Nieuws:

Welkom op het nieuwe locatie van het forum
Op dit moment wordt de .nl website doorgestuurd naar de .be website.

Hoofdmenu

Een steen (tijdelijke titel)

Gestart door Dash, 8 februari 2008, 12:00:46

Vorige topic - Volgende topic

Dash

Ik heb een tijd geleden een verhaal geschreven. Een tijd lang heb ik er niets meer gedaan, maar nu ben ik het aan het nalezen en dingen aan het veranderen. Nu wil ik eigenlijk wel weten op het verspilde tijd is om het verhaal aan te passen of dat er ook mensen zijn die het interessant genoeg vinden om te lezen.
Reacties graag in het reactietopic

EDIT: Ik ben tot de conclusie gekomen dat een compleet hoofdstuk misschien een beetje veel is. Daarom plaats ik hem in kleinere gedeeltes. *Ik weet dat het lang duurde voordat ik gepost heb, maar ik had geen zin...*

Toegevoegde stukken:
-Proloog
-Hoofdstuk 1 (Eerste deel)
-Hoofdstuk 1 (Tweede deel)
-Hoofdstuk 1 (Derde deel)
-Hoofdstuk 1 (Vierde deel)
-Hoofdstuk 1 (Laatste deel)
                                                                                                                   

Proloog

Sneller dan menig vogel streden ze langs de hemel. Gekleed in blauwe mantels en bruine gewaden. Zittend op gitzwarte, gevleugelde paarden keken de tovenaars voldaan voor zich uit. Na jaren lang hard werk was het eindelijk gelukt. Eindelijk zouden ze verlost zijn van de wezens die jaren lang hun grootste vrees vormden.
Plotseling klonk er een angstaanjagend geluid van achter de paarden. Eén van de tovenaars keek om. Langzaam bestudeerde hij de wezens in de eerste kooi die als door een magneet achter hun aanvloog. Opeens besefte hij dat hij niet de enige was die iets bestudeerde. Van achter de ijzeren tralies keken twee lichtjes hem aan. Er liep een rilling over de rug van de tovenaar.
Hij gaf zijn paard de sporen en vloog naar de voorste tovenaar. Even twijfelde hij of hij de oude man moest aanspreken.
"Ze beginnen te ontwaken. Moeten we ze verdoven of...?" vroeg hij aarzelend.
"Nee, ze kunnen nu toch niets uitrichten. Zo is het later een stuk makkelijker voor ons," onderbrak de oude man hem besluitvaardig. Toch klonk er een nerveuze ondertoon door in zijn stem.
De andere tovenaar knikte en liet zijn paard even vaart minderen om zo naast een kooi te belanden en wierp nog een blik op de wezens. Hij spuugde richting de kooi.
"Ik word al misselijk als ik naar jullie kijk, maar nu kunnen we zijn we eindelijk van jullie af zijn. Jullie zijn gewoon een fout van de natuur. Jullie hebben geen bestaansrecht. Eindelijk... verlost van jullie soort," schreeuwde hij tegen de wezens in de kooien. Aan het laatste woord werd extra nadruk meegegeven, zodat het droop van walging. Op dat moment besefte de tovenaar dat hij de strenge blik van de voorste tovenaar op hem was gericht. Hij keek even beschaamd naar beneden en leidde hij zijn paard weer naar de positie waar hij een paar minuten geleden had gevlogen.

De zon stond hoog aan de hemel toen het doel eindelijk inzicht. Vlak beneden de tovenaars verscheen een klein, vervallen dorpje. De oude tovenaar trok aan de teugels om zo vaart te minderen.
Hij keek achter om en riep naar de ander tovenaars:
"Hier is het. Dit is het nieuwe gebied voor de Novirga. Land bij de waterput in het midden van het dorp. Je weten wat je te doen staat," sprak hij streng, terwijl hij met zijn rechter hand zijn witte baard fatsoeneerde.
Meteen doken de voorste tovenaars op hun paard naar beneden om gevolgd door de talloze kooien. Niet veel later stonden de alle tovenaars en de kooien op de grond. Elke tovenaar steeg af en begon zijn taak uit te voeren.. De taken liepen uiteen van de paarden werden naar een stuk gras leiden en verzorgen, water geputten, het opzetten van ketels tot en met het gereed maken van de wezen in de kooien. De oude tovenaar pakte zijn lange staf van zijn paard en liep rustig naar de rand van het dorp. Hij had een bezorgde uitdrukking op zijn gezicht.
Aan de rand van het dorp aan gekomen richtte hij de punt van zijn wandelstok op een zwart gebakerde, omgevallen boom en mompelde woorden uit een lang vergeten taal. Op het moment dat hij het laatste woord gevormd had ging er een schokgolf door de lucht die de boom trof. Meteen rechtte de boom zijn stam en stond weer fier overeind, zoals hij gedaan had, voordat hij een aantal weken ervoor de bliksem geraakt was. Alle verdorde bladeren werden weer langzaam groenen, totdat ze er weer lentefris uitzagen. Maar de tovenaar had geen oog voor het opbloeien van de boom. Met een gebogen hoofd liep hij naar de boom en begon met de punt van zijn staf symbolen in het gras te branden.
Langzaam bewoog zijn staf door het gras. Een cirkel van symbolen werd af gemaakt door de laatste krul toe te voegen aan een net gemaakt vierkant. Toen voelde de tovenaar iets zijn schouder aanraken. Snel draaide hij zich om, de punt van zijn wandelstok naar voren gericht. De punt van de wandelstok gloeide fel op.
"Sorry, het was niet de bedoeling om... U had mij nodig, Magus?"
De oude tovenaar zag dat er een enigszins verraste tovenaar zich aan de andere kant van zijn toverstok bevond. De oude tovenaar zag dat de jongen nog maar net volwassen was en dat zijn mantel scheef zat. De oude tovenaar  ontspannende zijn grip op de staf en de gloed doofde. Traag liet hij de staf zakken.
"Zag je niet dat ik bezig was," reageerde de oude tovenaar geïrriteerd, maar meteen herstelde hij zich.
"Zou ik je hand even mogen zien?" vroeg hij snel.
"Natuurlijk, maar waarom?" de jongen reageerde verbaast, maar stak toch zijn hand uit. Het volgende ogenblik voelde de jongen een brandende pijn over zijn hand. Toen hij keek zag dat de oude tovenaar met een klein gouden mes een diepe snee in zijn hand had gemaakt. Daarna hield de tovenaar de hand boven de symbolen, zodat het bloed op de vreemde symbolen druppelde. De jongen wilde zijn hand reflexmatig terug trekken, maar de oude tovenaar hield zijn arm stevig vast. Met een verbeten gezicht keek de jongen de oude tovenaar aan.
"Waarom?" vroeg de jongen, toen de oude tovenaar eindelijk zijn hand los liet.
"Om te werken had deze bezwering vers bloed nodig," antwoordde de oude tovenaar rustig terwijl hij een witte zakdoek uit zijn broekzak haalde. Tevreden keek de oude tovenaar naar de symbolen die even oplichten en daarna in het gras verdwenen.
"Hier, dit stopt het bloeden." Hij overhandigde de jongen zijn zakdoek.
"Waarom doen we dit eigenlijk? Wat gaat er met die Novirga gebeuren, Magus?" vroeg de jongen. Even meende de jongen te zien dat de boom bewoog.
"Nathan, je heet toch Nathan? We zorgen ervoor dat ze geen bedreigen meer voor ons vormen," antwoordde de oude tovenaar rustig, terwijl hij rustig weer naar het dorpsplein liep met de jongen op zijn hielen.
"Maar hoe gaan we dat doen? Kunnen we ze niet allemaal afmaken, net als zieke honden?" vroeg de jongen niet begrijpend
"Nee, dat wil de koning niet, dat zou de bevolking een verkeerd beeld geven. We geven deze onwezens een nieuwe woonplaats," antwoordde de tovenaar rustig.
"Maar als je dan ontsnappen, dan..." hakkelde de jongen.
"Dat zullen ze niet, want ze zullen niet uit het dorp kunnen. Die bezwering rond de boom zorgt ervoor dat er een krachtveld gevormd wordt, zodat de wezens niet meer dan een paar honderd meter uit het dorp kunnen als ze verder gaan dan zullen gevoelens van vreselijke waanideeën over hoe vreselijk alles daar buiten is. Ze gaan dan wel terug. Ook kunnen er geen ongenode gasten in. Zij zullen in cirkels rond dit gebeid dwalen totdat ze niet meer weten waar ze zijn en dan..."
De oude tovenaar kuchte een keer. Ze waren nu weer op het dorpsplein aan gekomen.
"Maar zullen zij niet alles proberen om iets te vinden waardoor ze kunnen ontsnappen?" onderbrak de jongen de redevoering van de tovenaar in de waan dat deze beëindigd was.
De oude tovenaar begon het gezeur van de jongen een beetje zat te worden.
"Daar wordt aan gewerkt. Haal nu Darin en ga dan maar bij de paarden kijken. Schiet op!"
De jonge tovenaar besefte dat hij maar beter niet door kon vragen, draaide zich om en liep in de richting van de kooien.

