Nieuws:

Welkom op het nieuwe locatie van het forum
Op dit moment wordt de .nl website doorgestuurd naar de .be website.

Hoofdmenu

De zoektocht van Freya Müller

Gestart door Edgewalker, 15 januari 2011, 22:43:15

Vorige topic - Volgende topic

Edgewalker

Na het tragische ongeval van Shaqila Beekman(*), komt hier nu een verhaal wat zich in de tijd ervoor afspeelt, en naar het moment toe werkt, waarop Freya, de hoofdpersoon in dit verhaal, haar zusje vindt onder het puin van haar huisje.

Even het verhaal in een notendop;
Shaqila's moeder, Carola heeft naast Shaqila, Tygo en Ruud nóg een kind, waar alleen zijzelf nog van weet. Ze is geboren met de naam Freya. Carola was destijds te jong om haar te kunnen verzorgen, en haar toenmalige vriendje heeft haar na het nieuws van de zwangerschap en de steek gelaten. Freya is weggegeven ter adoptie, en komt terecht bij een stel van in de 30, dat helaas geen kinderen kon krijgen.

Nu, 34 jaar later, krijgt Freya op het sterfbed van haar moeder voor het eerst te horen dat ze eigenlijk een andere moeder heeft. Ze besluit haar vader achter te laten in Duitsland en op zoek te gaan naar haar roots, die in Wakkerdam liggen.

(*)Zie spel 153
De proloog komt nu, de rest moet nog geschreven worden en volgt dus later.

Edgewalker

Proloog

Het achtergrondgeluid van de televisie had haar in slaap gesust. De laatste tijd dommelde ze wel vaker in aan het begin van de avond. Ze was net voorbij de vijftig, maar ze had het idee dat de jaren nu toch begonnen te tellen. Samen met haar man Tygo was ze een paar jaar terug naar een naburig dorp verhuisd, omdat het dorp vaak redelijk bedrijvig was, en de twee, nu alle kinderen het huis uit waren, toe waren aan rust.

Zorgen voor drie kinderen is best een opgave. De jongste, Shaqila, was geboren met een handicap, en hoewel je het natuurlijk met liefde doet voor je dochter, is de extra verzorging die dat met zich mee kan brengen soms een hele opgave.

Apetrots op hun kleine meisje waren ze dan ook geweest toen ook de laatste vogel het nest verliet, om in een schattige gelijkvloerse bungalow haar intrek te nemen, in het Wakkerdam waar ze was opgegroeid. De jongedame had zich niet laten kisten door haar beperking en was nu hard op weg om lerares te worden. Ze nam zich voor om haar volgend weekend nog eens op te zoeken om bij te kletsen, als die verdoemde sneeuw eindelijk eens weg zou zijn. Door de sneeuw waren de telefoonlijnen uitgeschakeld, dus het was hopen dat ze haar thuis aan zouden treffen.

Het is de telefoon die haar weer wekt uit haar slaap. Ze keek op haar horloge; half twaalf. Wie belt er zo laat nog? Ze kwam overeind, zodat ze bij het bijzettafeltje kon om de telefoon op te pakken.

""Met Carola?"
"Ja, daar spreek je mee. Wie is dit dan? En waarom bel je zo laat nog?"
""Wie zeg je? Dat kan niet. Hoe heb je me gevonden?"
"Je gaat wat? Maar hoe ga je..."
"Meisje, wacht nou even. Ik... Ik... Ik ben niet meer met hem, dat weet je."
"Die weet dat nog niet, die heb ik dat nooit verteld. Kun je me niet even wat tijd geven? Ik móét het Ferry nog vertellen, ik weet echt niet hoe die dit gaat oppakken. Ik had niet verwacht dat ik je nog..."

Ze sloeg haar handen voor haar mond en liet de hoorn vallen. Ferry was inmiddels naar beneden gekomen. Hij was boven bezig met een spelletje op de computer, en had de telefoon gehoord. Hij trof zijn vrouw in tranen aan, met een bungelende telefoon langs het tafeltje. Wat moet dat voor telefoontje geweest zijn...

