De verhalen van Scrupules.

Gestart door Scrupules, 19 december 2009, 16:02:30

Vorige topic - Volgende topic

Scrupules

Ik zal in dit topic mijn verhalen plaatsen. Een gedeelte van deze verhalen kan je ook lezen op mijn site. Meestal schrijf ik korte stukjes verhalen maar ik ben momenteel bezig met 'het tranenpad' deze zal ik binnekort ook hier plaatsen. Maar om alvast een ingeving te geven een kort verhaal.  :)

Ik liep door de sneeuw op weg naar het heden, toen ik het verleden tegenkwam. Het zicht van bakstenen van een rijtjeshuis werd verwisseld voor een onverwachte witte leegte, daar waar je een asbest gebouwtje met raamschilderingen zou verwachten. Het was niet meer dan logisch om zo iets te verwachten. Dat was wat ik acht jaar lang had gezien.
Eerder tijdens mijn korte reis had ik al moeten denken aan de laatste keer dat de straten zo wit waren dat de vissen in het klaslokaal dood waren gevroren omdat de kachel het had begeven, en ook nu moest ik er aan denken. De afwezigheid van het verwachte verraste mij.
Achter de bosjes stonden twee grote bomen. Die hadden daar altijd al gestaan, nog voordat ze bij de grond van de school hoorden. Als je alleen naar de besneeuwde bomen keek, zou je niet kunnen raden dat de school weg was.
Een vreemd besef drong tot mij door: ik kon mij geenszins identificeren met de elfjarige ik die hier ook door de sneeuw had gebanjerd. We lagen twee werelden uit elkaar. Beiden hebben we op deze plek gestaan, zij toen en ik nu, maar we hebben niets met elkaar in gemeen. Ze was door een halve meter sneeuw op school gekomen, en zag alle leerlingen buiten staan. Ze vond het heel opwindend. Wendy sprak met haar af dat ze zouden spelen, maar uiteindelijk speelde Wendy liever met iemand anders. Ze was boos geworden en had wat in haar zelf lopen mopperen. De rest van de dag bracht ze door met Loïs en Christa. Ik geloof niet dat ze Christa ooit echt aardig vond. Ze had een tweelingzus, José, die heel vervelend was. Of Christa was degene die vervelend was. In ieder geval gingen ze sneeuwballen gooien en de elfjarige mij kreeg het koud, dus gingen ze naar haar huis. Ik geloof niet dat ze echt veel plezier had gehad: Christa was bazig en irritant en Loïs was gewoon een slechte vriendin. Ze, Christa, had ook een vervelende stem, vond de elfjarige ik.
Ik stond daar maar naar de leegte te staren, en zag een groepje bomen akelig alleen net binnen de hekken staan. Ik bedacht me dat daar waarschijnlijk het hokje had gestaan dat ze gebruikte als goal, wat me deed denken aan Jelle die voor de lol ballen in mijn gezicht schopte, en dat ik daar een keer een uur achter had gezeten mij te verstoppen, terwijl de conciërge naar mij zocht omdat ik boos de klas uit was gerend nadat iemand bij wijze van grap een elastiekje op me had gericht. Ik vond het niet grappig.
Ik stond daar, en ik deed een stapje dichter bij het hek, en keek naar achteren, naar de rijtjeshuizen, en zag een oud vrouwtje uit het raam naar mij kijken. Ze dacht vast dat ik een vandaal was (want die dragen altijd paarswit gestreepte sjaals). Ik vroeg me af of zij er ook al had gewoond voordat ik naar de middelbare school ging, en realiseerde mij op eens dat het waarschijnlijk nooit in mij opgekomen was dat er mensen woonden in de huizen naast het schoolplein. De huizen stonden er gewoon, en als je te vaak een bal in de tuin trapte kwam er iemand boos naar buiten, maar die mensen hadden geen gezicht. Ze waren er gewoon als ze naar buiten kwamen, net zoals dat de huizen er gewoon stonden en zoals dat er auto's langs de weg reden. Niet personen in auto's, maar auto's. Ze reden er gewoon. Niet omdat het persoon in de auto ergens naar toe moest; ze reden er omdat wij ze zagen rijden.
Was dit nostalgie? Nee, dat was niet zo. Ik had het er niet naar mijn zin gehad. Of toch niet echt. Eerder was het een bevestiging van iets dat ik al wist: dat die school definitief niet meer bij mijn leven hoorde. Het was gewoon een fase. Iets dat je je wel herinnert maar er niet echt toe doet – op kamp naar Ameland en Bakkeveen met die stagiaire die Edwin heette en zijn hyperactieve vriend; zeilen op de boot van juf Ruurdstje. Zoiets dat in films wordt overgeslagen, omdat je immers maar 120 minuten hebt.
Nog even bleef ik staan. Ik hoopte dat ze de bomen niet om zouden hakken. Het waren mooie bomen. Over een poosje zouden ze ook weg zijn, wist ik, maar toch hoopte ik dat het niet zo zou zijn. Ik draaide mij om en liep verder, want ik was op weg naar het heden.



Ik kon mezelf er niet echt toezetten het nog een keer te controleren op grammatica. Shoot me. Ook kon ik mij er niet toe zetten om namen te veranderen van genoemde personen dus sorry voor de fouten die er waarschijnlijk in zullen staan en namen die er misschien niet geweldig in thuis horen.