Weerwolven van Wakkerdam

Alleen voor de beheerders => Verhalen => Prullenbak => Verhalen van één persoon => Topic gestart door: Hephaistion op 15 november 2009, 20:51:27

Titel: Engelenjacht
Bericht door: Hephaistion op 15 november 2009, 20:51:27
Engelenjacht


Dans un temps loin d'ici j'ai perdu moi-même.
Aujourd'hui, je cherche des réponses aux questions de mon passé.
Je m'appelle Nathan est ceci et mon histoire,
l'histoire d'un chasseur des anges.
Titel: Re: Engelenjacht
Bericht door: Hephaistion op 9 maart 2011, 22:22:41
'Als de dag de nacht verjaagt, wat verjaagt dan de dag?'
Met deze filosofie omarm ik het ochtendgloren. Ik wrijf de slaap met mijn linkerhand weg en stil de wekker tastend met mijn rechter. Ik gooi de paarse lakens van mijn blanke huid en voel de koude houten pakketvloer onder mijn voeten. Ik loop langs de lange balkondeuren, de hoge witte gordijnen laat ik gesloten en ik vervolg mijn in een rode handdoek geklede weg door de suite.

Het is een ruime kamer, waar ik me in bevind. Ik tast de grote leren stoel met mijn vingers, glijdt er langzaam langs op en voel de avondkou nog in mijn vingertoppen. De nacht trekt hier maar langzaam weg, maar die verkoeling bevalt me wel. Het gevoel van iets nieuws. Ik denk nooit lang na over gisteren en richt mijn aandacht liever op vandaag en morgen.

De leren stoel voelt aanlokkelijk en ik laat mijn lichaam erin glijden. Even geniet ik van de kou tegen mijn warme spieren, de aanspanning die zich weer ontspant, daarna sta ik op en rek me uit voor een eerste maal. Mijn vingertoppen glijden langs mijn schouders en borstkas en even denk ik terug aan gisteren.

De deur links van de zithoek open ik en reikend naar de lichtknop glijdt het kleed van mijn lichaam.
Het licht gaat aan en ik knipper een paar keer met mijn ogen voordat de contouren van de douche zichtbaar worden. Het is een warme aanblik, de wit met bruine tinten. Een lelie op een houten tafeltje siert de linkerhoek en een grote ronde spiegel hangt boven de wasbakken.

De douche gaat aan, het water stroomt naar beneden en even stokt mijn adem. Ik strijk wat door mijn haren en langzaam kleurt het bruinrode donker. Ik draai mijn hoofd naar boven en voel de druppels water langs mijn kaaklijn verder afstromen. Mijn bovenbenen lijken te ontspannen wanneer ik ze teder masseer.

Ik stil de douche en geniet nog even van de laatste druppels op mijn schouders.
Dan open ik de cabine en raak bevangen door de wind die mijn welgevormde lichaam omarmt. Ik pak de rode handdoek van de grond en droog mijn lichaam ongemoeid. Dan sluit ik het raam naast het bad en loop naar de spiegel toe.

Mijn zachte gelaatstrekken, mijn amberkleurige ogen. Ik begin mezelf langzaam door andermans ogen te zien en vraag me af of mijn beeldenis nog steeds doorleeft in hun gedachten. Herinneringen aan ons, op zachte lakens.


_________________________________________________________________________________

'Parijs. De stad van zoveel dromen. Waar nachten langer lijken te duren en waar de dag slechts een voorspel is.' In deze stad bevind ik me nu. Ik verblijf in L'hôtel d'Avante,' een hotel ingericht naar de smaak van comfort en zijn al ouder wordende eigenaar monsieur d'Avante.

'Al twee eeuwen is het hotel een familiebedrijf en ik wil haar voor geen goud in de wereld ruilen.'
Een toegewijde man, dat zeker. Verder zegt hij niet veel. Ik neem het hem maar niet kwalijk.
Het is een zorgwekkende tijd voor hem, hoorde ik van een serveerster in de lobby. Hij heeft slechts een enkel kind en die wilt het hotel niet overnemen.

'Ik wil de wereld zien.'
De nog jonge bediende herhaalt zinnen uit de discussie die vader en zoon voerden in de lobby.
Ik lach vriendelijk mee, ook al bewonder ik de dromen en ambities van de jongen. Tenslotte had ik ze zelf ook, en nu nog steeds. Mijn weekendje Parijs is enkel een uitstapje .