Hij ging op de bank zitten en trok zijn vrouw voorzichtig naar zich toe, die op zijn schoot ging zitten. Ferry sloeg zijn arm om haar heen. Ze legde haar hoofd op zijn schouder en huilde zachtjes uit. Toen ze uitgehuild was, veegde hij de laatste tranen van haar gezicht en keek diep ik haar blauwe ogen.

"Schat, wie was dat?"
"Schat, ik moet je wat vertellen. Je weet nog niet alles over mijn verleden..."
"Hoe bedoel je? Wie was dat in godsnaam?"

Ze zag een ader op zijn voorhoofd trillen. Geen goed teken, dat kon betekenen dat er een woedeaanval aan kwam. Zijn nek werd ook een beetje rood.

"Rustig lieverd, alsjeblieft. Het was vóór ik je kende. Ga alsjeblieft rustig zitten, dan kan ik het je vertellen..."

Edgewalker

Hoofdstuk 1

Völlenerfehn (Duitsland), April 1982.

"Het is verdomme half 4! Ik weet waar je geweest bent, je gaat daar altijd heen. Je zou je eigen huis nog vergokken. En je bent dronken, ik ruik het, dus lieg niet tegen mij."
"Oké, oké, ik ben inderdaad weer naar de kroeg geweest. Daar heb ik het de laatste tijd nou eenmaal gezelliger dan met jou. Je bent saai geworden, en met de mannen kan ik nog lachen!"

Dat was de laatste druppel voor Rita Müller. Ze greep naar het eerste wat binnen handbereik was en smeet dat naar de dronken man. De vaas, met een half verlepte bos rozen erin, scheerde rakelings langs zijn hoofd. Hij had nog gebukt, maar met al dat alcohol in zijn bloed was hij nooit op tijd geweest.

"Mens! Je bent helemaal gek geworden! Het is gewoon jouw schold dat ik ben gaan gokken."
"Je bent echt onweerstaanbaar, met dat pokeren van je. Elke keer als je je loon weer binnen hebt, zie ik je de hele avond niet. En waar moet ik dan boodschappen van doen?"
"Als je dan eens gewoon met je dikke kont van de bank af komt en zelf voor brood op de plank zorgt?"
"Ik zit hier thuis met een kind van zes, die kan ik toch niet alleen laten? En een oppas hoef ik ook niet in te huren, want ik krijg nooit geld van je."
"Ik HEB GEEN GELD, dat weet je!"
"Nee, nu niet meer nee. Al het geld wat je over zou kunnen hebben, vergok je. Pokeren heb je nooit goed gekund, en nu lijden we daar alle drie onder. Kun je niet voor één keer aan je gezin denken, in plaats van aan je avond met de mannen? Hoeveel schulden heb je wel niet aan die mannen? Je hebt al geen auto meer, ik moet alle boodschappen op de fiets halen, en de was breng ik elke week naar mijn moeder, omdat je de wasmachine hebt verpand voor je schuld."
"Daar ga ik het nu niet met je over hebben. Jij snapt toch niets van geld."
"Genoeg om te weten dat we het niet hebben, en dat dat JOUW SCHULD is! Geef nou eindelijk eens toe , hoeveel?"

Joachim haalde zijn schouders op en sjokte naar boven. Ze stormde achter hem aan de trap op.
"Nietsnut! Je zet ons hele gezinsleven op het spel met dat stomme poker! Wat heb ik aan je?"
"Als je zo over me denkt, wat doe ik hier dan nog? Dan pak ik mijn spullen wel, en dan zoek je het maar uit!"
"Mooi, doe dat. Je voegt hier toch niets toe. Je doet in huis ook niets, en je dochter zal nu nog weinig merken van je afwezigheid. Ga maar, rot maar op!"

