbehoefte geworden. Omdat ik geen contact heb met de buitenwereld, houd ik mezelf altijd voor dat iemand dit leest en zo voel ik me minder alleen.


Robinson Crusoe keek op van zijn nieuwe boekje. Vol trots overzag hij zijn zelf ingerichte landje. Zijn papegaai zat als een echte uitkijk op een paaltje van de omheining. Hij heette Poll, naar het eerste woord dat hij op dit eiland had gehoord dat niet uit zijn eigen mond was gekomen. Zijn hond rende door zijn maïsveldjes terwijl hij af en toe zijn baasje kwam bezoeken, die hem er maar al te dankbaar voor was. Deze had nog geen naam, maar die had hij ook niet nodig. Hij hoefde niet geroepen te worden, want hij liep de hele dag om hem heen.

Plotseling schrok hij op. Zijn blik was afgedwaald naar de zee, waar hij opeens een schip zag! Het was het derde schip dat hij zag sinds het moment dat hij hier alleen op dit eiland zat. De eerste twee hadden hem niet opgemerkt. In een poging de aandacht te wekken van de opvarenden, maakte hij zo snel mogelijk een vuurtje en begon hij met één van zijn weinige kledingstukken te wapperen, waardoor er een boel rookontwikkeling ontstond. In zijn enthousiasme wapperde hij nog harder, en hij vergat haast te hoesten terwijl de rook zijn longen binnendrong. Hij draaide zich automatisch om om zijn longen te verschonen, maar toen hij weer terugkeek naar het vuurtje, bleek dat het was uitgegaan door een gebrek aan zuurstof. Robinson schold op zichzelf zoals hij nog nooit gedaan had, tegelijkertijd weer een stokje op een droog stuk hout draaiend.

Zoals verwacht kon worden, nam dit veel meer tijd in beslag dan nodig was geweest. Ondertussen had Poll al enkele van zijn scheldwoorden overgenomen, wat zijn gemoed ook niet ten goede kwam. Hij slaagde er echter in om opnieuw een vuurtje te maken en deze brandend te houden. Hij wilde opnieuw zijn kledingstuk pakken, maar op het moment dat hij zich daarvoor omdraaide, keek hij achterom en schrok hij hevig. Het schip was veel te dichtbij gekomen! Blijkbaar had de bemanning zijn eerste signalen al opgemerkt en had de kapitein meteen opdracht gegeven om het schip te draaien.

Het schip voer met volle snelheid op zijn eilandje af en zou vastlopen op het zand en daar blijven vastzitten, want het was hoogtij. Robinson bedacht dat het niet veel zin zou hebben om te gaan seinen dat het schip een andere koers zou moeten gaan aanhouden. Ten eerste zou elk gebaar overkomen als een warme welkomstgroet. Verder zou het alleen een de beste kapitein lukken om dit schip nog in diep water te krijgen. En enkele seconden later hoorde hij inderdaad het geluid van een kiel die over het zand schuurde en vroeg zich af waarom de stuurman niet slimmer was geweest.

Maar tegelijk sprak hij van geluk. Eindelijk kon hij weer met mensen praten. Daarnaast was het schip ruim groter dan het schip waarop hij schipbreuk had geleden, als gevolg waarvan hij schatte dat hij een vier- tot vijfmaal grotere proviandvoorraad zou hebben. Hoewel dit met een twintig tot dertig keer zo grote groep om te voeden misschien niet een heel positief punt was. Hij waadde alvast met een glimlach op zijn gezicht het water in om de mensen te begroeten. Hij zag dat ze eerst even schrokken van zijn uiterlijk. Ze zagen echter in dat ze het de komende tijd met hem moesten doen en groetten hem hartelijk, ondertussen mopperend over de stuurkunsten van de stuurman.

Op het laatst kwam er een paniekerige jongeman naar buiten rennen. “Hens!”, riep hij. Alle scheepslui draaiden zich tegelijkertijd om.

