En hallo, mensen.
Dit verhaal gaat over Thomas Vos, en verhaal over een jonge tovenaar die ik op een andere site schrijf. Veel leesplezier!
1. Thomas ijsbeerde door zijn kamer. Hij verveelde zich, en hij wist niets te doen. Hij liep naar zijn bureau toe, en ging zitten. Hij dacht na over vorig schooljaar.
Na vijf uur naderden ze perron 9 3/4. Het zag er druk uit. De trein begon langzamer te rijden, en Thomas, die zijn schoolgewaad nog aan had, zag zijn ouders vrolijk zwaaien. Thomas zwaaide terug. De trein stopte haast, en Thomas, Marcus en Denise pakten hun koffers. De deden de deur open, en verlieten samen met een massa leerlingen de trein. De ouders van Thomas kwamen er direct aanhollen.
'Welkom terug Thomas!' zei z'n moeder, en voordat Thomas iets kon zeggen omhelsde ze hem al.
'Ook fijn om jou te zien, mam,' zei Thomas toen zijn moeder hem los liet.
'Dit zijn Marcus en Denise'
Zijn ouders richtten zich om Marcus en Denise. Ze gaven Marcus en Denise een hand. Op een duur kwamen ook de ouders van Marcus en Denise eraan. Ze waren een vrolijk stel. Na vijf minuten namen ze afscheid van elkaar, en liepen hun ouders gezamenlijk vooraan. Thomas, Marcus en Denise liepen achteraan.
'We zien elkaar snel weer. Beloof je dat je ons uilen stuurt?' vroeg Denise bezorgt. Thomas knikte. Toen ze bij het hek waren namen ze afscheid van elkaar.
Ze zouden elkaar spoedig weerzien. Hij drukte zijn zwarte computer aan, en wachtte tot hij was opgestart. Hij was al een jaar niet meer achter de computer geweest, en besloot weer op msn te gaan. Toen hij was opgestart klikte hij msn aan, en logde zich in. Meteen werd hij aangesproken.
Kevin zegt:
Ben je weer eens online, Thomas?
Thomasjuh zegt:
Ook hallo.
Kevin zegt:
Hallo. Hoe gaat het?
Thomasjuh zegt:
Redelijk. Met jou?
Kevin zegt:
Goed hoor. Trouwens, waar was je het hele jaar? Ik heb je nog nooit op school gezien.
Thomasjuh zegt:
Ik moest opeens naar een andere school. Dom he?
Kevin zegt:
Ja, natuurlijk! Nu moest ik naast Dirk Soda zitten. Echt een ravage!
Thomasjuh zegt:
Is die zo erg dan?
Kevin zegt:
Ja.
Thomasjuh zegt:
Vandaar. Trouwens, ik ga. Ik moet eten. Doei
Hij klikte msn weg, en ging op het internet. Vijf minuten later werd hij geroepen door zijn moeder.
'Thomas! Kom beneden!' riep zijn moeder. Thomas zuchtte en zette zijn computer uit. Hij liep naar beneden. Zijn moeder, vader, en Robbin zaten al in de kamer. Robbin had een brief in zijn hand.
'Je broertje heeft ook een brief van Zweinsvein gekregen!' zei meneer Vos blij. Thomas corrigeerde hem, en was blij voor Robbin.
'Wat goed van je, Rob!' zei hij blij. 'Nu zitten we op de zelfde school!'
Robbin grijnsde, en was de rest van de dag in een opperbest humeur.
2. Een dag later zat Thomas televisie te kijken. Op het moment dat er een heel spannend stukje op was, ging de telefoon. Kwaad liep hij naar de telefoon.
'Ja, hallo. U spreekt met Thomas Vos,' zei Thomas. Zijn hart sprong op toen hij de stem van Marcus hoorde.
'Hallo, meneer Vos,' zei Marcus sarcastisch. 'Kom je om elf uur naar mijn huis? Dan kunnen we samen naar de Wegisweg gaan'
'Ja, lijkt me leuk. Ik zie je dan,' zei Thomas blij. Hij legde de hoorn op de haak, en sloop naar boven toe. Hij liep naar de slaapkamer van zijn ouders, en deed de deur zachtjes open.
'En goedemorgen!' riep Thomas plotseling. Zijn ouders schrokken wakker. Ze keken Thomas boos aan.