Rita stampte de trap weer af en barstte op de bank in tranen uit. Boven rommelde de dronkenlap in alle kasten en griste zonder eigenlijk echt  te kijken wat hij pakte allerlei kleding bij elkaar die hij in zijn koffer propte. Met de koffer dichtgedrukt, er staken nog mouwen van een overhemd uit, strompelde hij weer naar beneden en naar buiten. De deur sloeg dicht, en ze zouden nooit meer iets van hem horen.

De kleine Freya was wakker geworden van al de commotie en ging naast mamma op de bank zitten. Ze zag dat ze huilde, en keek met haar onschuldige groene ogen haar moeder aan
"Mama, wat is er? Waarom zijn jij en papa boos?"
"Papa is weg, schatje, en ik weet niet of hij nog terugkomt."
"Maar waarom? Waar is papa heen dan?"
"Ik weet niet waar papa heen is, maar het is maar beter zo. Ik leg het je later nog wel uit, als je oud genoeg bent om het te snappen."
"Ik ben al zes mama, ik ben wel slim hoor!"
"Je moet terug naar bed, lieverd, het is midden in de nacht."
De kleine meid klom te trap weer op, met Rita achter haar aan. Ze kroop onder de dekens van haar ledikantje, en stak haar duim weer in haar mond.
"Wil je mij voorlezen mama?"
"Sorry meisje, maar mama is ook moe. Ik ga ook naar bed."
"Oké."

De kleine meid deed haar ogen dicht, en al snel leek ze toch weer vertrokken naar dromenland. Rita kleedde zich om in haar nachtjapon, en knipte het schemerlampje naast haar bed aan, om nog wat te lezen. Wat was het toch een waardeloze man, blij dat hij weg is...

Edgewalker

Hoofdstuk 2

Leer (Duitsland),  4 Januari 2011
Krankenhaus Rheiderland

Freya kwam de ruimte binnengestormd. Bezweet, en buiten adem. In het bed, in de hoek van de kamer, lag haar moeder. De vorige avond was ze afgevoerd hierheen. Ze barstte van de hoofdpijn en haar handen trilden. Ook hing haar linker mondhoek naar beneden. Gelukkig hadden ze haar onderweg naar het ziekenhuis alweer enigszins op weten te lappen, maar natuurlijk moest dit gebeuren tot op de bodem uitgezocht worden.

De artsen hadden al vrij snel hun diagnose klaar en Freya was dan ook zo snel als ze kon van haar werk naar het ziekenhuis gefietst. Voor bij de ingang had ze haar fiets aan de kant gesmeten en was ze direct naar de afdeling gelopen waar haar moeder lag.

"Heeft U het gevonden? Komt alles goed?"
"Mevrouw Müller, neem ik aan? Komt U alstublieft even zitten."
"Het is toch niet ernstig?"
"Ik vrees van wel. Mevrouw heeft verschillende scans gehad, en daarmee was het niet moeilijk de diagnose te stellen. Inter-cerebraal hematoom."
"Kan dat ook in gewone mensentaal? Ik ben geen arts, he..."
"Uw moeder heeft een hersenbloeding gehad. Heeft ze nooit te horen gehad dat ze een hoge bloeddruk had?"
"Eh, ja, die was wel wat hoog ja, maar nooit echt extreem."
"De bloeding heeft de nodige schade aangericht. Uw moeder is nu even bij kennis, U kunt haar spreken, maar zo meteen zal ze in coma gebracht worden omdat dat de kans op herstel enigszins vergroot."
"Dus er is een kans dat ze daar niet meer uit ontwaakt?"
"Helaas is die kans zeer reëel."

Freya onderdrukte de tranen en liep naar haar moeder. Ze was zwak, dat was duidelijk, maar toch kwam er een glimlach op haar lippen. Haar stem was schor, en ze ademde zwaar.
"Freya, liefje, wat ben ik blij dat ik je zie. Ik... Ik heb misschien niet lang meer, en ik moet je wat vertellen."
"Mam, je moet rusten, beter praat je niet teveel."
"Ik moet wel, dit is belangrijk, en het is misschien wel mijn laatste kans."
"Hou op mam, je komt hier gewoon doorheen. "
"Ik moet het je zeggen, ik loop hier al 34 jaar mee..."