'Bent u vaker in Parijs geweest, monsieur?'
Ik kijk op.
'U spreekt mooi Frans.'
'ja, twee keer. Ik ben geboren in Parijs, ziet u. Mijn moeder is een Française, mijn vader Nederlands.
U lijkt op haar'
De serveerster lacht wat vaag. Ze weet niet goed of dat een compliment was of dat ik haar net beledigde.
'En hoe oud is uw moeder, als ik dat vragen mag?'
Ik glimlach verontschuldigend.
'Pardon, ik doelde er niet op u te beledigen.'
De vrouw schudt haar hoofd. 'Pas problème.'
'De eerste keer dat ik Parijs bezocht, was tijdens mijn geboorte. Daarna is mijn moeder met mijn vader naar Nederland gegaan en ging ik mee. Ik ben tweetalig opgevoed, vandaar mijn Frans.'

Het is rustig in de lobby. De meeste toeristen zijn vorige maand gekomen, tijdens de zomervakantie. Nu zijn het vooral stelletjes en zakenlieden, die naar la ville de l'amour komen.
Het meisje haalt een stoffige doek over de tafel. Op een zilverkleurig naamkaartje staat 'Stephanie' geschreven. Ze wilt hier niet altijd werken, vertelt ze. Ze studeert nu medicijnen en volgend jaar begint  ze aan haar stage in een groot ziekenhuis ergens in de buitenwijken van Parijs.

'En uw tweede keer, de tweede keer dat u Parijs bezocht. Wanneer was dat?'
Ik glijdt mijn vingers over de net gepoetste tafel en merk dat Stephanie mijn vingers volgt.
'Mijn tweede keer was negen jaar geleden, op mijn twaalfde.' Verder spreek ik er maar niet over. Stephanie vraagt er nog naar, maar ik antwoord kortaf.

'Morgen vertrek ik naar Londen waar ik voorgesteld word aan een groot modellenbureau.'
Ik glimlach naar haar.
Ze bloost en wendt haar ogen af.
'Oui, vous êtes très beau,' zegt ze zachtjes.
'Waarom blijft u niet in Parijs. Wij hebben veel waar u voor kan werken: Dior, Yves Saint Laurent.
Ook modellenbureaus zijn er genoeg te vinden. Ik kan u de weg wijzen.'

Ik dank haar, maar wijs het toch af.
'Parijs is een bijzondere stad en ik zal haar vaker zien.'
Ik neem afscheid en beloof de volgende morgen nog wat te drinken, nader kennis te maken voordat ik vertrek. Dan sta ik op en loop het hotel uit, fluister haar naam.
'numéro soixante neuf.'


  ________________________________________________________________________________

Soms spijt het mij, dat ik relaties zo snel afkap.
Die met familie en pasgemaakte vrienden, die met vluchtige romances en met lang gezochte minnaars. Soms voel ik me zelfs schuldig, wanneer ik een volstrekte vreemde probeer weg te duwen.
Ik doe het niet bewust, ik probeer het zelfs te mijden. Het lijkt een automatische respons op de vraag naar contact. Alsof ik het niet toe wil laten, een diepere blik op mijzelf van een ander.

De straten rond het 'place du Tertre' zijn verlaten. Nog enkele verdwaalde kunstenaars lopen over de kleine stenen, wachtend op de grote drukte van morgen wanneer alle toeristen naar het plein gaan om hun gezichten te vereeuwigen in zelfportretten of karikaturen, die soms nog een beter beeld geven over de getekende persoon.

Een man vraagt me of hij mij mag schilderen.
'vereeuwigd in zwart en wit,' zegt hij, want dat is zijn specialiteit.
Ik ga zitten op het houten krukje en vraag hem naar een gezichtsuitdrukking.
'Gewoon jezelf zijn,' spreekt de man in gebrekkig Engels. Ik glimlach en probeer er verder niet bij na te denken. 'Van nadenken doet je hoofd zo pijn,' zei een vriend van me altijd. Een echt feestbeest, zoals hij zichzelf ook noemt. Hij studeert bedrijfskunde, het vierde jaar geloof ik. Een eeuwige student met bergen kleding, een magnetron en vele vrienden.

