Nieuws:

Welkom op het nieuwe locatie van het forum
Op dit moment wordt de .nl website doorgestuurd naar de .be website.

Hoofdmenu

Herrijzen uit het as

Gestart door Zabulus, 11 maart 2009, 20:33:43

Vorige topic - Volgende topic

Nu Ruben buiten is, wat moet hij als eerste doen?

Achter Sara aan gaan
3 (42.9%)
Zoeken naar eten en drinken
2 (28.6%)
Zoeken naar de waterpurificatie chip
1 (14.3%)
Zijn eigen weg gaan
1 (14.3%)

Totaal aantal stemmen: 7

Zabulus

Oorlog, oorlog verandert nooit. Al in de vroegste tijd van bijl en speer kon de mens het niet laten zijn soortgenoten af te slachten vanwege macht. Was het in het begin der tijden over hoeveelheid land en volgelingen, later was het vanwege luxegoederen, ideeën, economische macht, en later olie. In de éénentwintigste eeuw werd er gevochten om de laatste voorraden olie. Grote spanningen tussen de verschillende grootmachten bleef maar groeien tot 2077 toen een uitbarsting onvermijdelijk werd. Niemand weet meer of het de Verenigde Staten was die Canada was binnengevallen, China die Alaska aanviel, of Rusland die het Oostblok terug nam. Wat er volgde was de verwoesting van de Aarde in ongeveer een dag.
Nu was dit al meer dan honderd jaar voorzien. Al in 1961 was er in de Verenigde Staten een programma voor atoomschuilkelders. En uiteindelijk kwam er ook een dergelijk programma in Nederland door het commerciële bedrijf Kluis Tech. Kluis Tech maakte atoomschuilkelders voor zij die het konden betalen. In deze schuilkelders die ook wel Kluizen werden genoemd was alles wat je nodig hebt om te overleven in luxe voor vele generaties. Van bowlingbanen, sportzalen, disco's en kantines, tot ruime vertrekken, scholing en ordehandhaving. Maar ondanks alles voelde het allemaal koud en steriel aan. Er waren geen planten, geen schilderijen, geen huisdieren, iedereen moest dezelfde voorgeschreven kleding dragen. De muren waren van staal. Toen het luchtalarm af ging, werd iedereen die ervoor betaald had opgehaald. De deur ging op slot en werd nooit meer geopend. Voor niets en niemand. Zo ook in Kluis 313 in de buurt van Utrecht. Voor tweehonderd jaar bleef de Kluis op slot terwijl de wereld in vlammen opging.

'I don't want to set the world on fire'
'I just want to start'
'A flame in your heart'
'In my heart I had but one desire'
'And that one is you'
'No other will do'
'I've lost all ambition for worldly acclaim'
'I just want to be the one you love'
'And with your admission that you feel the same'
'I'll have reached the goal I'm dreaming of'
'Believe me!'
'I don't want to set the world on fire'
'I just want to start'
'A flame in your heart'