Freya keek haar moeder met grote ogen aan. Wat kon dat dan zijn? Had haar moeder al die tijd een geheim voor haar gehad?

"Meisje, luister. Dit komt misschien even koud op je dak vallen, maar ik had het je al veel eerder moeten vertellen. Jouw vader en ik hebben lang geprobeerd om kinderen te krijgen, maar het wilde maar niet lukken. Toen ik 36 werd hebben we zelfs allerlei medische poespas geprobeerd, maar niets hielp. Ik was onvruchtbaar... "
"Maar... Maar..." Freya begreep het niet, en zij dan?
"Toch bleef de kinderwens bij mij en jouw vader, waarna we ervoor hebben gekozen om te adopteren. En toen kwam jij dus..."
"Je bedoelt dat ik... dat ik... geadopteerd ben?"
"Dat bedoel ik inderdaad, je moeder was nog te jong en heeft je af moeten staan. Ik heb haar één keer gesproken. Lief meisje was het, maar erg naïef..."

Op dat moment kwam de arts weer binnen, met een paar ampullen van een bepaald medicijn.
"Het spijt me, mevrouw, maar het bezoekuur is over. Ik zal nu toch echt het medicijn toe moeten dienen, voordat ze nog verder verzwakt."

Nog voor Freya iets kon zeggen, was haar moeder al weggezakt in een diepe slaap. De arts nam haar mee naar buiten, waar ze verdwaasd achterbleef.

Edgewalker

Hoofdstuk 3

Het gesprek met haar moeder, kort als het was, had Freya in de war gebracht. Geadopteerd? Zij? Wie was haar moeder dan? En waarom had ze dat nooit eerder verteld?

Het was inmiddels 5 dagen later, en ze had nog niets van haar moeder gehoord. De artsen hadden haar beloofd dat ze haar zouden bellen als er iets zou veranderen. Een keer was ze komen kijken, eergisteren. Ze had haar moeders' hand vastgehouden. Ze had tegen haar gepraat, en zich afgevraagd, of ze dit eigenlijk wel kon horen.

De afgelopen nachten had ze niet of weinig kunnen slapen, maar de exacte reden waarom wist ze niet. Ze voelde zich schuldig, omdat ze niet zeker wist of ze nou wakker lag van de toestand waarin haar moeder verkeerde, of om wat ze gezegd had. Op haar werk was ze de laatste dagen niets waard geweest, door het slaaptekort was ze kortaf geweest tegen klanten, iets wat over het algemeen niet echt gewaardeerd wordt op een helpdesk.

Gisteren had haar baas dan ook besloten haar maar een tijdje vrijaf te geven, totdat het beter zou zijn met haar moeder, of, in het ergste geval, ze het verlies had kunnen verwerken. Daar wilde ze eigenlijk niet aan denken, maar met elke dag die verstreek zonder een teken van leven, bekroop haar het gevoel steeds meer dat ze nooit meer een teken van leven zou zien.

Meermaals was ze, als ze dan eindelijk in slaap was gevallen, al na enkele momenten zwetend en gillend wakker geworden. Dan had ze weer gedroomd van vroeger, van de ruzies die ze wel eens had gehad met haar moeder. Ze was als puber echt een onmogelijk kind geweest, en besefte zich, dat ze daar nooit spijt van had betuigd. De ruzies waren soms nogal hoog opgelopen, en meer dan eens had ze haar moeder toegeschreeuwd dat ze wilde dat ze haar moeder niet was, waarna de deur van haar slaapkamer meestal met een klap werd dichtgesmeten, en haar stereotorentje op vliegtuigvolume de grootst mogelijke herrie produceerde.

