Nieuws:

Welkom op het nieuwe locatie van het forum
Op dit moment wordt de .nl website doorgestuurd naar de .be website.

Hoofdmenu

Ronde 1: Bekendmaking

Gestart door Beertyah, 8 februari 2009, 20:24:09

Vorige topic - Volgende topic

Beertyah

Ronde 1: Bekendmaking!

Ja, ronde één is voorbij en de winnaars van de eerste ronde zijn bekend. Tien deelnemers werden geselecteerd om naar de tweede ronde te gaan. Maar eerst krijgt iedereen alvast een score op 100.

Iedereen krijgt ook een reactie van de jury, deze wordt echter opgestuurd via pm.

Van de tien beste spelers worden hieronder de stukjes gepost van de tiende naar de eerste plaats.
(de andere 13 deelnemers mogen als ze willen hierna hun stukjes nog posten in een topic dat ik daarvoor zal aanmaken)

De lijst:

#NaamPercentage
23Stein38%
20Daeron45%
20Thecharmedone45%
20Wschoolf145%
19Js149348%
18Jnusch51%
17Maedhros52%
15Erwipro54%
15Maiken54%
14Amilmarith58%
11Ilsette60%
11Inuzuki60%
11Xindar60%
Geselecteerden
10Hephaistion62%
8Laura64%
8Lianne64%
7Paithan65%
6Lieven9568%
5Naantje79%
4Zabulus82%
3Jakarw83%
En een gedeelde eerste plaats
1Dixie85%
1Germelia85%

Beertyah

10de plaats:
Hephaistion

~~~

'Parijs is een hoer. Ze is niet meer wat ze was. Mensen komen hier enkel voor hun pleziertjes en betalen er grof geld voor.  Ze geven niet meer om de stad zelf.
Parijs is een oud wijf. Ze danst niet meer zoals ze vroeger deed. Ze schreeuwt slechts met haar krakerige stem waarmee ze ieder wegjaagt.
Parijs is een zwerver. Ze laat haar afval liggen en verdrinkt erin. Ze drinkt zich zat en vertrekt daarna de bittere kou in. Op weg naar een nieuwe brug om onder te slapen, staren mensen haar na. Ze lachen haar uit.'

Chase kijkt op vanuit een brief. Hij ruikt aan het parfum en stopt zijn herinneringen diep weg.
Nee dit is niet het moment daarvoor. Voor een moment is het stil, daarna trekt de witte waas voor zijn ogen weg en gaat hij verder met zijn verhaal.

'Met de komst van de verjaardag van de koning, Koning Lodewijk de veertiende, moet de stad haar charmes herwinnen. Het moet een groots feest worden, niet alleen in het paleis maar ook daarbuiten in de straten van de stad zelf.
Daar moet de veertigste verjaardag van de koning overal klinken en moet er gefeest worden.
Nou zullen jullie waarschijnlijk denken: voer het volk alcohol en ze dansen wel.
Daarin geef ik jullie ook gelijk. Maar het punt ligt ook niet bij de zeden van de burgers.
Het ligt bij de strijd tussen de Katholieken en de Hugenoten.
Rellen, overlast, vernielingen, ruzies en ga zo maar verder. Ze zijn stuk voor stuk het gevolg van deze achterlijke ruzie en ze stoppen niet totdat één van beiden niet meer bestaat.'

Chase staat op en kijkt met zijn grote blauwe ogen naar het vijfentwintig koppige publiek.
De meesten vinden het vreemd dat de persoon, zittend op het bureau, op zijn nog jonge leeftijd al zo'n hoge functie bekleedt. Minister van binnenlandse zaken om precies te zijn.
En nu had hij de opdracht gekregen Parijs toonbaar te maken voor het belangrijke buitenlandse bezoek dat de verjaardag van de koning zal vieren.
Chase haalt een lok uit zijn gezicht en gaat dan verder.

'In deze brief staat een bevel van de koning aan mij om het geruzie eens op te lossen. Welke middelen gebruikt worden, is onbelangrijk.
Zelf had ik het idee bedacht om een wedstrijd te houden. Geen van jullie kent elkaar, zoals het waarschijnlijk al was opgevallen. De meesten zijn katholiek en slechts een paar Hugenoot.
Door middel van stemmen zal er iedere nacht iemand uit het spel gestuurd worden.
De eerste nacht zal er nog niemand vertrekken. Er zal dan een leider worden gekozen.
Ik heb ook andere verplichtingen en bij de leider kunnen jullie de stemmen inleveren.
Het geloof dat overblijft zal de enig toegestane godsdienst worden in Parijs. '

Na deze uitleg verlaat iedereen het kantoor en blijft Chase achter.
Hij staart door de ramen zijn geliefde Parijs in.
'Meneer u weet dat de conflicten tussen de hugenoten en de katholieken aardig kunnen oplopen.'
Charles, de butler van Chase, kijkt zijn baas bezorgt aan.
'Dat weet ik. Laten we hopen dat er geen doden zullen vallen.'

Beertyah

8ste plaats:
Lianne

Het werk in het legerkamp ging moeizaam door, steeds meer mensen hadden last van de ziekte. Ze baden tot de goden om er iets aan te doen, maar niks hielp. De genezers zaten met hun handen in het haar. Veel van de soldaten waren ziek geworden, de Trojanen kwamen aan de winnende hand.
Niemand die op het jonge, knappe, Trojaanse meisje lette, iedereen was druk bezig met zijn eigen problemen. Briseïs glipte de tent van haar gevangen houder uit en keek nieuwsgierig in het kamp rond. Ze was hier gekomen en had maar een korte glimp van het kamp opgevangen. Als slavin van de Griekse held hoorde ze wat er in het kamp speelde, maar het met eigen ogen zien was veel leuker. Om zich heen zag ze de onbekende ziekte waar Achilles het al over had gehad. Mensen leden eronder, ze herkende het als iets, door de god Apollo veroorzaakt. Maar dat was ze niet van plan te zeggen, het zou haar redding kunnen worden. Ze huppelde lichtvoetig door het kamp, de ziekte trof haar niet, zij was Trojaans en had met dit hele zooitje hier niks te maken. Behalve dan dat ze gevangen was hier.
Andere gevangenen hadden het slechter, zag ze. De vrouwen werden afgesnauwd en moesten hard werken, mannelijke gevangenen waren er niet, te gevaarlijk als ze ontsnapten. Ze hadden er natuurlijk niet aan gedacht om haar gevangen te zetten, maar zij kon ook ontsnappen. Niet dat ze dat nodig vond, natuurlijk niet, maar ze was ook niet van plan om weg te lopen. Achilles was aardig voor haar en tot nog toe had ze het goed. Hij was weg, met de andere aanvoerders vergaderen, had hij gezegd.