'Waarom heeft u voor zwart en wit gekozen, monsieur?'
De man kijkt op. Hij staart in mijn ogen, zet wat lijntjes op papier en geeft dan antwoord.
'Ik hou niet van kleuren, doen me denken aan mijn eerste vrouw.'   
Ik lach even en breng mijn gelaat weer terug, wanneer ik de irritaties van de man bemerk.
'Je hebt een mooi gezicht,' gromt de man.
Er vormen een paar rimpels rond zijn mond als hij begint te lachen, ook al blijf ik dat voor een illusie aanzien.

Ik hou niet van geklaag en getreur en probeer deze dan ook te mijden. Ik wissel van onderwerp, wanneer Elisa haar vreemdgaande vriend aankondigt en pak een bal, wanneer Eric een serieus gesprek met me wilt aangaan.

'Monsieur, je suis fini.'
De man draait het doek om en ik staar in mijn eigen gelige ogen. Ik glimlach en weet even geen woorden te vinden. Ik vind het moeilijk om met mezelf geconfronteerd te worden, ook al is het meestal een compliment.

'Een meesterwerk, nietwaar,' glimlacht de schilder.
Ik kijk nog eens naar het pasgemaakte portret.
Ik houd het wat verder weg. De geur van pasaangestoken sigaren is nog wat te sterk.

Op weg naar La chapelle des anges, een kleine kapel aan de grote boulevard, denk ik terug aan gister.
Het was de dag van mijn aankomst hier in Parijs. De trein vertrok pas later, in de middag, door een al vooraf aangekondigde vertraging. Bladeren op het treinspoor zorgden voor rijenlange drukte voor de informatiebalies.

'Waarom klagen mensen toch zoveel,' vroeg ik me af op dat moment. Naar ervaring kan ik vertellen dat je er niets mee bereikt en er ook nooit iets mee zal bereiken.
'Carpe diem,' pluk de dag heb ik gekozen als filosofie voor alles wat ik doe en het bevalt me prima.
Ook voor treinvertragingen, want vroeg opstaan is niet aan mij besteed, ook al charmeert de koude ochtendwind, de vochtige dauw, me als ze mijn huid streelt.


_________________________________________________________________________________

Chapelle des Anges was mijn plek van uitvlucht tijdens al die wanhopige familieaangelegenheden, die ik vrijwel altijd poogde te vermijden. Sinds mijn geboorte vertrekt mijn familie ieder jaar in december, wanneer de straten wit kleuren, naar de Franse hoofdstad om te genieten van het Parijse kerstfeest en de laatste door zwaar opgemaakte lippen vertelde geruchten, roddels en dergelijke schone schijn.

Er werd van mij geacht me niet te bemoeien met 'grote mensenzaken' en in plaats daarvan vermaak te vinden bij diens kroost. Gelukkig had ik ook weinig behoefte aan verhalen over oom Gregor's affaires en tante Mathilda's  nieuwste neus. Het nieuwe verstopperspelletje van mijn nichtje Anne gaf ik meer blijk van interesse.

Veelal trok ik op met de zoon van mijn moeders broer en zijn nieuwe vrouw. Thomas en ik speelden vrijwel elk spel samen en waren, als doorgewinterde partners, dikwijls winnaar van de kinderspelen, zoals de familie de kinderspelletjes noemde. Winnen betekende voor jou een snoepje en voor je ouders respect. Het was dan ook zaak de juiste partner voor je kind te vinden en hem of haar op een vriendelijke doch dwingende toon tot de overwinning te leiden.

Nu ik terugdenk aan die tijd, lopend langs de rivier de Seine, realiseer ik me hoe fijn onbevangenheid voelt. Geen zorgen over morgen, alleen denken aan vandaag en altijd op zoek naar iets leuks om te doen. We moeten houden van onze jeugd, hij duurt maar even. Tegenwoordig gaat ze zo snel voorbij. Kind zijn is geen ideaal meer. Kind zijn helpt je niet verder, later, aan een geslaagde toekomst. Die gedachte spreek ik tegen. Alsmaar zoekend naar beter vergeten we om te leven. Het leven leeft ons, maar wij leven haar niet. Een kind doet dit wel en dat spreekt mij zo aan.
Mijn kinderlijke zoektocht naar plezier heb ik nooit verloren, ook al speel ik nu geen verstoppertje meer maar andere spelletjes.

