Poll
Vraag:
Wat vindt je van het verhaal Rozenveldt?
Optie 1: Erg Leuk
stemmen: 0
Optie 2: leuk
stemmen: 1
Optie 3: Gaat wel
stemmen: 1
Optie 4: Slecht
stemmen: 0
Optie 5: Echt slecht
stemmen: 0
1. Green Village High
Nerveus ijsbeerde Jelena op het schoolplein terwijl ze wachtte op Evanglia, haar beste vriendin. 'Waar blijft ze toch?' fluistert ze in zichzelf. Ze keek op haar horloge hoe laat het was. Jelena keek naar de poort waar verschillende leerlingen naar binnen liepen. Jelena keek opgelucht als ze Evanglia zag aan komen lopen. 'Is er iets?' Vraagt Evanglia als ze voor Jelena staat. Ze ziet het boze gezicht van haar vriendin. 'Ja, zeker dat er iets is. Je bent te laat.' Evanglia keek haar bevreemd aan. 'We hadden om kwart over acht hier afgesproken en raad eens.' Jelena wees op haar horloge. 'Het is kwart voor negen.' Evanglia rolt geërgerd met haar ogen. 'Je klinkt alsof de wereld vergaat. Doe rustig aan.´ Het was duidelijk dat Evanglia geen zin had in een ruzie, dus ging ze over tot een ander onderwerp. 'Zeg ik was het bijna vergeten, maar er komt een nieuwe jongen bij ons in de klas.' Jelena draaide zich om naar Evanglia 'Wat?' Waarom werd haar ook niks verteld. 'Ik hoop dat hij knap is.' Jelena moest lachen om de opmerking van haar vriendin. Ze mochten dan wel beste vriendinnen zijn, ze verschillen qua karakter. Evanglia is meer het drukke type terwijl Jelena het liefst rustig aan doet. Evanglia was degene die van grapjes hield en zij juist niet. Maar eigenlijk was het maar beter zo, want hoe kun je vriendinnen zijn als je te veel op elkaar lijkt. Jelena was zo diep in gedachten dat ze schrok toen ze de schoolbel hoorde. Toen ze opstonden kwamen Jelena en Evanglia terecht in een stroom van leerlingen die het schoolgebouw ingingen voor de eerste les van het nieuwe schooljaar.
Verveeld luistert Jelena naar de preek van Meneer Bos. Ze staarde uit het raam, maar keek meteen voor zich. De leraar keek haar kant op. Meneer Bos was een lange man met bril die hun mentor was en wiskunde gaf. Hij hield van die lange preken waardoor je snel in slaap kon vallen. Met moeite wist Jelena haar ogen open te houden. Ze moest wel wakker blijven, want ze had geen zin in de leerrede van Meneer Bos. "Het is onacceptabel om in slaap te vallen tijdens de les", zei Meneer Bos altijd. Opeens voelt Jelena een prik in haar rug. Ze draaide zich om en keek naar Evanglia. 'Wat is er?'
'Kijk eens naar de nieuwe.' Evanglia keek schuin voor zich. Jelena volgde haar blik en keek naar een donkere jongen met zwart haar. Ze wist niet waarom, maar op de een of andere manier kwam de nieuwe haar bekend voor. De nieuwe jongen, die net voor zich keek, merkte dat iemand naar hem keek en draaide zich om, naar Jelena. Hun blikken kruisten elkaar. Jelena voelde dat de bloed naar haar hoofd steeg, en draaide zich snel om. Opnieuw voelde ze een prik in haar rug. 'Ik had gelijk, hij is knap,' fluisterde Evanglia in haar oor. Grinnikend keek ze voor zich en ziet het boze gezicht van Meneer Bos. 'Is er iets wat jullie met de klas willen delen, dames?'
Tot de ergernis van Jelena keek de hele klas naar hun, inclusief de nieuwe jongen. Wat zou ze graag nu door de grond zakken van schaamte. 'Nee, niks hoor, Meneer Bos,' riepen ze in een koor. Gelukkig richtte Meneer Bos zijn aandacht op iets anders. Voor het eerst was ze blij dat Meneer Bos een preek hield. 'Ik zou graag willen dat je voorstelt,' zei Meneer Bos tegen de nieuwe. De nieuwe jongen, Joshua Miller, was nog maar net verhuisd naar Green Village. Hij woonde in New York en woonde hier tijdelijk met zijn vader, die een internationale zakenman is. Wat Jelena raar vond, was wat deed een internationale zakenman in een dergelijke kleine, slaperig stadje als Green Village. Nadat Joshua zichzelf had voorgesteld kondigde Meneer Bos aan dat hij iets moest regelen en dat ze zelf moesten beginnen met de les. Maar vlak toen hun leraar de deur achter zich dicht deed, gingen alle leerlingen van de klas om Joshua heen gaan staan. De enige die niet bij hem stonden waren Jelena en Evanglia. 'Niet te geloven zeg,' zei Jelena vol minachting. 'Ze kennen hem nog maar net en ze staan nu al om hem heen.' Ze keek naar Evanglia. 'Zeg ik praat tegen je.' Jelena gaf Evanglia een duwtje. 'Hé, wat zei je?'
Het was tien uur toen de bel ging en de leerlingen van klas 5G het wiskundelokaal uitliepen op weg naar de volgende les biologie. Jelena was als laatste die de lokaal uit ging. Haar vrolijke bui die ze voelde voor het nieuwe schooljaar was als sneeuw voor de zon verdwenen. Ze had gehoopt dat haar vierde jaar soepel zou verlopen. Dat het leuk zou worden met Evanglia. Ze had stiekem gehoopt dat ze dit jaar wat populairder zou worden. Maar dat was valse hoop. Alle aandacht van de klas was al uitgegaan naar de nieuwe jongen Joshua. En de ergste van allemaal; hij had ook Evanglia te pakken. Het hele uur keek ze stiekem naar hem. Ze vond hem toch niet leuk? Jelena moest kokhalzen als ze aan de idee dacht. Walgelijk voor woorden. Evanglia kon iets beters krijgen.
Toen Jelena het biologielokaal binnenkwam was het doodstil, wat overigens vreemd was. 'Jelena Murray?' klonk een krakende stem. Verschrikt draaide Jelena zich om. Een vrouw met muisbruin haar stond achter het bureau. 'Ga zitten.' Als een braaf kind ging Jelena naast Evanglia zitten. 'Waar was je?' vroeg Evanglia fluisterend. 'Naar mijn kluis.' Evanglia wou nog wat zeggen, maar de lerares nam het woord. 'Ik ga wat vertellen over de Evolutie.' Jelena luisterde maar half wat mevrouw Ruwer zei. 'In het eerste boek van de Bijbel, Genesis, staat beschreven hoe de aarde en alle organismen erop zijn geschapen:...'
