Weerwolven van Wakkerdam

Alleen voor de beheerders => Verhalen => Prullenbak => Verhalen van één persoon => Topic gestart door: Shaddow op 27 oktober 2009, 16:26:30

Poll
Vraag: Wat vind je van het verhaal?
Optie 1: Wow, echt geweldig :D stemmen: 3
Optie 2: Nja, het is wel goed, maar nou ook weer niet ZO goed ofzo. stemmen: 3
Optie 3: Ik heb slechtere verhalen gezien. stemmen: 0
Optie 4: Je hebt nog veel te leren. stemmen: 1
Optie 5: Waha het is echt ziekelijk slecht dat iemand zo slecht kan schrijven :') stemmen: 1
Titel: Levensverhaal Matthew Owen (en uiteindelijk ook Damien en meer).
Bericht door: Shaddow op 27 oktober 2009, 16:26:30
  De vroege jeugd van Matthew was op zich redelijk goed. Hij had aardige ouders, leerde al snel lopen en leek voorbestemd om een goed man te worden, verstandig ook. Alles veranderde toen, twee weken na zijn tiende verjaardag, zijn vader kwam met slecht nieuws: zijn oom was dood.. Matthew had zijn oom wel een paar keer gezien op bepaalde feestjes en vond hem wel aardig. Nieuwsgierig vroeg hij zijn vader hoe zijn oom om het leven gekomen was. Zijn vader slikte een keer diep, zoals zijn vader wel vaker deed als hij een leugen wou vertellen en vertelde dat Matthew’s oom zelfmoord had gepleegd. Matthew wist dat dit niet waar was, maar besloot niet verder te vragen. De volgende dag, toen Matthew thuis was, zat zijn vader, die normaal gesproken op het werk was, bedroefd op de bank. Toen Matthew vroeg wat er aan de hand was, bleek dat er nog twee ooms van Matthew gestorven waren. Toen zijn vader weer kwam met zelfmoord en Matthew weer zag dat hij loog, besloot hij toch niet verder te vragen. Hoewel hij jong was, en nieuwsgierig, besefte hij toen al dat er dingen waren die hij simpelweg niet wou weten. De dagen daarop gingen er nog meer familieleden van zijn vaderskant dood. Na een tijdje was er een paar maanden rust en werd zijn vader weer wat rustiger, maar een paar maanden daarop volgde weer een nieuwe reeks dode familieleden. Matthew bezocht alle begrafenissen en bewaarde alle krantenartikelen in een geheim gedeelte van zijn lade, zeker dat ze ooit eens van nut zouden komen. Toen heel zijn familie aan zijn vaders kant dood was, besloot hij de kranten artikelen te lezen. Het viel hem op dat veel van zijn familieleden vermoord waren, zelfmoord hadden gepleegd of een natuurlijke dood hadden die het gevolg kon zijn van een vergif. In theorie konden het dus allemaal moorden zijn, maar kleine Matthew dacht daar nog niet aan. Op een kwade nacht, een paar maanden voor zijn elfde verjaardag, werd Matthew wakker van gegil, het gegil van zijn moeder, een gil die hij nog lang zou nahoren in zijn dromen. Matthew stond op en keek voorzichtig door het sleutelgat van zijn deur naar de kamer van zijn ouders, die aan de andere kant van de gang was. Hij zag de deur wijd open staan en zijn moeder angstig op het bed. Matthew wist niet waarom hij het deed, maar hij rende terug naar zijn bed, zo stil als hij kon, en begon de dekens op te vouwen. Waarom snapte hij niet, maar hij begreep dat het eruit moest zien alsof er nooit iemand geslapen had. Toen hij bijna klaar was hoorde hij een geweerschot. Hij schoot onder zijn bed en lag er nog maar half onder toen hij nog een geweerschot hoorde. Binnen een paar tellen vloog zijn deur open en liepen twee mannen zijn kamer binnen. Ze keken vluchtig rond en Matthew was bang dat ze ook onder het bed zouden kijken. Toen ze bij het raam stonden, schoot hij naar voren toe, zo geruisloos als hij kon, onder het bed van zijn ouders. Hoe hij het voor elkaar gekregen wist hij het niet, maar de mannen leken niets te merken. De mannen praatten nog wat met elkaar, maar Matthew kon niet verstaan wat er gezegd werd. Toen de mannen weg waren, bleef Matthew nog bang even liggen, tot hij uiteindelijk in slaap viel.   
Die volgende dag wist Matthew heel even niet waar hij was. Hij rolde onder het bed vandaan, stond op en merkte dat hij onder het bed van zijn ouders lag. Zijn ouders leken nog te slapen, al viel het hem wel op dat ze wel heel erg stil lagen, hij zag zelfs hun buik niet meer op en neer gaan! In een flits herinnerde hij zich weer de vorige avond, die hij tot voor kort als een kwade droom had aangehouden. Terwijl hij daar over de lijken stond voorovergebogen, zich afvragend wat hij moest doen, opende zijn vader ineens zijn ogen. Of het een droom was of echt begreep Matthew niet, maar zijn vader leek zich in te spannen en pakte met zijn hand de hand van Matthew. De hand voelde koud aan, maar toch ook vertrouwd. De mond van zijn vader opende langzaam en zijn vader begon met een zachte, duidelijke stem te spreken.
“Luister Matthew, wat ik nu zeg is heel belangrijk. Ik had verwacht dat ook jij dood zou zijn, maar gelukkig leef je nog. Beneden in de kelder is een kluis. Op de muur zit ergens een geheime knop om er te komen, ik verwacht dat je er niet veel moeite mee hebt en onze tijd is kort. Je hebt een cijfercombinatie nodig om er in te komen. De cijfercombinatie is: “6288439” In de kluis zal je alles vinden wat je nodig hebt. Mijn tijd is bijna op, alles wat ik je nog kan zeggen is dat we heel erg van je hielden en dit ook altijd zullen blijven doen. Het spijt me.” Met die woorden werd het eventjes zwart voor Matthew’s ogen en toen lag zijn vader ineens op het bed, dood. Matthew besloot naar de kelder te lopen, om te kijken wat hij kon doen. Eenmaal in de kelder keek hij goed rond. Waar zat die geheime knop waar zijn vader het over had? Matthew sloot zijn ogen en concentreerde zich op zijn omgeving. Na een tijdje leek het wel alsof hij een zachte piep hoorde. Hij draaide zijn hoofd in de richting waarvan het geluid kwam en opende zijn ogen. Langzaam liep hij op het geluid af, wat uit de muur leek te komen. Hij keek nog eens goed naar de muur en zag dat een steen er net iets anders uitzag als de andere stenen, alsof hij er net iets later was ingezet. Hij drukte met zijn hand op de steen en plots schoof de muur open. Achter de muur bevond zich een soort kluisdeur. Matthew aarzelde een moment en liep daarna naar de kluisdeur toe. Hij sloot zijn ogen en probeerde zich te concentreren op wat zijn vader zei. “6…2…8…8…4…3…9…” weerklonk het in zijn hoofd en bij elk getal draaide hij blindelings aan het wiel. Na dat hij klaar was en hij zijn ogen open deed hoorde hij een zacht klikje en ging de deur langzaam, naar binnen toe, open. Voor zijn ogen verscheen een kamer, veel groter dan hij had gedacht (hij dacht dat de kamer hooguit 2 bij 3 was, hij schatte de kamer nu op 4 bij 6), met helemaal achterin de kamer een grote tv aan de muur en daaronder een soort computer/bureau, waarop een enveloppe lag. Matthew liep voorzichtig naar de enveloppe toe en zag dat zijn naam erop stond, gezien het handschrift (het waren grote, sierlijke letters) geschreven door zijn vader. Hij pakte de enveloppe op en merkte dat er een dvd in zat. Matthew keek naar de tv en zag dat er een dvd-ingang aan de zijkant van de tv was. Hij stak de tv erin, nam een paar stappen terug en keek naar de tv, waar een aftelling begon (zoals je ook wel bij die oudere films ziet of van die educatieve films). Het viel Matthew op dat de film eventjes bleef haperen bij de zeven,iets langer bij de vijf, korter dan 5 maar langer dan 7 bij de 3 en bijna onmerkbaar bij de 1. Na de aftelling verschenen zijn ouders op het beeldscherm. Ze zwegen even, keken elkaar aan, knikte kort en zijn vader nam het woord.