'Mag ik met Marcus en Denise om elf uur naar het huis van Marcus? Dan gaan we naar de Wegisweg,' vroeg Thomas op een gemaakte lieve toon. Zijn ouders knikten, en gingen weer liggen. Thomas liep weer naar beneden, en liep het huis uit. Hij pakte zijn fiets, en begon naar het huis van Marcus te fietsen. Het was niet ver, Marcus had hem immers de weg vertelt. Tien minuten later stond hij voor het huis van Marcus. Hij belde aan, en onmiddelijk ging de deur open, maar het was niet Marcus die bij de deur stond.
'Hallo!' zei een klein wezentje. Thomas schrok, en pakte onmiddelijk zijn toverstaf, en richtte hem op het wezentje.
'Wat is hier aan de hand?' klonk een stem achter hem. Thomas draaide zich om, en stond oog in oog met een blond meisje dat Thomas kende. Het was Denise.
'Hoi, Denise,' zei Thomas. Denise rende naar hem toe, en omhelsde hem.
'Zijn we klaar?' vroeg nog een stem achter hen. Nu was het Marcus.
Ze liepen naar binnen, en het viel Thomas op dat het een erg groot huis was. Het was er stil.
'Wat was dat voor-' begon Thomas te vragen, maar Marcus viel hem in de reden.
'Mislukt ventje?' vroeg hij. Toen Thomas knikte zei hij: 'Dat is onze huiself'
'Marcus!' riep Denise waarschuwend. Het was fijn om meneer en mevrouw Zwelder weer te zien.
Nadat ze gegeten hadden liepen ze weer naar de woonkamer.
'We gaan met brandstof reizen. Thomas, ga jij maar eerst!' zei mevrouw Zwelder vriendelijk. Thomas liep nerveus naar de haard. Hij had wel eens eerder wat van brandstof gehoord, maar hij had er nog nooit mee gereist. Hij pakte een handje vol brandstof, en liep naar de haard toe. Hij liet het brandstof vallen. Onmiddelijk verschenen er groene vlammen. Thomas liep in het vuur.
'Wegisweg!' riep hij. Opeens verliet hij de kamer, en tolde hij rond in een eindeloze ruimte. Langs hem flitsten allerlij haarden, maar geen van hen leek op de Wegisweg. Op een duur verscheen er een haard die hem de juiste leek. Hij tolde er naar toe, en belandde midden op de Wegisweg. Achter hem stonden Marcus, Denise, en de ouders van Marcus.
'Welkom... op de Wegisweg!' zei Marcus.
3.
Thomas keek zijn ogen uit. Het was behoorlijk veranderd sinds de laatste keer.
'Mooi, he? We gaan eerst naar Goudgrijp,' zei Marcus, die Thomas zag kijken. Meneer en mevrouw Zwelder liepen voorop. Het was er zoals gewoonlijk erg druk. Het zat vol met oude heksen en tovenaars, leerlingen van Zweinstein. De zon creerde schaduw rond de heksen en tovenaars. Ze waren druk aan het praten.
'We moeten alleen nog naar Olivander om een toverstok te kopen, Bram,' zei een jonge heks die niet ver van Thomas liep. Voor dat Thomas het wist waren ze bij Goudgrijp. Hij had ook een kluis bij Goudgrijp. Het was gevult door het schoolfonds met duizend galjoenen. Mevrouw Zwelder duwde met moeite de grote deur open. Ze liep naar binnen, en de rest volgde haar. De lampen die aan het plafond hingen zorgen voor een warme kleur, en de stenen waren glanzend schoon. Het was er erg druk. Thomas achtervolgde meneer en mevrouw Zwelder, die naar een kobold toe liepen. Het leek een klein, misvormd wezentje. Het had een lange neus, geen haar, en was klein. Zijn huid zag er aangetast uit.
Thomas begon een beetje bang te worden van het mannetje.
'Wij komen voor kluis 401 en 596,' zei meneer Zwelder tegen de kobold. De kobold keek hem scherp aan.
'En hebben de bezitters van die kluizen hun sleutels?' vroeg de kobold kwaadaardig. Meneer Zwelder gaf een roestige sleutel aan de kobold, en gebaarde naar Thomas dat die zijn sleutel ook moest pakken. Thomas stak zijn hand in zijn broekzak, en haalde er een roestige, bronzen sleutel uit. Hij gaf die aan de kobold. De kobold pakte de sleutels aan. Hij gebaarde dat ze mee moesten komen. Thomas volgde de kobold, die hem mee nam naar een karretje over een spoorlijn. Thomas stapte samen met de anderen in het karretje, dat meteen snel begon te rijden. Na elke vijf meter passeerden ze een bord.
