Nieuws:

Welkom op het nieuwe locatie van het forum
Op dit moment wordt de .nl website doorgestuurd naar de .be website.

Hoofdmenu

Hoofdstuk 1 Feest en Vuur.

Gestart door Vampire Sorcerer, 22 oktober 2010, 18:58:10

Vorige topic - Volgende topic

Vampire Sorcerer

Hoofdstuk 1
Feest en vuur.


Luid gelach, en het geluid van biermokken die tegen elkaar aan bonkten rezen op. De hele stad was bij elkaar gekomen om de verjaardag van Felium te vieren. Een groots feestmaal werd geserveerd. Heerlijke geuren vulden ieders neusgaten. Gebraden speenvarken, kip en nog veel meer. Het marksplein van Slarix. was prachtig versierd voor de gelegenheid. Kandelaren met brandende kaarsen zweefden door de stad, vlammen met prachtige kleuren verlichten het tafereel.
Een weermagiër die al jaren een goede vriend is van Felium had een prachtige dag veroorzaakt, een volle zon met nog geen wolkje aan de lucht, maar ook de nacht werd steeds mooier. De maan lichtte prachtig op tegen de met sterren bedekte hemel. Ballonnen van licht hingen aan de houten banken die strategisch waren neergezet.
Iedereen kon naar de massief gouden stoel kijken die aan het hoofd van de stoet stond. Felium zat in een prachtig gewaad gemaakt van het fijnste Briakse stof. Zijn stoom, bijna witte rookachtige baard en haren dansten zachtjes op een aangename avondbries. Hij keek vrolijk naar de mensen die hevig aan het feesten waren. Wijntonnen rolden over de met keien betegelde grond, bier vloog in het rond. Het geluid als van een engel vulde de stad. Een paar Elven van het Näomerwoud stonden op de stenen trap van de bakker achter de feestende groep, ze zongen zo prachtig dat vogels zelfs stopten om even te luisteren.
Ik stond dankbaar op na een gesprek te hebben gehad met Koerb, die veel te veel wijn op had. Ik kon er niets van maken, maar het leek alsof hij me iets wilden vertellen over Verhi's. Ik zwiepte door de mensenmassa, stapte over een wijnton en kwam uiteindelijk tot stilstand voor Felium. Hij keek vrolijk op, en bevond zich toen op gelijke hoogte met mij. Hij omhelsde me hevig. Felium is mijn persoonlijke leermeester. Hij nam me van jongs af aan al in, en nu zie ik hem zo goed als een vader. Mijn ouders zijn allebei vermoord, vermoord door Gava de DemonenMagiër. 'Gefeliciteerd, hoe oud was je ook al weer zeshonderdzeven?' Felium liet me los en grinnikten als een vrolijk kind. 'Nee, nog niet, tweehonderdachtien vrees ik.' Hij keek langs me heen. Ik volgde zijn blik.
Een tengere kale man met sinistere felgroene ogen staarde naar ons. 'Manox mijn vriend!' banjerde Felium. Hij stapte langs me heen en hield zijn slanggevingerde hand uit naar de aparte man.
De graadmagere man die blijkbaar Manox heette keek alleen naar de uitgestoken hand en siste zachtjes.
Felium trok zich er niets van aan. Hij keek met zijn grote zwarte ogen naar Manox. 'Wat kan ik voor je betekenen?' Manox nam een korte pauze om het goed in woorden te brengen.
'De geesten hebben me wat verteld...' siste Manox scherp. Hij keek fel in mijn richting. 'Sorry, Jano ik moet even met Manox praten we spreken zo wel weer,' zei Felium met zijn fluwelen stem, maar ik heb niemand gezien die ooit tegen Felium inging behalve ik, maar dit leek niet het goede moment. Ik knikte naar Felium en liep zonder gedag te knikken langs Manox. Ik voelde zijn sinistere starende ogen in mijn rug prikken.
Ik liep langs de voorste rij feestende mensen en sloot me aan in de rij voor het buffet. Ik keek nog even snel in de richting van Felium en Manox, maar Felium hield zijn gezicht strak geen emotie. Manox stond met zijn rug naar mij, maar draaide zich toen vlug om en keek recht naar mij.
Ik keek snel naar twee vechtende dronken mannen, die gelijk uit elkaar werden gedreven door twee kandelaren wiens oplaaiend vlammen steeds dichter naar de gezichten reek. De rij werd steeds korter.
