Nieuws:

Welkom op het nieuwe locatie van het forum
Op dit moment wordt de .nl website doorgestuurd naar de .be website.

Hoofdmenu

Verhaaltje

Gestart door Jnusch, 10 oktober 2008, 21:47:12

Vorige topic - Volgende topic

Jnusch

Mijn verhaaltje met personages uit spel 30 :). En het gaat wel even cool worden, hoop ik. Jullie moeten maar vooral blijven zeuren (als jullie dat tenminste willen :P) dat ik nieuwe stukken moet posten, dan blijf ik hopelijk gemotiveerd :).




Dirkje


"Morgen Dirkje! Hoe's het hier?" Dirkje pakte de groenten aan terwijl ze nadacht over een antwoord. "Ach, goed hoor, alles gaat z'n gangetje. Vandaag is het de sterfdag van Adrian weet u, 't is nu een jaar geleden. Ik geloof dat mevrouw Blair er best emotioneel van wordt. Rot hoor, dat die jongen maar zo kort mocht leven, 't was een fijne vent als je het mij vraagt." De kruidenier knikte, iedereen wist dat Blair Waldorf het nogal moeilijk vond met het verlies van haar verloofde om te gaan. Het viel natuurlijk op dat ze amper nog in het dorp kwam. "Nou, veel succes ermee dan maar." Hij stapte weer op de bok van zijn koets en spoorde de paarden aan.
Op het laatste moment draaide hij zich om, "Zeg Dirk, hebben jullie het eigenlijk al gehoord?" Dirkje keek hem vragend aan, nieuws bereikte hen meestal niet zo snel, omdat het landhuis van de mevrouw Blair vrij ver van het dorp lag. "Wat gehoord? Nieuws uit het dorp? Jij bent de eerste die we vandaag zien." Het gezicht van de kruidenier betrok en hij zuchtte diep. "Wil, alles goed? Wat voor nieuws is er dan, toch geen slecht nieuws?" Dirkje werd een beetje zenuwachtig van Wils blik, hij leek echt slecht op zijn gemak. "Dirkje, er zijn... mensen, tenminste, ik denk dat het mensen zijn, in het dorp. Slechte mensen, gevaarlijke mensen. Vampiers, weerwolven, zo worden ze genoemd. Er is er één gevangen, een wolf. Het lijkt een gewone man, maar ze zeggen dat hij veranderd bij volle maan. Het werk van de duivel als je het mij vraagt, Dirk! Ik hoop dat jullie alle ellende bespaart blijft, jullie hebben al genoeg te verwerken gehad. Het voelt slecht om zo'n onheilsboodschapper te zijn, maar een gewaarschuwd mens telt voor twee, toch?" Zenuwachtig knikte Dirkje, vampiers, weerwolven, dat was nogal wat! Ze liep toch al een flinke tijd op de wereld rond, maar ze had maar een heel enkele keer iets over die monsters gehoord. De koude rillingen liepen haar over de rug, al was ze moest ze blij zijn dat ze op de hoogte was. "Jemig Wil, wat een nieuws zeg. Och, och, och, gossie, nou zeg. Poeh, ik moet het maar zo snel mogelijk aan Oscar en mevrouw Blair vertellen denk ik! Nou, ja, goede dag verder Wil, ik moet nu echt beginnen aan het ontbijt... ja. Het ontbijt, ik was het al bijna vergeten zeg. Wat een nieuws! Erg hoor, monsters enzo. Nou, nou, dat is me wat hoor, poeh, ik word er helemaal kriebelig van!" Hoofdschuddend draaide Dirkje zich om, verder voor zich uit mompelend. Ze moest dit meteen aan Oscar vertellen. Dirkje vroeg zich af wat hij erover te zeggen had, hij was zo'n wijze man, hij wist vast wel raad!


