Nieuws:

Je vindt onze discordserver hier!

Hoofdmenu

Four Men

Gestart door Hephaistion, 7 september 2008, 15:34:39

Vorige topic - Volgende topic

Hephaistion

De  vrouwenhater,  ' een ander woord voor vrouwen is vals, bedrieglijk en manipulatief'

'Dat is dan vijf euro zestig. Wilt u een tasje er omheen meneer?' Ik schud ja, terwijl ik haastig een briefje en wat muntjes aan de vrouw geef. Vriendelijk geeft ze de tas, ook al weet ik wel beter, met daarin de twee bruine broden en het doosje aardbeien.  'Alstublieft,' zegt ze nog snel en met een gemaakte lach loop ik verder. De tas voelt zwaar aan en onderzoekend speur ik hem dan ook af. Ik weet niet waarom ik dat doe. Misschien vindt ik het wel gewoon raar dat je brood en aardbeien bij dezelfde kraam kan kopen, misschien denk ik wel dat het brood geen brood is maar blokken bakstenen, of dat de aardbeien gemaakt zijn van zwaar metaal, want uiteindelijk blijft het een vrouw. De aardbeien, waarvan de helft nog maar half rijp, en de twee halve broden zien er verder wel goed uit. Mijn zicht ontrekt zich weer van het plastic en kijkt naar voren.  De kraampjes op de markt staan er wat somber bij, nadat de regen en de wind erover heen zijn getrokken. Vanochtend was het nog mooi, maar toen dat viswijf begon te schreeuwen –vis, verse vis- werd alles weer grauw. Onweer sloeg toe en regen bekoelde de goede sfeer van de zaterdagse markt. Misschien waren de goden wel boos geworden, werden ze moe van het geklaag van de vrouw net zoals mijn oren soms moe worden van dat gezeur van de andere helft.   Waterdruppels druipen van het dak van het gemeentehuis af dat trots voor het marktplein staat te flaneren. Het dorp is niet groot en na de verwoesting, die de oorlog met zich heeft mee gebracht, doet het niet meer denken aan de hoogtijdagen van de gouden eeuw toen het dorp nog een stad was. Alleen het marktplein en het gemeentehuis zijn gespaard gebleven en houden de oude herinneringen nog een beetje in stand. Als ik naar links kijk zie ik een man met zijn vrouw ruziën. De vrouw beweegt haar armen gestrest op en neer en de man staat er wat verdwaasd bij te kijken. 'Dwaas, waarom liep je dan ook met open armen in de val,' denk ik bij mezelf terwijl ik de herinneringen van vroeger probeer te verdringen. Ik loop door, terwijl mijn blik zich naar beneden afwend. Ook hij wil de vlagen van het verleden niet nog een keer aanschouwen. Ook al was ik blind, blind voor de waarheid die zo duidelijk voor mij lag, maar ik was blind. Blind voor haar schoonheid en woorden.
'Erick.' Grimmig draai ik me om en kijk in de ogen van een mooie vrouw. 'Bah, nog zo één,' denk ik, terwijl ik vriendelijk probeer te kijken. 'Ik heb je foto's bij het artikel gevoegd en naar meneer Bakker opgestuurd. Hij zal nu wel bezig zijn met versturen naar de drukker. Hoe gaat het met je.' Een voorbijgaande man kijkt haar zwijmelend aan waarna de vrouw naast hem, hem een boze duw geeft. 'Goed hoor Elisa, ik kom net van de markt. Vond je ze mooi? Ik heb de kleuren van het bord nog wat versterkt zodat de gerechten wat mooier naar voren kwamen.' Elisa glimlacht en staart me wat aan. 'Wanneer vier je je verjaardag? vijfendertig wordt je niet ieder jaar.' Ze woelt wat door mijn donker krullende haren en wacht op een antwoord. 'Volgende week, ik heb al gereserveerd voor een tafel van  15 man,' en met een lach neem ik afscheid, me dan pas realiserend dat ik nog een restaurant moet gaan verzinnen. Elisa loopt door. Haar rood witte rok zwiept vrolijk door de lucht, terwijl ze haar heupen heen en weer beweegt. Opnieuw staart een man haar aan, maar zij geeft geen gehoor aan de man zijn smeekbede. 'Zielig:' spot ik zachtjes.