Ik vind het fascinerend, hoe mensen denken, wat ze aanzet tot bepaalde handelingen en hoezeer zij oppervlakkigheid voorop stelt. Het belang van uiterlijk vertoon zet ons aan tot activiteiten die wij doorgaans als 'fout' zouden bestempelen. Verzorging van jezelf is belangrijk. Ons uiterlijk voedt ons innerlijk, net zoals ons innerlijk ons uiterlijk voedt. Wie tevreden is met zijn spiegelbeeld, is beter opgewassen tegen de veroordelende aard van de mens. Tegelijkertijd leidt diezelfde voldoening veelal tot jammerlijke zelfzucht en tot weinig compassie voor een ander. het wordt tijd dat we ons realiseren dat we niet de enige zijn op deze wereld, dat zelfontplooiing belangrijk is, maar dat genegenheid tot een ander ook belangrijk is. Een waarde die men richting volwassenheid veelal verliest.

Eerlijkheidshalve beken ik dat ook ik voldoening vind, wanneer ik in de spiegel kijk. Diezelfde voldoening vind ik terug in de expressie van ieder die ik ontmoet. In hun woorden en mimiek. Ik zoek ernaar en uit ervaring herken ik de uitwerking van mijn voorkomen op een ander.
Het spel der verleiding is een spel dat ik langzaamaan bemeester en ik oefen haar ook graag uit. 
Ik stel het een eis om te beheersen voor beheerst te worden.


_________________________________________________________________________________

marcher dans des illusions
vers la réalité
tu erres lentement


het staat geschreven in de muren van een herenhuis ergens aan de grote boulevard. Het gaat over leugens die bij ons blijven, gevormd uit het verleden. We proberen er uit te komen, maar raken veelal verder verstrikt. 

Vorig jaar begon ik mijn studie Psychologie en op de eerste dag vroeg de conrector mijn afkomst. De man stond bekent om zijn Francofobische neigingen, dus vertelde ik hem dat ik Nederlands was. Vrij achterdochtig bleef hij me testen totdat mijn huis van leugens instortte. Ik vertelde hem de waarheid waarop hij begon te lachen:
'Geeft niet, mijn vrouw vertelde het ook pas na ons huwelijk.'


Ook al was die leugen vrij onschuldig, het laat wel zien hoe gemakkelijk wij een leugen boven de waarheid verkiezen. Op een eerste moment lijkt het een comfortabele uitweg, maar uiteindelijk blijkt het een vervelende  complicatie. Ik probeer de waarheid altijd voorop te stellen, ook al is dat soms moeilijk. Men kan immers niet van een ander verlangen dat zijn woorden waar zijn, wanneer zijn eigen woorden weinig spoor van eerlijkheid bevatten.

Nu ik kijk naar Gabriel op een marmeren steen, realiseer ik me dat de lijn tussen verzinsels en realiteit vervaagt. Slechts een enkele verandering creëert een engel, slechts een enkele gedachtespinsel creëert een nieuwe werkelijkheid.

Ik stel me de dagen na vandaag voor; op Londen landt het vliegtuig van morgen, waar ik een  afspraak heb met Elite Models.
'Great eyes, beautiful skin, nice bonestructure,' zo voorspelde Eric de reactie van morgen en als ik langzaam afdwaal naar dronken herinneringen, realiseer ik me dat ik loop in zoete illusies.

De lange boulevard heb ik afgelopen en een winkelstraat biedt nieuwe gedachten.
Een café op de hoek opent, een boutique in het late zonlicht sluit.  Een man en vrouw kiften over hun  eerste kind, een bejaarde herdenkt zijn vrouw bij de kapel.
Oud en nieuw, een cyclus die zich steeds weer herhaald. Het lijkt een jacht die elk van ons poogt te ontkomen, bang voor de jager op het einde of de schot ergens tussenin.

Soms stelt het mij gerust deze toekomst anders te zien. Het puur aanschouwen van dat wat zou kunnen zijn geniet vaak mijn voorkeur over herinneringen aan dat wat is gebeurd. Natuurlijk, Het leven heeft mij veel gegeven, vrienden zijn mij dierbaar en mijn familie is op zijn zachts gezegd amuserend.

Toch vind ik mijzelf terug op bezweten witte lakens onder de daken van een nieuw hotel.
Alleen sinds de vorige dag óf sinds de ochtend,
het maakt niet uit. Heerschappij over emoties biedt mij kracht; te heersen over een ander, terwijl die verder afdwaalt in lieflijke beminning.
De zon wekt, een vrijer sluimert, een zachte kus die fluistert: 'vaarwel, mijn engel.'