Af en toe keek ze naar Joshua die als een voorbeeldige leerling luisterde. Jelena wist nog maar net een schamper lachje te onderdrukken. Zag haar klas het niet. Waren zo onder de indruk van hem dat ze niet zagen dat hij iets vreemds had. Alsof hij iets geheim hield. Maar de vraag was, wat houdt hij geheim? Door de frustratie begon ze op de uitpunt van haarlokje te kauwen. Opeens kreeg ze een geweldig idee. Misschien kon ze hem achtervolgen. Dan kan ze meer over hem te weten komen. Als hij werkelijk iets te verbergen heeft is hij vast niet meer zo populair. Jelena schrok uit haar gedachte toen de bel ging. Ze liep zo snel mogelijk het lokaal uit en hoorde zowat niet dat Evanglia haar riep.
Lusteloos prikte Jelena met de vork in haar eten. Ze had geen honger en al helemaal niet een goed humeur. Ze kijkt om zich heen en wat haar op valt is dat iedereen in groepjes zat en lol had. Alleen zij zat alleen, maar ze vond het niet erg. Op dit moment wilde ze dat de iedereen haar met rust liet. De hele klas liet haar toch stikken, dus waarom zou ze daar aan aandacht besteden. 'Hallo?' Jelena keek op en staart in het gezicht van Joshua. 'Is er iets?' Ze vroeg net iets te bot. Gelukkig merkte hij het niet. 'Je leek een beetje verdrietig, dus ik dacht dat ik kom maar bij je zitten.'
'Nee, hoor. Ik zat ergens anders met mijn gedachten.' Het was toch maar beter dat ze aardig tegen hem was. 'Zo, op welke school zat je hiervoor?' zei Evanglia. Ze kwam bij hun zitten. Voor heel even leek het alsof hij uit veld was geslagen, maar dat verdween als sneeuw voor de zon. 'Upper East High.' Voor heel even viel er een lange stilte. 'Ik moet gaan. Spullen uit mijn kluis halen.' Snel maakte Jelena uit haar voeten. Toen ze in de deuropening stond draaide ze zich om en keek naar het tweetal die aan praten waren. Evanglia kon toch niet echt op hem vallen of wel? Hij is helemaal niet haar type. Abrupt draaide Jelena zich om en liep de kantine uit de gang in. Ze had zich in een lange tijd niet zo alleen gevoeld. Ze liep de school uit en ging op een van de banken zitten. Verveelt staart ze naar de fontein. De schoolbel ging, maar Jelena kwam niet in beweging. De leerlingen van Green Village High gingen het schoolplein af. Nog steeds kwam ze niet in beweging. Ze keek pas op toen ze toevallig Joshua zag lopen. Jelena fronste haar voorhoofd toen ze Josh op het schoolplein zag lopen. Ze stond op en volgde Joshua en probeerde zo weinig mogelijk geluid te maken. Ze stopte bij een muur zodat Joshua haar niet zag. Ze spitste haar oren en hoorde dat Joshus in een telefoongesprek was. 'Ik denk dat het lukt.' Wat lukte? Vroeg Jelena zich af. 'Ze begint me te vertrouwen, dus misschien zet ik de volgende stap.' Wat bedoelde hij daarmee. Over wie had hij het. Er schoten duizend vragen door haar hoofd. Ze liep het schoolplein af weg van school. Op dat moment kon het haar niet schelen dat ze eigenlijk op dit moment aan het spijbelen was. Ze wilde gewoon van alles af.
Het was een uur toen ze thuis aankwam. Vlak nadat ze de deur had geopend liep ze de trap op en ging meteen haar kamer in. Over wie had hij het eigenlijk. Misschien wel over haar of Evanglia. Als ze eraan dacht keerde haar maag al om. Wie weet wat hij bedoelde met "Misschien zet ik de volgende stap". Misschien was hij een fout persoon. Ze moest Evanglia wel waarschuwen. De kans was groot dat hij over Evanglia had. Want zij was degene die met hem praatte. Ze liet zich vallen op haar bed en staarde naar het plafond. Ze wist niet hoelang ze naar het plafond staarde. Langzamerhand werd het wat donker. Ze kwam pas in beweging toen het begon te schemeren. Ze keek naar de klok die aan de muur hing. Het was half zeven. Sloom liep ze haar kamer uit, de trap af. Halverwege de trap af zag ze dat er een vrouw in de woonkamer zat. 'Hoi, Rose,' zei ze toen ze de woonkamer in liep. Jelena ging tegenover een vrouw zitten die midden in haar veertigste was. Ze had kort, donkerblond, krullend haar en groene ogen. Ondanks dat Rose haar voogdij was zag Jelena haar als een moeder. Rose was een goede vriendin van haar ouders ook had Jelena ze nooit ontmoet. 'Is er iets?' Vroeg Rose. Opnieuw werd Jelena verstoord uit haar gedachte. Ze ging altijd verdrietig kijken als ze aan haar ouders dacht. 'Misschien.'
'Wil je erover praten?' Vroeg Rose. Ze twijfelde of ze het aan Rose moest vertellen. Misschien kon ze gedeeltelijk vertellen. Ze stortte zowat (bijna) alles uit. Ze vertelde over de nieuwe jongen ( ze zei maar beter niet zijn naam), en hoe hij met Evanglia om ging en dat hij zowat alle aandacht inpikte. Toen ze klaar was met praten was ze opeens moe. 'Nou.' Jelena keek naar Rose die haar voorhoofd fronste. Dat deed ze altijd als ze na dacht. 'Wat zit je eigenlijk het meeste dwars?' Jelena vond het raar dat Rose haar dat vroeg. 'Dat hij met Evanglia omgaat,' zei ze. Het was eruit voordat ze na dacht. Eigenlijk vond ze dat het ergste. Dat hij haar beste vriendin inpikte. 'Wat kan ik dan doen?' Vroeg ze frustrerend.
'Haar de waarheid vertellen.' Verbouwereerd keek Jelena haar na. Haar de waarheid vertellen? Dat was de beste oplossing zo te zien. Ze wou ook al haar waarschuwen. 'Ja, ik ga haar de waarheid vertellen.' Van het enthousiasme stond ze op en gooide een glas omver. 'Dat is wat ik ga doen.'
De volgende dag stond Jelena vreemd genoeg geduldig af te wachten op het schoolplein. Ze was zo vol van het feit hoe ze Evanglia de waarheid wilde vertellen, dat het haar niet kon schelen dat ze weer te laat was. 'Jelena.' Meteen keek ze op. Evanglia stond vlak voor haar. 'Hoi, ik moet je iets vertellen.' Evanglia keek haar nieuwsgierig aan. Vlak voor Jelena haar mond wilde open kwam er nog een gedaante bij hun staan. Het was Joshua. 'Hoi, Evanglia.' Hij keek recht naar Jelena. 'Hoi.'