Badend in het zweet besefte ze zich nu, hoeveel pijn dat haar moeder gedaan moest hebben, en barstte ze uit in een huilbui. Haar kat, een jonkie nog, kroop naast haar op haar kussen, en drukte zijn kop tegen haar wang. Het lieve beest moet gevoeld hebben dat haar wat niet lekker zat; normaal gesproken lag hij te slapen op de deurmat, totdat ze naar beneden kwam, maar de laatste dagen kwam hij 's avonds met haar mee naar boven, en ging dan aan het voeteneind van haar bed liggen spinnen.

Ze kroelde de kleine engel achter zijn oortjes en de pluizebol begon opnieuw zacht te ronken. Een klein sliertje kwijl droop uit zijn mondhoek, maar ach, haar kussensloop kon sowieso al de wasmachine in. Nu was ze daar echter te moe voor, dus draaide ze haar kussen om, en viel ze, knuffelend met haar grijze kater, na een uurtje opnieuw in slaap.

Drie uur later werd ze wakker van de voordeur die dichtsloeg. Dat moest haar vriend zijn, Marko. Een maand terug was hij bij haar ingetrokken, na een korte een zeer heftige relatie. Het voelde nu al zo vertrouwd, al zou ze graag zien dat hij niet zo vaak nachtdiensten zou hoeven draaien, zodat ze ook eens samen in bed zouden liggen, en samen wakker zouden worden. Zodat ze ook eens zijn arm om haar heen kon voelen als ze weer eens wakker schrok.

Hij wist hoe haar moeder eraan toe was, maar ze had hem niets verteld van wat mam gezegd had. Daar wilde ze hem niet mee lastig vallen. Nog niet. Toch bleef het knagen in haar hoofd. Ze trok haar badjas en slippers aan, en besloot nog even wat met haar vriend te drinken, voordat die zou gaan slapen. Zoals vele mannen dronk hij graag een biertje na een lange dienst, en het maakte hem dan ook niet uit dat het half 7 's ochtends was, hij zou immers daarna toch naar bed gaan.
Afwezig zat Freya aan haar kopje koffie. Werk hoefde ze niet aan te denken, maar slapen lukte haar toch niet meer. Ze speelde met het idee het Marko te vertellen, maar voor ze de kans kreeg had hij haar een kus op het voorhoofd gedrukt en was hij de trap op gegaan naar bed, haar weer vertwijfeld achterlatend.

Edgewalker

Hoofdstuk 4

Ze speelde nog met de gedachte om terug naar boven te gaan en tegen Marko aan te kruipen, maar toen ze de deur naar boven opentrok, hoorde ze hem al snurken, en besloot dat dat ook geen optie was.

Enkele uren later stapte ze opnieuw op haar fiets naar het ziekenhuis, in de hoop haar moeder toch nog eens te spreken. Aangekomen op de afdeling werd ze bijna omvergelopen door één van de artsen, die met allerhande apparatuur richting de kamer van haar moeder rende.

Uit alle hoeken van de afdeling kwamen nu mensen in blauwe ziekenhuisoutfits aangesneld, en Freya wist niet waar ze het zoeken moest. In paniek klampte ze de eerste de beste blauwe jas aan, op zoek naar een antwoord.

"Meneer, meneer, is er wat met mijn moeder? Is ze in orde? Is het ernstig?"
"Mevrouw Müller?"
"Ja... Is ze in orde?"
"Ik kan alleen zeggen dat de toestand zorgelijk is. Ik moet er nú heen."
"Wat is er aan de hand dan?"

Maar ze kreeg geen antwoord meer, de blauwe jas was alweer uit het zicht verdwenen. Met de tranen alweer in haar ogen rende ze naar de kamer van haar moeder, maar al voor ze in de goede gang liep, kwamen er alweer drie blauwe jassen haar kant op gerend, met een bed met haar moeder erin.