De oude tovenaar zuchtte en leunde tegen de waterput. Hij was dit niet meer gewend.
'De jeugd van tegenwoordig wordt steeds nieuwsgieriger en nieuwsgieriger. Natuurlijk denken ze dat ze alles beter weten. Ik zal blij zijn als dit voorbij is', dacht de tovenaar bij zichzelf.
Op dat moment kwam er een andere tovenaar naar hem toe gelopen.
"U had mij laten komen?" de tovenaar knielde voor de oude tovenaar.
"Hoe staat het met de voortgang en je hoeft niet te knielen," zei de oude tovenaar tegen Darin. Normaal stelde hij de beleefdheidstradities wel op prijs, maar nu kostte het alleen maar tijd. Darin stond op en de oude tovenaar keek in het gezicht van een bevallige tovenares.
"Alles loopt goed. We moeten nog maar een paar kooien doen, maar we missen Alvan. We denken dat hij te grazen is genomen door... u weet wel," sprak zij met een lichte huivering.
"Ik wist dat er iets mis zou gaan vandaag. Maar goed, daar is nu niets meer aan te doen. Zitten de spreuken zitten op hun plaats?" Darin knikte, waarop de oude tovenaar een van zijn spaarzame glimlachjes liet zien. De oude tovenaar gleed met zijn hand naar een klein zakje in de binnenzak van zijn mantel.
"Hier dit zijn de amuletten. Ze bevatten het element waardoor wij ongestoord door het krachtveld heen kunnen."
De oude tovenaar opende het zakje en liet Darin de amuletten zien. Op dat moment klonk er van achter hun een luide schreeuw gevolgd door een kreet van pijn. Beide tovenaars keken naar de richting waar het rumoer vandaan kwam. Nog net zagen ze een enorme gespierd wezen hun slechts een paar meter genaderd was, voordat zij iets konden doen had het wezen de oude tovenaar een dreun verkocht. De oude tovenaar viel achterover daardoor de amuletten alle kanten op vlogen. Darin greep snelle naar een klein zilveren stokje dat ze achter de riem van haar broek had en riep snel een spreuk. Even lichtte het puntje van haar toverstok op, voordat een groen straal het wezen tussen de schouderbladen raakte. Het wezen zakte in met een kreun. Hij was dood voordat zijn kop de grond raakte.
Snel liep ze naar de oude tovenaar. Ze richtte haar toverstok op de oude tovenaar, maar liet het meteen weer zakken, want ze zag dat de oude tovenaar zelf overeind krabbelde.
"O Magus, laat mij je helpen." Ze hielp de oude tovenaar overeind. Op dat moment kan er een ander tovenaar met en bloed neus aangestrompeld.
"Sorry, maar ik lette even niet op en toen overmeesterde hij mij en toen gaf hij mij een dreun en toen ging ik verloor ik bewustzijn en toen..."sprak hij gehaast, terwijl hij beschaamd naar zijn voeten staarde.
"Stop met zeuren en zoek die amuletten anders kunnen we hier niet weg. Laat de anderen je helpen als zij klaar zijn," sprak de oude tovenaar geïrriteerd tegen de jongen. Daarna richtte hij zich naar Darin.
"Darin, bedankt voor je hulp. Ik zie wel wat Darius in je ziet," sprak de oude tovenaar rustig alsof er niet gebeurt was. Darin begon te blozen, maar zette probeerde dit te verdoezelen door te bukken een amulet op te rapen. De oude tovenaar schudde even het hoofd, richtte zijn toverstaf op overblijfselen van wezen en mompelde een paar woorden. Langzaam zakte het lichaam de grond in, totdat er niets meer te zien was dan licht kleurverschil in de grond. Daarna draaide hij zich om en keek toe hoe de andere tovenaars hun uiterste best deden de amuletten te vind.