“Beste Matthew. Wat er allemaal net gebeurt is, is waarschijnlijk een grote schok voor je geweest. Voordat we verder gaan, sluit even de deur achter je. Naast de deur zit een rode knop, als je die intoetst komt er een beveiligingspaneel naar voren. Je hebt 3 kansen. Het spijt ons dat het zo moet, maar jij bent de enige die de code weet.” Zijn vader knipoogde kort en wees richting de deur. Matthew liep voorzichtig naar de deur en drukte op de rode knop. Een stukje van de muur schoof weg en een cijferpaneel werd zichtbaar. Matthew sloot zijn ogen en dacht na. Waarschijnlijk had deze code te maken met de vorige. In zijn hoofd ging hij wat mogelijkheden na, toen hij ineens op een idee kwam. Hij pakte zijn mobiele telefoon en keek naar het toetsenbord. Ineens begreep hij de code: het was zijn naam in cijfers! De 6 stond voor de m, de 2 voor de a, de 8 voor de t, de 4 voor de h, de 3 voor de e en de 9 voor de w. Hij bedacht dat ook deze code met hem te maken had en toetste zijn geboorte jaar in. Even leek het alsof de deur dichtging, maar toen hoorde hij een piepje en gebeurde er niets. Matthew toetste dit keer zijn verjaardag in, maar ook dit gaf een piepje. Vertwijfeld sloot hij zijn ogen en concentreerde hij zich. In een flits zag hij het openingsfilmpje weer voor zich en herinnerde hij zich dat het filmpje soms even haperde. Hij opende zijn ogen en toetste de cijfercombinatie (1375) in en de deur sloot. Hij liep weer terug naar zijn vader, die trots naar hem keek. “Goed zo! Je moeder dacht al dat het te moeilijk voor je was, maar ik wist wel dat het je zou lukken” zei hij voldaan, blij. Hij kuchte kort en zijn gezicht werd weer serieuzer. “Zoals je misschien al had bedacht, is mijn familie niet gestorven aan hartaanvallen of zelfmoordpogingen. Ieder, stuk voor stuk, is vermoord door een organisatie, dezelfde organisatie die ook ons vermoord heeft. Waarschijnlijk wil je ons nu wreken op degene die ons vermoord heeft. We houden je niet tegen, maar het wordt tijd dat je de waarheid over ons kent.” Hij slikte heel eventjes, maar Matthew wist dat het dit keer niet was om te liegen.
“Zoals je misschien al ooit vermoed hebt werken ik en je moeder niet bij de bank. Ik en je moeder waren huurmoordenaars. Toen jij geboren was, wouden we eruit stappen, jou een kans geven om te leven. Helaas is dat in het verkeerde keelgat geschoten bij onze werkgever, waardoor we moesten vluchten. Het is ons lang gelukt om buiten het oog te komen, maar een paar jaar geleden veranderde alles. Ze begonnen met het ondervragen van familieleden naar onze verblijfplaats. Toen die niets wouden zeggen, maakten ze die af. Heel mijn familie is zo afgemoord, in de hoop onze verblijfplaats te vinden. Ik weet niet hoe en wat, maar uiteindelijk hebben ze ons dus gevonden. Echter, we hadden dit allang zien aankomen en daarom hebben we deze kamer dus ook gebouwd. Het beeldscherm waar je nu naar kijkt is aangesloten op een computer, waarop alle informatie die we in de loop der tijden hebben verzameld opstaat. Sommige mensen zullen miljarden euro’s betalen voor wat er op deze computer staat, maar meer dan dat kunnen we je er dan ook niet over vertellen. Maar uiteraard is zoveel waardevolle informatie op 1 plek gevaarlijk. Daarom hebben we 1 chip eruit gehaald en deze aan een heel speciaal persoon gegeven. Matthew, we willen je graag voorstellen aan Damien Owen, je broer.” Een foto van een jongen van ongeveer 14 jaar oud die veel op Matthew leek vervulde het scherm. Matthew nam de foto goed in zich op en toen de foto na ongeveer een minuut van het scherm verdween, had hij de foto al goed in zijn geheugen geprint. Matthews vader verscheen weer en keek op het scherm op zijn horloge. Geschrokken, bang en duidelijk veel sneller vervolgde hij zijn verhaal. “Vind hem en bekijk de data die op de computer is. Kijk wat je ermee kan doen. Hoewel we Damien volledig verborgen kunnen hebben gehouden voor de rest van de wereld, kunnen we dat met jou niet. We weten niet waar Damien is en zelfs niet of hij nog leeft. Aan de muur liggen verschillende soorten wapens en een koffertje. In het koffertje zit een creditcard en een pinpas voor een rekening met al ons geld. Dit is wat we jou achterlaten. Dit huis zal niet veel meer waard zijn en zal dus worden verlaten, er zullen ook anderen inkomen. Zometeen verschijnt er een rode knop. Links hebben we al wat rugzakken voor je geplaatst. Kleed je om, druk op de knop en ontsnap voor het verder gaat. We hebben een geheim huis voor je ergens anders op deze map, eveneens ondergronds. Vanaf daar is een doorgang naar het riool. Het spijt ons dat het zo moet, maar vanaf nu moet je in de schaduwen leven. Probeer je gezicht zoveel mogelijk te veranderen, doe wat je wilt, maar ga verder. Succes.”

Matthew liep naar links toe en pakte de spullen. Het was een licht zwart pak, maar het voelde goed aan, niet te warm, maar ook niet te koud. Vlug trok Matthew de uitrusting (die bestond uit een rugtas met wat chocoladerepen, wat zelfgemaakte mueslirepen (zijn ouders noemden het “Owen-repen”, omdat het geheim al lang in de familie huisde) en wat droge kleren, een riem met werpmessen, twee heel, heel mooie Wakizashi’s (een soort katana’s maar dan korter) en een muts. Matthew voelde dat het pak perfect aansloot op zijn bewegingen, waardoor hij een stuk leniger was dan in normale kleding. Hij drukte op de knop en rende door de gangen heen. Achter hem hoorde hij wat gerommel en toen hij voor een laatste keer achterom keek zag hij dat de deur waar hij via binnen was gekomen in de grond was verdwenen. Matthew rende verder door de gangen en al snel kwam hij bij een soort ondergronds appartement aan. Hoewel het relatief klein was en gelijkvloers, was het van alle gemakken (waaronder een full-hd tv) voorzien. Uitgeput van de dag en de snelle rit die hij maakte zocht hij het bed op en ging slapen.

De dagen die daarop volgden zat Matthew soms beneden, maar ook trok hij soms naar boven in normale kleding om buiten te spelen. Al snel ontwikkelde hij een passie voor klimmen en klauteren, waar hij al snel goed in werd. Op zijn twaalfde maakte hij een blaaspijp van een paar pvc-buizen, waarna hij op daken klom met een paar kiezelsteentjes en voorbijgangers beschoot. Ook hier werd hij al snel beter in en het was op zijn dertiende toen hij ipv kiezelsteentjes slaappillen ging gebruiken. Hij schoot op de markt een slaappil in de mond van een verkoper als het rustig (of juist druk) was, rende er vervolgens heen, stal iets en verdween in de schaduwen. Ook hier werd hij al snel beter in. Langzamerhand besloot Matthew dat het niet altijd zo zou kunnen doorgaan en besloot gitaar te leren spelen. Hij kocht al snel een akoestische gitaar en begon er op te leren spelen. Op zijn veertiende besloot hij nog een stap verder te gaan. Hij kocht met de pinpas wat onderdelen en begon lang genoeg te rommelen tot hij zijn eigen sniper rifle gemaakt had. Hij had de sniper rifle zo gemaakt dat er naast kogels ook slaappillen en kiezelsteentjes in konden, omdat hij iemand vermoorden toch nog iets te ver ging gaan. Ook paste zijn sniper zo in zijn gitaar, dat hij terwijl de sniper erin zat nog gitaar kon spelen ook. Met zijn sniper lukte het hem om ook van grotere afstanden slaappillen in iemands mond te schieten, iets wat nu meer een hobby was dan een behoefte. Hij was vijftien toen hij voor het eerst benaderd werd door iemand, een jongen van ongeveer 18 jaar oud. Hij verhaalde over een politieagent die zijn ouders had doodgeschoten en er nog mee wegkwam ook. Matthew had te doen met de jongen en besloot de jongen te helpen. Hij benadrukte dat het even kon duren en begon met voorbereidingen. Een maand later was het zo ver, hij wist het adres van de agent, zijn schema en had de omgeving rondgekeken naar goede gebouwen. Hij was gestuit op een flatgebouw, wiens brandtrap uitmondde op een aantal steegjes. Matthew klom via de brandtrap op naar het gebouw en wachtte geduldig af tot de politieagent langskwam en schoot hem door het hoofd, op precies dezelfde plek waar ook Matthew’s ouders geraakt werden. Langzaam maar zeker kreeg Matthew steeds meer klussen, waardoor hij steeds beter werd in het opgaan in zijn omgeving, het zien van schuilplaatsen en het wegkomen uit benarde situaties. Een paar keer was het aangekomen tot achtervolgingen, maar Matthew was uit zichzelf al sneller en leniger dan de meesten en bovendien had hij ook een pak dat erg licht was. Nu hij zestien was, was hij bekend als een van de jongste Mayfield City en tevens een van de besten. Matthew was snel, discreet en had maar een regel: de dood moest een goede reden hebben. In de hele geschiedenis had maar een iemand die regel gebroken en die was er slecht vanaf gekomen. Waar Matthew over het algemeen zijn sniper gebruikte (met zelfgemaakte kogels die het traceren onmogelijk maakten),  gebruikte hij voor deze man zijn Wakizashi’s. 42 messteken sierden het lichaam van de in Matthew’s ogen verrader, elk geplaatst op een plek waar ze veel schade aanrichtten  maar niet dodelijk waren. Veel mensen speculeerden over de reden van deze excessieve moord. Sommigen vertelden dat Matthew simpelweg verraders haatte, anderen vertelden dat hij Matthew de pleegvader liet vermoorden van de jongen die hij als allereerst geholpen had. Matthew zelf praatte nooit over deze moord, waardoor er ook zijn die zeggen dat Matthew de moord nooit gepleegd had.

