Weerwolven van Wakkerdam

Alleen voor de beheerders => Verhalen => Prullenbak => Verhalen van één persoon => Topic gestart door: Dixie op 16 juli 2010, 20:15:47

Titel: Gebouw Z
Bericht door: Dixie op 16 juli 2010, 20:15:47
1

Het viel me laatst op dat als ik heel hard schreeuwde ik wél antwoord kreeg. Hallo roepen tegen Jesper of Carly hielp al lang niet meer, maar als ik in mijn eentje in mijn kale kamer zat (die al vijf maanden lang volgens Jesper "binnenkort" ingericht zou worden) antwoordden de muren me. Als ik heel zachtjes 'Gerondine' achter 'hallo' aanfluisterde kreeg ik zelfs "Hallo Gerondine!" terug, met een klein, vreemdklinkend volumeverschil tussen die twee woorden, welteverstaan. Het nadeel was dat mijn muren in vragen beantwoorden iets minder goed waren, maar het terugkrijgen van mijn eigen vragen leidde vaak tot enorm interessante filosofische gesprekken met mezelf.
Soms vertelde ik over de dag dat Kris een groen vlekje in zijn brood had ontdekt en de twee weken durende hongerstaking die daarop volgde, en hoe hij daarin bijgestaan werd door Jasmijn, die immers alles wat Kris deed een goed plan vond omdat ze al twee jaar lang ontzettend verliefd op hem was, en Cody, die toch niets beters te doen had, zoals hij vaak op die lamlendige toon van hem verzuchtte.
Soms vertelde ik ook over wat ik in de douches gezien had, of, volgens Jesper, niet gezien had. Ik had pas erg laat beseft wat de hand van Carly in het kruis van Jesper deed, pas nadat die hand daar alweer weg was en in mijn gezicht terecht gekomen was, eigenlijk. Giebelend vertelde ik de muur dat dus eigenlijk, indirect, mijn gezicht in Jespers kruis had gezeten. Het was een troef die ik vast nog wel ooit kon gebruiken.
Bij nader inzien, het was een geweldige troef tegen Bifi, die niet-zo-stiekem stiekem een enorme crush op hem had. Bifi heette natuurlijk niet echt Bifi, maar er hing altijd een penetrante geur om haar heen die volgens Kris maar op één manier verklaard kon worden: worstjes. Hij prikte finaal door haar scheinheilige glimlach en die grote blauwe ogen heen, zei hij, in een van zijn gedreven speeches tegen het 'undercover Gebouw Z-team'. Bifi had volgens hem een mannetje in het poetsteam en sloop 's nachts haar kamer uit om uit de prullenbakken van één van de poetsmedewerkers het pakketje te halen dat door een crimineel van buitenaf naar haar gestuurd was. Een pakketje Bifi-worstjes, welteverstaan. Dat mochten wij hier niet eten maar Bifi was natuurlijk verslaafd aan de worstjes en had er daarom al haar geld op haar Zwitserse spaarrekening voor over om iedere zaterdagnacht een weekvoorraad worstjes naar binnen te laten smokkelen. Het was onmogelijk tegen Kris in te gaan, daarom verklaarden we allemaal dat we ontzettend dom waren om dat niet eerder door te krijgen en dat hij zo'n geweldig groot genie was om het wél te zien. Maar toen Kris een wraakactie op wilde zetten, voor het ons martelen met de geur van de Bifi-worstjes die wij nooit zouden mogen proeven, trok ik me toch terug. Ik zag persoonlijk de gevolgen van het in brand steken van de poetskarretjes met de spiritus die gebruikt werd voor de spiegels iets donkerder in dan de rest van de groep.
En toch zat ik nog steeds in een lege kamer, terwijl Cody, die vol enthousiasme in zijn eentje vijf poetswagens ontmanteld had en daarbij bijna een van de schoonmakers levensgevaarlijk verbrand had, nog steeds zijn stereotoren én Metallica-cd's had.