Ik draaide mijn hoofd naar links. De enorme, eeuwenoude eik rees hoog op. Wiens bladerkap boven de huizen uitkwamen, de hemel kietelend. Het bobbelige ruwe schors bedekte de stam als huid over het spierweefsel. De boom straalde zo'n voelbare magie uit dat mijn nekharen overeind gingen staan.
Uiteindelijk kon ik bij het heerlijke eten. Sla dat de Elven hadden meegenomen uit hun woud zweefden een paar centimeter boven de houten tafel. Net als taartjes, fruit, verschillende soorten vlees en vis. Maar het middelpunt was het grote speenvarken dat heerlijk ruikend, maar al half weggepakt in de lucht hing alsof op een onzichtbaar bord.
Ik liet mijn handen boven het eten glijden, de warmte die naar boven rees likte mijn hand. Een stuk speenvarken werd afgescheurd en zweefde naar het houten bord dat ik nu ophield. Gevulde eieren, sla, een stukje Lomagh vis en heerlijk warm brood zweefden naar mijn bord, zochten ieders een plekje en ploften neer. Een houten beker rees nu ook op, vloog fladderig naar een open wijnvat en vulden zichzelf om daarna in mijn vrije hand te rusten.
Ik draaide me bijna watertandend om, maar gooide toen bijna mijn eten en wijn de lucht in van schrik.
Manox stond maar een paar centimeter van me vandaan, korte ademhalingen sloegen in mijn gezicht dat een giftige geur verspreiden. 'Uhm...' zei ik toen ik een beetje van de schrik bekomen was. Zijn groene ogen boorden in de mijne, zijn scherpe puntige neus raakte bijna de mijne. De spierwitte huid lichte bijna op in de zon. Zijn botachtige hand rees langzaam op, lieten zijn vieze lange nagels zien.
'Sorry,' zei ik en liep toen snel langs hem heen. Hij staarde me weer na, maar ik bleef stug vooruit kijken. Wat een gek. Ik snap niet waarom Felium zelfs maar in zijn buurt kan zijn, ik krijg al de rillingen als ik naar hem kijk!
Ik keek naar de gouden stoel hopend dat ik Felium daar zag zitten, maar de stoel was leeg. Teleurgesteld dat Felium nergens te bekennen was en verdwaasd door Manox rare gedrag jegens mij, ging ik op een houten bank zitten en at vlugjes mijn eten op. Het was te heerlijk om er niet van te kunnen genieten, maar mijn gedachten dwaalden wel steeds af naar het gesprek tussen Felium en Manox dat ik net had gemist.
De muziek klonk nog luider een paar dronkenlui had zich bij de Elven gevoegd die vrolijk met hun door zongen. Een luid krakend geluid klonk. De eikenhouten deuren van het enorme kasteel ver achter hen werden aan het geluid te horen opengedaan. Mijn ogen waren niet sterk genoeg om door de duisternis te kunnen kijken, maar het waren hoogstwaarschijnlijk de acht andere leermagiërs.
Ik zette mijn bord naast me neer, ontweek een forse man die aan het dansen was met het speenvarken en liep de gedaantes tegemoet. Kleine lichtjes werden zichtbaar vanuit de duisternis, steeds groter wordend.
Ik liep op een drafje proberend niet over mijn eigen voeten te struikelen. De lichtjes werden steeds groter. De acht oude magiërs kwamen vrolijk pratend aanlopen. Ook zij hadden lange witte rookachtige baarden en haren, met een bruine mantel.
De kandelaren die uit het kasteel mee waren gekomen zweefden voor hen uit. 'Jano, hoe is het?' vroeg de magiër in het midden die ook de meeste diepe rimpels en littekens had. 'Het gaat prima, maar ik heb een vraagje,' zei ik toen ik me bij de groep voegde en terug naar de feestelijkheden schuifelden, 'Felium is na een gesprek met ene Manox verdwenen?'
De magiërs keken elkaar veelbetekenend aan. 'Manox zei je hè?' zei de jongste van de acht. 'Ja, hij zei iets van; de geesten hebben me wat verteld. Meer heb ik niet kunnen horen.' Ik kijk met mijn ooghoeken naar de acht gemantelde tovenaars. Ze leken niet zo verbaasd als ik was. 'Wat bedoelt die, wat zeiden de geesten?' vroeg ik met havikoren. De magiërs begonnen nog sneller te lopen.