***

Jnusch

#1
Oscar


In de spiegel werd hij weer eens geconfronteerd met zijn leven, hoe ver het al voorbij was. Het leek nog altijd gisteren dat zijn Guusje nog leefde. "Guusje." Nog altijd klonk die naam zo hemels, zo zoet. Naast zijn bed stond een portretje van haar, vluchtig geschetst, het enige dat hij van haar had. Hij pakte het lijstje op en liet zich op bed zakken. Haar haren, lang en golvend, zacht als dons. Haar lach, warm en sprankelend. Haar neusje, klein en schattig, en haar mond, met bloedrode lippen en de mooiste witte tanden die Oscar ooit had gezien. Haar ogen, vol compassie en liefde.
Haar ogen, met een witte waas erover, koud en leeg. Haar mond, bleek en in een angstaanjagende grimas. Haar haar, vol klitten door het bloed.
Haar bloed. Ja, hij herinnerde het zich nog zo goed. Zoveel winters geleden, toen ze op een avond niet thuis was gekomen van de markt. Meteen had hij geweten dat er iets mis moest zijn, zijn Guusje was altijd op tijd.
Guusje, of Augusta, zoals ze voluit heette, was in het hele dorp bekend als een lief kind met een engelengezichtje. Speels en ondeugend, en naïef. Zo naïef om net iets te lang rond te blijven hangen en dan, om tijd te besparen, door een donker steegje te lopen. Zo naïef om 's avonds niet op te passen voor onbekende mannen, zo naïef en nog zo jong. Achttien lentes zo pril, langs de kant van de weg. Bruut vermoord. Van het leven berooft. Het hoekje om geholpen. Naar de andere wereld. Haar laatste adem uit haar gewrongen, geperst. Afgeslacht, om het leven gebracht. Om zeep geholpen. Dood.
Zijn Guusje, dood! "Guusje. Mijn aller-, allerliefste Guusje." Zijn stem was nu verstikt door tranen. Hij wist dat hij moest ophouden. Juist vandaag kon hij zich niet door het verdriet laten overmannen. Terwijl hij het juist vandaag weer extra sterk voelde. Door het gesnik in de nacht, dat hem zo deed denken aan de lange nachten die hij alleen in zijn koude bed doorbracht. Al zo lang spookte Guusje 's nachts door zijn dromen, of nachtmerries, al wilde hij Guusje daar niet mee associëren. Toch begon het steeds meer zo te voelen, als een last. Het was nu al meer dan 30 jaar geleden, het moest nu toch al weggesleten zijn? Waarom viel ze hem dan nog altijd lastig? Hij zou haar nooit vergeten, dat wist ze toch? Waarom liet ze hem niet met zijn leven doorgaan, elke dag opnieuw stelde hij zichzelf die vraag. Altijd had hij het antwoord al klaar, hij wilde zelf ook niet doorgaan. Niemand zou haar ooit kunnen vervangen, hij hoefde daar dus ook niet aan te denken. Hij dacht er niet aan. Bovendien had hij Blair. Blair was als een dochter voor hem. Als een dochter van Guusje. Ze leken zo op elkaar, dat golvende haar - al was Guusje blond- de ogen en de mond, het neusje. Innerlijk waren ze tegenpolen. Blair was sluw, intelligent, ze doorzag mensen zo. Ze was arrogant en gaf alleen om haar vrienden, de weinige die ze had. Oscar was er blij om, iemand als Guusje zou hij nooit meer kunnen verdragen. En nu was het tijd om alles klaar te maken. Blair zou vandaag Adrians graf bezoeken. Eén jaar na zijn dood, precies. Op het zelfde kerkhof waar ook Augusta Maria Leeuwenbergh ter ruste was gelegd. Nooit had hij Blair over haar verteld, zeker niet na de dood van haar verloofde. Hij zou langs het graf lopen en doen of het niet bestond. 's Nachts zou hij gekweld worden in zijn slaap maar hij zou er niet over praten. Zo was het nou eenmaal. Zo zou het altijd zijn.



***

Jnusch

Blair


Blair Cornelia Waldorf streek langzaam haar jurk glad. Vandaag moest ze er piekfijn uitzien, beter nog dan anders. Met weemoed staarde ze naar het schilderij dat aan de wand hing. Op het schilderij stond een jonge man, een jaar of 18, naast hem een beeldschoon meisje, iets jonger. Oh Adrian... Het was vandaag een jaar geleden dat haar verloofde was gestorven aan een afschuwelijke ziekte. Vlak nadat hij terug was gekomen van een lange reis met hun beiden vaders was hij vreselijk ziek geworden. De dokter had meteen al gezegd niets te kunnen doen, zelfs al was hij afgestudeerd aan de Wakkerdamse universiteit, die bekend stond als de beste van de wereld. Bij al die nare gedachten biggelde een traan over Blair's wang. Vlug veegde ze hem weg, onder geen beding mocht ze haar gelaat ontsieren. In de grote spiegel van haar kaptafel keek ze even of ze er nog perfect uitzag, al wist ze het antwoord eigenlijk al. Het is erg moeilijk om iets hemels is te verpesten. Ze toverde een glimlach op haar gezicht - iets dat haar elke dag weer moeite koste - en begaf zich naar beneden