Ik draai me om en vervolg mijn weg naar huis op de lindelaan aan de rand van het centrum, dat nog maar amper een centrum te noemen valt. Mijn werk heb ik een paar kilometer verderop in de stad, maar in dit dorpje staat mijn huis al bijna net zo mooi als het gemeentehuis te flaneren. De oude semivilla staat in zijn gekleurde hout op de rand van een kruispunt en is gebouwd in een classicistische mediterrane stijl . De wijnranken fleuren de wat saaie straat op en springt uit tussen de veel modernere huizen rond hem heen.  Nog één laatste blik richting de brievenbus en dan stap ik binnen. Ik heb geprobeerd het huis licht en warm te maken, maar ik heb daar zelf het oog niet voor. Elisa kwam toen langs en na een kop koffie en een grote tour door het huis ging ze bezig.
Elisa werkt als schrijfster bij hetzelfde tijdschrift 'Leven en Ik', waar ze zich richt op de huizenmarkt en woontrends. Als fotograaf en columnist ben ik een jaar later aangenomen  en zo heb ik haar vier jaar geleden ontmoet tijdens een bedrijfsfeestje in een veelte duur Frans restaurant. In die tijd had ik wat met een van afkomst franse dame, maar ze verruilde me voor een jongere versie en smeet me de hoek in. Het appartement heb ik verkocht en de spullen verbrand. Het verleden heb ik achter gelaten, maar een deel draag ik nog steeds mee. Op een pen en wat papier heb ik toen wat woorden opgezet. Niet mooie, duidelijke woorden, maar gewoon wat woorden. Ik noem het mijn kleine schrijfseltje. Zal ik het eens pakken? Kom, dan lees ik het voor.

'Nog geen uur geleden.
Wat was jouw eerste gedachte toen je mij zag? inderdaad, je dacht aan niets, helemaal niets. En weet je waarom? Omdat ik niet meer besta. Ik ben slechts een lege hoek in de kamers van het bestaan, niet meer van gevoel doordrongen, maar een leeg omhulsel van wat vroeger was. Mijn zwarte haren, eens dansend voor mijn zicht, hebben hun glans verloren. Mijn ogen, vroeger zo helder dat je elke emotie erin kon aflezen, zijn slechts een grote blauwe leegte zonder een doel om naar te zoeken. Mijn mond, die nog geen uur geleden de stilte doorbrak met warmte en helderheid, zwijgt nu. Mijn lichaam, eens de mens trotseren met zijn aanwezigheid, zit gebroken in de kou. Ik proef mijn tranen, als ik terug denk, terug aan nog geen uur geleden. Toen alles nog leek te kunnen en niets nog niet bestond. Nu weet ik het: Niets bestaat. Niets is de bitterheid van het leven, die al zijn kanten aan mij toont en al zijn kleuren openbaard. Rood voor warmte en liefde, blauw voor de verstilling van het aardse groen, geel voor vreugde en samenzijn en zwart voor het niets.  Niets is wat jij achterliet in mij toen je me verliet, me de rug toe draaide en de deur uitliep. Niets is toen je me belazerde.
Ik voel de pijn, maar voel jij hem ook?
Ik staar naar buiten in mijn kille stoel, maar doe jij dat ook?
Ik zoek mijn weg tastend verder door de kou en duisternis van eenzaamheid, die jij hier achterliet en verruilde voor de warmte en het licht van een ander. En terwijl ik hier zit en doelloos staar naar buiten, schijnen alleen mijn gedachten nog maar te leven. 'Hij is zijn schuld,' spookt naar links. 'Wat als ik beter mijn best had gedaan,' vindt zijn weg naar rechts.
Nog geen uur geleden, was alles mooi.'   

Ik sta maar op en leg het schrijfseltje weer weg. Stop het terug het kistje in, samen met haar foto. Wat was ze mooi. Ik streel haar haren. 'Weetje,' zeg ik tegen het niets. '' een ander woord voor vrouwen is vals, bedrieglijk en manipulatief.'