Ze keek eens rond en zag de tent die overduidelijk de tent van Agamemnon was, de broer van Menelaos, met wie de knappe Helena getrouwd was. Ze ging naast de tent zitten en luisterde naar het gesprek dat daarbinnen werd gevoerd. Dat was niet moeilijk omdat het met stemverheffing werd gevoerd. Nieuwsgierig zocht Briseïs een gaatje in het tentdoek.
De ruzie tussen de twee legerleiders was door het hele kamp te merken, het geschreeuw was weliswaar niet te verstaan, maar klonk wel door het kamp. De Grieken leden onder de pest en de aanvoerders maakten ruzie over de buit, in de vorm van vrouwen. De gewone soldaten wisten niet wat er gebeurde, maar wie erbij was, en tot die mensen rekende Briseïs zich, kan dit nog na vertellen:
'Apollo heeft deze vreselijke ziekte veroorzaakt! En weet u waarom?' tierde Achilles. Hij keek woedend in het gezicht van zijn meerdere. 'Nee, natuurlijk weet u dat niet! Om het meisje, om uw slavin. Daarom lijden onze mannen zo. Omdat u zo vreselijk hebberig bent!'
De twee mannen keken elkaar schattend aan. Achilles was de sterkste, dat wist iedereen. 'Geef dat kind terug aan haar vader! Zo komen we toch ook niet verder man. Zo komt die mooie Helena echt niet uit Troje!'
De andere aanvoerders probeerden de jonge held rustig te houden. Agamemnon, ook woedend, zei: 'En dan? Dan zit ik zonder buit! Ik wil van de Trojanen minstens iets net zo goeds terug.'
'We hebben alles wat de Trojanen hadden al. Hoe wilde u aan een even goed geschenk komen als er niks meer te halen is?!'
Even was het stil, de opperbevelhebber dacht na, toen zei hij: 'Het is al goed! Ik geef mijn buit terug, op één voorwaarde.' De ogen van Agamemnon glinsterden gemeen. 'En die voorwaarde is?' zei Achilles smalend.
'Dat ik jouw slavin krijg.' Het kwam zachtjes, uit de mond van de man, niet bang, eerder sissend. Het was van zijn gezicht af te lezen dat hij wist hoe vreselijk hij de eer van Achilles hiermee kwetste.
De hand van de gekwetste ging al naar zijn zwaard. De andere legeraanvoerders keken als versteend toe. Agamemnon deinsde achteruit, hij zou binnen een paar seconden verenigd worden met zijn geliefde dochter Ifigeneia.
Wat er toen gebeurde weet niemand, op Achilles en de godin Pallas Athena na, maar zijn hand liet het zwaard weer terug in de schede glijden. Zijn gezicht, nog steeds vertrokken van woede, liet niet blijken waarom hij dit deed. 'Je krijgt mijn slavin al! Jij met je hondenkop en het hart van een hert.' Hij draaide zich om en beende woest de tent uit.
Briseïs rende al vooruit en zorgde dat ze in de tent was voor hij in de tent kwam. Hij zag er zo kwaad uit dat ze zijn woede liever niet over zich heen kreeg. Ongelukkig bedacht ze zich dat ze dan bij de aardige Achilles weg moest en naar een andere, veel minder aardig lijkende, Griek moest.

'Omdat ik deze oorlog heb veroorzaakt wil ik hem ook oplossen.' Paris sprak zachtjes en gehaast. Het kleine groepje mannen voor hem keek hem vastberaden aan, zij gingen zorgen dat de oorlog ten einde kwam. 'Jullie gaan het legerkamp van de Grieken binnen en doen alsof jullie gewone soldaten zijn. Omdat het daar nu zo'n heisa is zal niemand jullie opmerken. Meng je onder de soldaten en laat hun plannen mislukken. Apollo zij met jullie.'
Paris deed de poort op een kiertje open en de mannen glipten de nacht in. Achter hen ging de poort weer dicht, Paris met zijn eigen problemen en Helena achterlatend in Troje.
Onopgemerkt kwamen ze in het kamp, waar ze buiten de nacht doorbrachten. Niemand die hen verdacht van vijandigheid, niemand die ook maar verwachte dat er Trojanen in het kamp waren op de slavinnen van de legerleiders na.

Die ochtend was de pest afgelopen en konden de Grieken weer ten strijde trekken. Alleen Achilles en zijn mannen lieten het afweten. Hij zat gekwetst in zijn tent en kwam er niet uit.
Daarop liet Agamemnon een stemming afkondigen om een nieuwe voorvechter te kiezen.
Briseïs voelde medelijden voor de man waar ze haar gevangenschap tot dan toe mee door had gebracht, het liefst was ze naar hem toegegaan, maar ze kon niks. Af en toe hoorde ze Agamemnon op hem mopperen. Ze hoopte dat de nieuwe voorvechter vreselijk onhandig zou zijn, het zou Achilles weer zelfvertrouwen geven.

Beertyah

8ste plaats:
Laura

Jan-Henk liep zenuwachtig op en neer in de gang. Het begon bijna. Zometeen zouden de deuren opengaan en zou er een uitzinnige menigte naar binnen stromen om auditie te doen voor Widols, de Wakkerdamse versie van Idols. Er was al een hoop reclame geweest op tv om te zorgen voor genoeg inschrijvingen en die hadden dan ook alle verwachtingen overtroffen. Het leek wel of de halve stad zin had om een beroemde popster te worden! Er waren deelnemers van allerlei leeftijden, de jongste was 7 en de oudste bijna 90. Natuurlijk kon niet iedereen door naar de volgende ronde. Alleen de allerbeste werden uitgenodigd om nog een keer terug te komen.
Samen met de andere juryleden werd het een lange dag voor Jan-Henk, die in het hele land beroemd of misschien wel een beetje berucht was door zijn pittige kritieken. Daarom had hij zich voorgenomen om deze keer een beetje aardiger te zijn voor de kandidaten, maar van de producenten mocht hij niet te aardig zijn. Die zaten allemaal te zeuren dat het niet goed zou zijn voor de kijkcijfers.