Treed binnen, vreemdeling, maar sla acht,
Op het lot dat hier de hebzucht wacht.
Wie neemt wat hij niet heeft verdiend
Krijgt een hoge rekening ingediend.
Wie diep in de aarde een schat opspoort,
Die nooit aan hem heeft toebehoord,
Is hierbij gewaarschuwd: dief, u stuit,
Op meer dan alleen de verwachte buit!
Thomas begon misselijk te worden van de rit. De ene scherpe bocht na de andere kwam er aan. Toen hij bijna moest overgeven, stopte het karretje met zo'n noodgang dat Thomas tegen Denise aankwam. Ze trok haar toverstaf, en richtte hem op Thomas, wiens neus begon te bloeden.
'Balsemio! Sanitato!' riep ze. Thomas neus werd heel koud, en toen weer heel warm. Hij voelde aan zijn neus, die niet meer onder het bloed zat, en weer normaal was.
'Bedankt,' zei Thomas. Ze stapten uit het karretje.
4.
De ijzeren deuren glommen door de kaarsen die aan de wand hingen. De kobold stapte naar de eerste kluis. Een schaduw volgde hem terwijl hij de kluis openmaakte met de bronzen sleutel die bij die kluis hoorde. Na een harde klik vloog de kluis open. Het viel Thomas nu pas op hoe dik de deur was.
'Hoeveel wilt u opnemen?' vroeg de kobold scherp. De hand van mevrouw Zwelder pakte de hand van meneer Zwelder vast. Toen deed meneer Zwelder zijn mond open.
'Vijftig, graag,' zei meneer Zwelder vriendelijk. Denise keek ook bang, maar meneer Zwelder leek volkomen op zijn gemak. De kobold knipte met zijn vingers. Onmiddelijk zweefde er een behoorlijke stapel hun kant op. Mevrouw Zwelder pakte haar tas en hield hem voor haar uit. De kobold liet de stapel in de tas zweven. Thomas kon niet zien hoe alles er in paste, want het licht weerkaaste tegen de gouden Galjoenen. Toen hij weer kon kijken had mevrouw Zwelder haar tas weer vast. De kobold deed de kluis dicht, en (tot Thomas' ergernis) ze stapten weer in het karretje. Het karretje begon weer te rijden. Thomas werd voor de zoveelste keer misselijk. Hij was blij toen ze bij zijn kluis aankwamen. Ze stapten weer uit, en Thomas gaf zijn bronzen sleutel aan de kobold. Hij was heel erg nerveus. Gelukkig liet de kobold zijn hand snel weer los. Hij stak de bronzen sleutel in de deur, die na een paar seconden openzwaaide.
'Hoeveel mag het zijn, jongeheer Vos?' vroeg de kobold met een grijns.
'Vijfenzeventig, graag,' zei Thomas ongerust. De kobold knipte weer met zijn vingers, en een heleboel Galjoenen zweefden zijn kant op. Snel pakte hij zijn rugtas, en toverstaf. Hij richtte hem op de tas.
'Encardia!' riep hij. De tas leek groter van binnen te worden. Op het moment dat het vergroten ophield, zaten de galjoenen in zijn tas. Ze stapten weer in het karretje, terwijl de kobold de kluis weer dicht deed.
Toen stapte de kobold ook weer in het karretje, die daarna weer begon te rijden. Thomas moest snel een ontziekings spreuk over zichzelf uitspreken, want anders had hij gekotst. Hij keek naar beneden. Hij kreeg plotseling hoogtevrees, wat best wel raar was omdat ze onder de grond zaten. Hij keek weer voor zich uit. Marcus had niet veel gezegd. Zijn haar hing naar beneden. Dat gebeurde altijd als hij geschrokken of bang was geweest.
5.
Vijf minuten later stonden ze weer op de Wegisweg. Beladen met Galjoenen liepen ze naar Klieder en Vlek, om hun schoolboeken te kopen. Bij Klieder en Vlek was het niet zo druk, afgezien van de boekenkasten die de sfeer warmer maakten. Toen ze in Klieder en Vlek waren pakte Thomas zijn boekenlijst.
