Weerwolven van Wakkerdam

Alleen voor de beheerders => Verhalen => Prullenbak => Verhalen van één persoon => Topic gestart door: Mara op 30 mei 2010, 19:40:16

Poll
Vraag: Moeten het alternatieve einde Epiloog: Violet en de Proloog: Pink gebruikt gaan worden?
Optie 1: Van mij mag Violet lekker in haar eentje achterblijven! (Wel alternatieve einde Epiloog: Violet) stemmen: 0
Optie 2: Violet en Pink uit elkaar?! Nooit! (Niet alternatieve einde Epiloog: Violet) stemmen: 2
Optie 3: Laat Pink nog maar eens lekker zeggen hoeveel hij van Violet houdt! (Wel Proloog: Pink) stemmen: 4
Optie 4: Laat dat suffe gezwijmel maar weg, ik ga voor de actie! (Geen Proloog: Pink) stemmen: 0
Optie 5: Welke nerd leest zoiets nou? (Kan mij wat schelen) stemmen: 1
Titel: Amaranta afwerking
Bericht door: Mara op 30 mei 2010, 19:40:16
Goed, Amaranta is nu wel min of meer af, maar ik heb toch nog 2 dingetjes open staan.

Allereerst een alternatief einde, dus een vervanging van de Epiloog: Violet. Ikzelf vind eigenlijk de versie die ik nu heb gebruikt beter, maar ik zal deze toch nog even posten.

Ten tweede een Proloog: Pink. Die heb ik geschreven omdat het dan mooi symetrisch uit zou komen (Proloog: Pink, Proloog: Violet, hoofdstukopbouw telkens Violet/Rose, Epiloog: Pink en Epiloog: Violet). En ik vind hem eigenlijk wel goed gelukt...

Ik zal hier nog wel even een poll bij maken, dan kunnen degenen die het hele verhaal hebben gelezen en hun mening willen geven dat doen!
Titel: Re: Amaranta afwerking
Bericht door: Mara op 30 mei 2010, 19:43:11
Alternatief einde
Epiloog: Violet

Ik doe heel voorzichtig één oog open en meteen daarna weer dicht. Ik kreun en draai me met mijn gezicht naar de muur, weg van het ochtendlicht dat genadeloos mijn kamer instroomt en door mijn oogleden heen schijnt.
Ik denk even na en probeer een reden te verzinnen om op te staan. Het is een gewone schooldag, maar het is nog te vroeg om me te moeten haasten. Mijn ouders zijn waarschijnlijk toch al weg - of misschien zijn ze vannacht wel helemaal niet thuis gekomen -, dus ook voor hen hoef ik mijn bed niet uit.
Pas na een paar minuten schiet het me te binnen. Dan pas bedenk ik welke dag het vandaag is. Natuurlijk. Achttien maart. Hoe kon ik zo dom zijn? Vroeger, toen ik klein was, keek ik maanden van tevoren al naar deze dag uit. Toen kwam ik een halfjaar van tevoren al met verlanglijstjes opdagen. Goed, zeventien is dan misschien wel niet de meest bijzondere verjaardag - het zit net tussen twee grensleeftijden in -, maar ik had er haast niet over nagedacht dat ik vandaag jarig ben. Ik zwaai mijn benen uit bed - en stap haast op een stapeltje pakjes die naast mijn bed liggen. Er vliegt een glimlach langs mijn mond. Dat moet één van mijn ouders daar vannacht hebben neergelegd, toen ik sliep. Het voelt goed om te weten dat ze mijn verjaardag niet zijn vergeten, zelfs de moeite hebben genomen cadeautjes voor me te kopen. Ik pak de envelop die bovenaan ligt en haal mijn vingers onder de rand door. Er zit een felgekleurde kaart in.
[/center/

Lieve dochter,
Allereerst heel erg gefeliciteerd. We kunnen er helaas niet bij zijn en je persoonlijk feliciteren, maar we hopen dat je er een fijne dag van maakt.
Heel veel liefs,
Pap en Mam

Ik zucht en gooi de kaart op de stapel cadeaus. Ze hebben in ieder geval hun best gedaan.
Ik wil het bovenste pakje al gaan openmaken, als mijn blik op iets anders valt. Op mijn vensterbank, naast het gordijn dat een klein stukje opzij is geschoven, ligt ook nog een pakje. Het heeft niet hetzelfde papier als de pakjes op de grote stapel. Die zijn allemaal egaal donkerblauw, dit cadeautje is ingepakt in paars papier met roze linten.
Ik sta op en loop ernaartoe. Als ik bij de vensterbank sta zie ik dat het pakje niet het enige is. Er ligt ook nog een prachtige, donkerrode roos naast. Ik pak hem op bij de steel en laat hem meteen weer vallen. Een dikke druppel bloed welt op uit mijn vinger en valt op de fluweelzachte blaadjes die precies dezelfde kleur hebben. Ik stop mijn vinger in mijn mond en maakt met mijn andere hand het kaartje los dat aan de roos vast zit. Ik ben benieuwd van wie ik hem gekregen heb.