Een 17 jarige jongen met pikzwart haar en een bleek gezicht lag op zijn rug ontspannen op bed. Hij luisterde maar half naar het liedje. Voor de andere helft was hij aan het dagdromen over een bijzonder meisje met glanzend blond haar en ook een bleek gezicht. Hij moest het liedje al minstens honderd keer gehoord hebben. Dat krijg je er nu eenmaal als er geen nieuwe muziek wordt gemaakt. Alleen dat wat in de database voorkomt kan gedraaid worden. "Is dat liedje voor mij bedoelt Ruben?" Het meisje was uit zijn dromen gesprongen en tevoorschijn gekomen in de stalen deuropening. "Misschien, maar misschien ook wel niet. Jij bent niet het enige meisje hier in de Kluis Sara". Ruben draaide de muziek zachter. "Misschien ben ik niet het enige meisje in de kluis, maar veel andere van jouw leeftijd zijn er niet. Of heb je misschien een oogje op Belle?" "Die koe, alsjeblieft. Ik heb wel iets betere smaak dan dat" "Daarom heb je ook voor mij gekozen, is het niet?" en ze nam plaats op de schoot. Ze streelde over zachtjes over zijn borst. "In het land der blinden ben jij absoluut koningin" plaagde Ruben. Terwijl Sara lachte, zakte haar hoofd richting Ruben en kusten ze. Net op dat moment kwam de vader van Ruben binnen. "Zo, jullie zijn lekker bezig" Opgeschrokken sprongen Sara en Ruben omhoog. "Kom aan tafel, het eten is klaar. Ik neem aan dat je mee eet Sara?". Ze knikte bevestigend. "Mooi, dan zie ik jullie zo meteen aan tafel." en hij verliet de kamer. Met een zenuwachtige lach eindigde hun intieme moment.
Met z'n vieren zaten ze aan tafel. Sara en Ruben zeiden weinig. Ze voelden zich nog steeds een beetje betrapt. Rubens ouders negeerden de plotselinge verlegenheid van de twee, in de hoop het minder erg te maken en waren druk in gesprek. "...en nu Roberts ook ziek is, begint het steeds meer te lijken dat de Opzichter gelijk heeft. Maar zelfs dan zijn het erg harde beslissingen. We zijn al met zo weinig. Op deze manier zijn er straks niet genoeg van ons om hier nog lang te overleven." eindigde Rubens Vader zijn betoog. "Nounou, het zal niet met zo een vaart lopen Harrold. We zijn nog met veel. Toch, ik ga Richard missen" antwoordde Rubens moeder. "Wat gaan ze dan doen met Richard?" vroeg Ruben. "Nou, hij gaat eerst in quarantaine, en als hij niet beter wordt, dat sturen ze het er uit". "Je bedoelt..." "Ja, hij wordt naar de buitenwereld gestuurd". Er viel een ongemakkelijke stilte.




Er werd besloten dat Ruben maar Sara moest gaan zoenen. Hoe romantisch...

Zabulus

#1
De volgende ochtend stond Ruben zoals altijd op om zeven uur 's ochtends. Na een korte douche deed hij zoals iedereen zijn blauwe overall met in het geel 313 erop en kwam hij daarna aan de ontbijttafel. Zijn vader en moeder waren al aan het ontbijten terwijl ze het Kluisnieuws keken. Hij nam zijn portie dagelijkse drab en keek mee naar het nieuws: "... beslissing ten bate van de hele Kluis. Natuurlijk zullen we hem allemaal missen, maar de veiligheid van de hele Kluis gaat voor. Morgenavond zal er een dienst worden gehouden ter nagedachtenis. Iedereen die hem wilt herdenken moet naar de vergaderzaal komen." "Dank U wel Opzichter. Terug naar de studio" eindigde de verslaggever. Het beeld verplaatste zich van het kantoor van de Opzichter naar de studio die eigenlijk verdacht veel op elkaar leken. Maar dat gold voor de hele Kluis. "Tot slot gaan we naar het klimaat. Vandaag is het in de hele Kluis 21 graden Celsius. Ik wens jullie allemaal een fijne dag toe"
"Zo, het wordt voor ons nu wel eens tijd om naar ons werk te gaan. Ben je klaar met ontbijten Ruben?" "Ja Pa, ik pak nog even mijn spullen en dan ben ik weg". Ruben pakte zijn tas en liep de gang op richting zijn klaslokaal. Even buiten zijn lokaal zag hij Sara, haar halflange haren rustend op haar schouders, die was omringd door drie sterke gasten uit zijn klas. Ze deden alsof ze zware criminelen waren, noemden zichzelf 'de tunnelratten' en vielen altijd iedereen lastig. En zo nu ook. "...jij bent echt een lelijk varkentje weet je. We zouden je naar buiten moeten sturen zodat je kunt rollen in de modder" zei Carl, de leider van de groep "Hehe, goeje Carl" echoden de twee anderen die er bij stonden. Ondertussen stond Sara treurig en een beetje inééngedoken. Ruben werd woest van binnen. Hij balde zijn vuisten. Met grote stappen liep hij op die pestkoppen af. "Nee, niet een goed idee. Ze zijn met z'n drieen en ik ben alleen. Maar misschien..." dacht hij bij zichzelf. Vastbesloten liep hij richting de bende. Hij pakte twee bij hun schouders en duwde ze opzij, zonder zich naar hun te wenden. Hij liep door naar Sara, begeleidde haar hoofd met een gebogen vinger bij haar kin naar boven en zoende haar vol. Sara gaf zich volledig over, omhelsde Ruben en voor een volle minuut was er voor hun niets uiten elkaar. De tunnelratten waren zo verbaasd over die actie dat ze alleen toekeken. Net toen Carl besloot dat Ruben hem zo vernederde en hem wou aanvallen, stapte de juffrouw naar buiten. "Kom naar binnen kinderen, de les gaat beginnen". Met een woeste blik van de tunnelratten richting Ruben liepen ze naar binnen. "Dank je Ruben. Ik snap niet dat ze mij altijd moeten hebben." "Ze zijn gewoon stiekem verliefd" zei Ruben met een knipoog. Sara glimlachte. "Gelukkig heb ik maar oog voor één" en samen liepen ze de klaslokaal binnen.
"Beste kinderen, jullie zijn nu al een tijdje op vruchtbare leeftijd. Daarom heeft de Opzichter besloten dat het tijd wordt voor jullie om wat meer te weten over het proces dat zal leiden tot het verwekken van kinderen. Ik heb hier een introductiefilm die alles uitlegt wat jullie moeten weten." vertelde de juffrouw en ze deed de projector aan.