“Alle sigaren in het buskruitruim nog aan toe! De kapitein en de stuurman zijn vermoord!” De angst was van een ieders gezicht af te lezen, en iedereen bleef als versteend staan. Robinson nam als eerste het woord. “We hebben een leider nodig,” was het eerste dat in hem opkwam. Meteen werd door meerdere mensen gesuggereerd dat hij dat zelf moest doen – hij bleek al lange tijd zelfvoorzienend te zijn op deze zelf gestichte maatschappij. Robinson had zijn weerwoord echter al bedacht. Híj moest zorgen dat het zo in stand bleef of zelfs uitbreidde, híj zou de voedselvoorziening regelen en koning op zijn eigen eilandje zijn. De andere helft van de straks tweekoppige leiding zou bedenken hoe ze konden afrekenen met de moordenaars van de twee vooraanstaande bemanningsleden.

Inuzuki

Walter Kabalter was blij dat ze eindelijk aan waren gekomen. De reis in de raket was vreselijk geweest. Hij had alles maar moeten regelen, terwijl de deelnemers als een stelletje kippen aan het praten waren, en hem ondertussen allerlei vragen stelden. Hij had een week geleden een advertentie in de krant gezet, waarin hij had gezet dat hij mensen zocht voor een interessante reis, maar hij was vergeten erbij te zetten dat ervaring en opleiding verplicht was. Ook had hij er bewust niet erbij gezegd dat de reis een test was om te kijken hoe goed mensen het hier vol konden houden. Misschien zag hij het ook wel als een spelletje, maar dat wist natuurlijk niemand. Nu waren hier allerlei mensen, met ieders andere redenen voor de deelname, maar hij had aan niemand wat. Hij besloot iedereen toe te spreken, omdat ze nu maar niks stonden te doen.
"Nou iedereen, welkom op planeet Zyxron, jullie zijn de eerste mensen die hier ooit zijn geweest, en het zal zeker wennen zijn. Wees zuinig met je pak, want zonder de zuurstof in dat pak zul je hier niet overleven. Jullie hebben allemaal zuurstof voor twee weken, wat meer dan genoeg is." Hij keek nog even rond, wat waren het toch een stelletje idioten, de een zag er nog dommer uit dan de ander. Hij ging maar door met praten, terwijl iedereen hem schaapachtig aankeek.
"Ik zal jullie de eerste dag wat begeleiden, maar daarna blijf ik in de raket." Hij zei er maar niet bij dat dat was omdat hij bang was voor alle gevaren hier en hij liever de deelnemers dood had dan hemzelf. Bovendien was het hier maar koud, en was het lekker warm in de raket, die ook nog van alle luxe voorzien was. Hij genoot van het idee van zijn mooie plekje, toen hij zag dat iedereen nog steeds keek.
"Oh ja, zet allemaal maar een tentje ofzo op, zodat jullie in ieder geval een plekje hebben om te slapen. Hoewel dat natuurlijk jullie eigen zorg is."
Iedereen begon meteen druk door elkaar te lopen, en te klunzen met al hun spullen. Even twijfelde hij of hij soms zou helpen, maar hij had al genoeg gedaan.
"Als jullie me nodig hebben, ben ik in de raket. Maar ik wil wel even duidelijk hebben dat dat voor jullie allemaal verboden terrein is." Hij wees nadrukkelijk op de bel die hij er speciaal op had laten installeren.
"Bij niet aanbellen, pak ik al jullie zuurstof af, en geloof me, dat is niet leuk." Hij grijnsde en liep de raket in. Hij kwam in het belangrijke gedeelte waar ze met z'n allen hadden gezeten, en drukte op een geheime knop bij de koelkast. Er verscheen een lift, en hij ging met de lift naar boven, waar hij zou verblijven. Hij pakte warme chocolademelk, en liet het bubbelbad vollopen. Wat was het toch fijn om de leiding te hebben. Nadat hij van het bad had genoten, en zijn pyjama had aangetrokken om te gaan slapen, liep hij naar het raam. Iedereen was gaan liggen, sommigen in een tent, en anderen gewoon buiten in een slaapzak. Het verbaasde hem dat er niemand zo dom was geweest het zuurstofpak uit te trekken, en er nog geen paniek heerste. Hij ging in zijn bed liggen, waar hij heerlijk sliep.