Na een tijd zoeken had eindelijk elke tovenaar een amulet. Iedereen voelde zich voldaan, maar de oude tovenaar had toch het gevoel dat er iets niet klopte, maar liet dit niet merken. In zijn hoofd liep hij het hele proces na. Ieder wezen had zonder al te veel problemen de Oblivion gedronken en ze lagen allemaal in een diepe slaap. Zij zouden morgen gaan genieten van het hun toebedeelde leven. Niemand zou meer last van ze hebben. Alles leek te kloppen. Hij zou zich tevreden moeten, maar er was toch iets wat bleef knagen. Hij schudde zijn hoofd en keek naar de andere tovenaars. Zij liepen naar hun paarden en sommige gaven hun paard nog snel een suikerklontje, voordat ze de paarden beklommen en opstegen om terug te gaan naar de  beschaafde wereld. Iedereen was in een feeststemming. Hier en daar werden zelfs al afspraken gemaakt op 's avonds naar de taveerne te gaan.
Zuchtend liep oude tovenaar ook naar zijn paard en steeg op. Hij voelde zich niet opgelaten ondanks wat ze vandaag bereikt hadden. Hij dacht met tegenzin aan wat er hem de volgende maand te wachten stond...
People tell me I'm insane, but the voices in my head tell me otherwise.

Lianne

wow.. weet je hoe goed :D ik ben echt benieuwd hoe het verder gaat.. wil je snel weer schrijven?? (A) weet trouwens niet of ik hier mag posten (A) zo niet.. sorry :-\

Dash

#2
Chapter 1: Just an ordinary day

Het enige geluid wat er hij hoorde was het hijgen van hemzelf. Hij voelde het zweet langzaam langs zijn rug naar beneden stromen. Zijn hart leek uit zijn borstkas te willen ontsnappen. Met een enorme krachtsinspanning opende hij het vizier van zijn helm. Zijn arm was blij dat hij die beweging niet nog een keer hoefde te maken. Eerst werd hij verblind door de glans van zijn harnas. Toen gewend was geraakt aan de glans zag voor hem een enorm gevaarte liggen. Het had duidelijk vier poten, een kop en een staart. Toch leek het op geen enkel ander beest wat hij ooit gezien had. Het was zeker vijf keer zo groot als het dorpshuis. Het beest was groen en was in het bezit van harde schubben. Voorzichtig keek hij om zich heen en zag dat op sommige plekken het gras verschroeid was. Toen hij poten, die uit gerust waren met scherpe klauwen, bekeek viel hem op dat er een gevest uitstak. Het rare was dat het gevest vast leek te zitten aan het beest. Op de plek waar het vast zat druppelde een straaltje rode vloeistof naar buiten dat zich op de grond in een plasje verzamelde.
Langzaam drong trok hem door wat hij zo juist had gedaan.
Ik heb hem gedood, ik heb hem gedood. Eindelijk de draak is dood. Ik heb de draak gedood. De draak die de voorraadschuur  heeft afgebrand, de oogst vernield en Dalon en Talon heeft opgegeten. Gelukkig, hij dood!
Hij liep naar de draak en pakte het gevest. Voorzichtig trok hij het zwaard uit de draak. Het lemmet van de zwaard glansde onnatuurlijk helder. Langzaam stopte hij zwaard in de schede. Traag draaide hij zich om naar waar ooit zijn paard gestaan, want zijn lichaam was uitgeput na de strijd. Helaas was zijn eens zo trotse viervoeter gereduceerd tot een hoopje as. Hij voelde een koel en aangenaam briesje en zag dat de ad werd weggedragen naar de eeuwige jachtvelden.
Plotseling hoorde hij een vaag gestommel achter zich. Hij probeerde zijn hoofd te draaien, maar het probleem was dat zijn helm niet mee bewoog. Hierdoor keek hij halverwege de beweging naar de binnenkant van zijn helm. Toen hij hoofd weer terug draaide was het gestommel aangezwollen tot het geluid van een kudde op hol geslagen koeien. Hij wist zijn vermoeide armen nog een keer aan te zetten tot het verrichten van arbeid om te proberen zijn helm af te zetten. Uiteindelijk wonnen zijn armen de strijd met de vermoeidheid en na wat gedraai liet de helm eindelijk los van de rest van het harnas. Hij zag dat de eens zo mooie rode pluim geheel verbrand was en een onaangename geur verspreidde.
Maar voor hij zich kon omdraaien om te zien wat dat enorme kabaal kon veroorzaken, werd hij opgetild. Het kabaal van stampen de voeten hing over in een hysterisch gejuich.
"Peter is de groot, Peter is goed, Peter weet hoe je draken doden moet!" klonk het overal om hem heen. Peter keek om zich heen en overal herkende zijn dropsgenoten. Hij werd nu gedragen door Borzel en Dorf. Daar zag hij Andariël en Oslamia. Peter genoot van dit moment. Langzaam liet hij zich naar het dorp voeren.

Toen hij het dorp in getild werd zag hij dat het hele dorp versiert was. Overal hingen slingers en doeken met de tekst over hoe geweldig hij de draak verslagen had. Voordat hij het besefte werd hij neergezet bij het dorpshuis. Voor het dorpshuis stond een klein podium. Hij werd binnen een paar seconden ontdaan van zijn harnas en hem feestelijk kleding aangedaan. Toen hij helemaal gekleed was stapte Rellot, de burgemeester van het dorp, het podium op. Hij droeg een paarskleurig feestgewaad. Het zag er belachelijk uit. Peter keek toe hoe burgemeester Rellot naar een kleine houten zuil toe liep en zijn brilletje op de zuil legde.
"Wil onze held op het podium komen staan?" sprak hij luid en statig.
Voordat hij was hij uitsproken voelde Peter al dat hij richting het podium geduwd. Bij het betreden begon hij te blozen. Hij hield er niet van om in het middelpunt van de belangstelling te staan. Peter zag hoe burgemeester Rellot een toespraak had gemaakt die tientallen pagina's besloeg. Burgemeester Rellot schudde de papieren recht. Ondanks een zacht protesterend gemompel van enkele dorpsgenoten begon burgemeester Rellot toch aan zijn toespraak. Natuurlijk werd erin benadrukt dat als hijzelf twintig jaar jonger was geweest ook de draak wel gedood zou hebben en misschien nog wel sneller ook.