Om 10 uur werden de deuren opengemaakt en stroomden alle deelnemers naar binnen. Jan-Henk ging snel naar de jurykamer, zodat hij niet omvergelopen zou worden. Wat hem betreft, mocht het beginnen! Al snel waren de audities in volle gang. Het was erg vermoeiend, maar Jan-Henk vond het toch wel heel leuk. Soms lag hij dubbel van het lachen, maar een andere keer was hij sprakeloos omdat er zo mooi gezongen werd. Alle stijlen waren vertegenwoordigd: de ene zong pop, de ander klassiek en weer iemand anders was aan het headbangen. De dag liep snel ten einde en er moest bekend gemaakt worden wie er door waren en wie helaas niet. In het totaal waren maar 50 mensen goed genoeg voor de volgende ronde. Die was de volgende dag. Helaas moesten er ook veel mensen teleurgesteld worden. 'Maar ja,' dacht Jan-Henk, 'zo gaat het bij een auditie.'
Om goed te kunnen optreden moet je naast zingen ook nog dansen. De deelnemers werden daar in ronde twee dan ook op getest. Lang niet iedereen kon even goed dansen, dus weer vielen er aan het eind van de dag mensen af, zodat er nog maar 25 overbleven. Het was aan Jan-Henk om deze mensen een leuke mededeling te doen.
'Ik mag jullie allemaal feliciteren met een plaats in de liveshows!' zei hij. Iedereen ging helemaal uit zijn dak. 'Er zit alleen een addertje onder het gras. Onder de deelnemers bevinden zich een paar juryleden. Deze hebben zich natuurlijk goed vermomd. Het is aan jullie om de juryleden eruit te vissen. Als dat lukt krijgt iedereen die op dat moment nog in de show zit een grote prijs. Wat de prijs is, blijft nog even geheim. Na elke show overlegt de jury backstage. Jullie kunnen er dan natuurlijk ook niet achterkomen wie de juryleden zijn. Zij bepalen dan wie Widols zal moeten verlaten. Dus elke aflevering stemmen jullie, de deelnemers, een lid van de jury weg. Als jullie niet goed zullen stemmen, dan zal er een gewone deelnemer wegmoeten, die dan ook geen kans meer heeft op de prijs en op de eer om Widols te winnen. Daarna stemt de jury backstage de slechtste kandidaat weg. Hebben jullie er zin in?' Meteen hoorde Jan-Henk een hoop geroezemoes. Hij kwam erachter dat hij nog wat was vergeten te zeggen. 'Ik ben vanaf nu geen jurylid meer, maar ik ben de presentator. Jullie krijgen nog een blaadje mee met de regels, zodat wij zeker weten dat jullie het helemaal begrijpen. Daarna moeten jullie iemand uitkiezen die als aanspreekpunt geldt namens de hele groep. Denk goed na over je keus, en neem niet de eerste de beste. Je mag natuurlijk niet jezelf kiezen. Veel plezier iedereen!'
Jan-Henk was blij dat alles goed was verlopen. Hij merkte dat er een goede sfeer in de groep was en daar was hij erg blij mee. Hij was best wel benieuwd hoe het zou gaan met deze nieuwe manier van een talentenjacht, maar hij had er het volste vertrouwen in dat het zou gaan werken.

Beertyah

7de plaats:
Paithan

Het regende in de schemering van de zonsondergang in de binnenstad.
Piére haaste zich richting het atelier van meneer Noir. Met één hand zijn hoge hoed tegen zijn hoofd drukkend vanwege het koele winde dat de neerslag in slagregen veranderde, en de met zijn andere hand zijn glazen olielamp aan de lus vasthoudend passeerde hij de lege straten waar de marktlieden al reeds uren hun spullen weggeborgen hadden.
Enkel de rue de dordogne, de hoofweg waar hij op liep was verlicht en de duisternis die omdoemde vanuit de pik donkere steegjes leken wel happen uit de verlichting van de weg te nemen.

Een enkele keer hoorde hij geluiden vanuit de steegjes komen en met een huivering dacht hij aan al de enge en onverklaarbare dingen die de stad recentelijk overkomen waren.
De stad was sinds de bestorming van de bastille nooit meer hetzelfde geweest. In de dagen van de koningen was er altijd een stadswacht geweest die voor de veiligheid van de mensen zorgde maar sinds de revolutie was het gezag ver te zoeken en was men na het invallen van de duisternis op zichzelf aangewezen.

Piére was opgegroeid in een slaapstadje hier op een dagreis vandaan. Zijn ouders hadden graag gewild dat hij de zaak van zijn vader over zou nemen maar kaarsen maken had hem nooit erg kunnen interesseren. Hij hield van kunst. Door zijn hand kwamen zijn fantasieën op het doek tot leven. Niet letterlijk natuurlijk maar menig kunstkenner had zijn werk de hemel in geprezen. Hij kon dan ook niet anders dan zijn spullen verzamelen en naar de grote stad gaan. Parijs was al eeuwen lang de culturele hoofdstad van de wereld en ooit dacht Piére zelfverzekerd zouden zijn werken wereldberoemd worden en in alle grote galerieën hangen.

Het atelier van meneer Noir had hem de kans geboden. Dag in dag uit kwamen er meesterwerken van zijn hand. Zelfs de altijd zo kritische meneer Noir sprak vol vervoering als hij het over het werk van zijn pupil had. Volgens Piére was het allemaal een kwestie van fantasie en het durven gebruiken van alles waar je over fantaseert. Al menig maal waren er onrealistische taferelen verschenen op zijn doek die enkel in zijn fantasie konden bestaan.
Francios, de andere pupil van meneer Noir had hem daarom vaak uitgelachen. Hij gaf de voorkeur aan portretten terwijl Piére alle schilderde dat bij hem opkwam. Neem nu het schilderij dat hij gister afgemaakt had en dat hing te drogen in het atelier. Dat monster had hem vorige week in een nachtmerrie bezocht en hij had erop gestaan om het te vereeuwigen op het doek. Het had de ietwat gebogen gestalte gehad van een mens maar dan het heel veel donkerbruine beharing. Het gezicht was meer dat van een dier dan van een mens. Enorme uitstekende hoektanden en grote puntige oren. Hij had het aan één stuk geschilderd in een soort trance waarbij zijn penseel wel onderdeel van zijn arm leek. Hij wist nog dat de olielampen vrijwel constant geknetterd hadden alsof er iets in de lucht hing.

Eindelijk was hij bij het atelier. Hij wist eigenlijk niet waarom hij hier was zo laat op de dag. Meneer Noir zou ongetwijfeld al naar huis zijn. De deur bleek nog niet op slot en er brandde nog licht. Piére klopte zachtjes en riep gedempt "meneer Noir?, ik heb het Piére"
Hij stapte naar binnen en rook iets vreemds. De schemerige ruimte was volkomen overhoop gehaald. Half in shock liep hij verder. Er stond nog maar 1 ding overeind. Zijn schilderij!