Hephaistion

#1
De player  'vrouwen zijn slechts lustobjecten die je ieder moment kunt vervangen'

'Vrouwen, ik ken ze door en door.' Een paar ogen beginnen te rollen, maar daar verdoe ik mijn tijd niet mee, jaloezie waarschijnlijk. 'Zaterdagavond nog. Zij was mooi, oppervlakkig en dom, precies zoals ik ze wil hebben.' Ik grinnik en geniet van de afkeurende blikken die richting mij worden gestuurd. Één jongen rechts tegenover mij, Mark heet hij geloof ik, lacht telkens als de andere jongens ook beginnen te lachen. Dat valt mij op. De zwakkeren zijn meestal de makkelijkste prooien en Mark is daar een perfect voorbeeld van. Jong, onzeker en met de enorme drang om populair te zijn. 'Populariteit wordt je aangeboden bij je geboorte. Als je de gift dan niet ziet, dan zal hij ook nooit komen,' zeg ik en ik kijk Mark aan. Wat onzeker lacht hij en ik kan mijn geamuseerdheid maar moeilijk verbergen. Hij doet alles voor me. Als ik hem vraag om een colaatje te halen doet hij het, als ik vraag om mijn huiswerk te maken doet hij het. Misschien zou hij zelfs iets uit de prullenbak halen. Nieuwsgierig kijk ik rond en zie een prullenbak niet zo ver van deze aulatafel staan. 'Naast de meiden, perfect,' denk ik nog. Ik gooi wat papier weg, lach wat naar een brunette op de linkerstoel en ga daarna weer zitten in het midden van de tafel in het midden van de aula: precies zoals ik het wil. 'Ooh, mijn Engels huiswerk,' zeg ik zacht, maar net hard genoeg voor Mark zijn gehoor. 'Wat,' zegt het zielige schaapje. 'Bij die prullen zat mijn Engels huiswerk, niet gezien denk ik.' Ik begin te tellen. '1, 2, 3' en Mark rent als een hond die zijn bot zoekt naar de vuilnisbak. De meiden kijken hem raar aan en lachen als eentje zegt, 'schooier.' Mark heeft de staart tussen de benen, terwijl woede en schaamte elkaar afwisselen, maar hij komt terug. 'Braaf,' wil ik nog bijna zeggen, maar ik wissel op tijd van woorden. 'Heej, bedankt.' Voor een seconde kijk ik hem goedkeurend aan en wend me daarna weer tot de meiden. Een kleine goed getimede  glimlach openbaart mijn stralend witte tanden en ik zie hoe de brunette begint te blozen. 'Die is van mij,' hoor ik in mijn achterhoofd en tevreden draai ik me weer om.

De jongen links van me is aan het woord. Ruud Stralen is zijn naam en ik heb Aardrijkskunde en Geschiedenis met hem. Hij praat wat over zijn voetbalwedstrijd en hoe geweldig zijn club was in de kwartfinale. Voetbal heb ik nooit leuk gevonden. Dom rennen achter een bal aan en dan met zijn allen in de kleedkamers. Stelletje homo's. Ik kijk Ruud aan, zelf heeft hij dat helemaal niet in de gaten. Zijn armen vliegen alle kanten op als hij uitvoerig verteld hoe hij een 'fakkie,' zoals hij zijn tegenstanders noemt, onderuit haalt en heldhaftig een doelpunt scoort. Een glimlachje verschijnt op mijn mond als hij dat zo blij zegt. Vreemd genoeg merkt hij dat wel op en hij kijkt me aan. Ik kijk terug, recht in zijn ogen en blozend wend Ruud zijn blik af. Ik ben hier de baas en niet zo'n zielig voetballertje dat de jongensliefde bedrijft. Ik kijk op de klok. Nog tien minuten voordat de bel gaat en die brunette staart me nog steeds niet aan. Wat geïrriteerd staar ik het kantine kraampje aan. Een bron van suiker en calorieën op één op gestort, waar dagelijks menig tand onder lijdt. Zelf eet ik bijna nooit dingen van de kantine of andere snoepsoorten. Noem me arrogant en narcistisch, maar ik ben blij met mezelf zoals ik nu ben en dat is iets wat niet van iedereen te zeggen is. Ik zie hoe een brugkindje zich door de aula heen worstelt. Alleen naar onderen kijkend, met zijn schouders zijn gezicht bedekken en nerveus zijn armen krabbend. Zo zou ik dus nooit willen zijn, bang zijn dat je niet goed genoeg bent. Wat onhandig stoot het kindje zich aan een veel oudere jongen. Ik gok op een laatstejaars, één jaar ouder dan mij dus. In een roes van angst kijkt het kind op en loopt zo snel als zijn lange dunne beentjes hem kunnen dragen de aula uit.