Oscar naam haar hand en hielp haar in de koets, "Mevrouw," Zijn diepe basstem had altijd een rustgevende invloed op haar. Hij kende haar al vanaf het moment dat ze geboren was en ze hadden een goede band. Hun uiterlijk verschilde als de dag en de nacht, zij was klein en tenger, met lang golvend haar, hij was groot en stevig, met stug grijs haar. Zij het vogeltje, hij de leeuw. Ze kon zich geen betere beschermer wensen. "Naar het kerkhof alsjeblieft Oscar, je hebt de rozen al gepakt toch?" Oscar knikte, ze had niet anders verwacht, en liep naar de voorkant van de koets. Blair haalde diep adem om zichzelf weer bijeen te rapen. De gedachte aan het kerkhof maakte haar misselijk. Het was een afschuwelijk kille plek, al had ze dat voor de dood van haar geliefde nooit gevonden. Zijn ter aarde bestelling was een prachtige gebeurtenis geweest. In tegenstelling tot de norm had iedereen wit gedragen, een zee van wit door Wakkerdam. Alsof het één dag vrede was op aarde. De zon scheen en hoewel iedereen in diepe rouw was, leek het alsof God wilde zeggen, 'Het komt wel goed.' Blair voelde de tranen weer opwellen en zette de gedachte aan de begrafenis bruusk van zich af. Adrian had niets aan haar als ze alleen maar weende.

"Mevrouw, ik moet U nog iets vertellen." Om de een of andere reden klonk Oscar nogal gelaten, de keren dat ze dat eerder had meegemaakt waren op één hand te tellen. "Oscar?" Hij aarzelde, "Mevrouw, er is... nieuws uit het dorp gekomen. Dirkje hoorde het vanochtend van de kruidenier." Blair vroeg zich af wat Dirkje nu weer had gehoord, ze was niet al te slim en een vreselijke roddelaarster. "Zoals wel vaker. Alsjeblieft Oscar, is het belangrijk? Zo niet, begin er dan alsjeblieft niet over." Oscar ging rechter op zitten, ze vroeg zich af of ze hem. "Slecht nieuws mevrouw. Weerwolven, mevrouw, en vampiers. Er is er blijkbaar één gevangen, zo'n weerwolf. Ze zijn gezien, vechtend. Ik weet er het fijne natuurlijk niet van mevrouw, maar het is een onguur zaakje. Ik had u er vandaag liever niet mee lastig gevallen, maar het is belangrijk dat u het ook weet. U moest het weten, eigenlijk kunt u beter zo ver mogelijk van het dorp blijven. Er niets mee te maken hebben." Hij zweeg abrupt, alsof hij nog meer had willen zeggen. Blair kende hem te goed om dat niet op te merken, hij hield iets achter. Zou hij iets vermoeden? "Oscar?" Hij zuchtte en liet de paarden stoppen. Toen draaide hij zich om, teleurstelling op zijn gezicht. Blair schrok, zou hij het weten? "Mevrouw, alstublieft, u moet niet naar het dorp gaan, Dirkje en de rest kunnen voor alles zorgen!" Blair schudde haar hoofd, ze was nu al ongeveer een kluizenaar, helemaal wegblijven uit het dorp kon echt niet. Het zou ook te veel opvallen. "U moet stemmen, op een leider, omdat u toch deel uitmaakt van Wakkerdam, mevrouw. Daarvoor moet u het dorp in. Dirkje en ik hebben al gestemd en het maakt niets uit als u niet stemt mevrouw. Ze zullen het best begrijpen, er zijn er zoveel die niet stemmen! Bovendien komt u niet vaak genoeg in het dorp om iedereen te kennen." Opnieuw schudde Blair haar hoofd, Oscar wilde haar beschermen, maar haar burgerplicht kon ze niet verzaken. "Nee Oscar, maak maar een omweg door het dorp, ik zal eerst stemmen." Zoveel gevaar liep ze als het goed was toch niet.