Het Standaard Spreukenboek (Niveau 4), door Miranda Wiggelaar
De Zwarte Kunsten, een Handboek ter Zelfbescherming, door Quintin Cassandria
Ontwasem de Toekomst, door Cassandra Vablatsky
Gedaanteverwisseling vandaag de dag, door Vissy Vos
Thomas stopte direct met lezen. Vissy Vos? Maar Thomas heette ook Vos van achternaam. Hij liep naar meneer Zwelder toe.
'Meneer Zwelder? Ik zie dat er Vissy Vos op mijn boekenlijst staat. Is dat misschien mijn oom?'
Meneer Zwelder keek op.
'Dat zou best eens kunnen, Thomas,' zei hij vriendelijk tegen Thomas. Thomas knikte bevestigend, en begon weer verder te lezen.
Toverdranken en Tegengiffen, door Lydia Drankje
Geschiedenis van Magie, door Martha Who
Kruiden en Planten voor Vandaag, door Helma Plant
Koken voor Gematigden: Een Magische Ervaring, door Herman Volmaan
Thomas liep naar de balie, waar een korte rij stond te wachten. Thomas sloot achteraan de rij. Na vijf minuten was hij aan de beurt, en noemde hij zijn boeken op.
'Het standaard spreukenboek, niveau vier, de zwarte kunsten, een handboek ter zelfb-' begon hij op te noemen, maar de verkoper viel hem in de reden.
'Geef je boekenlijst gewoon maar, jongen,' zei de verkoper. Thomas gaf hem raar kijkend de boekenlijst aan. De verkoper las de lijst door. Hij liep naar een boekenkast en haalde de boeken er uit. Hij liep weer terug, en legde ze op de balie.
'Wil je even dit formulier in vullen?' vroeg de verkoper vriendelijk, die een forumulier aan Thomas gaf. Die pakte een veer, en begon het in te vullen.
Naam: Thomas
Achternaam: Vos
Roepnaam: Thomas
Leeftijd: 14
Leerjaar: 4
School: Zweinstein
Woonplaats: Chevaltar
Adres: Pr. Lijnemastraat 49, 9123 GB
Aankopen: Schoolboeken
Datum: 30 September
Handtekening: Thomas Vos
Thomas gaf het ingevulde formulier aan de verkoper. Die begon hem aandachtig door te lezen.
'Ah. Dus u bent de neef van Vissy Vos?' vroeg de verkoper nieuwschierig. Thomas knikte.
'Ja, volgens mij wel,' zei hij.
'Dan zal meneer Vos wel erg blij zijn als hij u tegenkomt, meneer Vos,' zei de verkoper weer.
'Hoezo?' vroeg Thomas verbaasd. Er verscheen een grijns op zijn gezicht.
'U bent Vissy Vos,' zei Thomas verbaasd. De verkoper knikte. De ouders van Marcus en Marcus en Denise hadden de hele tijd staan kijken.
'En wanneer komt meneer Vos junior?' vroeg de verkoper. Thomas vertelde zijn oom dat die al naar de Wegisweg was geweest.
6. Herbivicus 1/3
Zo zat hij een tijdje te praten met zijn oom. Hij wist niet eens dat hij een oom had die kon toveren. Na een tijdje liepen Thomas, Marcus, Denise en meneer en mevrouw Zwelder naar de andere winkels. Toen ze klaar waren gingen ze weer met behulp van brandstof naar het huis van Marcus.
'We moeten nog wel even planten laten groeien. Help je mee?' vroeg Marcus aan Thomas. Thomas knikte.
'Ja, natuurlijk. Gaan we het met behulp van toverkracht doen?' vroeg hij nieuwschierig. Toen Marcus knikte volgde Thomas hem naar de achtertuin. Thomas' mond viel open. Het was een grote groene tuin, dat onmogelijk zonder toverkracht onderhouden kon worden. Het gras was zo groen als hiksap.
'Kom je mee?' vroeg Marcus. Hij liep naar een groot boek toe. Thomas volgde hem naar het grote boek. Toen ze er waren stopten ze daar. Marcus sloeg het boek open.
'Dit is het herbivicus spreukenboek. Herbivicus laat planten versneld groeien,' zei Marcus.
Thomas begon gefascineerd het boek te lezen.