Jelena glimlachte zwakjes. 'Wat wilde je me vertellen.' Jelena twijfelde. Daar ging haar kans. 'Laat maar.' Met een slecht humeur ging ze het schoolgebouw binnen. Geweldig net toen ze de kans had om Evanglia te vertellen kwam hij erbij. Alsof hij het aanvoelde dat ze Evanglia iets belangrijks wou vertellen. Met een slecht humeur ging ze op een stoel zitten in de aula. 'Echt geweldig,' zei Jelena tegen zichzelf. Meerdere leerlingen keken om naar Jelena en wisten zich in te houden om niet te lachen. Op dat moment kon Jelena het niet schelen. Mokkend keek ze voor zich uit. Ze merkte niet eens dat Evanglia bij haar kwam zitten. 'Hoi.' Verschikt keek Jelena om. 'Ben jij het,' zei ze opgelucht. Evanglia keek achterdochtig. 'Wie verwachtte je dan?' Jelena wist zich bijna in te houden om Joshua te zeggen. Evanglia kneep je haar ogen tot spleten. 'Je dacht zeker Joshua. Wat heb je tegen hem?'
'Wat ik tegen hem heb. Ik mag hem niet,' zei Jelena en stond boos op. 'En is er ook een reden?' Vroeg Evanglia woest. 'Ja, ik vertrouw hem niet, Evanglia. En vooral het feit dat hij m'n beste vriendin inpikt.' De haar gezichtsuitdrukking verzachtte. 'Denk je dat echt?'
'Ja. Ik heb hem laatst horen spreken aan de telefoon.'
'Je deed wat?'
'Ik heb nu even geen zin in een preek, maar zijn gesprek klonk niet bepaald wat je noemt normaal.' Evanglia keek haar verbaasd aan. 'Hoe bedoel je?'
'Nou het klonk alsof hij bezig was met een opdracht of zoiets.' Evanglia keek haar nog raarder aan. 'Ik zie dat je me niet gelooft.'
'Nee, dat is het niet,' zei Evanglia snel. 'Het is alleen dat het vreemd klinkt. Weet je het zeker dat je het goed hebt gehoord.'
'Je weet toch dat ik zoiets nooit zou verzinnen, Evanglia.' Jelena huiverde. 'Ik zou graag, willen uitzoeken of hij werkelijk wel de persoon is die hij zegt. Help je me daarmee?' Jelena zag duidelijk dat Evanglia twijfelde. 'Weet je wat als je ik fout heb zal ik nooit aan je twijfelen.'
'En als je gelijk hebt?' Vroeg Evanglia voorzichtig. 'Dat zien we dan wel.'
'We zullen zien of " de nieuwe " een geheim heeft.' Vastberaden stond Jelena op. 'Ik weet precies hoe we dat gaan doen.'
2. Meerdere Geheimen
'Wat wil je precies uitzoeken?' Vroeg Evanglia. Ze liepen allebei door de gang. 'Aangezien we nu studie-uur hebben, mogen we naar het computerlokaal.' Ze liepen het lokaal in en namen plaats aan een computer. 'Wat wil je precies zoeken?' herhaalde Evanglia. 'Kijken of die school wel bestaat?'
Evanglia snapte nog steeds niet wat ze bedoelde. 'Kijk, weet je nog gisteren. Hij zei op welke school die zat. Ik ga nu uitzoeken of die school wel bestaat.'
'Ik snap je, maar hoe helpt het dat hij niet te vertrouwen is?'
'Als de school niet bestaat betekent dat hij loog en bevestigt het dat hij niet te vertrouwen is.' Evanglia staarde haar aan. 'Maar nog steeds bewijst het niks,' zei Evanglia toen Jelena net op Google was. 'Aan wiens kant sta jij eigenlijk.' Op dat moment was Evanglia stil. 'Dacht ik al. Hoe heet die school?' Vroeg Jelena. Ze zuchtte voordat ze antwoord gaf. ' East Hold High.' Het duurde een paar minuten voordat er op het beeldscherm stond. 'Ik wist het,' fluisterde Jelena. 'Wat?'
'Kijk, Evanglia.' Ze keek naar het beeldscherm. ''Geen resultaat'' stond er. 'Ik had gelijk,' zei Jelena opgewonden en rende het lokaal uit. Evanglia volgde haar. ´Jelena, wacht nou.' Evanglia hield haar net op tijd tegen. Ze ging vlak voor haar vriendin staan. ´Wat wil je precies doen?'
'Hem hiermee confronteren natuurlijk.' Jelena liep langs haar en ging de aula in. Ze zag Joshua zitten in de aula. Hij zat rustig een boek te lezen. Vastberaden liep ze naar hem toe. 'Oké leg de kaarten op de tafel, Joshua.' Hij keek haar verbaasd aan. 'Wat?' Joshua keek haar zo onschuldig aan waardoor ze nog bozer werd. 'Alsof je het zelf niet weet. Die school van jou, East High bestaat niet. Dat rare telefoongesprek van gisteren, heb ik gehoord. Wat heb je voor jezelf te zeggen.' Als bevestiging sloeg Jelena haar armen over elkaar heen. Tot haar verbazing keek Joshua haar echter kalm aan. Hij stond op. Joshua was een stuk langer dan zij, maar ze liet zich niet intimideren. Op dat moment kwam Evanglia bij hun staan. Ze keek van Jelena naar Joshua. 'Als je zo graag wilt weten waarom vraag je het niet aan Rose,' Zei Joshua kalm. 'Wat?' Deze keer was het Evanglia die reageerde. 'Dus je hebt wel iets te verbergen?' Vroeg Evanglia. Joshua keerde zich tot Jelena. 'Misschien kom je wat achter over je zelf en je ouders.' Het duizelde Jelena. Hoe kende hij Rose en nog belangrijker haar ouders. De enige personen die wat over d´r ouders wisten, waren Rose en Evanglia. ´Hoe ken je..?' Joshua onderbrak haar zin. 'Hoe ik Rose ken?' Hij liet een schamper los.
'Zeg maar dat ze een goed vriendin van mijn ouders is.'
'Wacht je bedoelt,´ begon Evanglia. Ze keek van Jelena naar Joshua. Maar Jelena hoorde niks. Ze liep de aula en de school uit. Evanglia en Joshua achtervolgde haar. Toen ze op het schoolplein stond ging Evanglia vlak voor haar staan, waardoor ze stil stond. ´Jelena, gaat het wel?´ Vroeg Evanglia. Het was duidelijk dat ze ongerust was. 'Ik ga naar huis,' Zei Jelena. 'Ben je gek geworden we hebben nog les, Jelena.'