Titel: Re: Levensverhaal Matthew Owen (en uiteindelijk ook Damien en meer).
Bericht door: Shaddow op 29 oktober 2009, 15:58:41
--- inleiding---
Dit is het verhaal van spel 54, in mijn ogen het mooiste spel waar ik ooit aan hem mogen meedoen. Ik wil graag opmerken dat dit niet alleen mijn posts zijn, maar vooral ook die van Bastian (en 1 van LL en een deel van de eindpost, geschreven door Dixie.) Ik heb Bastian en AvA in dit spel verraden door over te stappen naar de wolven, iets waar ik eigenlijk nog steeds spijt van heb. Annywayz, het verhaal was echt ontzettend mooi imho en ik raad dan ook iedereen aan het verhaal sowiesow te lezen. Als je aan 54B hebt meegedaan kan je dit ook overslaan, omdat dit gedeelte twee posts gaat beslaan :P
--- einde inleiding---

Matthew kon zich nog goed herinneren hoe het allemaal begon. Het leek een dag als alle andere...
--- Spel 54 ---

Langzaam opende Matthew zijn ogen en keek opzij naar de wekker en zag dat het 9 uur was, tijd om op te staan. Hij kwam zijn bed uit, liep naar de keuken toe, plaatste een pizzabroodje in de oven en zette zijn xbox aan. Toen hij net een tijdje Mirror's Edge gespeeld had hoorde hij een piep, zijn broodje was klaar. Matthew liep, enigzins gefrustreerd omdat hij net zo lekker in het spel zat, naar de keuken toe, pakte zijn broodje en liep al etend terug om verder te spelen. Nadat hij een level had uitgespeeld en hij zijn derde broodje op had, deed hij de console uit en liep naar de badkamer, om te douchen. Toen hij zich aangekleed had liep hij naar de keukenkastjes, gooide hij wat chocoladerepen in zijn broekzakken en liep hij naar zijn gitaartas toe. Het was een mooie gitaartas, al was het eigenlijk meer een koffer dan een tas. Het was van hard materiaal gemaakt, zodat als hij eens zou vallen terwijl hij over de daken rende, de tas niet zou indeuken en zijn gitaar kon beschadigen, of erger, de sniper laten afgaan die in zijn gitaar verborgen zat. Matthew deed zijn gitaartas om, zorgde ervoor dat hij niet kon afvallen, keek nog een keer rond en liep toen zijn ondergrondse ruimte uit. Hij kwam, zoals gewoonlijk, uit in het riool. Matthew liep altijd door het riool en kende dus al veel gangen uit het hoofd. Toch probeerde hij elke ochtend een andere route te lopen, enkele honderden meters van zijn appartement af, om dan wat rond te zwerven en die avond weer terug te keren. Deze ochtend had Matthew net een kleine 10 minuten gerend toen hij een uitgang zag. Hij klom uit het riool en kwam in een klein parkje terecht, dat uitmonde op een winkelstraat. Matthew keek om zich heen en vond dat het tijd was voor zijn andere hobby, freerunnen. Hij rende het parkje uit, een steegje in en gebruikte de containers die daar stonden om op het dak te komen. Eenmaal op het dak keek hij nog eens rond. hij rende nog wat verder over de daken om uiteindelijk op een dak boven een klein pleintje uit te komen, in een drukbevolkte winkelstraat. Hij sprong weer naar beneden op een paar containers en liep naar een bankje toe. Daar pakte hij zijn gitaar uit zijn tas en begon hij rustig wat muziek te spelen op zijn gitaar.

Toen hij even aan het spelen was, zag hij een jongen drugs geven. Bij wijze van grap liep hij naar de jongen toe. "Zozo, veel geld, kleintje! Wat leuk dat je dat aan mij wil geven!", zei Matthew, enigzins spottend, maar de jongen leek niet te merken dat het om een grap ging. "Ja, mooi niet. Ik ben echt niet zo schijterig als ik eruit zie." Voor Matthew goed en wel doorhad wat er gebeurde schoot de voet van de jongen uit, naar zijn hoofd. Matthew probeerde het te ontwijken, maar hij was te laat, de voet zat bij zijn hoofd. De jongen draaide zich om en liep naar huis. Matthew had zin om een mes in zijn rug te gooien, maar besefte dat de jongen niet begreep dat het een grap was. Vloekend pakte hij een chocoladereep op. Toen de jongen iets verder weg was, draaide hij zich om en liep hij weer naar hem toe. "Lukt het?" vroeg de jongen. "Vast." snauwde Matthew, nog steeds een beetje chagarijnig omdat de jongen hem had getrapt. De jongen keek naar zijn gitaartas. "Mooie gitaar trouwens, wat zit erin?" Matthew keek de jongen wat vreemd aan. "Eten." zei hij enigzins sarcastisch, maar de jongen leek het nog te geloven ook. "Ik ben Matthew Owen trouwens, en jij?"
"Ik ben Bastian Larouge."
"Sorry van net trouwens, het was een grapje. Chocoladereep?" Matthew pakte een chocoladereep uit zijn zak en hield hem voor het hoofd van Bastian. Die pakte hem aan, nam een hap en keek enigzins schuldig naar hem toe. "Ook sorry voor die trap, het was meer een reflex."
"Snap ik. Maar pas de volgende keer wel wat beter op, je hebt geluk dat ik me kon inhouden." Matthew trok zijn t-shirt een beetje op en liet zijn messen en wakizashi's zien."
De jongen leek te schrikken van de messen, maar deed veel moeite om het te verbergen.
"Kan je zingen?" vroeg Matthew opeens, terwijl hij naar het bankje toe liep en zijn gitaar weer pakte.
"Zingen?", zei Bastian. "Ik kan het wel een beetje, denk ik. Maar ik heb er niet al te veel verstand van." Hij schrok een klein beetje, omdat Matthew zomaar ineens iets vriendelijk vroeg. "Ken je veel liedjes?", vroeg Matthew. "Nee,", zei Bastian, "maar vroeger op school zeiden ze dat ik er heel goed in was." Toen Matthew vroeg of hij iets wilde zingen, keek Bastian een beetje verlegen naar Matthew. "Euhm, eh... Oké."
Matthew begon een rustig deuntje te spelen, en Bastian begon te zingen. Ongeveer 4 liedjes later zei Bastian; "Maar Matthew, ik moet weer naar huis." Even was het stil. "Hedge Avenue, 44." verbrak basstian de stilte "Mocht je nog eens willen langskomen. Ik hoop je nog te zien Matthew!" met die woorden was bastian vertrokken. Wat Matthew eerst voor een stugge jongen hield snelde nu ineens richting een afvalbak, zette zich af en greep met een snelle greep een dakgoot. In één zwaai waren zijn beide benen en holde hij richting huis. "Verrekt", zei matthew zachtjes, meer tegen zichzelf dan tegen zijn omgeving, "Hij is een freerunner. Eindelijk." Hij keek vlug om zich heen. en zag een lantaarnpaal, zijn favoriet. Hij snelde naar de lantaarnpaal toe, sprong omhoog, klom vlug naar boven en begon te slingeren. Met een zwaai was hij op het dak, een vlugge rol en hij kon gaan. Hij rende  vooruit, goed oplettend op zijn omgeving. De jongen was snel, maar Matthew was sneller. Hij was altijd sneller als het erop aankwam, dat was een van zijn specialiteiten. Na een heftige sprint rende hij naast hem. "Oh, hoi Bastian," zei hij nonchalant, proberend niet te hijgen," Ik zie dat je ook aan freerunnen doet. Zin in een wedstrijdje?" hij pakte vlug een Owenreep uit zijn broekzak, een reep wiens recept al lang van vader tot zoon doorging. Uiteindelijk zou Matthew het ook aan zijn zoon leren, zo wist hij. Maar dan moest hij eerst een vrouw vinden die niet vermoord werd zodra ze erachter kwamen wie hij was. Hij probeerde er niet teveel aan te denken en at de reep vlug op. Ineens stroomde de energie weer in zijn lichaam. Hij gaf er ook een aan Bastian en toen die hem ook ophad, kon de wedstrijd beginnen. Ze holden iets verder tot het einde van een dak, sprongen zo over een autoweg en kwamen terrecht aan het begin van een nieuw dak. Ze spraken af naar Bastian's huis toe te rennen. Bastian vertrok direct, maar Matthew nam eerst de tijd om de omgeving af te speuren. Bastian was al uit zijn zicht verdwenen toen zijn oog viel op een paar winkeltjes, met zonnenschermen. Matthew dacht even na, nam een uitloop en sprong. De zonnenschermen konden met moeite zijn gewicht dragen, maar het was een stuk sneller. Hij snelde vooruit, maar naar een paar meter was de winkelstraat afgelopen. Matthew keek rond en zag dat de daken hier te hoog waren. Verderop was een steegje, maar dan moest hij een drukbevolkte weg over. Matthew aarzelde keek rond en zag dat er een tram aankwam. Dit was zijn kans, besefte hij, en hij dook richting de tram. De aanloop die hij nam was net iets te kort en hij kon zich nog maar net vastpakken aan een grepel. Aan een hand bungelde hij aan de tram, rondkijkend voor een oplossing. Toen zag hij dat er een auto de tram over enkele seconden zou passeren. "Nee, matthew, NEE!" sprak een stem in zijn hoofd, maar zijn instinct was sneller. Hij liet zich vallen en viel plat op de auto. De bestuurder moet een grote schok gevoeld hebben, want de auto zwenkte naar links. Matthew zette zich vlug af en kon zich in zijn vlucht nog maar net navigeren richting een lantaarnpaal. hij zwaaide even rond de lantaarnpaal en klom toen razendsnel omhoog, om weer het dak op te springen. Toen hij eenmaal op het dak achter zich keek zag hij Bastian verward een paar meter achter hem lopen. Hij grijnsde en rende weer verder, vooruit. Zo liep hij een eindje en hij was al bijna bij het huis van Bastian. Bastian kwam echter al veel dichterbij en als hij zou doorlopen, zou hij niet snel genoeg zijn. Vlug keek Matthew om zich heen. Zijn oog viel op een houten mast die op een dak stond. Als die omver zou vallen, zou hij de weg overbruggen en naar Bastian's huis leiden. Matthew aarzelde even, pakte een van zijn wakizashi's en hakte op de mast in. De mast was nog niet omgevallen of Matthew schoot al omhoog. Zo schoot hij vooruit terwijl de mast viel in de richting waar hij heen wou. Toen de mast gevallen was, bungelde Matthew daar, vijftig meter boven het wegdek. Hij keek vooruit en zag een raam van een hotel. Ach, hij zou toch al weg zijn voor ze de schade ontdekten. hij zwengelde een beetje richting het raam en sprong er doorheen. Gelukkig voor hem was de kamer leeg en stond de deur nog open. De deur ging langzaam dicht en Matthew versnelde. Hij stormde net langs de deur door de nooduitgang het dak op. Hij rende weer verder en zijn oog viel op zijn doel, de woonwijk en daarnaast, jawel, een lantaarnpaal. Matthew gebruikte zijn snelheid en zette zich af, richting de lantaarnpaal. Hij zwaaide een keer kort om zijn beweging voort te zetten in een andere richting en lanceerde zichzelf zo richting een andere lantaarnpaal. Zo ging het even verder en kwam hij steeds lager, tot hij na drie lantaarnpalen op de grond was, in de Hedge Avenue. Hij rende wat verder door de straat, vlug kijkend op de huisnummers. Hij kwam net de hoek om toen hij Bastian met een triomfantelijke grijns voor een huis zag staan.
"Hoe deed je DAT!?" zei Matthew verbaast, uitgeput. "ach wat maakt het uit, ik ben te moe. Ik spreek je later nog wel, ik ga heel even een middagdutje doen. Misschien laat ik je nog wel eens mijn huis zien. Oh en, als je ooit mijn hulp nodig hebt, Bel dit nummer. Matthew pakte een papiertje en schreef een nummer op. Zeg eerst waar je bent en dan pas wat er aan de hand is, ok?" Bastian knikte. Voor hij verder nog wat kon zeggen verdween Matthew weer, om iets verder een riool in te gaan. Na een klein uurtje was hij weer thuis. Vermoeid liet hij zichzelf zakken op zijn bed.