"Rian, welke is vrij?"
"Over een paar minuten is de 3 vrij", klonk uit de portofoon.
"Ik héb geen paar minuten, maak een kamer vrij, nu!"
"De 4 dan, pak de 4."

Ze wilde weten wat er gebeurde, maar kon niemand meer vragen, want geen enkele dokter zei nog een stom woord. Ze liep dan ook maar achter de dokters aan naar de OK, waar haar moeder naar onderweg leek te zijn. Het bed werd door de klapdeuren geduwd, waarna ook de tweede deur voor haar neus dichtsloeg. Ze mocht niet mee, en probeerde dus door het kleine raampje in de deur enigszins te kunnen zien wat er gebeurde.

Met drie artsen tilden ze Rita van haar bed op de operatietafel. Instrumenten en andere spullen leken te vliegen door de OK, en in no time leek duidelijk waar ze naar toe wilden; er was toch weer iets mis in haar hoofd. Ze durfde niet meer te kijken, en liep naar beneden. Ze had al in geen jaren meer een sigaret opgestoken. De sigaret die ze dan ook opstak uit het pakje dat nog in haar tas zat, was dan ook uitgedroogd, maar het kon haar niet schelen. Ze had iets nodig.

Nog steeds shakend trapte ze enkele minuten later de peuk uit op de grond, en zorgde snel dat ze weer boven was. Kijken of het met haar moeder inmiddels weer de goede kant uitging. Door het raampje van de OK-deur kon ze zien hoe het er in de kamer niet rustiger op werd. Er was inmiddels een defibrillator bij gehaald en één van de artsen was druk bezig het apparaat gebruiksklaar te krijgen. De groene lijn op de hartmonitor was platgevallen.

De artsen om het bed namen afstand en de laatste arts plaatste de paddles op de borst van Rita; geen reactie. De kracht werd opgeschroefd, en er werd nog een poging gedaan. Weer niets. Dit ging zo nog 2 minuten door, totdat één van de artsen zijn hoofd schudde, en na een blik op de klok iets riep naar een assistent die al instrumenten op aan het ruimen was.

Dat was het moment waarop het tot Freya doordrong; het is gebeurd. Mijn moeder is niet meer, en ik heb haar nooit meer kunnen zeggen wat een spijt ik heb van de dingen die ik haar vroeger toegeschreeuwd heb. Haar gedachten dwaalden nog verder af. Het is mijn schuld. Ik heb haar verwenst, geroepen dat ze er maar niet meer moest zijn. En nu is ze er niet meer. Het is mijn schuld...

Haar gedachtegang werd ruw verstoord door de deur van de OK die openvloog, die haar tegen de schouder raakte. Uit de kamer kwamen de artsen weer met het bed, het laken hadden ze over het hoofd van haar moeder getrokken. Een arts legde een arm over de schouder van Freya, en nam haar mee naar de koffieautomaat. Hij haalde er twee bekertjes uit, en gaf er één aan haar.

"Het spijt me vreselijk, maar we konden niets meer doen."
"Wat is er gebeurd dan?"
"Uw moeder heeft een herseninfarct gehad. Als reactie daarop is ook haar hart ermee opgehouden. We hebben haar 5 minuten gereanimeerd, maar helaas kregen we haar niet meer terug."
"Ik neem het U niet kwalijk, jullie hebben gedaan wat jullie konden doen."

Freya nam nog een slok van haar koffie en barstte daarna in een snikken uit. De arts knielde voor haar en keek haar aan. Hij zei zacht "U kunt straks nog even afscheid nemen van Uw moeder..."

Edgewalker

Hoofdstuk 5

Freya volgde de arts naar beneden, naar het mortuarium van het ziekenhuis. Haar handen trilden en haar bekertje koffie – de derde dat half uur – klotste over haar hand. Ze schrok van de hitte en liet het bekertje op de vloer kletteren voor de deur.