Heb je lekker geslapen, Violet?
Hopelijk heb je een fijne verjaardag.
Gefeliciteerd.

Rose

Ik knijp mijn ogen samen. Is dit een flauwe grap of zo? Wie is die Rose? En waarom stuurt ze me een bloem?
Verward pak ik het pakje op, haak mijn vinger achter het plakband en maak het papier los. Ik houd mijn hand op en er valt een zilveren kettinkje in met een bolvormig hartje eraan. Ik houd het omhoog zodat het het zonlicht weerkaatst. Het is prachtig.
Dan valt mijn oog op een klein uitsteeksel aan de zijkant. Als ik het indruk klapt het hartje open en valt er een strak opgevouwen stukje papier uit. Ik glimlach - nog meer briefjes - en vouw het open.

Lieve Violet,
Ik weet wat ik je aandoe. Maar geloof me: dit is het beste voor je. Op een dag zal je me dankbaar zijn. Ik vraag je niet het te begrijpen, ik vraag je alleen om te proberen me te vergeven.
Ik hou van je,
Pink

Als de laatste woorden tot me zijn doorgedrongen is de glimlach van mijn gezicht verdwenen. Dit is zonder twijfel de meest raadselachtige verjaardag ooit. En dit briefje het meest raadselachtige cadeau. Wat moet ik hier nou mee? Wie is Pink? En wat heeft hij gedaan? Zouden hij en Rose elkaar kennen?
Ik bedwing de neiging om om me heen te kijken en naar verborgen camera's - of verborgen mensen - te zoeken en leg het briefje neer. Met trillende vingers klap ik het nu lege hartje dicht en ik hou het stevig in mijn vuist geklemd terwijl ik naar mijn bed terugloop en me er langzaam op laat neerzakken.
Maar hoewel ik mijn uiterste best doe om alles van me af te zetten en me op de rest van mijn cadeaus - mijn échte cadeaus - te richten, blijven die twee namen door mijn hoofd spoken. Als twee uiterst irritante vliegen die ontzettend hardnekkig om je heen blijven zoemen en met geen mogelijkheid weg te krijgen zijn.
'Pink.' Mompelde ik haast onhoorbaar. Bij het zeggen van die naam komt een vreemd gevoel in me naar boven dat ik eerst niet kan plaatsen. Ik herhaal de naam nog een paar keer en met elke beweging van mijn lippen wordt het gevoel sterker en sterker.
Plotseling besef ik wat het voor gevoel is, en het is zo vreemd dat ik me er automatisch volledig voor openstel en het in grote golven over me heen laat spoelen. Het is onmogelijk, volslagen krankzinnig dat ik dit nu voel, maar het is zo heftig dat ik ineen duik en mijn hoofd onder mijn armen verberg.
Ik mis hem. Ik weet niet wie hij is, ik heb hem nog nooit gezien, gesproken of zelfs maar van hem gehoord. Maar ik mis hem. Ik mis hem zo ongelooflijk erg dat ik niet weet hoe ik ooit zonder hem kan leven. Ik voel me zo verschrikkelijk verloren, alleen en verward en ik mis Pink zo erg dat ik het liefste voor altijd zo als een bolletje zou willen blijven liggen. Veilig op mijn eigen bed in mijn eigen kamer in mijn eigen huis. Maar het deel van mijn hersenen dat zich niet laat misleiden door emoties neemt de besturing van mijn lichaam over en zonder at ik me er echt van bewust ben sta ik op en loop naar het raam. In een soort roes duw ik het raam open en schuif het gordijn verder opzij. Ik steun met twee handen op de vensterbank en leun een stukje naar buiten.
De ochtendlucht is fris en de stevige wind blaast alle gedachten weg uit mijn overvolle hoofd. Langzaamaan wordt mijn hoofd weer helder en zwakken de heftige emoties van daarnet af tot er alleen nog maar een vaag, knagend gevoel van eenzaamheid overblijft dat zich in mijn onderbuik nestelt.
Ik begrijp het niet. Ik begrijp niet hoe je iemand die je niet kent kan missen. Ik begrijp niet hoe je iemand überhaupt zo erg kan missen. Hoe een gevoel van eenzaamheid zo sterk kan zijn. Het voelt of ik net pas gemerkt heb dat ik een deel van mezelf kwijt ben, en dat ik nu pas besef hoe erg ik dat deel nodig heb.
Ik sluit mijn ogen en wil ze het liefste voor altijd dicht houden. Alles vergeten, alleen nog maar in die veilige, donkere wereld zijn waar geen plaats is voor welke gedachte, welk gevoel of welke emotie dan ook. Maar ik weet dat dat niet kan. Ik moet verder met mijn leven. Er zijn hier mensen die van me houden, die me nodig hebben.
Op dat punt dwing ik mijn gedachten te stoppen, want ik weet waar ze naar op weg zijn. En als ik eenmaal over Michael begin te dromen, krijg ik mezelf nooit meer op tijd op school.
Ik draai me net om en ben al aan het twijfelen over wat ik aan zal trekken, als ik een windvlaag van achteren voel komen. Ik zucht en draai me terug om het raam dicht te doen. Als ik het zie blijven mijn opgeheven handen verstijfd in de lucht hangen en ik sper mijn ogen open. Op de vensterbank, op de fijne, bloedrode blaadjes van de roos, zit een vlinder. Hij is behoorlijk groot, ongeveer de oppervlakte van mijn handpalm,en helemaal zwart. Voor zover ik in die ene seconde kan zien zit er geen enkele witte of gekleurde plek op zijn vleugels.
Het dier zelf is niet waar ik zo van ben geschrokken - ik ben niet bang voor beesten. Het was de vlaag van herkenning die me deed verstijven. Ik kan het onmogelijk thuisbrengen, maar ik weet zeker dat ik deze vlinder - en niet een die erop leek, zelfs niet zijn tweelingbroer - al eens eerder heb gezien. Heb ontmoet, zou ik haast zeggen.
Als vanzelf steek ik mijn hand uit, en tot mijn eigen verbazing vliegt de vlinder naar me toe en landt op mijn wijsvinger. Ik strek mijn arm en steek mijn hand uit het raam, maar het diertje vliegt niet weg. Op de één of andere manier geeft dat me troost. Ik voel hoe het eenzame gevoel in mijn binnenste afneemt en tenslotte helemaal verdwijnt. Ik glimlach en mijn andere hand sluit zich nog wat steviger om de ketting met het hartje eraan. Ik ben niet alleen.
Ik kijk - nog altijd glimlachend - toe hoe de vlinder zijn vleugels spreidt, er een paar keer mee wappert en dan als een zwart vlekje de zon tegemoet vliegt.
Zodra zijn pootjes zich losmaken van mijn huid voel ik hoe een stuk van mijn hart afbreekt en als een zware steen in mijn borstkas blijft liggen. En zodra het zwarte stipje helemaal uit het zicht verdwenen is voel ik hoe de steen begint te gloeien. Eerst heel zacht, maar al gauw steeds harder tot ik het gevoel heb dat mijn hele borstkas in lichterlaaie staat.
Ik voel dat er iets onherstelbaar veranderd is. Dat er in mijn een geheel nieuw deel is opgerezen, een geheel nieuw verlangen is ontstaan. Een verlangen naar iets onbekends, maar ik weet dat ik niet zal rusten voor het bevredigd is.
Titel: Re: Amaranta afwerking
Bericht door: Mara op 30 mei 2010, 19:43:54
Proloog: Pink