Na een flink uur was bijna iedereen al in slaap gevallen. Ook Peter kon zijn ogen moeilijk open houden. Gelukkig kwam dan eindelijk de verlossende zin:
"Mag ik een groot applaus voor onze levende legende Peter." Dit wist hij met zoveel stemgeluid te brengen dat iedereen meteen weer wakker was. Een daverend applaus barstte los. Maar dit ging over in een voorzichtig protest, want burgemeester Rellot pakte weer een klein papiertje.
"Dit is niet een toespraak, maar een lijstje met beloningen. Ten eerste zal het hele tafereel geschilderd word in het dorpshuis naast het verhaal van Lord Dorecil."
Opnieuw klonk er een luid applaus.
"Dit is nog niet alles. Natuurlijk zal hij ook de medaille voor bewezen moed krijgen."
Op dat moment stapte Dana, gehuld in lange avondjurk, het podium op. In haar handen had ze een  kussen met daarop enorm medaille. Opeens besefte Peter weer waarom hij verliefd was op haar. Haar licht grijze ogen en haar lang golvend haar. Toen zij de medaille om zijn nek hing bogen ze naar voren. Peter bewoog zich naar haar toe en sloot zijn ogen. Maar in plaats van een zoen hoorde hij plots iemand roepen:
"Peter, wakker worden. Je zou vanochtend de ezel naar Borzel brengen."
People tell me I'm insane, but the voices in my head tell me otherwise.

Dash

#3
Peter opende direct zijn ogen. Helaas zag hij dit keer niet het bekoorlijke gezicht van Dana, maar de steunbalk die het dakdeel boven zijn kamer ondersteunde. Hij wreef in zijn ogen, terwijl hij besefte dat hij nooit een draak had gedood, naar het dorp was gedragen door een juichende menigte, het onderwerp van een ellenlange toespraak van burgemeester Rellot, dat hij naast Lord Dorecil geschilderd zou gaan worden, dat hij de medaille kreeg of op het punt stond Dana te zoenen.
Hopelijk komt in dat laatste snel een verandering. Misschien morgen als de kermis hier is.
"Waar blijf je? Schiet nou toch eens op. Je brood staat al klaar," werd er door de deuropening gebazuind.
"Ja, ma. Ik kom er zo aan," reageerde Peter nog een beetje slaperig. Snel stapte hij uit bed, trok zijn kloffie aan en liep naar de woonkamer. Op de eiken houten tafel lag een beboterd homp brood. Met grote happen werkte hij het naar binnen. Door het brood was zijn keel droog geworden. Peter keek rond of hij een beker zag staan. Even verder op zag hij zijn met kruidenthee gevulde beker staan. Hij rekte zich uit zover mogelijk uit, maar de beker bleef nog enkele duimen van hem verwijderd. Hij concentreerde zich op de beker in een poging zich nog net iets verder te kunnen uitrekken. Plotseling schommelde de beker en begon over de tafel te glijden in de richting van Peters hand. Op dat moment hoorde hij zijn moeder binnen komen. Snel trok Peter zijn hand terug. De beker stopte ook direct, maar de kruidenthee bewoog zich nog verder. Dit had tot gevolg dat de beker om tuimelde en de kruidenthee zich over het tafelblad verspreidde.
"Waar ben je mee bezig?" vroeg zijn moeder enigszins geschrokken. Peter keek zijn moeder aan. Hij zag dat zij alweer de hele ochtend druk was geweest met het plukken van allerlei kruiden. Hij stond op van zijn stoel en bood deze aan zijn moeder aan . Snel pakte hij een doekje en met een snelle veeg was het meeste thee verdwenen.
"Ga maar even rustig zitten. Zo te zien ben je de hele morgen al druk geweest. Ik zal wel even thee zetten," zei Peter, omdat hij zag dat zijn moeder er vermoeid uitzag.
"Bedankt, maar je hoeft geen thee voor mij te zetten. Ik heb hoofdpijn. Ik zal zelf wel wat kruidenthee maken. Breng nu de ezel naar Borzel, zodat dat beest weer nieuwe hoefijzers krijgt en neem meteen een emmer water mee," zei zijn moeder hoofdschuddend. Peter knikte. Snel boog hij iets voorover en gaf zijn moeder een kus op haar voorhoofd. Zijn moeder was een stuk kleiner dan hij was en het hielp ook niet dat zij iets voorover gebogen liep, maar zo zag zij volgens haar altijd de speciale, zeldzame kruiden.
"Ik ben zo terug. Tot zo. Moet ik nog iets mee nemen uit het voorraadschuur voor vanavond? Ik heb wel zin in iets met kip," sprak hij, terwijl hij in de deuropening stond.
"Als je kip wil zal je een kip mee moeten nemen, de rest heb ik nog. Tot zo," reageerde zijn moeder, voordat Peter naar buiten liep.
Peter liep naar het afdakje waar de ezel stond. De ezel keek hem slaperig aan, terwijl hij op wat hooi kauwde.  Peter wierp een blik op het kruidentuintje dat zijn moeder had aangelegd. Vanuit zijn ooghoek zag hij iets bewegen. Hij richtte er zijn blik op. Snel maakte hij een stap naar voren en schreeuwde: "Maak dat je weg komt!"
Meteen schoot er een konijn op volle snelheid er vandoor met een stuk plant in zijn bek. Peter zuchtte eens diep. Het kwam de laatste tijd vaker voor dat beesten in zijn moeders kruidentuin zich te goed deden aan de vele planten in de tuin.
Peter liep naar de ezel en streek met zijn hand over het dier alvorens hij het touw los knoopte. Met het touw in zijn ene hand en een wortel in de andere hand lokte hij de ezel mee.
People tell me I'm insane, but the voices in my head tell me otherwise.