De volgende dag schrok hij wakker van de bel. Hij schoot in de lift naar beneden,zodat ze niet konden zien dat hij wel in luxe leefde. Hij deed de deur open en zag een oudere man staan.
"Wat is er?" Gromde hij.
"Ik.. Het.. Zij, dat lichaam daar! Haar zuurstofpak, de stop is uit het pak getrokken!" Het was duidelijk dat de man niet uit zijn woorden kwam, en er kwam een andere man aangelopen, die er al een stuk slimmer uitzag.
"Waarom zit er een stop in dat pak! Wat is dat voor een onzin!" Walter vroeg hem wat er precies gebeurd was.
"Ik heb geen flauw idee, we zagen die vrouw vanochtend liggen, met de stop uit haar pak. Het is toch niet normaal dat daar een stop in zit." Vertelde de man mopperend. Die man wist misschien niet wat er aan de hand was, maar dat wist Walter best. Hij had al genoeg gelezen over dat deze planeet mensen kon veranderen, bepaalde mensen die daar gevoelig voor waren konden hier slechte mensen worden. Mensen die 's nachts slechte dingen deden, waarvan ze 's ochtends niet meer wisten dat ze het hadden gedaan. Er was vast iemand die vannacht onbewust die stop eruit had getrokken. Walter wou natuurlijk niet dat er nog meer paniek kwam, en sprak iedereen daarom toe.
"Mensen, het was vast een ongelukje, de volgende keer als er iets gebeurd, wil ik niet dat er weer allerlei mensen voor mijn deur staan. Ik wil daarom dat jullie een iemand kiezen, die een goede leider zou zijn voor jullie, die alle problemen met jullie kan bespreken, en het aan mij door kan vertellen." Hij haalde vervolgens een doos, papier, en wat pennen uit de raket.
"Iedereen moet vandaag stemmen op een persoon, die volgens jou wel een goede leider zal zijn. Morgenochtend zal ik bekendmaken wie er is gekozen. Ga nu allemaal maar weer weg, je eigen ding doen." Nu hij eindelijk klaar was met zijn verhaal, ging hij in zijn kamer maar een of andere buitenaardse tv-zender kijken.