"Welkom bij de Kluis-Tech handleiding voor post-nucleaire intimiteit. Als een overlever van de nucleaire holocaust ben jij, ja JIJ verantwoordelijk voor de continuïteit van het menselijk ras. Maar hoe verandert de nucleaire oorlog de manier waarop wij mensen de liefde bedrijven. Hier zijn wat belangrijke dingen om in gedachte te houden om te zorgen voor veilige en leuke fok-ervaringen. Zoek eerst een geschikte partner om mee te fokken. Let daarbij op onvolmaaktheden zoals erfelijke ziektes en algehele kunde. Nadat je een geschikte partner hebt gevonden, zul je eerst moeten trouwen. Doe dat bij een door Kluis-Tech erkende Robotpriester. Die zal er voor zorgen dat het huwelijk wettelijk erkend is. Na het huwelijk spreek je met de arts af wanneer je de meeste kans maakt op bevruchting. Vrij alleen op de door de arts aangegeven tijden. Spaar je zaad tot die tijd. Masturbatie is dan ook uit den boze en wordt beschouwd als een misdaad tegen de mensheid. Wij raden aan om zo vaak en met zo veel mensen mogelijk te fokken binnen het heilige instituut dat huwelijk heet. Wij van Kluis-Tech wensen jullie veel succes in het herbevolken van de planeet Aarde."

De school was weer afgelopen. Sara zocht Ruben op en met ieder een arm om elkaar middel verlieten ze het klaslokaal. Sara plaatste haar hoofd op Rubens schouder. De andere kinderen verlieten ook het klaslokaal en liepen ieder hun weg. Een aantal volgden Sara en Ruben. Ze gingen de hoek om richting Sara's huis. Opeens spleet Rubens hoofd open van de pijn en hij viel naar de grond. Hij zag Carl met zijn twee metgezellen. Geschokt stond Sara erbij, machteloos om iets te doen. De drie ratten begonnen op Ruben in te schoppen. Eerst in zijn buik en rug, later ook naar het hoofd en kruis. "Nooit meer zul jij de tunnelratten voor gek zetten sukkel" zei Carl. Niet veel langer daarna werd het zwart voor de ogen van Ruben en verliet bij het bewustzijn.