Dash

Op het dorpsplein zag hij Droesil bezig met bladeren aan het op stapel. Peter kreeg medelijden met deze excentrieke zwerver. Voor zover hij wist was Droesil altijd een beetje gek geweest. Zo wilde hij niet binnen meer slapen. Als reden had hij dan over een of ander vuur of iets. Voorzichtig liep hij op Droesil af.
"Hé Droesil, hoe is het ermee?" vroeg Peter. De zwerver schrok hevig en stootte een stapel bladeren om. De zwerver draaide zijn hoofd naar Peter en keek hem aan met een blik gevuld van woede.
"Sorry, het was niet de bedoeling om je te laten schrikken," reageerde Peter snel toen hij de blik in Droesils ogen zag. Meteen veranderen de blik zijn de ogen van de zwerver. Hij stond op, liep naar de ezel en liet zijn hand over de flank van het dier glijden.
"Niet Dolf. Is niet Dolf, Peet?" vroeg de zwerver. Peter keek verbaasd naar de zwever.
"Erm... Nee. Hij heet Frans. Niet Dolf zoals het paard van Lord Dorecil," reageerde Peter twijfelend.
"Dolf was goed paard, mijn paard. Toen vuur en weg," brabbelde de zwerver. Peter had geen flauw idee wat de zwerver bedoelde. Hij kreeg er ook geen tijd voor om het te overdenken, want het volgende moment zat de zwerver op zijn ezel en drukte zijn hakken in de zij van de ezel. Helaas had de ezel geen zin om bereden te worden en steigerde. De zwerver werd van de rug van de ezel geworpen en landen tussen zijn stapels opgestapelde bladeren. Peter kon zijn lach niet onderdrukken en hij was niet de enige. Op het marktplein stonden nog wat mensen te lachen. Zij waren even gestopt om het tafereel te bekijken. De meeste liepen, nadat ze uit gelachen waren weer door, geamuseerd door dit voorval. Peter liep naar de zwerver toe, maar op het moment dat hij hem rechtop wilde helpen zag hij een meisje naderen. Peter stond meteen stil en staarde naar het meisje
"Droesil, alles goed met je?" vroeg het meisje, terwijl zij hem overeind hielp. Op dat moment zag ze Peter pas.
"Hallo," zei ze zachtjes. Peter wist niet hoe hij moest reageren en begon aan het touw te frunniken.
"Hoi, Dana," antwoordde hij eindelijk. Zijn tong voelde droog aan.
"Wat ga je met je ezel doen," vroeg Dana toen, terwijl ze de zwerver tegen de waterput zette. Het zag er niet naar uit dat hij enig vorm van letsel had, hij was alleen wat versuft.
"Ik moest hem naar je vader brengen. Hij moet op nieuw beslagen worden," antwoordde Peter terwijl hij probeerde naar Dana te kijken zonder te staren.
"Als je even wacht loop ik met je mee. Ik moest even een emmer water halen voor de smederij. Pa leert Drik hoe je een bijl op de juist manier moet smeden." Peter zag dat haar mooie grijze ogen om hem gericht werden. Hij hoopte dat hij niet dieprood werd.
"Ik help je wel even," zei hij en liep naar de waterput.
"Heb jij al zin in morgen?" vroeg Dana, terwijl Peter de emmer water naar boven hees.
"Ik wel. Ik kijk al een dagen uit naar de komst van het circus naar ons dorp. Hopelijk wordt het net zo leuk als vorig jaar."
"Ik hoop het ook en ik hoop dat het weer drie dagen kermis is zoals vorig jaar."
Op dat moment hoorde Peter het hengsel van de emmer de draaibalk van de waterput. Voorzichtig pakte hij de emmer die toch de rand toe gevuld was met water en wilde hem op de rand van de waterput zetten. Maar vlak voordat hij bij de rand was keek hij naar Dana om te zien waar ze haar emmer hield. Even lette hij niet op waar hij de emmer neerzette. De emmer stond te ver naast de rand,waardoor de emmer viel. Ondanks dat Peter de emmer snel weer vast pakte vloog er toch een golf water over de rand. Het water landde op Droesil. Deze schrok, stond op en bekeek zijn nat kleding. Zijn verbaasde blik ontlokte een glimlach aan Dana. Peter zette snel de emmer op de rand van de waterput. Hij wilde dat hij door de grond kon zakken.
"Droesil, kom maar met ons mee. Ik denk dat je even in de smederij bij het vuur mag zitten van mijn vader. Dan wordt je snel weer droog," zei Dana, terwijl ze haar emmer bij Peter neer zette. Peter vulde haar emmer er op lettend dat hij niets morste. Toen de emmer gevuld was liepen ze met zijn drieën naar de smederij van Borzel pratend over hoeveel zin ze hadden de komst van het circus en de bij behorende kermis.

Bij de smederij aan gekomen zag Peter dat alle vuren stevig brandde. Hij zag dat Drik bezig was met een hamer een stuk gloeiend heet metaal te bewerken. Even verderop was Borzel bezig met het verhitten van kleine stukken gebogen metaal.
"Hallo, pap. Mag Droesil hier even blijven. Peter heeft geholpen met het putten van water, maar hij per ongeluk een emmer water over Droesil gegooid," vroeg Dana.
"Natuurlijk mag hij dat. Zet het water hier neer," antwoordde Borzel zonder om te kijken van het vuur. Peter gaf het touw waaraan de ezel vast zat aan Dana en zette de emmer vlakbij neer. Op dat haalde Borzel de gebogen stukken metaal uit vuur, legde het om een aambeeld, sloeg er een paar keer op met zijn hamer en gooide ze in de emmer. Met een sissend geluid en witte dampwolken stegen op uit de emmer. Peter kon zijn ogen niet geloven. Alles was binnen één seconde gebeurt. Hij had iemand nog nooit zo snel zien bewegen.
"O goedemorgen, Peter. Doe je mond, maar weer dicht, het staat zo raar," begroette Borzel Peter met een glimlach.
"Gewoon veel oefenen," bracht Borzel uit gevolgd door een luide lach. Achter zich hoorde Peter Drik ook lachen. Verbaast wierp een Peter een blik op Dana en zag dat zij haar schouders ophaalde.
"Brengen je ezel maar hier, dan beloof ik dat ik hem na jullie lessen beslagen heb."
"Bedankt. Dan ga ik maar ik moet nog even wat ophalen uit de voorraadschuur voor mijn moeder."  Peter draaide zich om en zag dat Droesil bezig was met een ijzeren staaf in een hoopje as aan het prikken was.
"Doe de groeten aan je moeder," was het antwoord van Borzel. Peter liep de smederij uit, maar voelde plotseling iets op zijn schouder. Hij draaide zich. Op dat moment sloeg zijn hart een slag over, want vlak achter hem stond Dana.
"Je hoeft niet zo te schrikken hoor. Ik bijt niet. Als het goed is loop ik even met je mee. Ik moet nog wat bonen halen voor avond," zei ze rustig
"Natuurlijk mag je mee lopen," antwoordde Peter snel. Hij beet op zijn lip, want hij wilde iets aan Dana vragen maar hij wist niet hoe hij het moest brengen. Na een paar stappen besloot hij het toch te vragen.
"Wat heb jij te doen vanavond te doen..." Er volgde een korte stilte
"Want als je niets te doen heb, vroeg ik mij af of zin had in een wandeling langs het bos... Ik heb er gisteren nog een vos gezien en een wild zwijn met kleine zwijntjes. Dus ik vroeg..."
Het laatste van die bleef in zijn keel steken. Hij keek opzij hopend dat hij niet een klap in zijn gezocht zou krijgen.
"Natuurlijk wild ik vanavond met jou langs het bos wandelen. Ik heb nog nooit een vos gezien. Misschien kunnen we daarna iets gaan drinken in De Wilde Stier. " Peter voelde alsof er een kriebeling in zijn maag. Hij had geen idee hoe het kwam, maar het voelde goed.
"Dan zie ik je vanavond," zei hij snel.
Inmiddels waren ze bij de voorraadschuur aangekomen. Snel pakte ze beiden wat ze nodig hadden en gingen beiden hun eigen weg. Dana ging naar het huis achter de smederij en Peter zijn huis waar zo hoopte hij zijn moeder zich weer wat beter voelde.
People tell me I'm insane, but the voices in my head tell me otherwise.

