Chase his Chase

Gestart door Hephaistion, 13 oktober 2008, 12:22:38

Vorige topic - Volgende topic

Hephaistion

Dit verhaaltje heb ik deze ochtend gemaakt. Het is dus een griekse mythe :P
______________________________________________________________

Chase his Chase

In een bos bij Delphi leefde eens een jager. Zijn naam was Chase en hij vluchtte van huis op zijn tiende verjaardag en verdween in de bossen. Nu, negen jaar later,  leeft hij nog steeds in dat zelfde bos in vrede met de natuur.

Er was iets heel bijzonders aan Chase, elke keer als hij zong bloeide de natuur op. Water verhelderde, de bladeren glansden, bloemen kleurden mooier dan ooit en de dieren, zowel jager als prooi, leefden samen in harmonie.

Ook de nabij gelegen velden, bewerkt door boeren, produceerden meer dan dat de mannen konden plukken, met hun door het zware werk robuust geworden handen.

'Wijnboer, die Dionysus gift beoefent, waarom biedt uw land zoveel aan u,' vroeg een voorbijganger, maar de wijnboer wist het niet. 'Herder, gij die Hermes leer navolgt, wat is het dat uw vacht van de schapen zo doet glanzen bijna als de ochtendzon,' vroeg een handelaar, maar ook de herder wist het niet. 'Akkerbouwer, wie alles heeft geleerd van Demeter, wie geeft uw graan zoveel kleur, alsof het goud is in de namiddagzon, maar zelfs de akkerbouwer wist het niet.

Zo vroegen vreemdelingen telkens weer hun vraag en telkens weer werd het antwoord niet gegeven. 'Ik weet niet, waarom mijn land mij zoveel biedt,' antwoordde de wijnboer. 'Ik weet niet wat de vacht van mijn schapen zo doet laten glazen,' antwoordde de herder. 'Ik weet niet wie mijn graan zoveel kleur geeft,' antwoordde ook de akkerbouwer. 

Niemand, in heel Delphi, wist het, maar geen van hun vond dat erg. Hun voorraden groeiden en in hun rijkdom vergaten zij de godin Demeter, van wie zij alles hadden gekregen. Toen Demeter dit doorkreeg, werd ze woedend. Zo kwaad dat het graan voor een paar seconden zomaar begon te branden. 'Wie, in heel Hellas, durft het mijn kunst te beïnvloeden,' zei ze woest en opnieuw brandde en doofde het graan.

Helios, de oude zonnegod had het gezien en hij ging naar Demeter toe. 'Demeter, een jager is het, die meedeelt in uw kunsten. Ik heb zijn klanken van voorspoed gehoord. IN het Delphische bos, daar moet u zijn. Toen Demeter dat hoorde gin ze naar het bos toe.

'In de sneeuw staan onze stappen
Daar sta jij, hier sta ik
In de sneeuw staan onze stappen
Beiden staan we hier
Kon het maar zo zijn
De winterkou keert terug,'
klonk het door heel het bos en opnieuw bloeide de natuur op. Chase keek door zijn helderblauwe ogen en de wind tilde zijn zwarte haren op en legde het weer neer op zijn stralend mooie gezicht.

Met verwondering had Demeter staan kijken. 'Welke god is het, die jou dit O zo prachtig stemgeluid gaf en deze O zo mysterieuze volmaaktheid schonk,' en zonder dat Demeter er iets aan kon doen werd de godin verliefd op de mooie jongen.

Maar niet alleen Demeter werd geraakt door de pijlen van Afrodite's zoon Eros, ook Apollo, die had geluisterd naar de stem in het bos, sprak met dezelfde woorden. 'Welke god is het, die jou dit O zo prachtig stemgeluid gaf en deze O zo mysterieuze volmaaktheid schonk,' en zo kwam het dat ook Apollo niet gespaard bleef voor de daden van Eros.

Toen Chase klaar was met zijn lied, had hij niets gemerkt van de aanwezigheid van één van beide goden. Demeter daarentegen had Apollo gezien, liggend op een wolk, dromerig starend naar het niets. Ook al was ze nog zo verliefd op de jager, ze wist dat haar taak voor ging en eenieder die in het terrein va n een god stapte, moest gestraft worden. Ook wist ze dat Apollo de god was, die Chase kon straffen door hem zijn stem te ontnemen.

Zich niet bewust, dat de god van de schone kunsten smoorverliefd was op de jongen, ging Demeter naar hem toe. 'Apollo, luister terwijl ik tot jou spreek. Ik vraag u een gunst. Ik heb u gezien, kijkend naar de schone jager terwijl hij zing en zo de natuur beïnvloed. Wij beiden weten dat ieder mens, die het waagt om zich met onze zakten te bemoeien, gestraft moet worden ook al is de dader nog net zo mooi. Ontneem de jager zijn stem, dat is wat ik van u vraag en vervul uw plicht,' en met die woorden vertrok de godin van de natuur.

Apollo bleef verdeelt achter. Hij wou de jonge jager niet straffen, maar hij wist ook dat het zijn taak was om het wel te doen. 'Twijfel is het, dat mijn hart in tweeën breekt. Mijn taken liggen dichtbij mij, maar liefde verdraait die logica en laat het achter in twijfel. Is het rechtvaardig om een uitzondering te maken, dat is de vraag die mij kwelt.'

Apollo dacht dagenlang over zijn besluit en tot er een antwoord kwam, bleef Chase zingen en Demeters woede, onbewust op de hals halen. Op een dag was de godin het zat en ze antwoordde kil tegen Apollo. 'Als u niet instaat bent uw taak te vervullen, dan neem ik die taak wel van u over, maar niet langer acht ik u een waardig god,' en na die woorden lokte ze Chase in de val.

Ze betoverde de waterbron, van welke de jager dronk en wanneer hij in het water keek veranderd hij in een klein wezen van zichzelf. In een spinnenweb, gesponnen door Demeter zelf, zou hij dan eeuwig moeten boeten voor zijn zonde, in de weerspiegeling van het water zijn eigen lot moeten aanschouwen.

En zo geschiedde het ook. Terwijl Chase zijn gezang de natuur op liet bloeien, keek hij zelf naar het heldere water in de waterbron. Zijn ledematen verkleinden, zijn hoofd gekrompen en zijn lichaam terug gebracht tot de grote van een vlieg, zat Chase hulpeloos gevangen in een zilverglanzend gesponnen web. Hij staarde naar het water en zag enkel zijn verschrikkelijk lot.

Dagen gingen voorbij en Chase staarde naar het water. Zijn lichaam veranderde niet, maar zijn geest had honger, had dorst en was uitgeput. 'Wat is het, dat ik u heb aangedaan dat u mij nu zo zwaar straft,' zei hij, ook al wist hij niet tegen wie.

Weken later vond Apollo de jonge jager in het web en in zijn licht kuste hij hem en ontving Apollo Chase laatste adem, want tegen een godenstraf bestaat geen ander antwoord dan de dood.