Ruben heeft besloten om zich bij de Tunnelratten te voegen

Zabulus

Ruben ligt op een bed onder de dekens. Zijn hoofd voelt zwaar, zijn spieren slap. "Waar ben ik" dacht hij bij zichzelf. Met moeite dacht hij terug aan wat voorgevallen was. Wat voelde hij zich stom. Natuurlijk waren de Tunnelratten beledigt, en natuurlijk namen ze wraak. Waarom kon hij ze niet Sara beschermen en toch de Tunnelratten in hun waarde laten? Wat moest hij nu doen tegen ze, wat kon hij doen in zijn eentje. Als hij ze aangeeft bij de beveiliging, zou hij voorlopig van ze af zijn. "Ik ben geen verklikker" dacht hij bij zichzelf. Misschien als hij ze terug pakt zoals zij dat tegen hem hebben gedaan? "Dan ben ik zo weer terug waar ik nu zit". Dat valt dus ook af. "Maar wat dan?" hij wist het niet.
Langzaam deed hij zijn ogen open. Eerst zag hij nog niets, maar later werd het wazig licht. Hij zag de contouren van Sara en zijn ouders naast zijn bed staan. Ze zagen er erg bezorgd uit. "Hoi Pa, ma. Hoi Sara" kwam er een beetje zwakjes uit. "Hallo mijn zoon" zei Harrold "Het is goed je weer bij bewustzijn te zien. Hoe gaat het?". "Toppie *kuch kuch*" zei Ruben en hij stak zijn duim omhoog. Ze wisselden glimlachen uit. Velen van dit soort gesprekken werden er later gevoerd in de ziekenvleugel van de Kluis. Uiteindelijk was Ruben weer hersteld en snel zou hij weer naar school gaan. De Tunnelratten waren gestraft voor hun daden, maar niet erg streng. Een avondje schoonmaken was genoeg. Niet omdat Ruben het had gezegd, maar omdat Sara het had verteld aan de beveiliging al voordat Ruben bijgekomen was. Maar nu Ruben beter was, had hij Sara niet meer gezien. Ze was ziek naar het schijnt. Maar als hij vroeg om haar te bezoeken mocht dat niet. Erg vreemd allemaal. Op het moment dat hij weer naar school mocht stond zoals hij had verwacht de Tunnelratten voor de deur hem op te wachten. "Zo, daar hebben we de verrader. Weet je wat we doen met verklikkers?" zei Carl op dreigende toon. "Nee wacht, ik heb jullie niet verklikt. Dat was Sara. Ik was nog buiten bewustzijn. Eerlijk" zei Ruben bijna smekend. "Laat me bewijzen dat ik niets tegen jullie heb. Laat me anders lid worden van de Tunnelratten" want als hij eenmaal bij de Tunnelratten zou zijn, was hij tenminste veilig voor ze dacht hij bij zichzelf. "En waarom zouden we jou bij ons willen laten horen. Wat kun jij nu in hemelsnaam voor ons betekenen" Carl keek met nog meer minachting dan hij eerst deed. Toen fluisterde één van de andere iets in Carl's oor. "Ahha, dat is een idee. Ruben we weten iets dat je voor ons kunt doen. Jij moet inbreken in de Opzichters kantoor en de computer hacken en onze folders verweideren. Begrepen?". Ruben dacht even na. Want dat is nog al wat, inbreken in het kantoor van de Opzichter. Maar als hij die Tunnelratten niet nu te vriend maakt, dan heeft hij misschien niet lang meer te leven. "Ok, ik doe het komend weekend" "Dat is je geraden" en de Tunnelratten gingen het klaslokaal binnen.