Herbivicus. Een spreuk die planten versneld laat groeien. Moeilijkheidsfactor X op schaal van het ministerie. Word vooral veel gebruikt in tuinen of kassen. De klemtoon ligt op de tweede I. De groeit sneller als u zich beter concentreert. Als u zich helemaal niet concentreert kan het zijn dat u gewond raakt. Richt u toverstaf op een zaadje of plant. Geef een handterend gebaard met u toverstaf, en roep 'herbivicus'. Als u succes heeft begint de plant in een razend tempo te groeien. Lees het verhaal van madame Kruimelaar om te lezen hoe het effect is.
'Thea! Heb je de planten al laten groeien?' vroeg meneer Kruimelaar tegen zijn vrouw. Thea schudde haar hoofd. 'Dat ga ik nu doen'
Ze pakte haar toverstaf, en richtte hem op een lelieblad in het water.
'Herbivicus!' riep ze, en het lelieblad begon te groeien. Na twee seconden was het hard, en kon je er op lopen. Ze richtte haar toverstaf op een bloembol.
'Herbivicus! Herbivicus!' riep ze. Opeens begon de bloembol versnelt te groeien, en kwam er een grote zonnebloem uit. Ze vond dat het sneller kon.
'Herbivicus!' riep ze. Twee bloembollen begonnen te groeien, en er kwam een levensgrote narcis uit. Snel richtte ze haar toverstaf weer op iets anders.
'Herbivicus! Herbivicus!' riep ze. Snel begonnen twee zaadjes te groeien, en kwam er een grote eikenboom uit. Ze juichte, en begon weer planten en bomen te laten groeien.
7. Herbivicus 2/3
'Gelezen?' vroeg Marcus netjes. Thomas lachte.
'Jup,' zei hij lachend. 'Gaan we beginnen? Ik popel om die spreuk uit te proberen'
Opeens kwam Denise er aan lopen. 'Wat zijn jullie aan het doen?'
'We laten planten groeien met herbivicus. Help je mee, Den?' vroeg Marcus.
'Jup, graag. Ik kan de spreuk volgens mij al,' zei Denise nadenkend.
'Zullen we beginnen?' vroeg Thomas enthousiast. Marcus knikte, en ze pakten hun toverstaffen. Thomas gaf eerst nog geen zwiepje, omdat Marcus het hem en Denise wou leren. Denise kon het al, maar ze wou voor de zekerheid toch nog mee doen.
'Zeg maar na. Herbivicus!' zei Marcus lesgevend. Thomas grijnsde.
'Herbivicus,' zei hij. Denise volgde zijn voorbeeld.
'Goedzo,' zei Marcus lachend. 'Probeer het maar eens op zaadjes. Daar ligt een zak met een heleboel zonnebloem zaadjes. Pak daar maar wat van'
Thomas liep naar de zak die Marcus hem had aangewezen. Denise liep hem achterna. Thomas stak zijn hand uit naar de zak. Vervolgens pakte hij wat zaadjes. Hij holde weer naar Marcus toe, en gooide wat zaadjes op de grond. Hij richtte zijn toverstaf op een zaadje.
'Herbivicus!' riep hij. Hopend dat er iets zou gebeuren, keek hij op de grond. Het zaadje begon niet sneller te groeien. Het was Denise al gelukt.
'Hoe kan dat?' vroeg Thomas geschokt aan Denise. Ze keek naar Thomas.
'Wat?' vroeg ze verbaasd. Thomas wees naar de zonnebloem die Denise had laten groeien.
'Nou, het is handig om een zwiepje te geven,' zei ze tipgevend. Thomas concentreerde zich weer op zijn zaadjes.
'Herbivicus!' fluisterde Thomas. Hij gaf een zwiepje met zijn toverstaf. Het zaadje begon langzaam groter te worden. Op een duur kwam er een klein sprietje uit. Het begon een kleine zonnebloem te worden. Toen het net zo groot was als Thomas' vinger, begon het te stoppen met groeien. Teleurgesteld probeerde Thomas het nog een keer.
'Herbivicus!' riep hij met alle kracht die hij in z'n stembanden had. Er volgde een mosgroene straal die op een zaadje afging. Na een fractie van een seconde was de straal weer weg, en begon het zaadje te groeien. Langzaam maar zeker werd het een zonnebloem en op een duur begon het groot te worden. Na vijf seconden was het net zo groot als een been van Thomas. Tien seconden daarna begon het de lengte van Thomas in te halen.
'Goedzo!' zei Denise, die blijkbaar al een hele tijd had staan kijken. Thomas bloosde een beetje. Hij kreeg niet vaak complimenten.
