Mijn verhaal...

Gestart door enzlinboy, 24 mei 2010, 15:01:06

Vorige topic - Volgende topic

enzlinboy

Voor school moeten we opstellen op de PC maken met een speciaal soort programma dat TIO heet.
Aan het eind van het jaar moesten we er 35 hebben, maar ik kon geen onderwerp bedenken.
Ik dacht ineens aan dat ene leuke spel: De Weerwolven van Wakkerdam, dus dat werd dus mijn onderwerp.
Veel van de rollen op deze site en meer worden in het verhaal verwerkt, je kunt de rollen merken aan de naam van die persoon.
Als ik alles in 1 tekst zou doen, werden het nogal veel woorden, en dat zou zonde zijn, dus heb ik ze in delen gemaakt.
Ik ben nu bij deel 5, maar het is nog niet klaar...
Ik zet hier gewoon alle delen tot nu toe en als ik er weer 1 schrijf, post ik die hier ook.
Veel plezier :)

Oh, PS: als er iets dergelijks als &#39 staat, betekent dat ' of zo'n soort tekentje.


Deel 1:

De Weerwolven van Wakkerdam (Deel 1)

Héél, héél, héél lang geleden, in het jaar 1566, toen men nog in heksen en weerwolven geloofde, was er een dorpje genaamd Wakkerdam. Het is een dorpje met maar een paar inwoners. Overdag is het een vredelievend dorpje, maar 's nachts gaan de poppen aan het het dansen, of eigenlijk de wolven aan het bijten! Alle inwoners hebben wel iets te verbergen. Overdag doen zij of ze normaal zijn, maar 's nachts spelen zij allemaal een spannende rol in dit kleine dorpje. Zo heb je de "ziener", de "jager",de "priester", het "onschuldige meisje", de "dief", de "onschuldige man", de "slotenmaker", "de beschermengel", de "sjamaan", de "ketter", de "heks", "cupido", de "gewone burgers" en natuurlijk DE WEERWOLVEN! (Er zijn er nog meer). Bijna al deze personen hebben een speciale kracht. Maar daar kom je tijdens het verhaal nog wel achter.

De haan van Wakkerdam maakt alle inwoners van het dorpje wakker met zijn vreselijke gekrijs. Iedereen loopt zijn huisje uit en begroet elkaar. Het is de dag dat de burgemeester gekozen wordt. Iedereen gaat op de geliefde lange bank midden op het plein zitten. Eén voor één krijgen ze een rol perkament, waar met ganzenveer iets op is geschreven. Bij de meesten is opgeschreven dat ze niet als burgemeester gekozen zijn. Behalve bij Alberto, daar staat op dat hij WEL is gekozen als burgemeester. Iedereen kijkt met grote ogen naar hem. Hij was namelijk altijd degene die het slechtste leiding kon geven. Als iedereen klaar is met Alberto aan te staren, begint er weer een gewone dag. Iedereen gaat naar zijn of haar werk, kopen wat op de markt, eten of drinken wat in de herberg. Een normale dag dus, voor zo'n klein dorpje als Wakkerdam. Men weet alleen al wel, dat er waarschijnlijk één van hen zal sterven die nacht. Er is namelijk iets raars aan het dorpje, er leven Weerwolven. Nou, zul je denken, die veranderen toch alleen met volle maan? Nou, er is nog iets raars aan dit dorpje, het is elke nacht volle maan! Het wordt al nacht, maar Alberto houdt nog een feestje met zijn vrienden, omdat hij burgemeester is geworden. Als het tegen twaalven is, gaat iedereen naar huis, Alberto loopt alleen. Hij hoort geritsel, en een soort gegrom, ook ziet hij twee gele ogen oplichten. "Ik ben vast dronken." denkt hij. Maar als hij de sleutel in het sleutelgat steekt. De burgemeester heeft die nacht niet overleeft. De wrede weerwolven van Wakkerdam hebben hem verslonden.

Die ochtend merken de inwoners dat Alberto er nog niet is, en gaan maar eens bij hem langs. Ze zien een plas bloed voor zijn deur liggen, en ernaast ligt een rol perkament waar met rode inkt (waarschijnlijk Alberto's eigen bloed) op is geschreven: "Burgemeester pas op en luister goed, als we u te pakken krijgen, is het enige wat ze nog van u kunnen vinden, uw linkervoet!" Iedereen staat even stil, tot ze ontdekken dat er nog iemand mist: "Wicca!" Ze rennen naar haar huis, waar een groot slot over de deur zit. Er hangt nog een briefje onder, waar op staat: "Ik heb Wicca opgesloten voor één nacht." Ondertekend: "De sloten maker."

Wordt vervolgd...

Deel 2:

De Weerwolven van Wakkerdam (Deel 2)

Het vervolg op "De Weerwolven van Wakkerdam (Deel 1)..."