Matthew schrok wakker en keek vlug om zich heen. Hij zag dat hij onder een bed lag en in de verte hoorde nog de pistoolschoten en het gegil dat overal in zijn droom weerklonk. Hij voelde zich bang, alleen en bovenal mistte hij zijn ouders, meer dan hij in de vorige vier jaar gedaan had. Hij besloot het huis van zijn ouders nog eens op te zoeken, simpelweg om te kijken waar zijn ouders stierven, te voelen hoe het bed voelde. Matthew pakte een rugzak (niet eens zijn gitaartas, er zat wel wat eten in), trekt vlug wat kleding aan en liep bijna de deur uit toen hij besefte dat hij zijn riem met wakizashi's en werpmessen niet bij zich had. Hij had het van zijn ouders geërfd en als er een ding was waar hij meer aan hechte dan aan zijn leven, vrijheid of zijn gitaar, waren het wel zijn wakizashi's. Hij liep zijn deur uit en keek naar buiten, het was nog donker, de zon was nog niet helemaal op. In de aantal jaren dat Matthew elke nacht ging freerunnen had Matthew een goed nachtzicht ontwikkeld, en om heel eerlijk te zijn vond hij het s'nachts ook fijner dan overdag. Hij liep op een lantaarnpaal af, zette zich schrap en klom omhoog. Vanaf daar sprong hij op een dak en begon hij met rennen. Een paar keer moest hij nog van dak over dak springen, maar het ging allemaal redelijk rustig. Matthew was net bij zijn straat aangekomen toen hij wat langzamer ging lopen. Hij stationeerde zichzelf tegenover zijn oude kamer en pakte een verrekijker uit zijn rugzak. Hij kon vanaf hier recht in zijn oude slaapkamer kijken en zelfs door naar het bed waar zijn ouders sliepen. Nu sliepen er twee andere, vreemde mensen. De andere kamer, waar hij vroeger sliep, was leeg. Matthew keek erheen en voelde zich verdrietig worden. Even lag hij daar en schoten tranen over zijn gezicht. Toen hoorde hij ergens, een paar meter verderop, een vogel wegvliegen. Matthew had als sniper geleerd om te horen wanneer er iemand aankwam en hij was vrij zeker dat dit dit keer het geval was. In een reflex stond hij op en begon hij met rennen. Hij wierp een blik achter hem en zag een man, fors, waarschijnlijk in de 30 of zoiets, die hem achtervolgde. Matthew rende, zo hard als hij kon, weg van de man. De man was snel, heel snel zelfs, maar Matthew kon hem nog net voorblijven. Vlug dacht hij na. Dit moesten de mannen zijn die zijn ouders vermoord hadden. Hij kon wegrennen, in het riool zou hij ze zeker kwijt raken, maar dan wisten ze waar ze moesten zoeken. Hij kon hem proberen te vermoorden, maar de man zag er sterk uit en Matthew moest het meestal hebben van het feit dat hij iemand al dood had voor ze snapten wat er aan de hand was. hij keek nog eens achter hem en zag dat de man wat in zijn zakken aan het rommelen was. Matthew deed alsof hij ging springen naar het volgende dak, maar zette zich schrap. Hij keek nog een keer achterom, sprong, liet zich halverwege vallen in het steegje, maakte een rol en rende weg. De schijnbeweging had nauwelijks effect, de man volgde hem ook en liep nu achter hem. Hetgeen dat hij uit zijn zak gepakt had bleek een mobiel te zijn en zo te horen was hij nu aan de telefoon. "Je had gelijk, ze hadden nog een zoon. Hij ging terug naar het huis van zijn ouders. Ik achtervolg hem nu, stuur versterking!"
Matthew snapte dat het te laat was. Hij was doodsbang, maar besefte dat er maar een manier was. Hij moest weg, hulp halen. Maar wie kon hem helpen? Hij concentreerde zich, sloot zijn ogen en stormde vooruit. Afgaande op het geluid dat langs hem zoefde kon hij voorwerpen net op tijd ontwijken. Na een paar voorwerpen opende hij zijn ogen weer en keek achterom. De man was verder weg, buiten hoor afstand. De man mocht dan wel atletisch zijn, echt lenig bleek hij niet. Matthew pakte zijn mobiel en scrollde door de nummers. Bastian, Bastian... Ah hier. Hij belde Bastian. Een toon, twee tonen, het leek een eeuwigheid te duren. Hij stormde nog wat vooruit en hoorde een slaperige stem aan de andere kant van de telefoon. "Bastian, ik ben bang, ik heb je hulp nodig. Ik wordt achtervolgd, het is een lang verhaal maar ik leg het later wel eens uit. Pak elk wapen wat je kan vinden daar en kom naar mij toe, alsjeblieft." Matthew keek vlug om zich heen en zag een straatbordje. "Ik loop nu bij de 5th Avenue, richting het markplein. Hij heeft om versterking gevraagd, alsje" Een pistoolschot weerklonk en mistte Matthew nog maar net. Van de schrik liet hij zijn mobiel vallen en trapte hij erover heen. De mobiel was kapot en de pistoolschot was het laatste dat Bastian gehoord had...