Mijn beweegredenen om me bij het undercover Gebouw Z-team aan te sluiten waren het verzet tegen Jesper en Carly geweest. Kris had me in mijn eerste dag, terwijl hij me een rondleiding gaf, toevertrouwd dat Jesper en Carly eigenlijk Vratislav en Svetlana waren, twee Rusland ontvluchtte jeugdcriminelen, die er alles aan deden om de jeugdcriminelen van het rijke Nederland het leven zo zuur mogelijk te maken. Ik ontdekte tijdens die rondleiding, eigenlijk tijdens de uitvoerige rondleiding van de damestoiletten waar Kris normaal niet naar binnen mocht, dat het niet verstandig was een van zijn complottheoriën te ontmantelen. Mijn vraag waarom Jepser en Carly, uhh, Vratislav en Svetlana, zo goed Nederlands spraken werd beantwoord met een relaas over de Nederlandse leraren die Nederland ontvlucht waren wegens verschillende zedendelicten en als leraar voor de jeugdcriminelen door de Russische maffia opgenomen waren. Pas toen Jesper binnenkwam en Kris tegen zijn schenen schopte omdat hij niet in de damestoiletten mocht zijn en al helemaal niet met een meisje kon ik hem ontvluchten.
Later, eigenlijk na twee maanden in een lege kamer, begon ik de complottheorie van Kris te waarderen en werd ik geadopteerd als het nieuwste lid van TUGZ: Team Undercover Gebouw Z. Jasmijn wees me er fijntjes op dat het niet mijn plaats was kritiek te geven op de teamleider toen ik de naam GUTZ voorstelde, die volgens mij veel meer stoerheid uitstraalde en minder als het Engelse woord voor gangsters klonk. Want, zo zei ze met dat irritante snotstemmetje van haar, Gebouw Undercover Team Z sloeg toch helemaal nergens op, of wel, Gerondine?
Het verzet bestond gedurende drie maanden vooral uit het maken van plannen, waarvan de meest angstaanjagende en extreme uitgevoerd werden. We mengden het koffiepoeder met zout, waar we zelf ook nadeel van hadden, verstopten ijsblokjes in de kussensloop van Carly, wat leidde tot teleurstelling omdat Carly's bed onbeslapen bleek te zijn de dag erna, en tipp-exten de 'tenminste houdbaar tot'-datum op de melkpakken zodat Jesper bedorven melk zou drinken, een actie waarvan het resultaat tot op heden nog onbekend is omdat we de datum zelf niet bijhielden en dus niet wisten of de melk die Jesper dronk bedorven was of niet. Kris tierde twee dagen lang dat hij zo dom was om te vergeten dat aliens natuurlijk andere smaakpapillen hadden dan mensen en Jesper het verschil tussen normale en zure melk onmogelijk op kon merken (Jesper en Carly waren geen Russische maffioso meer, had Kris ontdekt, maar aliens van een onontdekt sterrenstelsel).

Eigenlijk ging dus alles zijn gangetje in gebouw Z. Ik had me bijzonder snel aangepast aan het ritme in het huis, zo merkte Dokter Scheiberweiberkneiber op. Hij heette natuurlijk niet echt zo, maar ik kon zijn echte naam niet uitspreken, vandaar dat ik hem elke keer anders noemde. Soms kreeg ik inspiratie door zijn leuke snor, dan was het Docteur François de Allemagne Champagne. Andere keren had hij een helemaal zwart pak aan, dan was het Dokter Morpheus, als in the Matrix, en kon ik uren doorgaan met mijn pogingen zijn kantoor te doorzoeken voor de bijpassende zonnebril. Het lukte uiteraard nooit, omdat Carly  me als ik me weer eens 'beweeglijk' gedroeg met een handboei om mijn enkel vastzette aan de bank. En soms, maar dat deed hij eigenlijk nooit meer, droeg hij zo'n dikke trui met een broek dat ik zeker wist dat hij zijn Spiderman-pak eronder had. Dan noemde ik hem Dokter Spidey en neuriede ik het deuntje van Spiderpig by Homer Simpson. Maar doorgaans droeg hij gewoon saaie kleren en tuurde hij me vanachter zijn brilletje aandachtig aan terwijl hij erg dokter-achtig humde. En dan was het gewoon Dokter Scheiberweiberkneiber.
Het ritme in Gebouw Z was zo chaotisch dat ik gewoon mijn eigen gangetje kon gaan zonder op te vallen. Af en toe hadden we aan de ontbijttafel een TUGZ-bijeenkomst, supergeheim. Meestal had Cody dan iets in Bifi's kamer gegooid waardoor ze panisch werd en Jesper en Carly gedurende het ontbijt met haar bezig waren, waardoor wij rustig over een boterhammetje onze uiterst gevaarlijke verzetsplannen konden bespreken. Mijn eigen kamer was, zoals gezegd, kaal, dus bracht ik het grootste deel van mijn tijd in de huiskamer door. Jasmijn had al meerdere keren aangeboden me Latijn te leren, maar eerlijk gezegd keek ik liever televisie met Kris. Misschien dat er een verband tussen die twee bestond, besefte ik me in een van de filosofische sessies met mijn muur. Of ik deed scènes na uit films met Cody. Onze favoriete scènes waren de slow-motion scènes uit the Matrix. Ik was vooral goed in het achterover buigen bij het ontwijken van de kogels, al moesten we nog werken aan een manier om de balletjes van de tafelvoetbaltafel ook te vertragen. Ik had er een paar flinke builen aan over gehouden, hoewel het koelen met ijsblokjes ons wel weer op de verzetsactie met Carly's matras gebracht had.

Zoals ik al zei, alles ging zijn gangetje. En toen verscheen daar bewoner nummer 6. Het zou mijn rustige leventje in Gebouw Z voorgoed veranderen. Dirk.