Hij liep er voorzichtig stappend over de rommel omheen en keek naar zjin doek. Leeg!
"maar....maar dat kan niet, riep hij uit"
In zijn ooghoek viel hem iets op en hij draaide zich razendsnel om. Onder de een stapel rommel lag een arm. Snel schoot hij erheen en tilde het gescheurde doek op dat de rest bedekte en slaakte toen een hoge gil. De arm was er vanaf de elleboog afgescheurd of gebeten!
Toen hij beter om zich heen keek zag hij meer lichaamsdelen en kwam toen weer bij zinnen en rende als een dolleman naar buiten waar hij aan één stuk door schreeuwde en bukte om over te geven.

Gewekt door het lawaai kwamen voorzichtig de buurtgenoten naar buiten en ontfermden zich over de arme piére. De volgende dag begon het stadsbestuur dat niet erg gedisciplineerd was aan een grootschalig onderzoek.

Beertyah

6de plaats:
Lieven95

Rodney Hudson, de baas van hotel Genius, een luxueus uitgerust hotel aan het strand van Dubai, waar tieners van alle nationaliteiten les kregen, staarde naar de lachende kinderen aan het zwembad. Wat waren ze toch sociaal geworden! In de tijd dat hij zo oud was duurde het weken voor je elkaar echt kende, maar nu kenden ze elkaar amper een uurtje en ze maakten al volop plezier samen. Ja, tijden veranderen... Hij dacht nu met een glimlach op zijn gelaat terug aan de afgelopen weken, waarin hij dit project op touw had gezet. Om te beginnen had hij het plan uitgedacht. Hij zou een ultramodern luxehotel laten bouwen met genoeg sportvoorziening. Daar zouden kinderen van om het even welke afkomst naartoe komen. Ze mochten rijk zijn of arm, sterk of slap, slim of dom, knap of lelijk, maar één ding moesten ze gemeen hebben.

Ze moesten in hun eentje zijn opgegroeid.

Zonder ouders of tantes, zelfs niet in een weeshuis, neen, helemaal alleen. Dat was de reden waarom Rodney geen reclame gemaakt had. Ten eerste: tieners lezen geen reclame, dat doen ouders. En aangezien deze kinderen geen contact hebben met hun ouders... En ten tweede: als hij reclame zou maken zou iedereen het lezen, en dat mocht niet. Enkel die doelgroep die hij voor ogen had moest het te weten komen. Daarom was hij eigenhandig de wereld rondgereisd en was hij opzoek gegaan naar alleenlevende tieners. Hij had er een stuk of twintig gevonden. Ideaal. De leerlingen wisten wel niet dat ze gekozen waren omdat ze alleen leefden, daar zouden ze na een tijd wel achter komen. Dat zou pas grappig worden.

Ja ja, grappig, precies wat hij nodig had. Rodney giechelde als een krankzinnige. Hij dacht aan zijn plan. Hij had overal camera's opgehangen. Die waren verborgen. Ze zouden 24 op 24 alles filmen, en dn zou hij het aan BBC verkopen, een schitterende reportage over hoe pubers die geen ouders hebben zich gedragen. Dit moest het worden. Zo had hij zijn geld meteen dubbel en dik terug verdiend. Hij wilde wel niet dat iemand er achter kwam. Maar daar had hij ook zijn mannetjes voor. Er waren vijf kinderen bij die wél ouders hadden. Zij waren hier om  te zorgen dat alles goed verliep. Ze wisten het plan dan ook tot in de puntjes. Als iemand iets te weten kwam, of een verborgen camera ontdekte, zouden ze die zo snel mogelijk naar huis sturen. En dit was het! De domsten, de onoplettendsten zouden overblijven.

Hij ging naar beneden om nieuws te brengen dat de jongeren graag zouden horen. Aan het zwembad riep hij ze bij zich. "Even een paar dingen uitleggen! Ten eerste houden we bij nader inzien toch maar geen lessen." Gejoel barstte los. "En ook nog wat regels. Jullie gaan enkel en alleen ergens heen als ik het zeg. De eerste dag blijven jullie bijvoorbeeld aan het zwembad, de tweede dag breng ik jullie ergens anders heen. Jullie blijven dan ook daar, anders gaan jullie meteen naar huis." Ook hier gingen de jongens en meisjes gelukkig allemaal mee akkoord. Zo was het gemakkelijker om te vergelijken hoe ze zich in verschillende omstandigheden gedroegen. Hij keek even op zijn blaadje en vroeg toen opnieuw de aandacht van de tieners. "Nog een laatste verzoekje voor ik jullie loslaat op het eerste terrein: het strand." Ook daar had hij cameravoorzieningen aangebracht. "Jullie moeten wel nog een vertegenwoordiger kiezen vandaag.  Jullie kunnen straks om beurten even tegen mij komen vertellen wie jullie die functie willen zien bekleden. Ach wat, ga naar zee!" Met deze woorden sloot de man met zijn ietwat afschuwelijke plan om ze zonder toestemming te bespioneren zijn speech af.

In mijn tekstje staat wel dat er gestemd moet worden om een verantwoordelijke te kiezen, maar niet dat er iedere dag een andere uitgestemd moet worden. Dit zou ik de volgende dag dan vermelden. Ongeveer in deze vorm: Hij beseft dat ze het vreemd gaan vinden dat er iedere nacht iemand zal verdwijnen en daarom laat hij ze verdachten onder elkaar aandduiden die diegenen die in de nacht verwenen dan ontvoerd zouden hebben.

Beertyah

5de plaats:
Naantje

Het is vrijdagavond zes maart tweeduizend negen, de vooravond van het zevenentwintigste jaarlijkse Tiendaags Festival der Ambachtelijke Belgische Chocolatiers. Vera Cruz, lid van het Comité Organisatoire, heeft net de laatst gearriveerde chocolatier naar zijn standplaats gegidst, wanneer ze nietsvermoedend aanklopt bij José de Acosta, oprichter en algemeen directeur van het evenement. Het blijft stil in zijn kantoortje. Vreemd, ze had niet verwacht dat hij al naar het hotel zou vertrekken voor alle standgelden binnen waren...

Ze klopt een tweede maal aan, en als alle reactie uitblijft bedenkt ze dat José die middag bitter weinig had gegeten, hij zou wel ziek zijn. Het voelt vreemd en onwennig om zonder toelating zijn bureau te betreden, maar ze moet het standgeld toch echt in de kluis deponeren. Ze twijfelt even, maar spreekt zichzelf vermanend toe: Niet gek doen, Vera. Gewoon die klink naar beneden duwen, je kent de code van de kluis. Eén vijf acht vijf, het jaar van het eerste commerciële cacaovervoer.