'Jamie, hoe gaat het met je vriendin?' Een meisje achter mij tikt me aan. 'We hebben besloten dat wij te verschillend zijn,' zeg ik heel zachtjes. Dat ik niet aan vriendinnetjes doe zeg ik er niet bij, dat zou ze arrogant en playerig vinden. Lianne, want zo heet ze, kijkt me troostend aan. 'Het werkt,' denk ik bij mezelf en ik zet nog een trieste blik in. 'Voetbal is er vanavond op, wil je dat samen kijken. Met vrienden is alles leuker.' Lianne krijgt een rode kop. Ze had het gedurfd Jamie uit te vragen. De leukste jongen van school en zenuwachtig wacht ze nu op reactie. Ik begin lieflijk te lachen voordat ik antwoord. 'Ja, leuk,' zeg ik op precies de toon die ik in gedachten had. Euforisch loopt Lianne naar haar vriendinnen die daarna wat zwijmelig terug reageren. 'Ik dacht dat je een hekel had aan voetbal.' Een jongen naast me kon zijn mond niet dicht houden. 'Het gaat me ook niet om het voetbal,' lach ik voordat de bel mij onderbreekt. Met een hatelijke blik kijk ik het ijzeren stuk roest aan wat het einde van de pauze, en mijn oogsttijd, luidt. Ik zaai mijzelf onder de mensen wat leidt tot prachtige populariteit. En na een tijdje pluk ik alle dates. Een beetje onder de indruk van mijn natuurrijke metafoor schuif ik de stoel aan. Een neerbuigend glimlachje verschijnt op mijn mond als ik alle mensen zie duwen voor de uitgang. Ook de mensen aan mijn tafel drukken zich tussen de massa. Zelf leun ik wat tegen een pilaar aan. Ik wacht wel. Het einde van de pauze blijft een amuserend schouwspel. Sommigen duwen anderen voort, anderen worden geduwd en een paar jongens maken van de gelegenheid gebruik. 'Vrouwen zijn slechts lustobjecten die je ieder moment kunt vervangen,' zeg ik tegen mezelf, terwijl ik weer op mijn eigen benen leun. Ruud staat ook naast me. 'Wat een vriendloze idioot,' denk ik bij mezelf. Een boze blik vliegt zijn kant op. Ontzet loopt Ruud ook de menigte in. 'Ik heb alles,' fluister ik naar mezelf en misschien wel naar anderen. 'En toch mis ik iets.' Ruud kijkt me aan. 'Moet je wat,' snauw ik boos.

Hephaistion

#2
De romanticus  'Zoek haar en maak haar de jouwe'

'Ssst, luister. Hoor je het? Het is het geluid van je hart, wanneer je haar ziet.' Mijn woorden lijken vaag en drijven weg van het papier. Logisch, het is al zo laat. Ik kan me niet eens meer herinneren wanneer ik begon, maar nu ik het lees. Nee, het moet groter, uitbundiger en zo mysterieus dat het je meeneemt naar een plek diep in je. In dat kleine hoekje van je lichaam waar je dromen waarheid lijken te zijn en de realiteit slechts een nare nachtmerrie is. 'Kijk, daar is ze. Kijk, ze straalt wanneer haar ogen jou aanschouwen.' De zon is al uren ondergegaan, maar dat zie ik nu pas. Het licht van de kaars en het donker van de schaduw vormen een mooi contrast. Zo moet het zijn. Zo geheimzinnig, diep en verlangens opwekkend. 'Kijkt ze echt wel of is het schijn. Probeert ze me uit of wil ze echt naar me toegaan. Wat houdt haar tegen?' Vreemde gedachten spoken door mijn hoofd en manipuleren al het zinnige, veranderen het in abstractie en laten het achter in twijfel. 'Twijfel ik?' Ik kijk op. De grote dunne wijzer wijst naar beneden, naar de zes en de korte dikke strekt zijn lichaam naar boven, naar de twaalf. Contrast, zelfs in de klok zie ik het. 'Zou zij het ook willen lezen, wat ik schrijf? Misschien vind ze het wel niks, denkt ze dat ik nutteloos ben, niet waardig. Nee, zij niet. Zij is te aardig, te mooi en te lief om vals te zijn. Om egoïsme in haar te laten.' Ik sta op. Nu is het toch echt tijd om deze stoel te verlaten, naar een kamer verder te gaan, de deur achter me te sluiten en om van vandaag gisteren te maken. Nog even kijk ik naar buiten. Het is volle maan en het witte licht siert de grote ramen van mijn appartement. De ornamenten, die aan de hoge muren hangen, en de lange rode gordijnen staan grimmig tegenover die mooie maan. Nog even kijk ik naar buiten. Naar het witte licht, naar de maan en binnenin mij ontstaat een warm gevoel. Ik denk aan haar en zij aan mij. Dat laatste fluister ik zelfverzekerd in mijn oor. Het lijkt wel waanzin, ik lijk wel gestoord. Dat ik zoveel van iemand kon houden had ik nooit verwacht.