Dat weekend rond middernacht liep Ruben zijn kamer uit en sloop richting het kantorencomplex.  Er heerste een doodse stilte. Zo midden in de nacht in de uitgestorven gangen met de weinige belichting was vreselijk eng. Om elke hoek wachtte hij even om goed te luisteren of er niemand daar was. Zijn hart ging dan net een tikkie sneller. Maar het bleef stil. Uiteindelijk was hij bij de bestemming en zag hij twee bewakers voor de deur wacht houden "Shit, hoe moet ik dat oplossen?" Hij zocht in zijn zakken en vond alleen zijn interne communicator. "Ik kan ze natuurlijk weg bellen zogenaamd door de Opzichter" en hij belde de bewaker. Gelukkig waren alle nummers voorgeprogrammeerd, want anders wist hij het echt niet. "Ja, met de Opzichter. Kom meteen naar mijn vertrekken. Ik heb jullie nodig" zei Ruben met zware stem. "Maar meneer, we moeten uw..." antwoordde de bewaker, maar Ruben onderbrak hem en riep: "NU!" en hing op. De bewakers snelden weg en voor Ruben was de weg vrij. Met zijn vaders pasje kon hij binnenkomen. Eenmaal achter de computer zocht hij door de bestanden.

Scouting rapporten
Enclave berichten
Tunnelratten
Ziektes

Hij verwijderde de Tunnelratten en bekeek uit nieuwsgierigheid de ziektes. Daar in stond dat de ziektes vanzelf overgingen, maar dat ze niet de faciliteiten hadden om goed voor ze te zorgen. Daarom waren er een aantal naar de buitenwereld gestuurd, onder andere... SARA! Met een schok sprong hij op. Ze hebben Sara weggestuurd. Zijn Sara. Wat moest hij doen....

Zabulus

Hij hield van Sara. Hij moest wel achter haar aan gaan. Maar als hij dacht aan ontsnappen, begon hij te zweten. "Hoe kom ik in hemelsnaam voorbij de bewaking. Ze zijn gewapend met 10mm pistolen. En ik heb niks. En eenmaal buiten schijnt het nog gevaarlijker te zijn!" Hij dacht even na in het kantoor. "Eerst moet ik meer weten over wat er buiten is. Een kijken wat er allemaal precies op de computer staat." dacht hij bij zichzelf. Hij las bij ziektes verder.

...en nu blijkt dat alle ziektes komen door een niet werkende waterpurificatie-chip. Die zal zo snel mogelijk vervangen moeten worden. Zo niet, dan zal de Kluis gedoomd zijn om uit te sterven. De technici schatten dat we nog 100 dagen de tijd hebben voordat het voorbij is.

Dat was wel interessant, maar hij had er niets aan. Anders bij scoutingrapporten.

..hoeveelheid straling is gedaald tot leefbare niveaus. Maar het is nog steeds erg gevaarlijk buiten. Niet alleen zijn er vreselijke gemuteerde dieren, er zijn ook gemuteerde mensen, lijken die leven, en de normale mensen zijn bijzonder gewelddadig. In de Kluis is het veel veiliger.

Dus hij zou aan wapens moeten komen wil hij het overleven daar buiten.

..verschillende berichten ontvangen van de zogenaamde Enclave. De Minister President van Nederland vraagt iedereen om te helpen het land te redden van de ondergang. Neem contact op via de frequentie...