---post van Bastian (volledig gekopieerd---
"Nee... Nee... Dit kan niet..." Bas hijgde van angste en woede. Hij pakte z'n werpmessen en handbeschermers. "Ze hebben dus pistolen." Bastian sprong uit z'n raam, en sprintte naar het marktplein. Hij zag 3 schimmen wegrennen. Ze hadden dezelfde kleren aan. Hij kon nog net zien dat eentje een katana had, de andere iets ronds en kleins en laatste had een stok. Het moest voor Matthew zijn. Hij sprintte ze achterna, Daar zag hij 2 anderen rennen. Eentje moest Matthew zijn. Waarschijnlijk de voorste. Hij richtte, en smeet pijlsnel een mes in de borst van de achtervolger.
Hij zag Matthew omkijken. Hij rende naar het gebouw. Hij zach Matthew over zich heen springen. Opeens waren ze omsingeld. "Bastian, je bent er!" Riep Matthew opgewonden, maar bang. "Eerst meneer Shuriken, antwoordde Bastian."
Bastian en Matthew renden op de man met de Shurikens af. Hij gooide er eentje. recht in Bastians arm. Maar hij liet niks merken, en gaf de shurikengooier aan de linkerkant van zijn hoofd een trap, terwijl Matthew een trap tegen de rechterkant van zijn hoofd gaf. De man viel bewusteloos. Toen kwam de man met de katana op Bastian af, en zwiepte er snel, maar log mee door de lucht. "Hier kom je niet snel vanaf." De man met de stok rende op Matthew af. Een vurig duel tussen de mannen en de jongens vond plaats. Bastian zag Matthew opzij rennen, en hij zag hem de shurikens van de bewusteloze man pakken. Op hetzelfde moment werd hij tegen zijn arm geslagen met de stok. Hij  kermde even van de pijn, maar smeet  toen snel een shuriken in het been van de man met de stok. Ondertussen sneed de katana door de lucht. Bastian pakte de arm van de katanavechter vast, duwde hem met al zijn kracht naar beneden, en boog de katana met zijn knie. Da katana was onbruikbaar, dus ging de katanavechter op karate over.
Matthew was intussen bezig met de man met de stok. Bastian zag hem de stok vasthouden, maar hij moest op zijn eigen gevecht letten. Hij maakte een draaisprong en gaf de katanaloze krijger een trap op zijn borst. Hij wankelde even, maar pakte zijn evenwicht terug. De man haalde uit met zijn voet. 3 Trappen. Een in zijn maag, een op zijn borst, en de laatste tegen zijn hoofd. Bastian viel om, maar sprong behendig overeind.  Toen zag hij de man met de stok maar Matthew slaan. Matthew had het net niet op tijd door, en zou geraakt zijn. In een fractie van een seconde sprong Bastian voor Matthew die zijn hoofd bedekte. De stok kwam tegen zijn hoofd. Hij hoorde Matthew nog schreeuwen. Toen viel Bastian roerloos op de grond. 
--- eind post bastian ---
Matthew voelde zich woedend worden. In een flits schoot hij vooruit, alles werd wazig voor zijn ogen. Hij zag een stok op zich afvliegen, misschien raakte hij hem zelfs, maar hij merkte het niet. In een flits pakte hij zijn Wakizashi's en haalde uit. Hij voelde nauwelijks waar zijn slagen raakten, maar dat hoefde ook niet Razendsnel bewogen zijn Wakizashi's. Hij had zelfs een paar keer zichzelf geraakt, maar hij voelde het niet. Pijn deed hem niks meer, hij kon alleen nog maar aanvallen. Hij kon zich nauwelijks beheersen om niet nog tientallen messteken aan te brengen op het lijk dat er nu lag. Hij haalde diep adem en graaide in zijn zakken naar een reep chocola. Een vlugge hap was voldoende om zijn gezicht een beetje te herstellen. De man met de katana had niet meer dan dit nodig en stormde op hem af. Matthew werd bang, heel bang. hij probeerde op te staan, weg te rollen, iets. maar het was te laat. De man met de katana haalde uit, maar stopte toen de katana net boven zijn hoofd was. Matthew keek beter en zag een arm om zijn nek."Bastian?" vroeg hij zwak. "Alles komt goed Matthew. Alles komt goed." zei een onbekende stem en hij hoorde een nek breken, waarna alles zwart werd voor zijn ogen.
Titel: Re: Levensverhaal Matthew Owen (en uiteindelijk ook Damien en meer).
Bericht door: Shaddow op 29 oktober 2009, 15:59:07

-post LL-
Opeens hoorde Delaila een geschreeuw. "Pff," zuchtte ze "vast weer een stelletje vechtende kroegenlui." Alhoewel... hier zat geen kroeg al te dicht in de buurt. Ze versnelde haar pas. In het steegje bij het marktplein werd zekerweten gevochten, ze verdween in de schaduwen "Eens kijken wat daar precies aan de hand is" mompelde ze.

Ze sloop dichterbij en vanuit de schaduw zag ze twee jongens vechten, ze kende ze wel, dat waren die freerunners die een bandje waren gestart, hoe heten ze ook alweer, oh jah, Bastian en Matthew. Ze had ze een tijdje gevolgd, maar had niks speciaals aan hun ontdekt. De twee jongens waren zo te zien in het nauw gedreven, hey wacht, die ene, was dat niet de gozer die zn ouders was verloren, dan zouden dit wel eens de boosdoeners kunnen zijn. En zo te zien hadden die boosdoeners niet het lef om zoiets in een een tegen een gevecht op te lossen maar kwamen ze laf met een meerderheid. En als er iets was waar Delaila niet van hield, was dat laf.. De jongens zagen eruit alsof ze wel wat hulp konden gebruiken, dus ze sprinte naar voren. Met een paar stappen stond ze middenin het tafreel, net optijd om de man met de kromme katana tegen te houden. "Bastian?" vroeg de belaagde jongen zwakjes. "Alles komt goed, Matthew, alles komt goed", zei ze en met een vlugge beweging had ze de nek van de man omgedraaid.

Gelukkig had ze haar motor in de buurt staan, want die jongens moesten hier weg en snel ook. Ze sprinte weg naar haar motor en was evenlater weer terug, wat een mazzel dat ze haar zijspan er nog niet afgehaald had na dat klusje van laatst. Ze gooide de twee jongens in de zijspan en nam ze mee naar haar huis. Daar legde ze de jongens op de bank. Een van de jongens deed verwonderd zijn ogen open "Waar ben ik en wie ben jij?" vroeg hij....

Delaila antwoorde niet maar liep naar de keuken om een glas drinken in te schenken voor de jongen, zodat hij een beetje op verhaal kon komen. Pas toen ze de keuken uit liep zag ze dat iemand door haar raam naar binnen stond te gluren, snel rende ze de deur uit en kon nog net Lesli herkennen. Wat had die hier nou weer te zoeken?
-- eind post LL--
Langzaam werd alles weer helder. Matthew keek recht in een gezicht, maar het was nog te wazig om te zien wie. "Waar ben ik? Wie ben jij?" vroeg hij, maar er kwam geen antwoord. In plaats daarvan liep de persoon weg, om even later terug te komen met een glas water. "Bedankt." zei Matthew en hij dronk het glas in 1 keer leeg. Langzaam begon zijn gezichtsveld weer te herstellen en hij herkende Delaila. "Delaila? Wat doe jij hier? Waar zijn we? Waar is Bastian?" Langzaam begon Matthew's geheugen weer terug te komen. Eerst in flarden en toen steeds meer details. Hij was naar het huis van zijn ouders gegaan, maar het was een val. Hij had Bastian in gevaar gebracht. Als hij nou nog maar leefde... "Bastian ligt daar, in de logeerkamer. We zijn nu in mijn huis, jullie waren bewusteloos. Ik heb jullie meegenomen in de zijspan."
"Bedankt. Je... Je hebt mijn leven gered."
"Graag gedaan."
"Als je het niet erg vind, ga ik weer. Even freerunnen ofzo, of gitaar spelen, even bijkomen. Hey, als je het leuk vind, zou je dan misschien in de band van mij, Bastian en Daisuke willen komen? Dan hebben we ook een vrouwlijk bandlid" zei Mathew, hopend dat ze meeging. Zonder een antwoord af te wachten liep hij de logeerkamer in, pakte Bastian op en liep naar buiten toe. Hij keek nog een keer dankbaar naar Delaila, en rende de deur uit. Hij ging iets verderop weer het riool in, naar zijn huis. Eenmaal thuis aangekomen maakte hij een pizza warm en keek hij op zijn computer en zag dat er een nieuw bericht was binnengekomen. Nieuwsgierig bekeek Matthew de email. Waar de meeste mensen die zijn hulp nodig hadden een subtielere manier verkozen, zoals briefjes op bepaalde plekken met zijn doel en de reden, was deze mail direct afkomstig van iemand die zijn hulp nodig had.


Beste Matthew,

Morgen heb ik een deal op het dak van het hotel. Ik vertrouw de mensen met wie ik de deal doe echter niet, en wil daarom jouw hulp hebben. Positioneer je zelf op een dak tegenover het hotel, zodat je ze allemaal kan zien. Na een tijdje zal een van hun waarschijnlijk een geweer pakken. Zorg ervoor dat je hem elk moment kan neerschieten. Als hij zich omdraait of probeert te schieten, haal de trekker over. Zorg ervoor dat wij nog leven en kom dan naar ons toe, dan kunnen we verder bespreken. De reden dat ik je wil spreken betreft een huurmoord. Hoewel ik niet voldoe aan je regel denk ik toch dat ik je iets kan betalen dat het meer dan goed maakt. Als je nieuwsgierig bent naar wat ik te bieden heb, de deal is om 00:00.