'Sjjjjjj.' de kraan loopt. Nog even controleer ik de temperatuur en buig dan mijn hoofd in de waterstraal. Mijn haar valt langs en over mijn gezicht en klemt zich er vast tegenaan, alsof het me probeert te omarmen. Het putdekseltje weerspiegelt mijn gezicht en geobsedeerd staar ik ernaar. Het moet vast een raar gezicht zijn, maar daar denk ik pas aan nu de handdoek mijn haren droogt. Ik gooi de handdoek het bad in en open de kasten. De tandenborstel staat links bovenin de hoek en dankzij mijn lengte pak ik het zonder veel moeite van zijn houten plank af. De deur valt weer dicht en de tandenborstel trilt als ik hem aandruk. Nog even spoel ik hem af, zet hem terug in de kast en open dan de deur, die kraakt als hij weer in zijn slot valt. Het hout voelt koud aan als ik erop loop en met een vermoeide pas kom ik bij het einde van de gang. Daar sta ik voor de grote houten deur. Het wit is fel in mijn vermoeide ogen en met een gedesoriënteerde slag schakel ik het licht uit met de schakelaar naast de deur. De deur kraakt als ik hem open en zachtjes sluit. Ik kijk wat uit mijn donkere ogen naar de, door het maanlicht verlichte, slaapkamer. Dit huis heb ik 10 jaar nadat ik uit huis ging gekocht. Een beetje trots ben ik er wel op, dat ik zelf alles eraan heb gedaan kon mijn familie niet geloven. Hun argwaan kon ik wel begrijpen. Vroeger was ik ook zo'n kluns en was koffie brengen het enige wat ik mocht doen als mijn ouders weer bezig waren met hun grote verbouwingen aan het huis. 'Het is toch goed,' zei tante Manon altijd als mijn moeder weer eens met wuivende handen en een enorme lach op haar gezicht vertelde dat ze de woonkamer anders wou hebben. 'Allan brengt de koffie wel rond,' zei pap dan altijd met een denigrerende brede grijns op zijn vermoeide gezicht. Zijn gezicht stond toch wel heel anders toen hij voor het eerst voet zette in dit huis. 'Ik ben trots op je,' zei hij, bijna met een traan.
Veel meer zin om in mijn jeugd sentiment te zitten heb ik niet en om er maar weer uit te komen zak ik in de brede stoel. De stoel, gesetteld naast de grote spiegel, zakt wat in als ik erop ga zitten met mijn en één meter vijfentachtig en drieënzeventig kilo. De kleuren zijn allang niet meer te onderscheiden op dit late uur, maar het licht van de muur en het donker van het kozijn en de vloer zijn nog lichtelijk zichtbaar. Mijn schoenen voelen zwaar als ik ernaartoe grijp om ze uit te trekken. Mijn broek voelt te grof, ook al past ie precies en mijn T-shirt snijdt tegen mijn lichaam. Ik trek het paars wit gestreepte ding uit, ontbloot mijn bovenlichaam en rijs op uit de luie stoel. Heel lichtjes zie ik mijn gestalte, die door een vriendin van me Italiaans genoemd wordt, door de spiegel en dwaal ik weg in gedachten.

Even spookt haar lichaam door mijn hoofd. 'Wat ben je mooi,' zeg ik tegen haar, ook al staar ik nog steeds in de spiegel. 'Laat mij jou aanraken,' fluister ik zachtjes, terwijl ik onbewust mijn spiegelbeeld verleidt.
Ik wend mijn blik tot het bed, het ziet er onaangeraakt uit. Maagdelijk. 'Zou zij ook?' Ik denk er maar niet aan. De waarheid is waarschijnlijk te hard om te willen geloven. Nee, ik blijf liever in mijn droom. Waar alles kan en grenzen niet bestaan. Met een plof beland ik op bed, die rustig mee veert. 'Het is net een waterbed,' zei een vriend eens tegen me toen hij er bovenop sprong. Hij keek me wat raar aan en begon te praten over zijn werk, toen hij merkte dat ik de hint niet begreep. 'Ach misschien' zeg ik tegen mezelf terwijl mijn gedachten me in slaap sussen. 'Misschien.'