'Dankjewel,' zei Thomas blij.
8. Herbivicus 3/3 laatste verhaal 6,7 + Suikerveer deluxe
Thomas richtte zich weer op een paar lelies die in het vijvertje lagen. Hij holde er naar toe. Hij passeerde meneer en mevrouw Zwelder, die bezig waren om het vijvertje te verschonen.
'Mag ik die lelies laten groeien?' vroeg Thomas beleeft.
'Ja, natuurlijk! Ga je gang,' zei mevrouw Zwelder vriendelijk. Thomas richtte zijn toverstaf op een lelieblad.
'Herbivicus!' riep Thomas geconcentreerd. De groene straal kwam weer, die de lelie tot groeien liet brengen. Vijf seconden daarna was de lelie hard en groot geworden. Thomas richtte zijn staf weer op een andere lelieblad.
'Herbivicus!' riep hij. Hij draaide zich om, en gaf een zwiepje naar achteren. Toen hij zich weer omdraaide, was de lelie al groot.
Toen alle lelies gegroeid waren, liep Thomas weer naar Marcus en Denise toe, die al een hele stapel narcissen hadden laten groeien.
'Weer terug?' vroeg Marcus grijnzend. Thomas knikte.
'Ja. Ik heb de spreuk zegmaar onder de knie,' zei hij. Hij richtte zijn toverstaf op een eik.
'Herbivicus!' riep hij. Opeens begon de plant hevig te schudden, en begon het groter te worden. Het begon steeds meer op een boom te lijken, en na twintig seconden stond er een vol gegroeide eik in de zon.
'Goedzo,' zei Marcus grijnzend.
'Bedankt,' zei een blije Thomas tegen Marcus. Ze begonnen weer planten te laten groeien.
'Herbivicus! Herbivicus!' riep Thomas. Opeens begonnen er allemaal planten te groeien.
'Ik heb echt zin – herbivicus – in het nieuwe schooljaar,' zei Marcus terwijl er een zonnebloem begon te bloeien.
'Ik ook wel,' zei Thomas bevestigend. 'Jammer dat we nog maar vier jaar moeten'
'Ja, dat wel. Het is heel erg leuk – herbivicus – om op Zweinstein te zitten,' zei Marcus. Er groeide een fluweeltje.
'Weetje, ik ga zo naar huis. Het is eigenlijk al laat. Zien we elkaar op perron 9¾?' vroeg Thomas.
'Jammer dat je weg gaat, maar is goed,' zei Denise.
'Uhu. Dan zien we elkaar. Tot dan, Thomas!' zei Marcus. Thomas liep door de voordeur weer naar buiten, en fietste naar huis.
Onbreekbare Eed 1/17
9. Lachend kwam Thomas thuis. Hij had trek, en ze zouden vandaag patat eten. Morgen zou Thomas met Robbin naar Zweinstein gaan, en het zou het eerste jaar van Robbin worden. Hij wist nog als de dag van gisteren hoe hij zich voelde. Hij zwaaide de keukendeur open, en liep naar de woonkamer.
'En hallo!' riep Thomas blij.
'Hoe ging het op de Wegisweg, lieverd?' vroeg mevrouw Vos. Thomas begon blij en enthousiast te vertellen over het uitje naar de Wegisweg, tot hij bij Klieder en Vlek aankwam. Hij begon te vertellen over zijn oom, die ook een tovenaar was.
'Dat weet ik, lieverd, maar ik kon je niets vertellen. Het is een Onbreekbare Eed. Ik mocht niets vertellen over je oom. Je moest er zelf achter zien te komen,' zei mevrouw Vos triest.
'Wat is een Onbreekbare Eed?' vroeg Thomas nieuwschierig.
'Een Onbreekbare Eed is een belofte die je doet aan iemand anders, met behulp van een bepaalde spreuk. Als je hem breekt, dan ga je dood,' zei mevrouw Vos. Opeens besefte Thomas dat dit bijzonder raar was. Zijn moeder wist meer over de tovenaarswereld, dan Thomas dacht.
'Moeder, is er iets dat je me niet vertelt?' vroeg Thomas kalm.
'Thomas. Ik ben een heks,' zei ze zacht. 'Ik gebruik mijn toverstaf nooit meer omdat die doormidden is gebroken, en ik kan dus niet meer toveren'
Thomas keek zijn expres niet aan. Inplaats daarvan keek hij naar zijn vader.