"Het geeft niet." Zei de arts. Hij pakte een doekje, en veegde de koffie van de vloer. Hij frommelde het doekje tot een bal en gooide die in de prullenbak. Daarna legde hij zijn arm weer om de schouder van Freya, en duwde met zijn voet de klapdeur open. "Bent U er klaar voor, juffrouw Müller? Dan gaan we even naar binnen."

Ze haalde diep adem en knikte. De arts bracht haar naar de plank waarop haar moeder nog lag. Nerveus vouwde ze het witte laken om, en zag het levenloze lichaam van haar moeder. De ogen waren gesloten, haar armen over elkaar gevouwen. Ze droeg haar blauwe ziekenhuisjas nog. Freya nam de inmiddels koude hand van haar moeder, en barstte in tranen uit.

"Mam, ik weet dat we niet altijd door een deur konden. Vooral als tiener was ik vaak een blok aan je been. Ik heb je verwenst, vervloekt, en op sommige momenten ook oprecht gehaat. Ik heb dingen naar je geroepen, waar ik nu vreselijke spijt van heb. Ik voel me zo schuldig dat ik het nooit goed uit heb gepraat met je, dat we ons nooit echt goed hebben kunnen verzoenen. En nu... Nu ben je er niet meer. Nu zal ik nooit meer je stem horen, die mij gerust stelt. Nooit meer jouw goede raad, als ik het even niet meer weet. En nooit meer gewoon dat kopje thee, en die hand op mijn knie. Wij hadden soms aan een blik genoeg om te weten wat we wilden zeggen. Mam, ook al hoor je dit misschien niet meer, ik heb altijd van je gehouden, en ik zal je missen."

Ze gaf haar moeder een kus op het voorhoofd, en trok het laken weer over haar heen. Ze zag hoe de arts de lade dichtschoof, en stortte in op de vloer. De arts knielde naast haar neer en pakte haar hand. "Neem de tijd, ik weet dat dit moeilijk is." Freya trok zichzelf overeind aan zijn schouder en liep de ruimte uit. Het was voor haar nog moeilijk te bevatten wat er zojuist was gebeurd. De laatste woorden van haar moeder spookten weer door haar hoofd.

"Je moeder was te jong, ze heeft je af moeten staan." Geadopteerd, geadopteerd... Ze moest erachter zien te komen waar ze vandaan kwam. Wie haar echte moeder was. Waar ze was. Zou ze haar nog wel willen zien? Maar hoe kon ze daar achter komen? Haar moeder had het geweten, maar die kon ze het niet meer vragen. Haar vader, die waardeloze nietsnut, had ze de afgelopen tien jaar maar één keer gezien, toen hij nog wat van zijn spullen kwam halen. Zou ze hem zoeken? Zou hij nog iets van zijn dochter willen weten? Hij zou wel eens de enige kunnen zijn die haar in contact kon brengen met haar echte moeder.

Ze twijfelde. Ik heb hem jaren niet gezien. Ook de laatste dagen, in het ziekenhuis, zag ik hem niet. Als zijn (ex)-vrouw hem al koud laat, weet ik niet wat ik voor hem beteken. Ik kan nu maar beter naar huis, even bijkomen. Even een kop thee, en wat eten, al krijg ik nu niets door mijn keel. Dan zien we morgen verder...

Thuisgekomen gooide ze een diepvriespizza in de oven en plofte op de bank. Haar moeder had haar zaakjes verder gelukkig goed geregeld, zodat Freya niet in deze state of mind ook nog met alle rompslomp rondom de begrafenis te maken zou krijgen. Met lange tanden at ze haar pizza op, terwijl ze doelloos langs de kanalen zapte op de televisie. Ze was doodmoe, maar toch leek het slapen voorlopig niet te lukken. Misschien die middag toch teveel koffie gehad. De grijze pluizebol kroop weer tegen haar aan en legde zijn pootje op haar been. Ze aaide hem onder zijn kin, en het beestje begon te spinnen. Uiteindelijk viel ze op de bank, met de kat op haar schoot, toch nog in slaap.