'Ik moet dit doen.' De uitdrukking van Evanglia veranderde. 'Dan ga ik mee.' Jelena draaide zich om naar Joshua en wees naar hem. 'Jij gaat ook mee.' Terwijl de leerlingen van Green Village High de school in gingen, liepen Jelena, Joshua en Evanglia het schoolplein af. Ook al dacht ze dat hij loog hoopte ze een klein beetje dat het wel waar was.
Daar stonden ze dan met zijn drieën voor het huis van Jelena. De enige wat ze deed was ernaar staren. Ze kon er niet bij nadenken dat Rose haar iets had voorgelogen. Waarom deed ze dat? Kon het iets te maken hebben met haar ouders? En wat had Joshua hiermee te maken? Het duizelde haar. Haar leven was helemaal op zijn kop gezet. Jelena nam diep adem voordat ze het voorpand op liep en op de voordeur klopte. Ze hoorden voetstappen voordat de deur werd geopend. Daar stond Rose in de deuropening. 'Jelena, waarom ben je niet op school?'
'Doet er nu niet toe,' Zei Jelena snel. Rose keek van Jelena, Evanglia en uiteindelijk naar Joshua. Haar blik bleef op hem hangen. Dat zag Jelena. 'Komt hij je bekent voor?' Rose schrok. 'Hoe kom je daar nou bij?'
'Joshua zegt dat jij hem kent. Is het waar. En nog belangrijker, is er iets dat je me nog moet vertellen?' Voor een paar minuten staarde Jelena en Rose naar elkaar. 'Kom binnen.'
Toen ze alle vier in de woonkamer zaten, stond Rose op en begon te ijsberen. 'Jelena, je moet weten dat ik dit deed om jou te beschermen.' Rose keek naar Josh. 'Wat heb je haar al verteld?'
'Dat je alleen een goed vriendin van mijn ouders bent,' Zei hij. Rose glimlachte zwakjes. 'Het is waar ik ben een goede vriendin van jullie ouders,' Zei ze. 'Jullie, bedoel je,' begon Evanglia. 'Joshua is je broer, Jelena.' Voor verschijnende minuten was het doodstil. De enige wat Jelena deed was met een open mond naar Rose staren. Wat? Dat kon toch niet. Ze had verschillende dingen gedacht over Joshua. Over wie hij kon zijn en wat hij deed. Maar dit was het helemaal niet. 'Dat is pas nieuws,' Zei Evanglia. Jelena werd geschud uit haar gedachten. 'Waarom – waarom heb je me dit niet eerder verteld?' Vroeg Jelena. Haar stem klonk boos. 'Omdat je in gevaar was.' Jelena keek haar vreemd aan. 'Hoe bedoel je in gevaar?' Rose huiverde. 'Dit begon 17 jaar geleden.' Begon Rose. 'Jouw moeder was de koningin van het rijk Rozenveldt.'
'Is Rozenveldt een land of zo?' Vroeg Evanglia. Rose keek naar haar alsof ze haar voor het eerst zag. 'Zo iets kan je zeggen ja.' Aandachtig keken Jelena en Evanglia haar aan. 'Een slechte tovenaar was uit naar haar troon. Hij geloofde dat hij de ware troonopvolger was.' Rose nam pauze. Jelena zag dat ze moeite had om te vertellen. 'Maar waarom dacht hij dat?' Rose deed alsof ze dat niet hoorde. 'Hij zwoer dat hij de koningin en haar dochter zou doden. Jouw ouders kozen ervoor om je te sturen naar aarde zodat je veilig was.'
'Jouw moeder en ik zouden je naar de aarde brengen en je daar opvoeden. Maar op naar aarde te komen moesten we door het woud reizen. We waren halverwege toen we werden aangevallen. Het waren vreemde wezens. Waarom ze ons aanvielen wisten we niet.' Rose stopte nogmaals. Jelena zag aan haar gezicht dat het werkelijk haar pijn deed. 'Malika zei dat ik verder moest gaan met jou. Ze bleef achter om de wezens tegen te houden. Dat werd haar fataal.' Rose sloot haar ogen en er gleed een traan over haar wang. 'Sinds dien heb ik gezworen om je dit voor te houden.' Jelena kon niks zeggen. Ze keek naar de klok die aan de muur hing. Het was kwart over twee. Ze hadden nu bijna pauze. Het leek zo lang geleden dat ze nog op school was. Jelena opende haar mond. Haar keel voelde kurkdroog aan. 'Waarom wou je me dit niet vertellen?' Rose keek haar recht in de ogen aan. 'Omdat ik niet wou dat je het zelfde bij gebeurde net als je moeder.' Minuten gingen voorbij. Niemand zei iets tot dat: 'De reden waarom ik hier kwam is omdat ik een boodschap heb.' Joshua kreeg meteen de aandacht van Jelena. 'Wat?'
'Van vader, onze vader. Hij vroeg of je terug wou naar Rozenveldt.' Het duurde even voordat de zin van Joshua door Jelena heen ging. 'Meen je dat nou? Maar hoe zit het dan met school?'
'Dat kan ik wel regelen,' Zei Rose. 'Het beste wat ik eigenlijk kan doen.'
'Niet zo snel,' Zei Evanglia. Ze keken allemaal naar haar. 'Denk je werkelijk dat ik toe laat dat mijn beste vriendin op avontuur gaat zonder mij?' Ze keek naar de rest alsof ze oer dom waren. 'Als Jelena gaat ga ik mee.' Joshua keek haar verbouwereerd aan. 'Maar je familie dan?' sputterde hij tegen. 'Ik woon in een weeshuis. Niets houd me tegen om mee te gaan.' Jelena wist nog net niet te lachen. Joshua maakte geen schijn van kans. Als hij wist dat als Evanglia iets wou dat ze dat kreeg. Dat betekende dat Evanglia ook mee ging. 'Dat betekent dat we allemaal gaan.' Haar stem klonk veel harder dan ze dacht. 'Ik ga mee naar Rozenveldt.' Toen Jelena dat zei kreeg ze een vreemd gevoel in haar buik. Meteen kreeg ze twijfels. Hoe moest het met school? En alle andere dingen waarbij ze nu niet op kon komen. 'Op een voorwaarde, als Evanglia mee gaat.' Ondanks wat er zou of ging gebeuren wou ze dat Evanglia mee ging. Ze deden zowat alles samen en dat zou deze keer echt niet veranderen. Wat konden ze nu doen? De enige wat ze deden was voor zich uit staren. Naar school wou ze niet. Ze kon daar niet aan denken. Ze kon dan toch niet meer op haar schoolwerk concentreren. Ze was toch te verstrooid daar voor. Toen het begon te schemeren stond Joshua op. 'Ik kan toch maar beter gaan. Ik wil voor het donker wordt thuis zijn.' Ze keken toe hoe hij op stond en de woonkamer uit liep. 'Ik zie jullie morgen op school.' Jelena, Evanglia en Rose bleven achter in de woonkamer. Na afloop stond Evanglia ook op. 'Ik kan ook maar beter gaan. Ze vragen zich vast af waar ik ben.' Jelena keek haar met grote ogen aan. 'Nee blijf nou, Evanglia,' Zei Jelena dwingend. Ze wou niet alleen met Rose blijven. Wat konden ze tegen elkaar zeggen. 'Ik moet wel gaan.' Evanglia liep het huis uit. Een lange stilte viel. Wat konden ze tegen elkaar zeggen? Jelena kon er niet bij na denken dat Rose haar dit had voorgelogen. Haar leven. Maar aan de andere kant snapte ze haar wel. Ze wou haar gewoon beschermen. Ze nam ook Rose ook niet daarvan kwalijk, maar dat ze haar zo lang tijd dit voor hield. Ze wou alleen zijn. Jelena stond op. ´Ik ga naar mijn kamer.´ Jelena liet zich vallen op haar bed. Ze keek naar het klok dat aan het muur hing en zag dat het zeven uur s´avonds was. Ze voelde zich schuldig. Misschien moest ze het uitpraten met Rose. Ze had al moeite mee toen ze het vertelde. De deur vloog open en Rose stond in de deuropening. Jelena ging overeind zitten. Rose kwam dichtbij en omhelsde haar. 'Ik moest het je eerder vertellen.'