Heb je ooit wel eens zoveel van iemand gehouden als ik van haar hield? Ik denk het niet.
Onze liefde voor elkaar ging dieper dan welke liefde tussen welke twee personen dan ook ooit gegaan is.
Onze liefde was veel en veel sterker dan de liefde die twee geliefden voor elkaar voelen.
Onze liefde was veel en veel sterker dan de liefde tussen broer en zus, sterker dan de liefde tussen moeder en kind.
Ik hield meer van haar dan van wie dan ook.
Ik hield meer van haar dan ik van mezelf hield.
Ik hield zoveel van haar dat alles wat ze deed me pijn deed.
Het deed me pijn als ze huilde, omdat ik niet wilde dat ze verdriet had en ongelukkig was, en omdat ik elke keer weer bang was dat ze op een dag zou huilen door mij.
Het deed me pijn als ze lachte, omdat ik wilde dat ze altijd zo blij kon zijn en omdat ik wilde dat ik haar zo gelukkig kon maken.
Het deed me pijn als ze wegging, omdat ik haar bij me wilde houden en omdat ik elke keer weer bang was dat ze op een dag niet meer terug zou komen.
Het deed me pijn als ze bij me bleef, omdat ik wilde dat ze deed wat het beste voor haar was en omdat ik elke keer weer bang was dat ik haar op een dag niet meer zou laten gaan.
Elke blik, elke aanraking en elk woord was een persoonlijke marteling, zorgde voor een nieuwe steek in mijn borst die ik graag in ontvangst nam in ruil voor haar aanwezigheid, haar aandacht en haar liefde.
Was de keuze die ik uiteindelijk gemaakt heb de goede? Ik weet het niet. Voor mij was het de enige keuze. Ik kan niet leven zonder haar, maar als ik het niet had gedaan had ik niet met mezelf kunnen leven.
Voor mij was het de enige keuze.