Iedereen beseft weer dat het een normale dag is, zoiets gebeurt namelijk altijd in dit dorpje. Alle bewoners (behalve Alberto en Wicca) lopen naar het plein voor het dagelijkse ritueel: "De lynch, ofwel de brandstapel." Hierbij worden redenen van de inwoners besproken over wie één van de Weerwolven zou kunnen zijn. De vrouw van Alberto beweert één van de Weerwolven te hebben herkend, toen ze op het moment van Alberto&#39s moord uit het raam keek. Wicca&#39s dochtertje heeft zich in de bosjes verstopt toen ze tijdens het buitenspelen een Weerwolf zag en die herkende. Zo heeft iedereen zijn reden en schrijft de naam van zijn of haar "Weerwolf" op. Nadat de bewoners klaar zijn met het opschrijven van de namen van verdachten, gooien ze het stukje perkament met de naam er op in het vuur. Nadat alle bewoners dit hebben gedaan, verschijnt er een naam in de gloeiende berg hout en as: "Dolf" de zoon van de vorige burgemeester "Alberto". Dolf loopt naar voren en kijkt naar de grote berg brandend hout. De bewoners binden hem aan een grote houten paal vast en zetten hem midden in het vuur. Zijn moeder durft niet te kijken. Dolf voelt zijn sandalen smelten als ineens het vuur dooft. Als dit gebeurt, houdt dat in dat afgelopen nacht één van de heiligen een flesje heiligwater over Dolf heen heeft gegoten, zodat hij voor die keer imuun is tegen de brandstapel. Petrus knikt goedkeurend naar Dolf die omhelsd wordt door zijn moeder. Na de lynch krijgt Dolf een stuk perkament waar op staat dat hij het burgemeesterschap van zijn vader over mag nemen. Dolf lacht vals, waarbij één gele, scherpe hoektand zichtbaar wordt. Iedereen loopt naar de herberg om Dolfs burgemeesterschap te vieren. Zijn vrienden kloppen hem goedkeurend op de schouder...


Deel 3:

De Weerwolven van Wakkerdam (Deel 3)

Het wordt weer nacht in het kleine dorpje Wakkerdam. Alle inwoners gaan weer naar bed, of tenminste dat zeggen ze. Sorc loopt naar zijn huis toe, doet de gordijnen dicht, haalt het witte laken van de kast af en pakt zijn glazen bol. In deze bol kan hij elke nacht zien wat één van de andere bewoners doet in die nacht. Sorc pakt een schedel met een soort kom in het hoofd uit de kast, doet er wat ingrediënten in en begint langzaam wat te mompelen. Hij doet er als laatste een haar van Clémens bij. Ineens komen er stofwolken en vonken van het kommetje af, tot er nog maar één miezerig klein druppeltje over is. Deze laat Sorc op de bol vallen. Er verschijnt ineens een gedaante in de bol, deze gedaante loopt naar Wicca&#39s huisje, haalt het slot van haar deur met een sleutel en rent daarna haastig weg. De gedaante lost op in rook waarna niets meer te zien is in de bol.

Jardin staat lekker de heg van het stadhuis te knippen, als er ineens een schreeuw uit de verte komt. Verstijft van schrik blijft Jardin eventjes staan, springt daarna in de bosjes en kijkt naar de plek waar de schreeuw vandaan kwam. Hij ziet een meisje dat wordt aangevallen door drie weerwolven. "AAAAAH! Help!" schreeuwt ze. "Laura! Wicca&#39s dochtertje!" denkt Jardin. "Waarom zouden ze haar aanvallen? Ze is zo onschuldig." denkt hij bij zichzelf. Jardin ziet dat het arme meisje zomaar wordt verscheurd en opgegeten door die verschrikkelijke wolven. Eén van de wolven kijkt zijn kant op, hij schrikt en gaat plat op zijn buik liggen. "Die enge gemene grijns heb ik eerder gezien, toch?" denkt hij.

Niemand weet waarom, maar het gerucht onder de inwoners gaat dat Kraven &#39s nachts altijd het bos ingaat om dieren af te schieten. Ook deze nacht pakt hij weer zijn jachtgeweer en gaat op pad. Kraven loopt het bos in en ziet een soort hol, met hondachtige voetstappen er vlakbij. "Hier ben ik nog nooit eerder geweest" fluistert hij tegen zichzelf. Ineens gloeien er twee ogen op uit het hol. Kraven richt trillend zijn geweer tussen de twee ogen. De ogen komen dichterbij. Er volgt een keiharde knal en een wolfachtig gejank, maar het is niet zwaar genoeg voor een wolf. Het kleine welpje valt voor Kraven op de grond.