'Het maakt niet uit. Het is toch al gebeurd,' Zei Jelena. Daar zaten ze dan de vrouw en het meisje arm in arm. Er liep weer een traan over de wang van Rose. 'Wat nu?' Vroeg Jelena toen Rose de traan weg veegde. 'Nou een ding staat vast ik ga niet mee.' Jelena keek haar verbouwereerd aan. 'Waarom niet?'
'Er zijn nog dingen die ik moet doen.' Ze keken naar elkaar voor een paar minuten. 'Het is al laat. Je kan maar beter naar bed gaan.' Jelena keek naar de klok die aan de muur hing. Het was half elf. Wat ging de tijd snel. Rose stond op en liep haar kamer uit. 'Welterusten.' Toen Rose de deur vlak achter zich dicht deed liet Jelena zich naar achteren vallen op haar bed. Wat was ze moe. Het leek alsof ze een marathon had gelopen. Haar oogleden werden zwaarder en viel zo in een diepe slaap
Jelena zat ongeduldig op de bank te wachten op Joshua en Evanglia die niet maar kwamen. Oké ze snapte Evanglia dat ze te laat was, want zo was ze. Maar Joshua. Hoe kon hij haar broer zijn als hij zo te laat was.
Ze gingen toch zo weg dus ze konden toch wat eerder van huis gaan. Het was al twee weken geleden dat ze hadden afgesproken om naar Rozenveldt te gaan. Sindsdien ging Jelena zowat elke dag checken, of ze alle spullen die ze nodig had in haar tas had gedaan. Dat voor twee weken lang. Elke keer als ze er aan dacht om, weer terug naar haar thuis te gaan kreeg ze kriebels in haar buik. Op dat moment klonk de voordeur en Jelena werd uit haar gedachten wakker gemaakt en stond op. Joshua en Evanglia kwamen de woonkamer in. 'Hé, hé nu pas komen,' Zei Jelena geïrriteerd. 'Ben je al klaar?' Vraagt Joshua. Voordat Jelena ook maar kan antwoorden kwam Rose de woonkamer in. 'Kan je even alleen spreken, Jelena?'
Verbaasd kijkt ze de anderen aan en volgde Rose. Ze liepen de trap op de kamer van Rose in. Jelena was nog maar paar keer in de kamer van Rose geweest. Ze wou het liefst dat Jelena haar kamer niet in ging. De enige wat er in de kamer van Rose staat is een tweepersoonsbed en boekenkast. Rose reikt naar een boek in de boekenkast. Op eerste gezicht lijkt het een gewone boek. Maar toen Rose de boek open deed haalde ze een beeldschone ketting eruit. Het was azijnblauw en Jelena kon zien dat je het kon openmaken. 'Deze ketting was van je moeder geweest.' Jelena nam de ketting over. 'Was het van mijn moeder geweest?' Vroeg ze. Haar stem klonk anders. 'Je moeder wou dat jij deze ketting kreeg vlak voor....' De stem van Rose stokte. Jelena maakt de ketting open en een versierde "R" stond erop. Ze wist meteen waar de letter voorstond. 'Je kan beter gaan.' Rose stond met haar rug naar Jelena toe. Ze wist dat Rose hier moeite mee had. 'Laat deze ketting de weg naar Rozenveldt brengen.' Na die woorden liep Jelena de kamer uit de trap af. Beneden in de woonkamer zag ze Joshua en Evanglia smoezen. Ze stopte meteen toen Jelena binnenkwam. 'Wat wou Rose?' Vroeg Evanglia nieuwsgierig. Jelena zuchtte. Evanglia was ook te nieuwsgierig dat het niet goed voor haar was. 'Ze gaf me dit ketting.' Ze liet de ketting zien. 'Wat mooi,' kirde Evanglia. 'Ik heb er ook zo'n een.' Zei Joshua tegelijkertijd. 'Waarom heb je dan die niet om?' Vroeg Jelena. Voordat Joshua ook maar kon beantwoorden zei Evanglia al iets. 'Het staat het hem natuurlijk niet.' Joshua keek haar quasibeledigd aan. Jelena wist zich net haar lach in te houden. 'Rose zei dat het me naar Rozenveldt zou brengen.' Ze keek er ook vreemd bij. 'Dat is ook zo. Het is een magische transprantatie. Het brengt je naar iedere plek waar je naartoe wilt gaan.' Evanglia keek hem verbijsterd aan. Ze was duidelijk onder de indruk. 'En hoe blijf je in contact?'
'Aangezien ik zelf een ketting heb moet Evanglia jou hand vasthouden, want anders gaat ze niet mee.'
Jelena knikte. 'Maar hoe gebruik je het?'
'Simpel. Je concentreren op je bestemming.' Jelena keek naar Evanglia die haar hand vast pakte. Ze sloot haar ogen en concentreerde op haar bestemming: Rozenveldt. Plotseling voelde Jelena dat de grond onder haar voeten verdween en voelde dat ze voor een eeuwigheid zou vallen. Ze zat in een wervelwind van kleuren. Jelena keek om zich heen, maar zag Evanglia of Joshua niet meer. Ze wist op dat moment in haar achterhoofd dat ze onderweg was naar Rozenveldt.