Als ze de klink vast neemt, loopt een koude rilling over haar rug, alsof ze weet wat er achter die deur gebeurd is... Onbehaaglijk duwt ze de deur open en knipt ze het licht aan. Nog geen twee stappen binnen beseft ze dat er iets niet in de haak is: het bureau van Directeur de Acosta is een puinzooi! De fax ligt op de grond gesmeten, zijn beeldscherm gebarsten, zijn werkblad bedekt met hopen papieren. Behoedzaam nadert ze het bureau, bewogen door een ongegronde angst dat de vandaal die dit heeft aangericht plots uit een schuif zou springen. Plots slaakt ze een kreet: op de grond ligt het lijk van de stichter van de ABC-Festiviteiten! Naast hem een gouden cacaopeul, zijn geliefde presse-papier. De rode glinstering op het voorwerp maakt meer dan duidelijk dat dit het moordwapen is. "Blunt force trauma, dat is wat die patholoog uit CSI zou zeggen." mompelt ze, en het beeld fade uit.

So far de eerste scène van de film die je net opzette. Je denkt nog net "Wat een vreemde opmerking..." zonder er bij stil te staan dat mensen in shock altijd vreemde dingen doen en zeggen, als je merkt dat niet alleen het beeld op de tv uitfade, maar ook de hele woonkamer wazig wordt en de omgeving lijkt te verstommen... Een tijd lang voel je je opgesloten in een prikkelloze duisternis, maar gestaag stromen nieuwe elektrische pulsen je hersenen binnen. Je ontwaart het overheerlijk aroma van gesmolten chocolade in de de lucht, hoort een bedrijvig geroezemoes, en wanneer je ogen weer aan het licht gewoon zijn geraakt herken je deze plaats!

Dit is de grote hal waar het chocoladefestival door gaat! Blijkbaar ben je hier standhouder... Hé, wacht... Wat weet jij nu meer van chocolade dan dat Belgische chocolade de lekkerste is, en hoe je er het meest van geniet? Je probeert verwoed een verklaring te bedenken, maar je bewustzijn vervaagt en wordt overgenomen door een chocolatier uit het verhaal, die nietsvermoedend verder zijn stand opbouwt...

<~*~>

De hersenen van Mevrouw Cruz draaiden dol. Wat moet ze doen? Het evenement aflassen was geen optie, te veel mensen waren afhankelijk van de inkomsten uit dit festival. De politie inschakelen? Dan zou ze nog beter het evenement aflassen! De goede naam van het festival zou door het slijk gehaald worden, vele onschuldige chocolatiers zouden failliet gaan omdat hun zaak in opspraak raakte, de hele artisanale chocoladeproductie zou omver geworpen worden door valse beschuldigingen en overbodige huiszoekingen waarbij ettelijke tonnen materiaal om zeep geholpen zou worden...

Neen, geen politie... Maar hoe moest ze deze zaak dan uitklaren? Ze moest achterhalen wie achter deze aanslag zat! Denk, Vera, denk! Wie heeft hier baat bij?Je bedenkt net dat deze affaire het Belgische chocolade-imperium omver zou werpen... Na urenlange overpeinzingen had ze het door: de grootschalige Engelse chocolade-industrie zat achter deze aanslag! Giganten als Cadbury hadden er alle baat bij om de verfijnde Belgische chocolatiers weg te concurreren en de markten te overspoelen met hun tweederangs chocolade, om de smaakpapillen van de hele wereld te vervuilen met hun zwakke imitatie van het hemelse goedje...

Ze zou alle deelnemende chocolatiers op de hoogte stellen van de feiten, hun vragen om opperste discretie en hen verzoeken om de infiltranten uit het gezelschap te filteren. Vandaag waren immers alleen de standhouders aanwezig geweest. Eén of misschien wel enkele van hen waren waarschijnlijk gezwicht voor de rijkelijke sommen geld die de Engelse chocoladebaronnen zouden bieden om hun zaak stop te zetten en de markt aan hen over te laten en, verblind door de belofte van nog grotere bedragen, zelfs zo ver gekregen dat ze mee zouden werken aan het omver werpen van het Belgische imperium, te beginnen met deze gruwelijke moord...

"... en dus, beste mensen, vraag ik u om iemand aan te duiden die de knoop moet doorhakken wanneer het wantrouwen tegenover twee mensen even groot is. Wanneer deze persoon is aangeduid, verwacht ik dat u dagelijks laat weten wie u schuldig acht aan dit misdrijf. Indien blijkt dat dit individu daadwerkelijk schuldig is, zal de organisatie zorgen dat deze persoon nooit meer met het ambacht kan worden geassocieerd en aan de juiste instanties wordt uitgeleverd. Verder verzoek ik u morgen gewoon te doen wat u gepland had, voorspel de favoriete praline van uw bezoeker, houw een levensgroot beeld van de Azteekse godin Xochiquetzal uit massieve chocolade, leer de mensen hoe ze thuis de beste chocomousse moeten maken,... Wat u ook van plan was om de bezoeker te entertainen, voer het uit, betover hen en laat niets merken van het drama dat zich vandaag heeft afgespeeld, dat lossen we zelf wel op. Als ik u nu mag verzoeken om mij te vergezellen naar de eetzaal op het eerste verdiep?"

Iemand uit het gezelschap zei, onverwacht luid, dat hij nu toch geen hap door z'n keel kreeg. "Diegenen die hun eetlust verloren zijn, kan ik alvast doorsturen naar hun logement op het tweede verdiep. U zult de kamers behoorlijk gerieflijk vinden, en ik mag hopen dat u heerlijk kunt ontspannen in een ruim warm bubbelbad of in de luxueuze bedden. Laat deze trieste gebeurtenissen u niet te veel ontstemmen, we zorgen voor een vlotte en discrete afhandeling van de zaak."


Citeer
    Enkele kleine fait-divers over mijn stukje:

    ° Vera Cruz is eigenlijk een relatief belangrijke plaats in de chocoladegeschiedenis: in 1585 werd chocolade voor het eerst op commerciële schaal vervoerd, van Vera Cruz naar Sevilla.

    ° José de Acosta was een Spaanse jezuïtische missionaris die aan het eind van de zestiende eeuw schreef over het opwekkend effect van xocoatl. Hij woonde in Peru en Mexico.

    Ik hou er van om van die kleine eigenheidjes in mijn stukjes te verwerken, en bedacht dat ik jullie die niet mocht onthouden...