Jnusch

Blabla :P

"Beste mensen, mag ik even jullie aandacht?" riep Miko nadat hij op een tafel was geklommen, "Ik heb een mededeling." Zoals altijd duurde het even voor het stil werd. "Waarschijnlijk hebben jullie wel gemerkt dat ik de muur daar heb leeggeruimd..." Met een vaag gebaar wees hij naar de muur achterin het kleine cafétje, naast de wc's. "Puik werk hoor!" merkte iemand op. Natuurlijk moest er een lolbroek zijn, "Dankje, schat, ik waardeer je erkenning," Sarcastisch trok hij zijn wenkbrauwen op, hij wilde graag verder gaan. "Wat ik wilde zeggen, die muur, die wil ik versierd hebben," Meteen barstten een aantal mensen al los.
Miko had van de groep die nu voor hem zat hij niet anders verwacht, stuk voor stuk waren het creatieve mensen boordenvol ideeën. Hij glimlachte, zijn werk was dan wel geen vetpot, hij kon geen manier bedenken waarop hij zijn dagen beter kon slijten dan als eigenaar van Tungsten. Om duidelijk te maken dat hij graag wilde verdergaan met zijn verhaal drukte hij zijn handen demonstratief tegen zijn oren. De stilte was oorverdovend voor iemand die zo aan constant rumoer gewend was. "Jongens! Alsjeblieft! Graag zou ik jullie zieltjes verlichten met de rest van mijn monoloog. Ja?" Het duurde nog een aantal seconden, maar uiteindelijk vond hij het stil genoeg om verder te gaan.
"Ik neem aan dat jullie allemaal de site PostSecret wel kennen? De boeken liggen hier wel ergens op een tafeltje indien je die vraag met nee moet beantwoorden." Hij wees in de richting van een enorme berg tijdschriften en boeken met een tafel eronder, de zooitafel, zoals die liefkozend genoemd werd. "Zoiets wil ik hier ook." Hij pauzeerde even om de reacties te peilen. Van een aantal was het meteen duidelijk dat ze de site niet kenden, de meesten knikten echter belangstellend. Een enkeling schudde het hoofd, wat hem lichtelijk verbaasde. Ach ja, je kon nu eenmaal niet alles hebben.
Misschien dat een uitleg hen over de streep zou trekken. "Ik zie een aantal bedenkelijke gezichten, daarom zal ik het even wat verhelderen. Het is de bedoeling dat jullie, mijn lieve, schattige klantjes, de geheimen regelen." Verschrikte gezichten van degenen die het concept wél kenden. Die hadden vast erg interessante geheimen... "Waar ze vandaan komen maakt niet uit. Of je nou je diepste geheimpjes op een kaart zet, die van je kleine nichtje of dat je ze verzint, alles is goed. Voor mijn part ga je geheimen collecteren aan de deur of zoek je ze op internet. Alles is goed, elk geheim mag." Hij liet het even inzinken. In sommige ogen begonnen nu de pretlichtjes te schitteren, Miko zag sommigen al hele verhalen verzinnen in hun hoofd. Dat was nu precies waarvoor hij het deed, waarom hij zijn baan zo dankbaar vond.
"Ik hoop dat jullie er zin in hebben, want ik ga het hoe dan ook doen!" grinnikte hij. "Natuurlijk vind ik dit allemaal heel leuk en aardig, maar ik heb wel iets beters te doen dan de godganse tijd met die geheimen lopen zeulen. Daarom wil ik graag dat jullie allemaal stemmen op wie je het meest geschikt vind om de geheimenmuur bij te houden. Verder is het ook de taak van die persoon om te kiezen welke geheimen op de muur komen. Ik zei net wel dat alles mocht, maar dat heeft natuurlijk grenzen. Daarmee wil ik zeggen dat je alles mag toegeven, maar wel op een fatsoenlijke manier.
"Jullie stemmen zullen de eerste geheimen zijn die de muur gaan sieren. Gooi ze allemaal maar in de brievenbus in de loop van de dag - zo zal het met de kaarten trouwens ook gaan, in de brievenbus! Morgen maak ik de opzichter van deze bende bekend!" besloot hij grijnzend. Hij sprong van de tafel af en ging weer achter de bar staan. Dit zou vast ongelofelijk intrigerend worden, hij had er helemaal zin in...         

wschoolf1

Beginpost:

Het eiland Kilibau was altijd onbewoond geweest. Sterker nog, het eiland was zelfs volledig onbekend in de mensenwereld. Waarschijnlijk was Kilibau het enige plekje op aarde waar nog nooit enig levend wezen geweest was. Maar in korte tijd kwam hier behoorlijk verandering in...