3. Terug naar Rozenveldt
Langzaam opent Jelena haar ogen. Het eerste wat haar opvalt, is dat ze in een bos is. Maar dit is niet een zomaar bos. Het was het bos waar Rose over had, Green Woud. Ze kon er niet bij na denken dat haar moeder en Rose hier ooit waren geweest. Ze krabbelt overeind en bekijkt de plek waar ze was terechtgekomen eens nauwkeurig. Er stonden bomen om de plek waar Jelena stond. Ze was op een open plek. Wat was het hier mooi. Ze vond het jammer dat Rose haar niets hier over had verteld. Ook al vond Jelena het hier geweldig, knaagde er een belangrijk vraag aan haar. Waar waren Evanglie en Josh? Ze was hen het oogje verloren toen ze in de draaikolk zat. Ze had geen keus dan hun gaan zoeken. Vastberaden stond ze op en liep de dichtbegroeide bos in.
Waar waren ze? Jelena was nu al een uur naar hen op zoek. Ze had wel gedacht dat het goed ging met Josh, want hij was hier eerder geweest. Maar Evanglie. Ze wilde er niet aan denken als er ook maar iets met haar was gebeurd. Stel je eens voor dat ze vast zat in een woestijn of stond ze op een eiland met alleen zee erom heen. Net toen haar fantasie op hol sloeg bewoog de struik achter haar wild. Verschrikt draaide Jelena zich om. Jelena zette zich scherp wat er elk moment uit de struik tevoorschijn kon komen.. In de plaats daarvan sprong Evanglie uit de bosjes. 'Ben jij het,' Zei Jelena zowel als verbaast en opgelucht. Haar vriendin trok haar wenkbrauwen op. 'Wat had je dan verwacht?' Vroeg ze. Een kwaadaardig wezen. Rose zei wat over de wezens die hen hadden aangevallen. In de plaats daarvan zei ze: 'niets eigenlijk.'
Gelukkig ging Evanglie daar niet verder over praten. 'Heb je Josh gezien?' Vroeg Jelena. 'Het gaat vast wel goed met hem. Hij is hier eerder geweest.' Daar had Evanglie een goed punt. 'Kom we kunnen beter een slaapplaats gaan zoeken.'
Terwijl ze aan het lopen waren begon Evanglie een gesprek. 'Het is hier prachtig,' Zei ze en Jelena knikte. Net toen Jelena een slokje nam van haar veldflesje zei Evanglie: 'ik kan er niet bij nadenken dat jij ooit de koningin hiervan wordt.' Jelena verslikte zich. 'Wat hoe kom je daar nou weer bij, Evanglie?' Vroeg ze hoestend. Evanglie keek haar verontwaardigd aan. 'Nou eigenlijk...' Jelena kapte haar zin af. 'Ik kan onmogelijk de koningin van hier worden aangezien Josh ouder dan mij is,' ging Jelena verder. 'Oké, oké rustig aan.' Het was duidelijk te zien aan Evanglie dat ze spijt had om aan dit gesprek te beginnen. 'Duurt het nog lang,' zeurde Evanglie. 'We zijn nu al een uur aan het lopen.' Jelena vond het vreemd dat haar vriendin zo deed. Normaal was Evanglie juist de sportieve van hun. Zij was degene die altijd met gym meedeed. Als Jelena eraan dacht begon ze te grijnzen. Jelena verzon meestal smoesjes om niet mee te doen met gym. 'Waarom zit je te grijnzen?' Vroeg Evanglie. 'Gewoon een binnenpretje.' Na een half uurtje hadden ze eindelijk de juiste slaapplaats gevonden. 'We kunnen alvast onze slaapzakken eruit halen. Dan ga ik alvast brandhout zoeken.'
Een paar uur later genoten ze van het kampvuur. 'Weetje we hebben een probleem,' Zei Jelena. Evanglie dat net aan het eten was sprak met haar mond vol. 'hwoe bedwoel jwe?' Vroeg ze. 'Praat niet met je mond vol?' Evanglie slikte haar eten. 'Hé, sorry. Hoe bedoel je?' Herhaalde ze. 'Ten eerste Josh is er niet, dus we hebben moeite om de weg te vinden naar de stad en ik vertrouwt het hier niet?'
'Hoe bedoel je?' Vroeg Evanglie. 'Weet je nog over die wezens die Rose en mijn moeder hadden aangevallen?'
'Ja?' Evanglie keek haar vreemd aan. Alsof ze niet wist waar Jelena hier mee naar toe wou. 'Stel je eens voor dat we worden aangevallen?' Evanglie proestte het uit van het lachen. 'Ja hoor, alsof we worden aangevallen.' Op dat moment klonk er geritsel achter Evanglie en een donker gedaante kwam tevoorschijn. Jelena schreeuwde het uit. Haar vriendin volgde haar daarin en ging vlak achter Jelena staan. Jelena keek om zich heen. Ze moest iets hebben om hun te beschermen. Uit wanhoop pakte ze een klein boterhammes.
'Blijf uit de buurt. Ik heb een wapen en weet hoe ik het moet gebruiken.'
'Boterhammes. Meen je dat nou.' Zei Evanglie geïrriteerd. 'Rustig aan ik ben het maar.' De gedaante had de stem van Josh. Jelena was nog nooit zo blij geweest om de stem van haar broer te horen. Maar toch was ze op dat moment boos op hem. 'Waarom sluip je van achter ons,' Zei ze woest. 'Nog belangrijker waar was je?' Vroeg Evanglie.
'Ik moest iets regelen,' Zei Josh.
'Dat kon je niet doen terwijl je hier was bij ons,' Zei Evanglie geïrriteerd. 'Evanglie, doe rustig aan het is toch ook al gebeurd.' Het lukte Jelena haar vriendin bij kalmte te brengen. 'Terwijl je weg was,' Zei Jelena. 'Heb je toch wel bedacht wat we gaan doen.' Jelena keek hoopvol naar haar broer. 'Ja, natuurlijk.'
'Nou wat is het plan?' Vroeg Evanglie. Jelena was blij dat Evanglie eindelijk tot kalmte was bedaard. 'Dat vertel ik als we in de stad zijn.'
'En nu?'
'We kunnen nu als beste gaan slapen. We hebben al onze energie nodig, want het wordt morgen een lange dag.' Terwijl Josh zijn slaapzak uit zijn tas haalde kroop Jelena in haar slaapzakje. Ze keek met haar gezicht naar de sterrenhemel. De sterren fonkelden fel in de duistere nacht. 'Kijk eens aan. De sterren zijn hier helder dan op aarde,' Merkte Evanglie op. Jelena glimlachte op die opmerking. Ze voelde dat ze in slaap doezelde. Langzaam viel Jelena in een diepe slaap.