Beertyah

4de plaats:
Zabulus

Oorlog, oorlog verandert nooit. In de eenentwintigste eeuw begon er een koude oorlog om de laatste natuurlijke energiebronnen die onze planeet rijk waren te veroveren. Met name de Verenigde Staten en de Volksrepubliek China gebruikten bijna alle middelen om hun honger naar olie te bevredigen. Tot de Verenigde Staten te ver ging en Canada binnenviel. Een nucleaire oorlog was begonnen en al snel weer ten einde. De wereld was in een dag vernietigd.
Maar niet de mens. Die was voorbereid. In Amerika hadden ze nucleaire schuilkelders gebouwd, die ook wel 'kluizen' werden genoemd. Deze kluizen werden gebouwd voor rijke burgers die maar al te graag veel wilden betalen om maar te overleven. Ze waren luxe, steriel, en voorzien van alle gemakken en alles om het nog heel lang uit te houden waaronder een kernreactor. En op het moment dat de bommen vielen, werd iedereen die ervoor betaald had opgehaald om zo snel mogelijk in de kluizen te komen. En toen iedereen er in was, ging de kluis dicht voor meer dan 200 jaar.
Het jaar is nu 2277 en alles is goed in Kluis 101. Maar dat ging snel veranderen. De Opziener Wietse Broers had namelijk een afspraak met de hoofdmechanicus, die slecht nieuws had. Hij zat achter zijn bureau toen er geklopt werd. "Binnen" antwoordde de Opziener. Een zenuwachtige man die er ouder uit zag dan hij eigenlijk was kwam binnen. "Ah, Arnold. Hoe gaat het. Ga zitten, ga zitten"  De vermoeide man ging zitten. "Dank je Opziener"
"En, waarom heb ik de eer je te mogen ontvangen?"
"Opziener, we hebben een groot probleem. De kernreactor is gesaboteerd. Er lekt momenteel straling en ik kan het alleen maar repareren als we nieuwe onderdelen krijgen"
"Is er sprake van sabotage?" zei Wietse woedend. "Maar waarom? Wie wilt nou zijn eigen huis saboteren?"
"Er zijn geruchten Opziener" zei Arnold een beetje bang "dat er bewoners zijn die zich opgesloten voelen. Ze willen naar buiten. Ze willen vrij zijn."
"Weten ze dan niet hoe gevaarlijk het buiten is? Misschien is de straling niet meer dodelijk buiten, maar er zijn wel gemuteerde reuzenschorpioenen, enorm veel mensen die alles en iedereen die ze tegenkomen vermoorden om alles van ze te stelen wat ze bezitten, en dan heb ik het nog niet eens over de supermutanten. Hulkachtige wezens die enkel leven om alles te vermoorden wat ook maar in hun zicht komt."
"Ze weten het wel Opziener, maar prefereren die gevaren boven wat zij noemen gevangenschap"
Wietse dacht na. Dit waren grote problemen. Problemen die ze niet meer hadden gezien sinds de Grote Oorlog. "Dank je Arnold, ik zal spoedig komen met een beslissing. Hoelang kan de reactor nog door?"
"Één of twee weken, Opziener"
"Twee weken. Dat is weinig tijd. Je kunt gaan Arnold"
Wat een probleem. Wietse wist wel een plek waar hij de onderdelen vandaan kon halen. De Broederschap van Staal was een organisatie die zo veel mogelijk technologie verzamelde. Dat wist hij doordat hij in het geheim verkenningsmissies had laten uitvoeren en dus wist wat er buiten was. Het was een verdorde open landschap met weinig leven en weinig groen. Geen gezang van vogels, geen geluiden van leven. Alleen af en toe geluid van gevaar. En verder enkel de wind die vrij spel had.

Er werd een bijeenkomst in de grote zaal gehouden. Iedereen die meerderjarig was werd opgedragen daar bij te zijn. Het was rumoerig, want zo een bijeenkomst was uitzonderlijk. Iedereen zat te speculeren waarom ze geroepen waren. Wietse kwam binnen. Vele vragen werden hem toegeworpen, en hij antwoordde door zwijgend door te lopen naar de spreekstoel. Daar gebaarde hij iedereen om stil te zijn en te gaan zitten. Na enkele minuten begon de Opziener.
"Beste bewoners van Kluis één nul één. Er is een groot probleem. Onze reactor heeft nieuwe onderdelen nodig. En die onderdelen moeten worden gehaald uit de wildernis. Ik heb twintig vrijwilligers nodig die deze gevaarlijke missie willen ondergaan zodat wij allemaal weer vredig hier kunnen leven. Let wel. Deze vrijwilligers zijn verplicht om de groep niet te verlaten op straffe van de dood. Maar als ze slagen, zullen ze geëerd worden als helden van de Kluis. Wie stapt er naar voren?"
Twintig bewoners kwamen naar voren. "Uitstekend. Jullie zullen de hoop zijn van de Kluis. Kies uit jullie midden een leider en maak je klaar voor vertrek. Want morgen vroeg zullen jullie gaan. Ik wens jullie allen veel succes"

Beertyah

3de plaats:
Jakarw

Het was een hels kabaal in de grote tent. Mannen en vrouwen van alle stammen en rassen liepen en riepen door elkaar. De aanval van de zuidelijke tiran Gwår had meer dan genoeg stof gegeven om over te praten, te speculeren en te ruziën. Zo spraken de gedrongen rassen uit het westen over een verpletterende vloot gestationeerd aan de zuid-westelijke kust. De donkere noorderlingen hadden verhalen gehoord over reuze vogels die bij de aanval gebruikt zouden zijn en de blanken met rechte rug, van de nabijgelegen hoogvlakte maakten met iedereen ruzie, waarover dan ook.

Vortigern keek vanuit de kleine hoofdtent de immense ruimte in. Het plan wat hij had gehad was nu ten uitvoer gebracht, alle stammen waren hier bijeen. Met z'n allen zouden ze een gigantisch bondgenootschap vormen om de arrogante koning Gwår af te slaan...
Maar nu hij al die bonte persoonlijkheden bij elkaar zag begon de moed hem toch wat in de schoenen te zakken. Hoe kon hij met deze mensen hier ooit een ordelijk leger op de been brengen?!
Hij voelde een hand op zijn schouder en wist dat het zijn vrouw was. Deirdre keek hem geruststellend aan. Haar zachte aanwezigheid maakte hem rustig. Hij drukte een zoen op haar voorhoofd en keek weer de zaal in. Het zou hem gaan lukken.
Hij ordende zijn haren, keek om te zien of zijn broer er al was en trok zijn mantel recht.