Het Engelse zeilschip 'The Pretender' was op weg in een reis om de wereld, toen het schip plotseling terechtkwam in een onmenselijk zware storm. Hoewel er zeer bedreven zeelieden aan boord waren, was het niet te doen geweest het schip op koers te houden. Zeven dagen en zeven nachten achtereen werd het schip geteisterd door hevige rukwinden, huizenhoge golven en werd het compleet uit koers geblazen. Bemanning sloeg overboord en verdronk, de gelukkigen die op het schip konden blijven kregen geen moment rust. Juist op het moment dat ook zij bijkans vergingen van pure vermoeidheid, werd het schip tegen de kliffen rond het eiland Kilibau opgeblazen. De overgebleven bemanning kon nog net het eiland bereiken, alvorens het schip verging. Korte tijd later ging de storm liggen...
Ook het Franse oorlogsschip 'Le Chapeau' en het Spaanse binnenvaartschip 'Inalterable' waren per ongeluk in deze zwaarste storm ooit terechtgekomen. Door een noodlottig toeval waren ook zij op het eiland Kilibau gestrand. De schepen vergingen vrijwel gelijktijdig met die van het Engelse zeilschip en de bemanning was net op het droge geklommen toen ze met lede ogen moesten toezien hoe hun schepen, met daarop nog enkele van hun makkers, te pletter sloeg en ten onder ging tegen de rotsen en in het kolkende water.
Hoewel de drie groepen in eerste instantie niets van elkaars bestaan afwisten (de Engelsen waren aan de Noord-West-kant gestrand, de Fransen aan de Noord-Oost-kant en de Spanjaarden aan de Zuid-Kant van Kilibau), kwamen zij elkaar al vlot tegen, toen de eerste expedities van de verschillende groepen het eiland begonnen te verkennen. Waar in eerste instantie dan altijd vlot de hoop ontbrandt dat een van de kampen nog contact heeft met het vasteland, was de spreekwoordelijke klap bij het slechte nieuws dat niemand nog een noemenswaardig vaartuig bezat of op ook maar op enige manier contact had met de buitenwereld vanzelfsprekend des te groter. Van pure teleurstelling  gingen de stammen al snel weer los van elkaar hun leventje oppakken, om elkaar nooit meer te spreken.

Maar, zoals dat vaak gaat in legendes en op eilanden die graag onbewoond willen blijven, het eiland Kilibau bezat vreemde krachten en begon al snel van alles in het werk te stellen om ervoor te zorgen dat het weer snel in de vergetelheid zou raken...

Het toch al niet bijster boeiende leventje van de eilandbewoners begon een ware nachtmerrie te worden, toen er in elk van de drie kampen slachtoffers begonnen te vallen. Mannen, vrouwen, jongens en meisjes, die overdag nog kerngezond rondwandelden, werden 's nachts uiteengereten teruggevonden, vaak honderden meters uit de richting van het kamp. Omdat de mensen van de verschillende kampen vonden dat hier hoognodig iets aan moest gebeuren, werd besloten de slechte verhoudingen even te laten voor wat ze waren, en toenadering te zoeken naar de andere kampen.
Exact in het midden van het eiland, op de top van de enige berg die het eiland bezat, ontmoetten de drie kampen, elk gereduceerd tot een man of 20 (door de storm op zee en de plotselinge moorden) elkaar. Men was het al gauw eens over het feit dat er een oplossing gezocht moest worden voor het grote probleem dat op dit eiland speelde, maar ofwel door de wantrouwige houding naar elkaar toe, ofwel door de pure wanhoop die zich van de meeste aanwezigen meester had gemaakt, werd besloten tot een nogal lugubere aanpak voor de reeks moorden. Elk kamp zou zijn eigen leider kiezen en vervolgens zou er gestemd moeten worden om te bepalen wie van de eilandbewoners een weerwolf zou zijn. Iedere dorpsleider zorgde er vervolgens voor dat de stemmen in hun dorp verzameld zouden worden en hij of zij kreeg ook als enige toestemming de andere kampen binnen te komen en daar de veroordeelde hoogstpersoonlijk om zeep te helpen. Omdat de bemanningsleden allen overtuigd waren van hun eigen onschuld en de buitenlandse eilandbewoners wantrouwden, kon vooraf al voorspeld worden dat men nooit op iemand uit het eigen dorp zou stemmen. Op deze manier zouden er iedere avond drie mensen opgeofferd worden voor het hogere doel: het eiland weerwolfvrij maken. Dat er op deze manier nog een heleboel extra onschuldige slachtoffers zouden vallen, kwam niet op in het brein van de verschillende eilandbewoners, men was allang blij dat dit probleem nu eens aangepakt zou worden...