"Geen flauw idee wat dat betekend. Eerst moet ik aan een wapen komen en ammunitie. Daarna moet ik de bewaking genoeg afleiden zodat ik naar buiten kan komen. En dan... dan weet ik het niet."  Ruben doorzocht de kamer van de Opzichter en vond een 10 mm pistool met 20 kogels."Daar red ik het wel even mee!" dacht hij bij zichzelf. Hij had al een plan bedacht om uit de kluis te komen. Hij rende terug naar huis en ging slapen. Zijn plan zou de volgende ochtend worden uitgevoerd.
De volgende ochtend liep hij al vroeg naar Carl, die op de gebruikelijke hangplek was van de Tunnelratten met al die andere. "Carl, ik heb gedaan wat je vroeg. Maar ik ben tot de ontdekking van iets vreselijks gekomen. Ze gaan jullie vandaag nog arresteren!" zei Ruben. "WAT, na alles wat we voor ze gedaan hebben? DE VUILE KLOOTZAKKEN! Wij gaan ze nu te grazen nemen. Op naar de Poort!" en met zijn allen in formatie liepen ze naar de uitgang van de Kluis genaamd 'de Poort'. Ruben was achteraan als junior lid van de bende, zoals hij had verwacht en dat kwam hem prima uit. Bij de Poort stonden twee bewakers die opschrikten van de aankomst van de bende. "Jongens, we hadden jullie niet verwacht. De missie is pas over een week!" Ruben wist niet precies waar het over ging, maar dat boeide hem ook niet echt. Hij zocht enkel het moment.
"Doe maar niet dom. Jij weet donders goed dat jullie ons hebben verraden! Maar we kwamen er op tijd achter en nu zullen jullie boeten voor jullie fouten. Tunnelratten, VAL AAN!" en met die kreet rende Carl en de andere Tunnelratten richting de beveiliging met Ruben achteraan. De bewakers maakten zich gereed door hun knuppels in de hand te nemen. Carl kreeg de eerste knuppel in de maag, maar de beveiligers waren al snel op de vloer met een andere Tunnelratten. Tenminste, de andere Tunnelratten op Ruben na. Hij rende door naar de deur, ging er doorheen en deed hem achter zich dicht. Hij draaide zich om en toen zag hij het. De uitgang bestond uit een groot tandrat volledig van lood gemaakt. Het had een diameter van 3 meter. Enkel via de bedieningspaneel aan zijn rechter hand kon hij waarschijnlijk open gemaakt worden. Hij verzette de hendel. Er ging een alarm af. "Iemand doet de Kluis open STOP HEM!" Hoorde hij achter zich. Het Loden rad werd naar achteren getild door een stalen arm. Een windvlaag blies in zijn gezicht door de lucht die van buiten kwam. Daarna rolde het rad opzij. Hij zag een soort lange betonnen tunnel. Vlak voor de kluis zag hij verschillende volledig verteerde overblijfselen van mensen. Ook zag hij verschillende borden met daarop onder andere 'Help' 'Laat ons binnen' 'We willen niet sterven'. Hij schonk er weinig aandacht aan en rende naar het einde van de gang. Achter hem hoorde hij dat de Kluis zich sloot. Even haalde hij rustig adem. Hij kon nu rustig naar de uitgang gaan. Even verderop zag hij een luik naar boven. Hij duwde een paar keer tegen het luik, want het klemde vreselijk. Bij de vierde keer ging hij open en klom Ruben naar buiten.

Eerst werd hij volledig verblind door de hoeveelheid licht. Hij beschermde zijn ogen door zijn rechterarm er voor te houden, maar veel hielp het niet. Langzaam maar zeker wende zijn ogen aan het licht en kon hij om zich heen kijken. Hij zat midden in een park van een spookstad. Maar alle bomen waren dood en kaal. De verschillende plassen zagen er smerig uit. De grindpaden zagen er nog wel goed uit. Recht met een enkele kromming, maar zonder veel slijtage. Iets buiten het park zag hij overblijfselen van rijtjeshuizen, maar het enige wat er van over was, was de betonnen fundering. Hij zag ook een bord. 'Park Kokkebogaard' stond erop. Hij had geen flauw idee wat dat betekende. Hij had geen flauw idee waar hij eigenlijk was. Hij was nog nooit zo verdwaald geweest.




Ik heb deze keer geen suggestie voor wat hij verder moet doen. Doe een suggestie, en dan zet ik dat later in een poll, of wacht totdat Ruben een echte keuze moet maken ;)