"Succes" fluisterde Deirdre terwijl ze zich bij haar zus, de vrouw van Vortigerns broer voegde.
"Klaar?" vroeg zijn broer Anwell.
"Helemaal."

Met grote passen stapte Vortigern over de houten verhoging die de hoofdtent verbond met de grote ronde tafel in het midden van de omvattende tent. Het werd al iets stiller, maar nog lang niet had hij alle aandacht. Met opgeheven hoofd en ferme stappen kwam hij exact in het midden van de tent uit, het midden van de vergaderzaal, het midden van hun enige hoop.
Hij voelde de blik van zijn broer en keek hem aan. Deze knikte hem toe en zette een stap naar achter. Vortigern keek de zaal rond en hief toen zijn armen in de lucht. De meesten hadden hem ondertussen wel gezien en zeker de leiders van alle aanwezigen. Die zaten namelijk in grote zetels om de tafel heen.
Het heffen van zijn armen had het gewenste succes. Veel stopten hun conversatie en de leiders maanden hun eigen mannen hun koppen dicht te houden. Vortigern wachtte even, keek elke leider apart in de ogen aan en zoog toen een diepe teug lucht naar binnen.

"Geachte aanwezigen! Hartelijk welkom op de centrale laagvlakten! Welkom in mijn gebied, het gebied van de grote Rivier!"
Hij hield even stil en zag de gemengde reacties van het publiek.
"U weet waar het om draait, u weet waarom u hier bent en u weet dat het belangrijk is! Gwår mág en zál niet overwinnen!"
Een luid gebulder steeg op in de tent. Vortigern voelde een warme gloed en keek trots op allen neer.
"We zullen een bondgenootschap moeten vormen, één groot leger om Gwår de kop te bieden, om hem te laten zien dat hij niet welkom is! We zullen samen moeten strijden, moeten strijden voor onze vrijheid!
Velen van u hebben honderden kilometers afgelegd om hier te zijn en daarvoor zijn we u heel erg dankbaar. We moeten met zijn allen strijden, met zijn allen plannen maken, dat is onze enige hoop!"

Iedereen wist dat hij gelijk had, maar samenwerken was niet een van de sterkste punten van al deze stammen. Honderden jaren hadden er oorlogen gewoed en zelfs nu waren nog niet alle strijden beslist. Het zou een zware taak worden om deze stammen alleen al met elkaar te laten praten. Toch zouden ze wel moeten.

Niet iedereen deelde die mening echter. Anwell zag zijn broer staan, midden in de cirkel, in volle aandacht. Altijd was het zijn broer geweest, maar nu zou het niet lang meer duren. De gezanten van koning Gwår hadden geweten waar ze over spraken. Deze strijd zou nutteloos zijn, hij zou mislukken. De enige manier om dit te overleven was samen te werken met Gwår en de zijnen.
Anwell wist dat er meer waren die dachten zoals hij en hij wist dat er van deze stammen ook mensen hier aanwezig waren. Zijn broer was dan misschien dom, Anwell zeker niet. Hij had zijn bondgenoten al snel in de gaten, ze moesten en zouden deze overleggen dwarsbomen. Gwår eiste volledige overgave in ruil voor zijn genade...

"Om de gesprekken in goede banen te leiden zal er één leidende stam worden aangewezen. Deze stam heeft de controlerende functie op zich en van iedereen wordt geëist dat ze luisteren naar dit stamhoofd! Morgen bij zonsopkomst zie ik u hier allen terug, dan zullen de overleggen beginnen met hun verse leider. Het eerste dat morgen dan ook zal gebeuren is de bekendmaking van de leidende stam. Ik vraag u per stam op een stam naar keuze stemmen, zo bepalen we wie de gelukkige wordt. Om echter te voorkomen dat iedereen op zichzelf stemt is dat laatste verboden!"
Rumoer steeg op uit de zaal, wat Vortigern wel had verwacht.
"Ik zie u allen morgen!"

Hij draaide zich om en de ruimte werd al weer snel gevuld met een hels kabaal. Hij knikte naar zijn broer en deze liep samen met hem terug naar de hoofdtent.
"Goed gedaan broer..."

Beertyah

1ste plaats:
Germelia

Een voor een waren ze allemaal gestorven. Eerst waren de oudste mensen aan de beurt geweest. De kranten hadden er vol mee gestaan, een mysterieuze ziekte die bejaardenhuizen al snel overbodig hadden gemaakt. De artsen hadden voor een raadsel gestaan, maar erg veel tijd hadden ze niet gehad om na te denken. Een voor een vielen ze allemaal neer. Zij die het aan hadden voelen komen hadden geprobeerd te vluchten, maar er was geen ontkomen aan. Complete anarchie had geheerst, iedereen die zou sterven probeerde nog wat het leven te maken of ging compleet door het lint. Alles viel langzaam stil; de wereldhandel, de economie, de stroomvoorzieningen, de voedselvoorziening. Grote delen van steden waren vernietigd door branden en vernielingen en nergens was het veilig. Nergens.

Melanie keek schichtig om de hoek van Bayswater Road. De eens zo drukke weg in Londen was letterlijk nog maar een schim van wat het ooit geweest was. Uitgebrande autowrakken stonden langs de kant van de weg of midden op straat, allerhande rommel lag verspreid. Het hek aan de overkant van de weg, waarachter de eens zo prachtige Kensington Gardens lagen was grotendeels nog intact, maar Melanie wist wel beter dan er in de buurt te komen. De parken waren echt de laatste plaats waar ze wilde zijn. De ruimte was te open. Ze zou een te makkelijk doelwit zijn voor de Anderen.

Haar hart klopte in haar keel terwijl ze al slalommend dichter bij haar bestemming kwam. Het oude metrostation Bayswater station was de plek waar de Vergadering plaats zou vinden. Ze had geen idee hoeveel kinderen op zouden komen dagen en eigenlijk was ze ook wel een beetje bang. Maar nu de stad alleen maar grimmiger werd en steeds meer bendes zich aan het vormen waren, konden zij niet achter blijven. Ze moesten zich verenigen om een kans te maken. Alleen samen konden ze overleven.

Ze wilde bijna de laatste straat oversteken toen ze plotseling iets vanuit haar ooghoeken zag bewegen. Ze dook terug achter de resten van een telefooncel en wachtte. Na een minuut durfde ze pas om te kijken en zag nog net een meisje van een jaar of negen met een peuter aan haar hand het metrostation binnen gaan. Opgelucht haalde ze adem; het was een van hen. Snel stak ook zij de straat over. Zodra ze binnen was slaakte ze een zucht van verlichting. Eindelijk was ze enigszins veilig.