Geschrokken werdt Jelena wakker. Het eerste wat haar opviel is dat het kampvuur uit was. Dat niet alleen. Het warme gevoel dat ze had voordat ze in slaap viel was weg. In de plaats daarvan was er een koude wind dat op haar huid sneed. Ze sloeg haar armen over zich heen. Het was erg koud. Jelena krabbelde overeind en pakte een vest uit haar rugzak. Wat was er aan de hand, dacht Jelena terwijl ze de rits dicht deed. Ze keek naar de onbewolkte nacht. Tot haar verbazing waren de fonkelende sterren weg. Astronomie mocht dan wel haar slechtste vak zijn, maar het was onmogelijk dat sterren zomaar verdwijnen als het niet bewolkt was. Wat was dit?
Kon het zijn dat iemand zwarte magie gebruikte? Dacht Jelena. Ze wist niet veel over magie, maar het was zeker niet logisch. Ze stond op, maar kreeg meteen twijfels. Moest ze wel gaan? Jelena keek van haar slaapplaats naar het duistere bos. Haar nieuwsgierigheid won van haar angst.
Niet lang daarna liep Jelena door het bos. Ze kreeg kriebels van vreemde, grillige schaduwen die de bomen maakten. Ze maakten zulke vormen dat het op enge lange armen leken die haar elk moment konden grijpen. Ze vond het maar eng. Jelena kreeg het gevoel dat iemand haar achtervolgde. Ze stopte met lopen en keek achterom. Er was niemand. Ze ging weer verder lopen. Deze keer wat sneller. Ze voelde nog steeds dat iemand haar achtervolgde. Jelena werd er zo zenuwachtig van dat ze begon met rennen. Ze rende maar door en lette niet bij op waar ze naar toe ging. Uiteindelijk stopte ze bij een open veld omringt door grote duistere bomen. Op de binnenplek scheen fel maanlicht, maar daar omheen is het duister. Ze werd haar maar bang van en wou er weg gaan toen.. Plotseling zag Jelena een flits door de bomen waar ze van schrok. Er volgde nog meer flitsen. Wat waren dat? Nieuwsgierig liep ze naar de duistere bomen. De flitsen, of wat ze ook waren, kwamen in het fel maanlicht. Het waren geen flitsen, maar iets anders. Niet menselijks. Het waren vreemde wezens met lange haren die over hun gezicht of kop hing. Ze hadden vuil jurk aan wat ooit wit was. De ogen van Jelena werden gevuld met angst. De wezens kwamen vanuit alle kanten vandaan. Ze raakte in paniek. Ze moest daar weg. Ze zag nog net een uitweg en glipte door de bomen. Ze rende weg alsof haar leven van af hing. Ze stopte bij de beste, grote boom om op adem te komen. Net toen ze dacht dat ze veilig was hoorde ze een onheilspelend kreet dat aan haar oren pijn deed. Het was officieel. Ze zat in een nachtmerrie waar ze duidelijk niet uit kon ontsnappen. Waar ze niet uit wakker kon komen. Het duurde even voordat haar adem wat minder gejaagd werdt. Ze nam diep adem en dacht er bij na om alles op rijtje te zetten. Ze moest hier weg komen en snel. Het probleem was dat ze weg helemaal niet kende. Ze was verdwaald. Alle bomen leken op elkaar. Plotseling voelde ze een koude rilling over haar rug lopen. Niet lang daarna volgde er nog een onheilspelend kreet. Deze keer klonk het harder en deed veel meer pijn aan haar oren. Ze drukte haar handen tegen haar oren om voor te zorgen dat er niet veel meer binnenkwam. Toen ze haar handen weg deed zag ze wat bloed op haar rechterhand. Ze wist meteen; Ze was niet alleen. Wat ze niet merkte was, dat een van de wezens naar haar toe sloop. Ze voelde wat pas toen het wezen vlak achter haar stond. Langzaam draaide Jelena zich om en keek naar het wezen. Ze slaakte een gil en rende weg. Ze rende zo hard dat ze niet zag waar ze tegen aan botste. Met een smak viel ze op de grond. Een grote silhouet keek naar beneden op de grond, waar Jelena op lag. Voor heel even dat Jelena dat de vreemde schaduw bij de wezens hoorde, maar bedacht zich toen het zijn hand uitstak. Pas na een aarzeling pakte Jelena de hand aan. 'Kijk uit. Die wezens zien er gevaarlijker uit dat ze lijken,' Zei de schaduw. Het was een mannenstem. 'Wat nu?' Vroeg ze. Het kon Jelena niet schelen wie deze persoon was. Het was maar beter om daar straks over na te denken. 'Ze houden niet van water. We moeten naar het Lakei Meer,' Zei de man. Jelena keek de schaduw aan. 'Naar het wat-meer? Ik ben niet bekend met dit gebied.'
'Volg me.' De man liep tussen de dichtbegroeide bomen. Jelena aarzelde even. Moest ze hem wel vertrouwen. Hij had haar net wel geholpen. Ze was gebonden om hem te gaan volgen. Terwijl ze oplette waar ze ging staan, liep ze achter de man aan. Jelena liep wat sneller zodat ze naast de man liep. 'Wat doe je hier eigenlijk?'
'Ik volg al een tijd de sporen van de Furies.'
'Bedoel je die wezens?' Vroeg Jelena. 'Ja.'
'Wie ben je eigenlijk?'
'Mijn naam is Jason McGraw, lid van het eliteteam die voor de Koning Mahad werkt.' 'Koning Mahad? Dat is mijn vader.' Het duurde even voordat Jelena het merkte. Het was raar voor haar dat ze de naam van haar vader hoorde. Rose had dan wat over hem gezegd, maar nog steeds leek hij haar nog een vreemde voor haar. 'Jij kind van de koning van Rozenveldt? Onmogelijk.'
'Geloof het misschien niet, maar ik ben echt zijn dochter.' Jason wuifde haar opmerking weg. ' Je moet wel oud zijn als je lid bent van het eliteteam.'
'Ik ben negentien.'
'Dat geloof ík niet,' zei ze automatisch.