Deel 4:

Weerwolven van Wakkerdam (Deel 4)

"Mijn dochter! Mijn dochter! Waar is ze?" schreeuwt Wicca. "Heeft iemand haar gezien?" Wanhopig schudt ze iedereen door elkaar. Niemand trekt iets van haar aan en iedereen gaat weer op de lange bank op het plein zitten. Als de burgemeester zijn huis uit komt, is iedereen stil en houdt zelfs Wicca op met snikken. "Er is één dode gevallen vannacht, en dat is Laura. Het enige wat we hebben kunnen vinden is deze linker pink." Hij geeft de vinger aan Wicca, Laura&#39s moeder.

"Het is nu weer tijd voor de lynch!" Roept de burgemeester. Iedereen krijgt een ganzenveer en een stuk perkament van hem. De inwoners en ook de burgemeester schrijven de naam van één van de andere bewoners op het stukje perkament en gooien die daarna één voor één in het vuur. Er verschijnt een naam in de smeulende stukken hout en as: "Bill." Bill loopt langzaam op het vuur af, als hij zich ineens omdraait: "Dwaas" schreeuwt hij, en gooit een enorme bijl naar Heijn toe. Heijn doet zijn ogen dicht en krimpt in één. De bijl raakt hem, maar ketst af, alsof Heijn van ijzer is gemaakt. Bill kreunt, maar stapt toch zelf de stapel op. Hij wordt vastgebonden aan de grote paal in het midden. De mensen gooien zelf brandende stukken hout naar hem en maken het vuur nog maar eens wat groter. Tot Bill toch echt helemaal tot as is vergaan.
Hierna doen alle inwoners hun dagelijkse dingen weer, tot het nacht wordt.

"AAAAH!" Gabriël schrikt wakker. Zijn hard gaat te keer. "Wat was dat?" denkt hij. Nog een keer "AAAAAH!" "Het komt van beneden" zegt hij opeens. Gabriël rent naar beneden, waar hij een soort gemaskerd, harig monster ziet. "Het probeert mijn broertje te vermoorden!" Gabriëls broertje Jimmy staat daar maar gewoon, midden in de kamer, met zijn lieve hamstertje in zijn handen. Het monster slaat toe. "NEEEEE!" Gabriël springt voor zijn broertje en het monster doodt hem. Jimmy doet zijn ogen open, schrikt van wat er voor zijn ogen gebeurt en rent het huis uit, met zijn hamstertje nog steeds onder zijn armen.


Weerwolven van Wakkerdam (Deel 5)

Die ochtend zit Jimmy huilend met zijn kleine hamstertje in de bosjes. "Gabriël, Gabriël." kreunt hij. Er komt iemand langs gelopen. Het is Clémens. "Wat is er Jimmy?" vraagt hij. Jimmy zegt: "Gabriël, een monster, harig, met een masker, Gabriël, hij is dood." Clémens schrikt. "Is het wel goed met jou dan, Jimmy?" vraagt hij. "Ja, ja, en ook met Hammie (dat is de naam van Jimmy&#39s kleine hamstertje)." "Hoe is het dan gebeurd?" vraagt Clémens. "Dat zal ik vertellen." zegt Jimmy.

Jimmy&#39s verhaal: "Het was al laat in de nacht, maar ik kon niet slapen. Dus ging ik maar naar beneden om eventjes met Hammie te spelen. Ik haalde hem uit de kooi en hield hem even vast, tot ineens de deur open ging en er een harige gedaante met een eng, wit masker naar binnen kwam. Hij liep op mij en Hammie af, ik was erg bang en schreeuwde, maar niemand hoorde me, omdat mijn Gabriël lag te slapen en mijn ouders uit het dorp zijn verjaagd. Ik schreeuwde nog een keer, ik rook de smerige adem van het monster en begon te huilen. Ik kromp ineen. Opeens kwam Gabriël binnenstormen en voordat het monster toesloeg, sprong Gabriël er voor en werd hij verslonden door het gemaskerde monster. Het monster was afgeleid, dus rende ik weg met mijn Hammie, ik heb me hier de hele nacht verstopt."

"Oh, het spijt me voor je." zegt Clémens. "Ik durf niet meer alleen naar binnen, wil jij mee?" vraagt de kleine Jimmy. Clémens knikt. Ze doen de deur open, en lopen naar binnen. Ineens ziet Jimmy iets merkwaardigs op de bank liggen. "Gabriël". Ze lopen naar hem toe, de stof van de bank om hem heen is helemaal rood van het bloed. Hij heeft een masker op, er is iets op geschreven met een soort rode inkt: "Nu kan niets je meer beschermen klein jochie." Clémens pakt hem op. "Laten we hem maar begraven, en jij mag tijdelijk bij mij wonen Jimmy en Hammie ook." Jimmy haalt een schep uit de schuur en graaft een groot gat waarin ze zijn grote broer leggen. Als het gat dicht is gegooid, schrijft Jimmy iets in de aarde met een stok: "Slaap zacht grote broer"