'En jij, pa? Ben jij ook een tovenaar?' vroeg Thomas.
'Nee, ik niet. Je moeder vertelde het me terwijl onze huwelijksreis. Ik was trots op haar. Een vrouw die kon toveren, maar toen kwam die brief. Ze wou me een spreuk laten zien, maar dat kon ze niet. Ze mocht geen tovenarij aan Dreuzels laten zien,' zei Thomas' vader. 'En toen werd haar toverstaf doormidden gebroken, en moest ze Onbreekbare Eed afleggen met je oom. Ze mocht onder geen voorwaarde niets zeggen over je oom Vissy. Hij was zeker heel erg blij om je te zien?'
'Ja, en ik was ook blij om hem te zien,' zei Thomas resoluut.
'O, Thomas!' riep zijn moeder opeens huilend. 'Het spijt me vreselijk!'
Voordat Thomas zich kon verzetten, begon zijn moeder hem opeens te omhelzen. Thomas kon zich ook niet meer beheersen. Zijn ogen werden natter, en begonnen te tranen.
'Maakt niet uit,' zei hij, en dat was het enigste wat hij zei. Hij had niet gedacht dat zijn moeder een heks was.
10. De schaduw die zich over het perron strekte, was niets vergeleken met de leerlingen die weer naar Zweinstein gingen. De vuurrode stoomtrein, genaamd de Zweinsteinexpress, blies stom uit, maar vertrok nog niet. Thomas zag Marcus en Denise niet. Robbin trilde op zijn benen, en zijn ouders keken ongerust.
Thomas keek op zijn horloge.
'Een minuut voor elf,' zei hij. Hij borg zijn horloge weer op, en liep met Robbin en zijn ouders naar de trein.
'Nou... tot ziens,' zei Thomas. Hij wist zeker dat hij zijn emotie's niet zo zou moeten inhouden.
'Tot ziens, Thomas. Tot ziens, Robbin,' zei meneer Vos. Mevrouw Vos begon bijna te huilen, en voordat ze iets konden doen of zeggen, werden ze al omhelst door hun moeder.
'Tot ziens, jongens,' zei ze huilend. Ze liet hen weer los, en Thomas en Robbin stapten de trein in. Ze zochten een coupe, en vonden er een. Hun ouders stonden bij die coupe.
'Tot ziens, pa, ma,' zei Thomas. Ook Robbin begon te praten.
'Tot ziens, mama. Tot ziens, papa,' zei hij. Hij kreeg tranen in zijn ogen, dus Thomas probeerde hem te troosten. De trein begon lawaai te maken, en begon langzaam te rijden. Thomas en Robbin zwaaiden naar hun ouders, die langzaam kleiner werden, net als het perron. Toen ze niet meer te zien waren, gingen Thomas en Robbin zitten.
'Daar gaan we dan,' zei Robbin tegen Thomas. Robbin zag er bleek uit. Thomas wou vragen wat er was, maar toen kwamen Marcus en Denise binnen.
'En hallo maar weer!' zei Marcus.
'Hallo, Thomas en-' begon Denise, maar Robbin viel haar in de reden.
'Robbin,' zei hij. Denise en Marcus gaven hem een hand, en gingen toen ook zitten.
'Dus dit zijn die Marcus en Denise waar je het over had?' vroeg Robbin.
'Jup,' zei Thomas.
'Trouwens, ik ben iets interessant te weten gekomen. Lees dit maar eens,' zei Denise, en ze gaf Marcus, Thomas, en Robbin een stuk perkament waar tekst op stond.
Aan meneer Flatskrap,
Hier een lijstje van het lerarenwijzigings plan.
Professor S Sneep, leraar Toverdranken, is ontslagen.
Thomas las niet verder, en Marcus en Thomas begonnen kijhard te lachen, en te juichen.
'Wat?' vroeg Robbin.
'Sneep is ontslagen!' riep Marcus iets te hard.
'What the fuck is a Sneep?' vroeg Robbin.
'Zozozo. Wat een taal, knul,' zei Thomas. 'Sneep was onze lerares - sorry, leraar - Toverdranken. Hij was een dikke klootzak.'
Thomas en Marcus begonnen te lachen. Hun schooljaar zou beter zijn dan ooit.
'Lezen jullie nog verder, of hoe zit dat?' vroeg Denise.