'Hebben jullie enig idee waar Felium is?' Ze keken niet naar me maar staarden strak naar het marksplein. De wolkenloze hemel begon meer leven te krijgen, kleine wolkjes vormden zich hoog in de lucht. 'We hebben niet veel tijd!' zei de tovenaar die naast me liep, hij verspreiden een geur van cognac. De baarden wapperden als wit vuur achter hen aan
De kandelaren zweefden net zo snel mee, de gekleurde vlammen van de kaarsen zo stil als steen. 'Waarvoor, wat gebeurt er?' vroeg ik geschrokken door de stemmingswisseling. 'Niet veel tijd!' herhaalde een andere oude leermeester. Het licht van het dorpsplein overwoekerde ons. Zonder nog wat te zeggen liepen de oude wezens door de mensenmassa naar de grote bakkerstrap waar het Elvenkoor stond. Ze verzochten de Elven plaats te maken, ze knikte vriendelijk naar de magiërs en keken lang met hun fel witte ogen naar mij.
Ik had geen idee wat er aan de hand was, maar de magiërs zoeken niet snel de aandacht alleen als het erg belangrijk is. Khala stapte naar voren, de anderen bleven stil naast elkaar staan. Zijn grijze rookachtige baardje wapperde in de wind. Hij gleed met zijn diepe zwarte ogen over de bewoners van Slarix die nog steeds niets doorhadden en door bleven feesten.
'Dames en heren?' galmde de zware machtige stem van Khala, maar niemand die op of om keek. De enige die aandachtig naar hem keek en luisterden waren de Elven, de andere zeven magiërs en ik. 'Dames en heren!' zei Khala nu wat minder geduldig en luider. Nog steeds niemand die opkeek. 'Ausculto Ragoz.' De mensen hielden op met feesten draaiden onwillig naar de bakkerstrap en luisterden aandachtig en stokstijf.
'Nu ik jullie aandacht heb,' begon Khala opnieuw, 'we hebben niet veel tijd om alles uit te leggen, maar er is door een paar van onze insluipbezweringen een indringer gedetecteerd.
De mensen kwamen als een ontploffing weer tot leven en chaos vulde ieders ziel. Khala zwiepte met zijn handen, zijn kalmerende gaves hielden de mensen weer in bedwang. Je kon de angst die op hun gezicht geschrift stond langzaam weg zien trekken.
'De indringer wordt dankzij heer Felium uit de stad gebannen, dat daarom ook de absentie van de heer Felium verklaard. Het is hoogstwaarschijnlijk niet een kwaad met enorme gaves dan had onze beste detector wel een seintje gegeven.' Zijn blik gleed naar de eeuwenoude eik. 'Ik verzoek u allen zo normaal mogelijk naar uw huis te gaan, en het huis pas weer te verlaten als wij,' hij knikten naar de anderen magiërs, 'als wij zeggen dat het compleet veilig is. U mag onder geen omstandigheid de stad verlaten, wanneer u dat wel doet kunnen de beschermingsbezweringen u niet meer beschermen.'
Hij haalde even diep adem. 'Dus als u nu langzaam...' Khala werd ruw onderbroken. Een enorme knal doofde je gehoor. Een enorme lichtbron branden op je netvlies. De prachtige eik had een enorme deken van vlammen om zich heen. Vlammen die aan het schors likten en de bladeren liet krullen. Zelfs Khala was zo geschokt dat hij zijn macht over de mensen verloor.
Iedereen schoot door elkaar, verlicht door de enorme vuurbron. Het vuur rees steeds verder op. Rookwolken zweefden naar boven naar de hemel die steeds bewolkter raakten. Zelfs de Elven liepen soepel door de mensenmassa, liepen de enorme muur op en verdwenen in de duisternis. Ik bleef rustig, maar wist zelf ook wat het betekende. Een machtig kwaad komt eraan! Vrouwen gilden van angst kinderen renden huilend in het rond zoekend naar de ouders. Weer een knal klonk.
Felium verscheen in witte rook bovenop de dikke muur. De enige die hem zag was ik. Ik probeerde naar de muur te rennen, maar werd door chaos belemmerd. Het hoefde al niet meer Felium's zware stem galmden over de stad. Mensen stopten bij de vertrouwde stem van de beschermer. 'Verstop de kinderen, barricadeer de huizen. Groots kwaad zal komen, demonen zullen de stad doorzoeken!' Bij dat laatste woord keek hij recht naar mij, ik wist wat ze gingen zoeken. Mij!