Dash

Na de lunch moest Peter zich haasten om op tijd bij de lessen te zijn. Elke middag hadden ze met alle kinderen uit het dorp lessen van Ullestor, een oude man. Peter rende het dorpshuis binnen, wierp een korte blik op het tafereel van Dorecil, de drakendoder en stormde het zaaltje binnen. Veertig paar ogen keek hem aan.
"Fijn dat je toch nog even langs willen komen, Peter," glimlachte de oude man voor het bord.
"Sorry, maar..." Peter voelde de blik van Ullestor dwars door hem heen gaan. Het had geen zin om een mooi excuses te verzinnen.
"Ga maar zitten dan kunnen we beginnen." Peter liep vlug naar zijn stoel, ging zitten, maar sprong meteen weer de lucht in. Hij wist dat vierendertig paar ogen afvroegen wat er aan de hand was. Hij keek naar wat er dít keer op zijn stoel lag er zag dat het een natte spons. Hij pakte het van de zijn zitting af en vroegen zich welke van de tweeling hij zou gaan raken.
"Dalon en Talon morgen een mondelinge samenvatting over de geschiedenis van Lord Dorecil en Peter leg die spons maar neer," zei Ullestor zich om te draaien. Op een of ander manier wist Ullestor altijd wat er komen ging, maar op één ding was hij niet voorbereid.
"Maar morgen komt het circus en dan is de hele kermis. Dan kunnen we echt niet naar school. Mijn vader gaat ons daarvoor vrij gegeven, want hij is lekker de burgemeester..."brulde Dave. Hij wist op de meeste onmogelijk momenten iedereen erop te attenderen dat hij de zoon van de burgemeester was.
"Dave, wat heb ik gezegd over spreken in de klas?"
"U kan mij geen straf geven, want dan laat ik u ontslaan," zei Dave en hij ging staan om zijn uitspraak kracht bij te zetten, maar Ullestor draaide zich om en keek Dave doordringend aan.
"Dave, zit," sprak Ullestor streng. Dave had geen flauw idee hoe snel hij moest gaan zitten. Er viel een stilte, terwijl iedereen naar Ullestor en Dave keek. Gelukkig werd de dodelijke stilte doorbroken door een klein lachje van Ullestor. Dit was het teken voor de anderen om ook te gaan lachen.
"Sorry dat ik zo tegen je uit viel, Dave, maar ik heb gewoon slecht geslapen. Het is morgen weer nieuwe maan. Maar natuurlijk zijn jullie morgen vrij. Dat betekend nog niet dat ik geen mondelinge samenvatting verwacht van jullie, Dalon en Talon en geef alsjeblieft de bordenwisser terug. Jullie weten dat ik geen sommen kan uit wissen met een klont gedroogde klei."
Balend om dat hun grap mislukt was liepen Dalon en Talon naar het bureau van de Ullestor.
"Leg met meteen ook alle krijtjes terug. Dan geef ik jullie je wit geverfde stokjes terug. O ja, volgende keer raad ik jullie aan om alle krijtjes mee te nemen." Ullestor wees op een doosje in de binnenzak van zijn mantel. Zuchtend legde de tweeling alle krijtjes terug. Op hun terug weg hoorde Peter Dalon fluisteren:
"Ik zei toch dat we ook zijn mantel moesten bekijken. Nu zijn we voor niets tien minuten te vroeg hier gekomen."
"Was het niet jouw idee om die krijtjes te vervangen. Ik zei toch ook dat hij vast wel door had dat onze krijtje nep waren."
Even wisselden ze een boze blik uit, maar schoten toen beiden in de lach en gingen weer zitten. Peter zuchtte.
Hoe kunnen dat nu familie zijn van Dana. En dan nog wel haar broertje en zusje. De hele tijd grapjes uithalen. Ooit zal het ze nog eens op breken. 
Veel verder met denken kwam Peter niet, omdat Ullestor een keer luid slikte. Dit was het teken dat hij wilde beginnen met zijn les. Het geroezemoes wat was ontstaan verstomde direct. Natuurlijk was Dave de laatste die stil was, zodat iedereen het woord burgemeester duidelijk kon horen.
"We gaan nu iets anders doen dan je meestal doen. We gaan proberen compleet te ontspannen en ons hoofd helemaal leeg te maken." Nog voordat Ullestor die zin had afgemaakt hing Daves hand in de lucht.
"Ja Dave, wat is er?"
"Waarom moeten dit doen? Waarom vertel geen mooi verhaal over vroeger?" Op dat moment was voor een moment te zien dat Ullestor even iets weg moest slikken.
"Omdat het de een speciale les is. Als je je op bepaalde moment helemaal ontspant voel je daarna veel rustig en het is ook een uitstekende manier om in slaap te vallen het niet lukt."
Het viel Peter op dat hij zijn woorden zeer voorzichtig koos. Er was iets met Ullestor. Hij zag er gespannen uit. Veel tijd om erover na te denken had hij niet, want ze moest partners kiezen en gaan oefenen. Toen hij om keek knikte Dana. Er verscheen een grijns op zijn gezicht. Dit zou de les nog een beetje interessant maken. 
Na de rest van de middag geoefend te hebben was iedereen blij dat deze vreemde les was afgelopen. Vlak voordat iedereen weg wilde gaan nam Ullestor nog een keer het woord:
"Herinner je dat niet alles is zoals het lijkt en heb morgen veel plezier. Ga nu maar."
Iedereen stormde de klas uit. Iedereen behalve Peter. Hij was in zijn poging lichtelijk gehinderd. Tijdens een poging om zijn hoofd leeg te maken, wat niet lukte omdat hij de hele tijd aan zijn afspraakje met Dana, had de tweeling kans gezien om zijn veters aan elkaar te knopen. Na een mooie koprol was hij nu bezig met het los maken van zijn veters. Gelukkig waren knopen niet het sterkste punt van de tweeling. Binnen een paar seconden had hij de knoop los weten te maken. Hij stond, maar hij besefte de laatste was die het zaaltje verliet. Vlak voor dat hij naar buiten liep hield Ullestor hem even tegen.
"Geniet er vanavond van, jullie verdienen het," fluisterde hij. Peter keek hem verbaast aan. Hoe kon hij het nu weten van vanavond.
"Ga maar snel naar je moeder. Ze wil dat je haar helpt met het onkruid wieden. Doe haar de groeten van mij. Ga nu maar," sprak hij. Peter hoorde de bezorgde toon in zijn stem. Hij begreep niet waarom de oude man zo reageerde. Hij had toch niets verkeerd gedaan. Lang kon hij er niet over piekeren, want bij de deur stond Dana op hem te wachten.
"Ik dacht dat als je toch je ezel moet ophalen kan ik wel met je meelopen," zei Dana met een glimlach. Ze pakte Peters hand en liepen samen na pratend over deze vreemde les richting de smederij. Bij de smederij aan gekomen zag Peter dat de ezel al klaar stond. Hij keek of hij Borzel zag, maar Dana was hem voor.
"Hoi pap. Ik heb Peter mee gebracht. Mag ik vanavond samen met hem dieren gaan bekijken aan de rand van het bos?" vroeg ze bijna smekend.
"Ik weet niet of het wel zo'n goed idee is. Je moeder voelt zich niet zo lekker en ik wil vanavond even doorwerken, zodat ik morgen een dag vrij kan nemen," reageerde Borzel, terwijl hij zijn handen schoon veegde aan een stuk doek, "Je weet dat ik niet wil dat Dalon en Talon alleen thuis blijven. Je nooit weet hoe het huis eruit ziet als je terug komt."
"Maar kan Drik niet oppassen. Ik heb het vorige keer al gedaan en je zal toch niet veel aan hem hebben vanavond, want hij was tijdens de les ook al in slaap gevallen," bracht Dana er tegenin.
"Oké, het moet dan maar. Maar niet te laat thuis komen," gaf Borzel toe.
"Bedankt," zei Dana, terwijl ze haar vader een knuffel gaf. Met het grootste gemak tilde Borzel haar op en zette haar naast zich neer. Toen zag hij Peter staan.
"Hallo, Peter. Ik heb de ezel beslagen. Hij kan er nu wel weer een tijdje tegen aan," glimlachte hij.
"Bedankt. Ik moest van mijn moeder nog vragen hoe het is met de spierpijn," antwoordde Peter.
"Alles is goed hoor, nu ik elke avond dat kruidenmengsel erop smeer. Maar kan je aan je moeder vragen op ze het de volgende keer het kruidenmengsel iets beter kan laten ruiken, want mijn vrouw Andariël is niet blij met de geur er van," zei Borzel, waarna hij hartelijk lachte.
"Ik zal het haar zeggen. Maar ik moet nu weer naar mijn moeder. Ik heb haar beloofd dat ik haar hielp met het onkruid te wieden uit de kruidentuin," glimlachte  Peter.
"Dat is goed. Nou tot ziens dan en doe de groeten aan je moeder," zei Borzel en hij pakte een tang om weer aan het werk te gaan.
"Tot ziens en Dana tot vanavond bij de waterput," zei Peter, terwijl hij zich omdraaide.
"Tot vanavond, Peter. Ik heb er nu al zin in. Daag," zei Dana. Peter knoopte de ezel los. Hij keek nog één keer achterom naar Dana, voordat hij langzaam hij naar huis sjokte om daar zijn moeder de rest van de middag te helpen met het onkruidvrij maken van de kruidentuin. Langzaam werd hij steeds zenuwachtiger voor wat er die avond zou gaan kunnen gebeuren.
People tell me I'm insane, but the voices in my head tell me otherwise.