Matthew keek naar de mail. De afzender kende hij nog wel, het was een van zijn eerdere opdrachtgevers. Hij was te vertrouwen zo wist hij. Maar wie waren die infiltranten nou? Wat nou als zij er ook van wisten? Matthew dacht na. Delaila kon geen infiltrant zijn, net als Bastian, want dan hadden ze hem wel laten omkomen tijdens de achtervolging. Daisuke verdacht hij ook niet echt. Die twee homo-hoeren, die waren duidelijk veels te dom om een infiltrant te zijn. Die waren toch alleen maar bezig met hun gore vrijspelletjes en mensen die dat deden konden nooit slim genoeg zijn om iemand te vermoorden. En die Romeox dan? Die Romeox, dat was een loverboy. Hij handelde in meisjes, bracht ze naar de protistutie tegen hun wil in. Of hij nou een infiltrant was of niet, wat hij deed was slecht. Matthew had besloten, zijn stem ging naar Romeox. Maar of dat ook de infiltrant was, Matthew wist het niet. Een piep weerklonk en de geur van pizza vervulde de ruimte. Toen de pizza op was, zette Matthew zijn versterker aan en begon hij met gitaarspelen. Tijdens het gitaarspelen dacht hij na, over waar hij zal gaan zitten. De man had iets goeds te bieden, want niemand zou het wagen om hem te verraden. Één iemand had dat geprobeerd en de waarschuwing die hij aan de rest had gegeven was duidelijk geweest. Hij was geen koelbloedige moordenaar, maar als er iets was wat hij niet kon uitstaan waren het wel verraders.

--- post Bastian ---
Bastian kwam langzaam bij, in een bed in een bekende plek. Hij wilde recht overeind gaan zitten, maar het lukte niet. Hij was nog te duizelig. "Waar ben ik? Wat... Wat..." Hij hoorde iemand opstaan. "Misschien is hij wakker.", zei een vriendelijke, bekende stem bij zichzelf uit de woonkamer. Bastian dacht na. "Hebben die mensen me gevangen? Ik zit niet eens vastgebonden.. En de deur is vast dicht. Waar is Matthew? Ik wil naar huis!" een kleine traan rolde over zijn wangen. Hij probeerde uit bed te klimmen, maar hij was nog te zwak en te duizelig. Hij viel naast zijn bed met een doffe klap. Toen ging de deur open, en daar stond Matthew. "Gaat het een beetje?"
--- einde post bastian ---

"Gaat het een beetje?" Matthew keek bezorgd naar Bastian. Hij moest over een paar uur naar het hotel toe, maar Bastian kon onmogelijk terug naar zijn huis. Hij wou Bastian hier liever niet laten, maar hij had geen ander keus. Enfin, als Bastian hier nog wat langer wou leven, had hij een wapen nodig.
"Bastian, ik wil je iets laten zien. Nogmaals, alles wat je hier ziet moet tussen deze muren blijven. Ik kan je vertellen waarom, maar dan kan je nooit meer terug naar je normale leventje. Niet dat je dat nu al kan. Weet je zeker dat je het wilt weten?"
Bastian knikte lichtjes. Matthew vertelde het liever niet aan Bastian, liever had hij hem zijn eigen leven laten leiden. Hij had hem nooit mogen bellen, het was bijna de dood van hun beide geworden. Het waren momenten als deze die Matthew eraan herinnerde waarom hij niemand mocht liefhebben, niemand mocht vertrouwen. Maar het was te moeilijk voor hem, vertrouwen was zo makkelijk. Maar het was al te laat. Bastian had het recht om te weten waar hij in beland was. Matthew liep naar de kast toe. Hij maakte een paar vlugge bewegingen die nog het meest leken op een of ander vaag dansje, en schoof de kast opzij. Achter de kast was een stuk muur weggeschoven, net groot genoeg om er doorheen te kruipen. Matthew gebaarde Bastian mee te komen en vervolgde zijn weg door de geheime gang, naar de kamer waar het allemaal begon, de kamer waar hij zijn ouders voor het laatst zag op die video. Al lopend begon Matthew met uitleggen. "Het is nu alweer 6 jaar geleden en nog voelt het alsof het allemaal een slechte droom is. Of ik morgen gewoon wakker wordt en het gezicht van mijn ouders weer zie. Maar ik wordt niet wakker. Dit is geen droom. Bastian, mijn ouders zijn vermoord. De reden dat ze vermoord waren, was omdat ze uit de criminaliteit wouden stappen. Mijn ouders, Bastian, waren huurmoordenaars. Toen ik geboren werd, stapten ze uit de organisatie. Ze vluchtten, ze bouwden een nieuw bestaan op en wouden het verleden achter hun laten. Maar het verleden wou niet hun achterlaten en even voor mijn elfde verjaardag sloeg het verleden met brute kracht terug. Ik ben ternauwernood ontsnapt aan de dood die dag. Bastian, ik ben een huurmoordenaar." Bastian keek geschrokken Matthew aan. Matthew dacht dat al veel mensen wisten van zijn bestaan, maar Bastian blijkbaar niet. "Rustig. Ik heb zo mijn regels. Ik vermoord alleen mensen die het verdienen te sterven. Maar vannacht niet. Iemand heeft me verteld mij een offer te kunnen doen die mij die regel laat vergeten. De laatste die dat zei en het niet kon volbrengen, heeft mij 1 uur gesmeekt om te sterven." Matthew zweeg en liep door, naar de kamer toe. Hij gaf Bastian een korte rondleiding en liep naar de kast toe waar de wapens in lagen. "Hier liggen de wapens." hij haalde een keer diep adem en opende de kast. De kast was klein, maar hing vol met wapens en munitie. Het was allemaal speciaal gericht op 1 persoon, zo merkte Matthew. Op hem. Matthew liep, zonder wat te zeggen, terug. pas toen hij bij de deur stond draaide hij zich om. "Zometeen doe ik de ruimte op slot. Hierdoor kan er niemand in of uit. Jij ook niet. Geen zorg, ik kom terug. Ik wil gewoon niet dat je sterft, laat staan dat je sterft en deze locatie doorverteld. In de kamer staan wat gameconsoles, in de vriezer liggen wat pizza's. Uiteraard kan je mijn bed ook gebruiken. Maak het jezelf gemakkelijk. Alleen probeer niet mijn computer te hacken. Er staat een game-account op, gebruik dat maar. Ik ben over een paar uur terug, hooguit een paar dagen. Sorry." Matthew liep verder, zonder acht te slaan op enige opmerkingen die Bastian kon hebben. Die man had lef om hem zijn regel te laten verbreken. Niemand had zoveel lef als hij hem niets te bieden had. Matthew herlaadde zijn sniper rifle, zorgde voor genoeg eten en nam een diepe hap lucht. Het was tijd.

Na een paar uur was hij gestationeerd op het flatgebouw tegenover het hotel. Vanaf hier had hij genoeg zicht op het hotel en een snelle vluchtroute. Een ghillie suite lag over zijn lichaam heen, om hem te beschermen tegen de kou en tegen de ogen van de vijand. Toen hij net lekker lag kwamen ze, op het dak. De eerste man liep nerveus voorop, een iets jongere man volgde hem en daarop volgde 4 mannen, allemaal uitziend alsof ze van een criminele organisatie waren. Matthew nam een paar seconden om de leider van de vier te herkennen en liet zijn vizier op diens hoofd rusten. Er was een discussie gaande en op een bepaald moment pakte de leider zijn geweer en zijn teamgenoten volgden hem. Matthew schoot, mikte, schoot, mikte, schoot, mikte en schoot. Alle vier waren dood en de oudere en jongere man stonden nog overeind. De oudere man zwaaide met zijn armen, gebaarde hem te komen. Matthew ruimde zijn sniper op in zijn gitaar en rende naar het hotel toe.