Ze zag al achter een aantal namen streepjes staan, de meeste kende ze wel, in tegenstelling tot wat Oscar blijkbaar dacht. Eén naam sprong in het oog, Lune. Vaag herkende ze de naam, als ze het zich goed herinnerde had Adrian het altijd een prachtige naam gevonden. Dat trok haar over de streep, vlug plaatste ze haar zwierige streepje achter het eerste. Ze hoopte dat ze er goed aan deed tegen Oscar in te gaan. Ook vroeg ze zich af wat de rest van haar stem zou denken...
"Mevrouw, komt u?" Oscar loodste haar voorzichtig aan haar schouders mee, totaal ongehoord eigenlijk, maar ze liet het gebeuren. Het kerkhof wachtte op haar. Adrian.



***

Jnusch

#3
Cornelis


Ongeduldig stond Cornelis, of Cor voor vrienden, te wachten op de koets die hem naar Wakkerdam zou brengen. Al de hele ochtend stond hij voor het huis van zijn grootouders en nu was hij het zat, die koets mocht wel eens komen. Er was nota bene al voor betaald! Die lieden die tegenwoordig doorgingen voor arbeiders waren niets waard, luide donders waren het. Zijn vader zei het ook altijd en hij was het er roerend mee eens. Geen knip voor de neus waard. Later, als hij volwassen was, dan zou Cornelis wel eens laten zien hoe het wel moest. Naar nog grotere hoogtes zou hij zijn vaders bedrijf opstuwen. Inwendig lachte hij, hij zag het al helemaal voor zich. Achter een groot bureau zou hij zitten, bevelen geven die onmiddellijk opgevolgd zouden worden. 's Avonds zou hij dan luxueuze diners verzorgen, bals, feestjes, alle belangrijke mensen zouden aanwezig zijn. En zijn prachtige vrouw en perfect opgevoede kinderen zouden de show stelen. Tja, een prachtige vrouw. Cor moest er niet aan denken kinderloos te sterven, aan wie zou hij dan in 's hemelsnaam zijn erfenis moeten nalaten, maar een vrouw, dat was weer een heel ander verhaal. Eigenlijk moest hij er niet aan denken elke nacht bij zo'n koud kakwijf in bed te stappen, niet voor de hele nacht in ieder geval. Voor even waren vrouwen natuurlijk heel aardig, een lekker tussendoortje, maar voor altijd. Cornelis kleurde rood, als zijn vader eens wist hoe hij over vrouwen dacht! Zijn moeder wist al lang van Cor's twijfelachtige liefde, maar zijn pa... Cornelis senior stond alom bekend als een respectabele man die veel van zijn gezin hield. Al jong was hij Madeleine tegen gekomen, het was vanzelfsprekend dat zij gingen trouwen en kinderen zouden krijgen. Die kinderen werden Cornelis en zijn zus Elisabeth. Het stond buiten kijf dat hij van Cor verwachtte dat hij ook zou trouwen en kinderen zou krijgen, om zo het familiebedrijf te redden. Opeens schoot Cor de oplossing te binnen, het bedrijf kon ook in de familie blijven zonder dat hij kinderen kreeg. Door zijn zus! Ze was een paar jaar ouder en zwanger van haar 2e kind. Het eerste, een jongetje, was nu ruim een jaar oud. Tegen de tijd dat Cor dood ging, kon dat jochie mooi het bedrijf overnemen. Cor hoefde helemaal niet te trouwen, hij kon gewoon doen wat hij wilde, zonder kids. Opgelucht haalde hij adem, het was alsof er een last van zijn schouders viel, hij hoefde zijn leven helemaal niet met een vrouw te delen. Hij kon voor altijd zwelgen in zelfmedelijden en zich af en toe troosten met een meisje. Zoals Min, of Ayella, over een paar jaar, of Anna, al was die eigenlijk al te oud. Och, er waren zoveel meisjes die hem wel bekoorden!
Toen dan eindelijk de koets kwam, kon de lange reis hem niet eens meer zo veel schelen. Verzinnen hoe hij de rest van zijn leven nu perfect naar wens kon inrichten, zou die reis vast veel minder akelig maken.



***