Dash

's Avonds had Peter zich wat opgefrist en zijn werkkleding voor goede kleding verruild. Zenuwachtig zeulde hij een kleine mand met zich mee richting de waterput. Hij was speciaal die middag naar de voorraadschuur gegaan om wat lekkere dingen te halen. Dat was ook de reden geweest waarom hij te laat was voor de les. Toen hij bij de waterput was zette hij de mand neer en keek om zich heen of hij Dana zag. Naar een tijdje wachtten zag hij waar naderden, Peter begon een poging om niet te blozen.
"Hoi," zei Dana vrolijk.
"Hoi," antwoordde Peter, "Zullen we gaan? Ik weet een mooi plek."
"Is goed, ik zie dat je wat lekker heb mee gebracht," giechelde Dana.
Peter pakte Dana's hand en ze liepen naar de rand van het bos. Peter haalde het kleed van het mandje en spreidde het uit. Ze gingen tegen elkaar aan zitten en keken naar de dieren die langs kwamen. Peter voelde zich geweldig. Tijdens het kijken haalde hij zijn hand door de haren van Dana en op een gegeven moment had Peter meer oog voor Dana dan voor de dieren. 
Langzaam begon het donker te worden en ondertussen waren ze al de lekkernijen begon.  Tijdens het eten hield Peter een stuk taartje over de Dana gezicht. Geamuseerd hapte zij toe. Peter zag dat haar blik over zijn ring ging.
"Mooie ring," complimenteerde hij haar
"Bedankt. Hij is van mijn grootmoeder geweest," antwoordde Dana," ik heb hem gekregen toen zijn overleed." Peter knikte meelevend en keek even naar zijn eigen ring. De ring was van goudkleurig en er zat een platte steen op met een reliëf erop. Peter had nooit geweten wat het reliëf precies moest voorstellen, maar het was het enige wat hij had van zijn vader had. Hij was overleden na het eten van wat bedorven vlees toen Peter net geboren was. Dana pakte zijn rechterhand vast en bekeek de ring eens goed.
"Mooi, reliëf het lijkt wel op een paard, maar ik kan het niet goed onderscheiden. Het is jammer dat hij net iets te groot is. Breng hem anders maar een keer langs bij mijn vader misschien kan hij hem iets verkleinen," zei ze, terwijl ze de ring keurde. Voorzichtig pakte zij de ring en liet hem om haar ringvinger glijden.
"Staat mooi, niet? Alleen veel te groot," lachte ze.
"Hier heb je hem terug," fluisterde ze. Dana boog voorover om de ring terug te geven. Op het moment dat zij de ring terug in zijn linkerhand stopte gaf zijn snel een kus op zijn wang. Peter begon te blozen. Snel schoof hij de ring om zijn vinder en beantwoordde de kus met een kus op haar wang. Beiden werden rood.   
"Zullen we nog even naar De Wilde Stier? Het begint wordt al behoorlijk donker en koud. Ik denk niet dat wij nog dieren te zien gaan krijgen. Nemen we daar nog een biertje," stelde Peter voor.
"Goed idee. Ik wil ook niet te laat weer terug zijn, want ik moet mijn moeder morgenochtend nog helpen voordat we naar de kermis gaan," antwoordde Dana.
Peter sloeg het kleed om Dana en probeerde snel alle over de bleven lekkernijen in de mand te doen, maar bij dit proces rolde een appel weg. Met een snelle beweging greep hij de appel vast met zijn linkerhand. Even bracht hij een glimlach van overwinning voort, maar het volgende moment voelde hij een pijnsteek in zijn hand. Hij liet de appel los en maakte een snelle zwaai met zijn hand. Toen hij zijn hand bekeek zag dat hij gebeten was door een rode bosmier. Snel trok hij de mier van zijn hand en zoog op de plek waar de mier hem gebeten had.
"Wat is aan de hand," vroeg Dana met een bezorgde toon. Peter spuugde op de grond.
"Niets bijzonders, ik werd gebeten door een mier," was zijn antwoord. Hij schudde zijn hand nogmaals goed. De pijn was weg. Met Dana's arm om Peters middel geslagen liepen ze naar De Wilde Stier. 

