Weerwolven van Wakkerdam

Alleen voor de beheerders => Verhalen => Prullenbak => Verhalen van één persoon => Topic gestart door: Royenna op 10 augustus 2010, 16:19:22

Titel: ~ De verdwijning.
Bericht door: Royenna op 10 augustus 2010, 16:19:22
~Nu begrijpen jullie misschien waar ik mijn inlognaam van heb, haha.

Samenvatting:

Royenna is een 17-jarig meisje en woont in een klein dorpje niet ver van de stad. Als door veel geruzie tussen haar ouders het slecht gaat met
Royenna, ze niet meer goed kan slapen, slechte cijfers haalt, altijd maar te laat op school komt, en zich alleen en gedeprimeerd voelt weet ze niet meer wat ze moet doen. Tot slot gaan haar ouders scheiden. Als ze net weer de draad probeert op te pakken van haar oude leventje wordt ze ontvoerd, zou ze van haar ontvoerder afkomen? En wat wil deze persoon?
Titel: Re: ~ De verdwijning.
Bericht door: Royenna op 10 augustus 2010, 16:31:13
Proloog.

Heldere zonnestralen schenen in mijn gezicht vanaf de net opkomende zon, de lucht was felblauw en de wind waaide zacht door mijn haren. Huppelend liep ik door de duinen die grauw af staken bij de schitterende, paarse heide. Mijn ogen volgden een wegvliegend roodborstje dat zojuist naar het meer vloog om daar zijn dorst te lessen. Zijn staart bewoog triomfantelijk heen en weer terwijl hij vrolijk een lied kwetterde. De dauwdruppeltjes gleden van de naaldbomen naar beneden en de mistflarden leken spookachtig, zoals altijd rond deze tijd. Het geluid omringde me en van alle kanten klonk de prachtige muziek van verschillende vogels, totdat een kille stem mijn naam riep. De vogels stopten met hun vrolijke gefluit, de zon die stralen op mijn huid liet schijnen verdween en een paar grote stapel grijze wolken kwamen onherroepelijk snel aandrijven en vulden de prachtige blauwe lucht. Bang liep ik naar een eikenboom en ging tegen de boom zitten. Met mijn hoofd leunend op mijn ijskoude knieën bekeek ik mijn lange blonden haren die levenloos langs mijn hoofd gleden, mijn warme adem bleef door de bescherming van mijn haar tegen mijn gezicht aanhangen en dat voelde fijn want het was ijs- en ijskoud. De warmte stroomde langzaam uit mijn lichaam en zelfs de tranen die nu over mijn wangen liepen bevroren. Ik wilde om hulp schreeuwen, ik wilde zitten voor een warme haard met een kop hete thee en mijn hoofd in de warme damp die van het kopje vandaan kwam houden. Maar zodra ik het gevoel had dat ik nog een klein stukje was verwijderd van wakker worden hoefde dat niet meer. Opgelucht haalde ik adem toen ik er achter kwam dat het droom was, niets anders dan een paar nietszeggende beelden die langs je ogen flitsen tijdens de slaap. Ik probeerde het gevoel van angst te onderdrukken terwijl ik mijn ogen probeerde te openen, maar de angst overwon. In het zwarte gat met mijn ogen gesloten voelde ik me veilig, er kon niets meer met me overkomen. Toch verzamelde ik al mijn moed en opende mijn ogen, het bleef zwart. Dit was een opluchting omdat ik me nog steeds in het veilige zwarte gat bevond, tegelijkertijd was ik bang en wilde ik weten wat er om me heen gaande was. Het duurde even voordat ik doorhad dat er iets plakkerigs tussen mijn ogen kleefde -mascara-. Met mijn handen wilde ik mijn ogen schoonvegen maar tot mijn schrik kwam er totaal geen beweging in mijn handen noch mijn armen. Ik had een schurende pijn in polsen toen ik mijn armen omhoog wilde trekken, het leek wel alsof ik vast zat. Langzaam drong het tot me door, ik wist niet hoe lang ik bewusteloos was geweest en wanneer dit überhaupt gebeurd was. Wat ik wel wist was dat er een persoon achter me aanzat met een zwarte, lange jas en een zwarte hoed. Ik had net mijn wiskunde proefwerk ingehaald en het was pikkedonker buiten, zo donker dat ik geen één ster aan de hemel kon zien. Stefan kon ik maar niet uit mijn hoofd krijgen en probeerde hem uit mijn hoofd te gummen als een simpele potloodtekening. Als ik aan hem dacht voelde ik pijn, waarom wist ik niet meer. Het leek alsof mijn buitenbewustzijn belangrijke gedachtes had weggenomen. Het enige antwoord wat ik kon bedenken was: Hij heeft er iets mee te maken. Althans, dat dacht ik.