"Matthew, is het niet?" vroeg de oudere man.
"Zou kunnen. Met wie heb ik het genoegen?" vroeg Matthew cynisch.
"McGregor. James McGregor en mijn zoon, James Jr. McGregor. Ik heb je ingehuurd, voor een reden. Ik heb informatie die je denk ik maar als te graag wilt weten."
"Vertel." Matthew keek aandachtig naar de man, zijn hand gereed om, als het nodig was, een werpmes in diens nek te gooien.
"De informatie gaat over je broer, Damien Owen. Ik weet waar hij is en beter dan dat, ik kan je aan hem voorstellen. Maar dan moet je eerst iemand voor me vermoorden. Ik heb al talloze moordenaars geprobeerd, maar zelfs je broer is het niet gelukt. Hij vertelde mij over jou. Hij vertelde mij dat hij, als jij goed genoeg was om mijn doel te vermoorden, je zal ontmoeten."
"Wie moet er dood?"
De oude man glimlachte. "Dus je gaat akkoord?"
"Hangt er vanaf. Wie moet er dood?"
"Johnny."
"Johnny?" Matthew schrok. Die naam had hij niet meer gehoord sinds zijn basisschool.
"Johnny. Je kent hem toch wel, je hebt met hem op de basisschool gezeten heb ik begrepen. Net voor je wegging. Hij zat in groep 8, heeft je nog gepest, jij zat toen in groep 4."
"Hij is verdwenen toen hij van de basisschool af is. Hoe weet je of hij hier is?"
"Oh hij is hier. Zijn daden zijn duidelijk merkbaar."
"hmm. Ik kijk wat ik kan doen. Heb je enige aanwijzingen?"
"Aanwijzingen? Ik dacht dat je goed was?" De oude man keek hem verward aan.
"Ach, met een duw in de goede richting gaat het altijd sneller."
"Hmm. De laatste keer dat we hem zagen sprak hij met de politie over iemand, misschien ken je hem. Iets van Niels, Niels Diepstraat. Meer weet ik niet."

Matthew rende weg, naar zijn hol, naar Bastian. Even dacht hij dat hij gevolgd werd, maar al snel rende hij verder. Was het echt zo? Hield zijn broer hem in de gaten? Toen hij zeker was dat niemand hem zag rende hij door het riool naar zijn schuilplaats toe. Hij liet alles weer opengaan en liep naar binnen. Van binnenuit hoorde hij een gil, van Bastian waarschijnlijk.

--- post Bastian ---
Bastian dacht na. "Waarom zou Matthew me opsluiten?" Hij was net het eerste level van Mirror's Edge aan het spelen. "Waarom? Ik vertel toch niks door? Ik wil gewoon verdergaan met m'n leven." Mirror's edge werd op pauze gezet, en Bastian liep naar de kast met wapens. Het waren stuk voor stuk prachtige dingen. Maar Bastian oog viel alleen op de 2 ongeveer een halve meter lange iets gekromde zwaarden. Op een of andere manier hield hij niet van zo'n 'sneu' wapen als een geweer. Hij wilde het zelf doen, en niet met een knopje, een pin of een trekker. Toen hij de kast dicht deed, viel hem een kaartje op. ' Chris Riminal 'Stond erop. "Hmm, komt me bekend voor. Maar die naam is een beetje raar. Die zou verzonnen kunnen zijn." De vriezer werd opengerukt, en er werd een diepvriestonijnpizza uit getrokken. Hij zette hem in de oven en ging weer verder op Mirror's Edge. Een kwartiertje later ging de oven af. Bastian was gelukkig net klaar met het level, waar hij eerst even op had geoefend.
Hij liep naar de oven, zocht in de la eronder naar een ovenwant. De ovenwant werd aangedaan, en hij pakte de ovenschaal met de gloeiend hete tonijnpizza.
Alleen zag Bastian niet dat er een gat in de ovenwant zat. Hij gilde even van de pijn en schrok van de ovenschaal die op de grond kletterde, samen met de pizza.
--- einde post bastian ---
Matthew stormde erop af. Bastian keek geschrokken achterom en Matthew zag dat de pizza gevallen was. "Darn man, ik dacht dat je dood ging"  zei hij glimlachend. "Ik laat je hier weg, je kan beter terug naar huis. Maar ik wil je eerst iets meegeven." Matthew liep naar achter, naar zijn kledingkast en haalde er een zwart pak uit. "Dit pak voelt aan als een tweede huid en bedekt alles. En het is kogelvrij. Doe dit onder je kleding aan en mocht er ooit iets gebeuren, mocht je ooit worden neergeschoten, denk er dan om dat je doet alsof je dood bent." Bastian nam het dankbaar aan en liep weg, het riool uit. Matthew was blij, heel blij. Nu hoeftte hij zich tenminste geen zorgen meer te maken over Bastian. Hij liep verder, peinzend. Er ging nog iemand dood, dat was duidelijk. Maar wie? Matthew besloot toch maar op Chris Riminal te stemmen. Hij hoopte maar dat hij de goede keuze maakte...

--- post Bastian ---
Bastian trok het kogelvrije pak meteen aan, met daarover zijn eigen kleren. Het was gewoon net zo licht als normale kleren, en het zat ook niet warm. Wat een geluk dat hij nog kon freerunnen. Hij deed de deur in het riool achter zich dicht, keek even opzij, en wandelde naar het dichtstbijzijnde putdeksel. Hij voelde opeens zijn mobieltje trillen, nu hij weer verbinding had. Gelukkig maar, drie klusjes. "Straks was ik nog volgespamd!", Dacht Bastian bij zichzelf. Hij was nog te moe om te freerunnen, dus wandelde hij op z'n gemak naar huis. Het was intussen al rond zessen. "Die 3 klanten doe ik morgen wel. Ik ga even schoonmaken en dan pitten." Toen hij zijn huis binnenkwam, en de koelkast opendeed, zag hij dat de ham beschimmeld was. De ham werd de groene container ingesmeten, en er werd een groot glas chocolademelk ingeschonken. In twee grote teugen dronk Bastian het glas leeg. Hij pakte wat schoonmaakmiddel uit de bijkeuken, en begon de koelkast te schrobben. Tja, hij was 4 dagen niet thuisgeweest. Dan zit al snel de hele koelkast vol. Twee uur later was Bastians huis blinkend schoon. Hij liep de trap op naar de badkamer, poetste zijn tanden, en zette de douche aan. Het kletterende en warme water stroomde over Bastian heen. Heerlijk was het. Hij waste even zijn haar, waarna hij de douche uitzette, en zich afdroogde. Bastian sprong op zijn bed, keek even naar buiten. Als hij goed had gekeken, waren hem de twee schimmen aan de overkant van de straat opgevallen. Maar hij wierp slechts een snelle blik op de straat. Had hij dat maar niet gedaan.

Bastian lag in zijn bed. Hij had een onheilspellend voorgevoel. "Ik heb het idee dat er iets gaat gebeuren. Ik ga niet slapen, dat lukt niet." En zo trok Bastian zijn sportbroek aan, pakte twee blikjes red bull uit de koelkast, en dronk er ééntje leeg. Zijn werpmessen werden in de riem gestoken.
"Als ik Matthew niet had ontmoet, was hij dood geweest. Maar straks pakken ze mij nog eens." Bastian sloeg de voordeur achter zich dicht, en begon te rennen. Met een sierlijke sprong liep hij tegen een muur op, waarna hij eraf sprong met een salto. Opeens zag hij twee schimmen wegschieten. "Niet op letten, dat zijn gewoon honden.", dacht Bastian bij zichzelf. Hij stak even de straat over waarna hij een steegje insprintte. Tussen de muren sprong hij omhoog. Nadat Bastian het gebouw op was, van ongeveer 30 meter, keek hij naar de horizon. De zon was verdwenen. Er hing alleen nog een zachte paarsroze gloed om de plek waar de zon zou moeten zijn.
Eigenlijk zag het er best onheilspellend uit. Alsof er iets vreselijks zou gebeuren.
--- einde post bastian ---

--- deel post dixie (eindpost) ---
Tevreden liep Steve even later het gebouw uit. Hoewel hij normaal alleen wat kleine diefstalletjes deed, kleine banken beroofde, had de opdracht van Antonio ook wel aardig geleken. Zijn vraag had vantevoren totaal niet logisch geleken, maar toen Steve de waarheid achter de situatie ontdekt had had het overlopen naar de kant van de infiltranten heel wat leuker geleken. Nu was hij op zoek naar Bastian. Al snel vond hij de jongen. Vergezeld door Matthew, die razendsnelle deuntjes speelde op zijn gitaar, zat hij op een muurtje iets verwijderd van het bruisende stadscentrum. "Bastian!" Riep Steve, en voor Bastian zich ook maar omgedraaid had boorde een mes zich in zijn been. Schreeuwend viel hij op de grond. Matthew stond langzaam op en keek hoe zijn vriend lag te kronkelen op de grond. "Matthew, vermoord die kerel, help me dan!" Piepte Bastian. "Sorry, man," mompelde Matthew, waarna hij zich bukte en een setje handboeien om de polsen van Bastian klikte. "Dan had je maar voor de goede kant moeten kiezen."
Nadat Matthew Bastian naar het politiebureau vergezelde liep Steve verder, deze keer op weg naar Daisuke.
--- einde deel post dixie (eindpost) ---
--- einde spel 54 ---
Titel: Re: Levensverhaal Matthew Owen (en uiteindelijk ook Damien en meer).
Bericht door: Shaddow op 29 oktober 2009, 15:59:18
De deal was simpel geweest, of athans, zo had het geklonken. Matthew zocht zijn broer, en de enige die wist waar hij was had hem gevraagd om Johnny te vermoorden. Net toen hij weg was gelopen, had hij de politie gezien. De politie vertelde hem dat hij moest wachten, dat ze hem konden helpen. De locatie van Johnny, in ruil voor Bastian en Daisuke. Matthew had even onderhandeld, geprobeerd om Bastian en Daisuke vrij te krijgen, en uiteindelijk hadden ze een deal. Matthew hielp de politie aan hun man, en uiteindelijk was het zover, hij moest Bastian inrekenen. Het deed Matthew pijn aan zijn hart, maar het was niet anders. Hij moest zijn broer vinden, zijn broer had misschien meer informatie over wat er gebeurde. Zijn broer zal het antwoord weten. De politieagent glimlachte, en gaf Matthew een papiertje. Het adres.