Bij de taveerne aangekomen zette Peter de mand met overblijfselen naast de deur neer. Dana legde het kleed over de mand en liep naar een tafeltje in de hoek. Peter liep naar de bar. Achter de bar stond een fors gebouwde vrouw die bezig was met het schoonmaken van een glas.
"Goedenavond Peter. Met je vriendin hier, zie ik," Begroette de vrouw hem zonder hem aan te kijken. Toen ze besloten had dat het glas schoon genoeg was zette haar glas op de bar en keek Peter aan.
"Jullie vormen een leuk stel met zijn tweeën. Maar wat mag het wezen? Laat mij raden twee biertjes," zei ze met een grijns op haar gezicht.
"Hallo Oslamia. Ja, twee biertjes graag. Dana en ik hebben net dieren bekeken langs de rand van het bos," begroette Peter de barvrouw.
"Aha, jullie eerste afspraakje. Goede keus, want er zijn de laatste tijd wel heel veel dieren in de buurt van het bos. Ik heb van het laatst nog twee edelherten gezien. En Dalton zei dat hij een groep wolven had gezien, maar volgens mij had hij toen een beetje te veel op," zei ze tijdens het tappen van twee biertjes.
"Hoorde ik over mij praten?"klonk vanachter Peter. In de deuropening stond een man het een raar groen hoedje op, een rode neus en een dode fazant in zijn hand.
"Ach Dalton, iedereen weet dat je vaker bier dan water drinkt," glimlachte Oslamia.
"Maar Oslamia je wordt toch niet boos op de beste  klant," zei Dalton onschuldig. Hij liep naar de bar toen en legde de fazant op de bar.
"Kijk eens wat ik voor jou heb mee gebracht, schoonheid," sprak hij luid. 
"Ach Dalton dat had je echt niet hoeven doen. Maar ik ga er vanuit dat je een biertje wilt?" vroeg zij, terwijl zij al glas pakte.
"Natuurlijk, mijn schat. Er is altijd wel plaats voor een biertje of twee. Hé Peter, Ben je hier met Dana. Goede keus als ik tien jaar jonger..." lalde hij. Peter rook dat dit niet zijn eerste biertje van de avond werd.
"Dan zou je een kilometer in tien seconden lopen," onderbrak Oslamia hem, "Peter, hier is je bier en veel succes." Toen ze de glazen aan hem gaf knipoogde ze naar hem.
"Vraag of ze een oudere zus heeft?"riep Dalton achter hem aan voor die opmerking kreeg hij een draai om zijn oren van Oslamia.
"We moeten het echt eens hebben over de inhoud van die veldfles van jou," hoorde Peter Oslamia nog zeggen voordat hij bij het tafeltje waar Dana zat kwam.
"Sorry dat het zolang duurde, maar Dalton kwam binnen en volgens mij is hij al behoorlijk ver heen," verontschuldigde Peter zich.
"Maar wanner is hij niet dronken,'lachte Dana hem toe. De rest van de avond genoten ze van het bier en elkaar door lieve woordjes naar elkaar te fluisteren. Gedurende de avond bracht Oslamia hun nog twee glazen bier. Vervolgens stond Dalton erop dat hij hun een serenade zou voordragen. Gelukkig werd deze voortijdig beëindigd, omdat Oslamia hem bij zijn oor naar buiten sleepte en riep dat hij vannacht maar op zoek moest naar een andere plaats om zijn dronkenschap te vieren. Peter en Dana hadden allebei genoten van het tafereel. Vooral toen Dalton Oslamia begon te smeken om hem nog een biertje te geven was erg lachwekkend geweest. Aan het eind van de avond kwam Oslamia naar hun toe.
"Volgens mij is het beter dat jullie nu naar huis gaan. Anders krijgen jullie proberen met je ouders," sprak ze rustig. Ze pakte de lege glazen  en zette deze op de bar.
"Je hebt gelijk, Oslamia. Ik moet morgen er weer vroeg uit om mijn moeder te helpen,"zei Dana. Ze stonden allebei op en liepen naar de deur toe.
"Bedankt voor jullie komst en heb veel geluk met elkaar. Vergeet je jullie mand niet," zei Oslamia.
"Bedankt voor het bier en een goede nacht verder," zei Peter terwijl hij het kleed snel in de mand drukte. Hand in hand liepen ze naar het huis van Dana.

Bij haar huis aangekomen stonden ze stil. Dana draaide zich naar Peter toen. Ze stonden nu heel dichtbij elkaar.
"Het was een leuke avond," luisterde ze, "moeten we echt vaker doen."
Langzaam boog ze voorover, sloeg haar armen om hem heen en drukte zij haar lippen tegen de zijne. Wat volgde was een lange zoen. Peter voelde zich rood worden. Zijn hart ging sneller kloppen. Toen de kus was aflopen liet Peter Dana los en zij liep naar de deur van haar huis.
"Ik zie je morgen op de kermis." Ze opende de deur en liep naar binnen. Peter was helemaal in de wolken. Voor hij het wist stond hij weer voor de deur van zijn huis.
Toen hij bij zijn huis was gekomen opende hij voorzichtig de deur. Aan het zachte gesnurk te horen sliep zijn moeder al. Voorzichtig zette hij de mand op de tafel neer en liep naar zijn kamer. Snel kleedde hij zich om en plofte neer op bed. Hij sliep voordat hij hoofd het kussen raakte niet wetend wat hem morgen te wachten stond.
People tell me I'm insane, but the voices in my head tell me otherwise.