Het eiland Kilibau was inmiddels al bijna aangekomen op het punt waarop het zo naarstig naar op zoek was, nog even en het zou weer heerlijk onbewoond én onbekend zijn, voorgoed afgeschermd van welke vorm van leven dan ook...

(796 woorden)

Maiken

"... en dat was het einde van de ruiter zonder hoofd," sloot Ichabod Crane zijn verhaal aan zijn klein kinderen af. Ze keken met grote ogen nog naar de held die hun opa was.
"Echt waar opa?" vroeg de kleinste met grote ogen. Het was niet duidelijk of deze van nieuwsgierigheid of van angst waren. "Is het allemaal echt zo gegaan?"
"Nee, nee... het is gewoon een verhaal," viel hun vader Ichabod Crane Jr. hun opa in de rede. "Een leuk verhaal, verzonnen om kleine kinderen het hoofd op hol te draaien." Hij wierp zijn vader een woedende blik toe. Hoe vaak moest hij hem nog vertellen dat zulke dingen niet bestonden en als ze dat al deden, dan moest hij niet zijn kinderen daarmee bang maken.

Niet lang daarna, net op het moment dat de vrouw van Ichabod Jr. de kinderen in bed aan het stoppen was, klonk er een geklop op de deur. "Een brief voor Ichabod Jr.," zei de postbode, nadat de bediende de deur had open gedaan.
Ichabod Jr. nam de brief aan en begon deze snel door te lezen. "Pa, deze moet verkeerd geadresseerd zijn. Ze zeggen dat de ruiter zonder hoofd terug is, ze hebben je hulp nodig."
"Nee, hij is goed geadresseerd," antwoordde zijn vader, die weigerde de brief aan te nemen. "Ik ben nu 70, ze hebben een jong koppig iemand nodig om de personen hierachter te vinden. Dat ben jij. Ik heb je aangemeld."

"Rot vader," mompelde Ichabod Jr. toen hij in het kleine dorpje genaamd 'Sleepy Hallow' aankwam. Midden op het dorpsplein, zover je dat een plein kon noemen, stond iedereen te wachten op zijn aankomst.
"Welkom in Sleepy Hallow," sprak een lange heer. "Ik ben Bram Bot, tot u dienst. Is er iets wat wij voor u kunnen doen?"
Ichabod Jr. bekeek de jonge heer voor hem. Nee, die was veel te licht om ook maar een zwaard op te tillen. "Misschien willen de schuldigen naar voren stappen en ons de zoektocht bespraken naar hun?" Niemand stapte naar voren. "Ah.. Daar was ik al bang voor." Hij gebood een paar mensen opzij, zodat hij naar de kerk toe kon lopen. Zonder iets te vragen zette hij daar een brievenbus naast.
"Gisteren," begon Ichabod Jr. zijn verhaal en hij draaide zich om, zodat hij kon kijken naar het groepje mensen. "is iemand hier  vermoord door de ruiter zonder hoofd. Tenminste, dat wordt beweerd." Hij liep richting de groep. "Deze beschuldigen zijn echter niet hard te maken en..."
Op het mededelingenbord stond in grote letters met bloed een waarschuwing geschreven. "Dit is onze stad, onze ruiter rust niet voordat jullie weg zijn."
"Okay... ze zijn dus wel hard te maken," Ichabod dacht even na. "Jij daar. Wie is er vermoord?" vroeg hij aan een klein jongetje, die niet ouder kon zijn dan tien.
"De burgemeester, meneer," antwoordde hij stotterend.
"Dan hebben we eerst een nieuwe burgemeester nodig, is het niet?" vroeg hij aan de groep mensen die maar instemmend knikten. Ze wisten niet wat ze anders moesten doen. "Vandaag heeft iedereen de kans om te stemmen voor de nieuwe burgemeester. Het is heel simpel," legde hij uit. "Je pakt een briefje, schrijft een naam erop en gooit hem in deze bus. Aan het eind van de avond hebben we een nieuwe burgemeester. Ondertussen ga ik op onderzoek uit." Met die woorden liet hij de dorpsbewoners achter.