Het was een eindje rennen over de daken, maar hij was er. Hij liet zich zakken op het dak, haalde zijn sniper uit zijn gitaar, gooide een doek om hem heen zodat hij minder opviel en zoomde in. Na even zoeken zag hij hem, Johnny. Hij was net bezig met aan tafel gaan, en Matthew had zijn vizier al op zijn hoofd gericht. Toen viel zijn oog op iets anders, de deur van de kamer ging open, en twee kleine kinderen sprongen vrolijk tegen hun vader op. Een traan verliet Matthews oog, toen hij door het moment terugdacht aan zijn eigen ouders, aan zijn eigen vader. Hij had Johnny in zijn vizier, maar toch kon hij het niet, wou hij het niet. Hij voelde een warme hand op zijn schouder. “Je bent geen moordenaar broertje. Je hoeft dit niet te doen. Verschrikt keek Matthew op, en keek recht in het gezicht van zijn broer. “kom, laten we gaan.” Damien hielp hem opstaan, en samen liepen ze via de brandtrap weer naar beneden. “Onze auto staat hier vlakbij geparkeerd.” Zei hij, terwijl hij naar een zwarte auto toeliep. Damien liep om en nam plaats bij de bestuurdersstoel. Toen hij eenmaal zat, gebaarde Matthew in te stappen. “Kom, we gaan naar mijn huis toe. Er is iemand aan wie ik je wil voorstellen.” “Alleen, waarom nu? Waarom wou je dat ik naar Johnny toe ging? Moest hij niet dood? Ik dacht dat je me zou ontmoeten als hij dood was, althans, dat zei mcGregor” Damien stond plots strak op de rem en stond nog maar net stil voor een voetpad waar een oud dametje overstak. “Wacht, zei je daar McGregor?” “Ja, hij zei dat je me zou ontmoeten als Johnny had vermoord.” Damien vloekte. “Die McGregor ook. Altijd weer wat met hem.” “Huh?” “Hij vroeg mij om Johnny te vermoorden, en ik zei nee. Ik vermoord geen mensen zoals hem, vaders, met kinderen. Dat is gruwelijk. Bovendien is Johnny niet zo gevaarlijk meer, hij is veranderd.” “Als Johnny veranderd is, waarom wil McGregor hem dan dood?” “Ik weet het niet, dat vraag ik me ook steeds af… Maar goed, we zijn er.” Damien stopte de auto voor een rijtjeshuis, stapte uit en wachtte op Matthew, die volgde.

Damien belde aan en een jongen van Matthew’s leeftijd deed open. “Tom, dit is Matthew. Matthew, dit is Tom, een vriend.” “Hoi Matthew” zei Tom, en met zijn drieën liepen ze naar binnen. “Goed, nu we hier met zijn allen zitten, lijkt het me handig om wat dingen te bespreken. Matthew, we moeten hier weg. We kwamen hier eigenlijk alleen om je te halen. Maar voor we weggaan, denk ik dat er nog zaken zijn die we hier moeten afronden. Om te beginnen met je vriend, Bastian.” “Ik heb de politie gehackt. Hij zit nu in de overhoorcel, maar niet lang meer; morgen wordt hij overgeplaatst. Het moet vanavond gebeuren. Kom mee.” Tom stond op en liep de gang op. Matthew keek om zich heen, en merkte dat er naast de voordeur nog een deur in de gang zat. Tom liep naar de deur toe, en opende hem. Achter de deur was een kleine bezemkast. “Kom.” Damien liep de gangkast in en keek verwachtingsvol naar Matthew. Toen Matthew de kastdeur achter zich dichtgedaan had, drukte Tom op een knopje en kwam de bezemkast plotseling in beweging. Een paar seconde later opende de deur weer en stonden ze in een kleine ruimte, van ongeveer 24 bij 16 vierkante meter, met daarin een gigantische computer en wat ander apparaten. Tom liep naar de computer toe, tikte wat dingen in en keek naar het scherm, waar een plattegrond verscheen. “Hier is Bastian.” Tom tikte nog wat dingen in en er verscheen een rood poppetje in een ruimte ergens rechtsboven. “En hier is de vooringang, waar Jullie binnenkomen.” Hij tikte nog wat dingen in en een streepje rechtsonder werd blauw. Goed, ik heb mijn software laten kijken hoe de politieagenten hun ronde doen.” Tom tikte weer wat in, en er verschenen vier gele poppetjes op het scherm, met wat stippellijntjes. “Goed, omstreeks elf uur zijn er nog maar 2 politieagenten”, Tom tikte weer wat toetsen in en dit keer verdwenen twee van de vier gele poppetjes, “dus dat lijkt me het beste tijdstip om toe te slaan. Zijn spullen zijn overigens hier.” Weer wat getik en dit keer lichtte een kamer vlakbij de ingang rood op. “Als jullie het kunnen doen zonder sporen achter te laten, graag.” “We hebben nog een uur. Ik stel voor dat we onze spullen pakken, en gaan.” “Mee eens.” Matthew volgde Damien naar een ruimte achterin, waar de twee zich klaarmaakten.
Titel: Re: Levensverhaal Matthew Owen (en uiteindelijk ook Damien en meer).
Bericht door: Shaddow op 21 november 2009, 12:34:08
"Goed, zeg maar als jullie klaar zijn, dan veroorzaak ik een stroomstoring. Jullie hebben 2 minuten, dat is wel genoeg, toch?" de stem van Tom kwam nauwelijks boven de wind uit.
"Het is genoeg, bedankt. Damien?" Matthew keek zijn broer vragend aan. Damien knikte "Klaar. GO!"

Even flikkerde de straatlamp en daarna viel de hele stroom in de straat uit. Damien snelde naar voren, stak een klein ijzeren draadje in het slot, spitste zijn oren en binnen een paar seconden was de deur open. Matthew zag het en rende voor uit. "Goed, als jij de spullen zoekt en daarna naar mij toe komt, dan ga ik bastian redden." Beiden trokken hun bivakmuts nog een keer goed en Matthew sprintte rechtdoor. De hal was niet lang en het duurde dan ook maar enkele seconden eer Matthew voor Bastians's cel stond. "Tom, ik sta voor de cel. Kan je hem opendoen denk je?" "Sure, gimme a sec." er klonk wat zacht getik door het oortje en de deur vloog open. Bastian keek verschrikt op. "Wie ben jij? Wat doe je hier?" Matthew keek even vertwijfeld rond of er geen camera's in de buurt waren en trok zijn bivakmuts af. "ik ben het, matthew. We zijn gekomen om je te redden." Matthew kon nog maar net op tijd de vuist van Bastian ontwijken, die richting zijn hoofd vloog. "VERRADER!" riep hij, en maakte nog een vuist klaar om te slaan. "Bastian stil man, straks horen de bewakers je nog!" weer een vuist vloog door de lucht en raakte deze keer Matthew's schouder. "Bastian, stop! We hebben hier geen tijd voor!" Matthew ontweek nog een vuist die op zijn hoofd gericht werd. "Je hebt me verraden! Waarom?" De stem van Bastian klonk nu zachter. Even stond Matthew vertwijfeld stil. Bastian maakte van het moment gebruik om Matthew naar beneden te duwen. Even leek hij zich in te spannen, en zijn vuist schoot naar beneden. Precies op dat moment hoorde Matthew in de doodse stilte een zacht plopje. Bastian opende zijn mond en wou blijkbaar schreeuwen, en Matthew zag een pil in Bastian's mond vliegen. De vuist van Bastian leek slapper te worden en Bastian viel achterover. Verschrokken keek Matthew opzij, rrecht in het gezicht van zijn broer, die een wapen in zijn hand rondslingerde. "Ik heb zijn spullen, kom, we gaan." Zei hij, en hij hielp Matthew omhoog. "Tom, zorg dat de auto klaar staat wil je, we komen naar buiten." Matthew en Damien tilde samen Bastian omhoog en namen hem mee naar de uitgang. "Bedankt." Zei Matthew, toen ze bij de deur waren aangekomen. Damien knikte. Met gierende banden stopte een auto voor het politiebureau en stapte Tom uit. Hij snelde op Matthew en Damien af, hielp hun Bastian op de achterbank neer te leggen. Damien klom achter het stuur, Matthew ging bij Bastian zitten en Tom zat naast Damien, met zijn laptop op zijn schoot. "Goed... Die deur kan nu wel dicht..." hij tikte wat op zijn toetsenbord, "En de elektriciteit kan ook wel weer aan." Na nog wat getik op het toetsenbord gingen alle lichten weer aan. "Goed, we kunnen." Zei Damien, en hij reed richting hun huis.