Zodra Melanie de trappen was afgedaald en op het perron van de Circle Line was aangekomen, waar nog een vernielde metrotrein half ontspoord lag, zag ze dat ze niet alleen was. Kleine groepjes kinderen en tieners hadden zich verzameld, sommigen schichtig om zich heen kijkend, anderen verwachtingsvol. Zij was tenslotte degene die hen bij elkaar geroepen had. Nerveus friemelde ze aan haar vlecht. Ze moest nu iets zeggen.
"Welkom allemaal," begon ze, haar stem haperend. "Ik zie dat niet iedereen al aanwezig is. Toch wil ik graag beginnen met uitleggen waarom we hier bij elkaar zijn." Nu had ze alle aandacht. Ze voelde dat ze zekerder werd.
"Zoals iedereen hier weet is de stad een chaos. Wij die het overleefd hebben zijn de sterken, maar Anderen zijn sterker dan wij. Als we willen overleven moeten we samenwerken, een front vormen tegen de Anderen en de kleinsten beschermen. Daarom stel ik voor dat we een Bende vormen." Geroezemoes steeg op.
"Als Bende kunnen we taken goed verdelen, zorgen dat iedereen genoeg voedsel heeft en de veiligheid van ieder lid vergroten. Of willen jullie je liever weer terug verstoppen zoals nu?"
"En dan wil jij zeker de leider van de Bende zijn?" riep een slungelige jongen met wild haar. "Ik weet niet of ik daar wel bij wil horen." Andere stemmen klonken verontwaardigd of geschokt. Melanie wist dat ze nu moest ingrijpen of niemand hier zou een kans maken.
"Stilte allemaal!" schreeuwde ze en wachtte even tot het stiller werd. "Er moet een leider komen ja. Maar ik vind dat we daar eerlijk over moeten stemmen. Iedereen, klein of groot heeft evenveel rechten! Ik zal een stemlijst ophangen om het eerlijk te houden. Wie aan het einde van de dag de meeste stemmen heeft, wordt de nieuwe leider." De slungelige jongen knikte tevreden. Melanie keek hoopvol naar de groep. Met hulp van elkaar zouden ze misschien een nieuwe start kunnen maken.

Beertyah

1ste plaats:
Dixie

Druk met zijn armen in het rond zwaaiend rende Jean-Paul Combier door de backstage-ruimte heen. "Niet met je naaldhakken in dat dure stof, Celene!" Een meisje keek hem schuldbewust aan en begon excuses te stamelen. "Nou, niet kletsen, over drie minuten begint de show!" Riep hij over zijn schouder terwijl hij alweer op weg was naar zijn assistent.

"Roberta, schat, waar blijft Anastasia? Ik heb nog zo gezegd dat ze het absolute sterretje van deze show werd, waar is dat kind?!" Riep hij gefrustreerd uit terwijl hij de jurk van een van de meisjes nog even inzoomde. Roberta drukte op haar oortje. "Iemand Anastasia gezien?" Riep ze bruusk in haar microfoon. Ze keek op haar checklist terwijl ze antwoord kreeg. Ze knikte en mompelde "hmm-hmm". Toen keek ze Jean-Paul weer aan, die met een rood hoofd orders stond te schreeuwen. "Oh, schat, dit gaat nooit goed komen. Die domme Melanie kan de jurken niet om de tailles van die modellen krijgen en ik weet ook niet waar ik het moet zoeken van stress. Waar blijft Anastasia nou?!" Riep hij gefrustreerd uit. Roberta schreeuwde even tegen een van de modellen die van het buffet stond te eten en draaide zich toen om naar Jean-Paul. "Ik weet het niet, ze is niet gezien. En de show begint over exact één minuut. Dan maar zonder het sterretje, Paul." Jean-Paul hief zijn vinger in de lucht en wilde protesteren toen het model bij het buffet gilde en zo stijf als een hark achterover op de grond viel.

Roberta snelde naar haar toe en sloeg verschrikt haar hand voor haar mond. Toen de modellen in een kring om de buffettafel kwamen staan was het gegil en gehuil van de modellen zelfs in de zaal te horen. Op de schalen van het buffet, normaal gevuld met broodjes, vis, vlees en fruit, lagen nu de lichaamsdelen van de eens zo mooie Anastasia verspreid.

Toen even later de politie de buffetruimte tot plaats delict uitgeroepen had was de chaos onder de modellen en gasten enorm. Jean-Paul was uit woede maar begonnen met het schetsen van een nieuwe jurk en Roberta rende heen en weer tussen de huilende, bange modellen om ze te kalmeren. Een stevige, zwetende agent kwam naar Roberta toegelopen. "Het lijk is nog warm," Roberta keek vies naar de agent en begon te kokhalzen, "sorry voor de verwoording.." Mompelde de agent, "maar dat wil dus zeggen dat het model pas gestorven is. Of ehm, vermoord is, moet ik zeggen, of in stukjes geknipt is misschien een betere verwoording..." Bij het zien van Roberta's gezicht hield hij beschaamt zijn mond. "Uhm, ja, sorry. Maar ik bedoel dus, dat de moordenaar in dit gebouw aanwezig moet zijn. Wat wil zeggen dat we voor de komende paar uur niemand laten gaan. Ik zal dekens en voedsel laten brengen, dit zou misschien wel een latertje kunnen worden." De agent knikte en draaide zich weer om. Hij liep richting de buffethal en Roberta bleef beduusd achter.

Een half uur later waren alle modellen voorzien van een warmtedeken en een zakje worteltjes. Enkelen zaten voor zich uit te staren, sommigen belden naar huis en anderen kletsten druk over Anastasia ('het is maar goed dat ze dood is, de trut.'). Roberta liep als enige door de zaal heen. Dit kon ze niet aan. Ze kon niet in haar eentje de leiding nemen over een hal vol modeshowgasten en oversture modellen. Ze had hulp nodig. Ze liep naar Jean-Paul, nog steeds achter zijn schetsen, en legde haar idee voor. Hij reageerde echter alleen met een afwezig "goed hoor", dus besloot ze het dan maar met pure stemkracht te doen.

"Beste gasten, modellen, andere aanwezigen, in tijden van crisis moet er een crisismanager zijn. Deze taak neem ik niet alleen op me en aangezien we hier nog wel even vast zitten vraag ik jullie om te stemmen op degene die jullie wel geschikt lijkt als assistent-assistent. Verder, eet smakelijk." Bulderde ze door de zaal. De reacties bleven even afwezig maar Roberta vertrouwde er op dat haar boodschap zo wel duidelijk was.