Daeron

Kolonel Anderson lag met zijn geweer in zijn hand op een bank in een huis in het plaatsje Sainte-Mere-Église.
Hij was zijn squad kwijtgeraakt bij de sprong uit het vliegtuig, hij heeft ze niet meer gezien en vermoed al dat ze dood zijn, er word de hele tijd geschoten en het 82ste airborne divisie leid zware verliezen tegen de Duitsers.
Hij is in zijn been geraakt bij de landing en neemt daarom niet meer mee aan de strijd.
Terwijl hij daar ligt hoort hij iets naderbij komen, snel gaat hij overeind zitten met zijn geweer op de deur gericht, opeens staat er een soldaat voor de deur met een Amerikaans uniform en een geweer.
''Thank god'' zegt Kolonel Anderson en hij legt zijn geweer neer.
De soldaat komt binnenlopen en al snel volgen er meer, het zijn er zo'n 22 en allemaal met een Amerikaans uniform aan.
De soldaten gingen op de grond zitten, een paar minuten later hoorde ze een zwaar geluid als een tank, één soldaat ging kijken.
Het bleek inderdaad een tank te zijn, en nog wel een Duitse TigerTank, dit was een gevreesde tank en het zou moeilijk worden de tank uit te schakelen omdat ze zelf geen bazooka hadden en al helemaal geen granaten dus zouden er soldaten de tank in moeten om de tank uit te schakelen.
Maarja, het was niet makkelijk zo'n tank op te komen, maar als het zou lukken zouden ze wel een tank hebben en kunnen gebruiken tegen de Duitsers.
Er waren al een paar soldaten op weg om de tank uit te schakelen, er stonden ook al drie soldaten op het balkon voor dekkend vuur, de soldaten die onderweg waren om de tank uit te schakelen hadden het er uiterst moelijk omdat de soldaten op het balkon de Duitse soldaat op de geschutskoepel maar niet konden raken en die dus gewoon met het machinegeweer dat erop staat de soldaten kon bestoken.
Opeens hoorden ze een luid geluid en er kwamen een paar soldaten het huis uit rennen, de soldaat op de tank was afgeleid en werd neergeschoten, de tankbemanning kwam de tank uit met een paar geweren maar hadden geen schijn van kans tegen de soldaten die klaarstond om ze uit te schakelen.

Een paar uur later is de Kolonel al helemaal bekend met de soldaten, en hij is er achter gekomen dat de Duitsers uniformen van de doden Amerikanen aantrekken om zich erin te mengen en zo ze van binnenuit te vernietigen.
Ook is hij er achter gekomen dat hun officieer (luitenant) dood is dus zullen ze een nieuwe moeten hebben en door zijn wond kan hij het niet zijn.
Ze zullen dus moeten stemmen voor een nieuwe officier, en na de eerste nacht zullen ze elke dag een Duitser er proberen uit te stemmen.
Maar waarschijnlijk zouden de Duitsers elke nacht stiekem een soldaat uit schakelen dus moesten ze uitkijken dat ze niet in hun slaap werden vermoord, daarvoor zou hij de soldaten ook nog waarschuwen.
De rest van de dag zouden de soldaten nog moeten en vechten, zelf besloot hij samen met een paar soldaten dit huis als hoofdkwartier in te richten, het zou best wel lastig worden omdat hij nog niet veel meubelen in het huis had gezien die bruikbaar zouden zijn.