Net toen Jelena dacht dat het gevaar was geweken, hoorde ze weer een onheilspelend kreet. Het klonk dichtbij. Automatisch begon ze te rennen. Ze volgde de manen niet lang daarna kwam ze bij het Lakei Meer. Het meer was groot en glinsterde door de maneschijn. Eindelijk waren ze veilig. Net toen ze een zucht van opluchting slaakte verscheen de wezens vlak voor haar. Instinctief sprong ze naar achteren. Uit het niets verscheen er een lichtbal dat vlak voor de wezens viel. Terwijl de furies geschrokken weg deinsden viel Jelena door haar sprong in het Lakei Meer achter haar. Helemaal doorweekt stapt Jelena uit het meer. Toen ze uit het water was begon Jelena te klappertanden. 'Hier neem dit.' Hij gaf haar zijn mantel. Dankbaar nam Jelena het aan en sloeg het om haar heen. Nadat Jason zijn mantel gaf aan Jelena zag ze meer aan zijn uiterlijk. Omdat het zo donker was kon ze niet zien wat voor kleur haar had, maar ze zag wel zijn gelaatsstructuur. Toen hij haar aankeek kreeg Jelena een raar gevoel in haar maag. 'Kom ik breng je naar je slaapplaats.' Ze mocht hem dan wel vertrouwen, maar het was wel vreemd dat hij wist waar ze sliep. Onderweg naar de open plek werd er niks gezegd. Hoe laat was het. Ze keek omhoog en kon aan de lucht zien dat ze over een paar uur de zon kon opkomen. Geweldig, ze was de hele lacht opgebleven. Toen ze op dat moment daar aan dacht slaakte ze een geeuw.
Het leek voor Jelena dat de terugweg naar haar slaapplaats sneller, te vinden was dan ze dacht. Toen ze eenmaal op de slaapplaats waren zag Jelena tot haar ergernis dat Josh en Evanglie wakker waren. Geweldig. Net toen ze dacht af te zijn van die volwassen preken, kwam Josh aan met een preek. 'Wat heb jij nou weer gedaan?´ Hij keek naar hoe Jelena eruit zag. Helemaal bedekt met blauwe plekken en haar haren helemaal door de war. Wat nog erger was dat Evanglie er ook ermee ging mee bemoeien.´Dacht je erbij na dat ik me zorgen maakte?´Door die opmerking werdt Jelena razend. Waar haalden dat twee het lef vandaan om zo tegen haar uit te vallen. ´Als je het wilt weten ik werd achtervolgd door wezens die duidelijk me wilden vermoorden,' brieste Jelena uit. Op dat moment bemoeide Jason zich ermee. 'We werden aangevallen door Furies.´ Hij ging naast Jelena staan. Evanglie merkte Jason net op.
'En jij bent?´ Vroeg Evanglie snibbig. Vlak nadat ze dat zei riep Josh ´Jason wat doe jij hier?´ Het duizelde Jelena. Waar kende die twee elkaar van. ´Hij heeft me geholpen om van de Furies te ontsnappen.´ Josh trok zijn wenkbrauwen op. ´Dan heb je zeker geluk gehad, want tot nu toe is er niemand aan de Furies ontsnapt.´ Toen Josh dat zei dacht Jelena aan wat Rose zij: ' We werden aangevallen door wezens waar je moeder niet overleefde'. Waar dat de wezens waar ze daarnet was aan ontsnapt. Ze kon er niet bij na denken wat er kon gebeuren als Jason er niet was. Ze kreeg koude rillingen. ´Kunnen we hier over ophouden. Ik ben erg moe en wil graag slapen.´ Josh, Evanglie en Jason keken naar Jelena die naar haar slaapzak liep en erin kroop.
Rond negen uur werd Jelena wakker gemaakt door Evanglie. 'Kom op Josh zegt dat we vroeg weg moeten gaan als we voor zonsondergang bij het paleis willen zijn.' Mokkend kwam Jelena overeind. Ze gooide wat water uit haar veldfles op haar gezicht om haar wat wakker te maken. Kamde haar haren met haar haarborstel en streek haar kleren van het vuil af. Niet lang daarna liepen ze alle vier door het bos. Josh liep voorop aangezien hij wist waar we naar toe moesten gaan. Met haar hoofd ergens anders liep Jelena achter de andere drie aan. Er knaagde iets aan haar gedachten wat er vanochtend was gebeurd. Dat lichtbal. Ze kwam er op om aan Jason te vragen. 'Jason,' Zei ze. Hij keek achterom. 'Een vraagje. Waar kwam dat lichtbal vandaan voordat ik in het meer viel.' Jason keek haar verbaasd aan. 'Weet je het dan niet? Het kwam van jou vandaan.' Jelena schrok. 'Wat bedoel je daarmee?'
'Je bezit de kracht net als je moeder.' Wat zei hij? Ze moest al genoeg verwerken dat ze niet op aarde was geboren en dat ze prinses was, maar natuurlijk kreeg ze weer te horen dat ze magische krachten had. 'oké, hypothetisch gezien als het waar is. Waarom heb ik het dan niet de afgelopen 16 jaar gemerkt?' Jason haalde zijn schouders op. 'Misschien komt het naar voren als je bang of in gevaar bent. Je weet wel instinctief.'
Voordat Jelena ook maar verder iets kon zeggen voelde ze dat haar voeten van de grond kwamen. Ze zat vast in een groot touwen net. Ze was in een val gelopen. Met moeite kon ze zien dat Josh, Evanglie en Jason ook in dezelfde situatie zaten. Evanglie begon wild te bewegen. 'Wat is dit voor een stom onzin,' Riep ze woest uit. Jelena zou graag om haar willen lachen, maar ze zat ook in een val. 'Rustig blijven.' De stem was zowel niet van Jelena, Josh of van Jason. Uit het niets stond er onder hun een lange man in een mantel. 'Als ik jullie was zou ik maar niet wilde bewegingen maken.' Niemand deed iets en al hun blikken was gericht naar de man. 'Ik moet jullie vragen wat doen jullie hier?' Vroeg de man scherp. Josh nam het woord. 'We zijn onderweg naar Roosendaal.' De man knikte met zijn hoofd. 'Juist, jullie mogen gaan, onder een voorwaarde. Dat jullie niks zeggen over ons dorp.'
'Natuurlijk,' Zei Jelena meteen. De man maakte een hoofdgebaar en uit het niets verschenen wat dorpelingen en sneden het vallen uit. Gelukkig kwam Jelena met haar voeten op de grond. 'Meneer?' vroeg ze. De man keek naar Jelena. 'Is het mogelijk dat we even kunnen blijven om ons eten bij te vullen en opfrissen.' De man keek even moeilijk maar; 'Goed dan, alleen dat jullie het aan niemand vertellen over dit dorp. Er is een waterval achter het dorpsplein.' Toen de man en zijn dorpelingen weg waren wendde Josh tot zijn kleinere zusje. 'Wat was dat?'
'Ik wil dan het liefst er fatsoenlijk uit zien alsjeblieft,' Zei Jelena geïrriteerd. 'Regelen jullie twee maar iets anders,' Zei Jelena en trok Evanglie met zich mee. Jelena en Evanglie gingen zich bij de waterval zich opfrissen. Jelena vond het heerlijk om naar de waterval te staren. Het water spetterde tegen haar gezicht. Ze keek op toen Evanglie veel dichtbij naar de waterval liep. 'Wat doe je?' Vroeg Jelena. 'Ik zie iets.' Behoedend stak Evanglie haar hand in het water ondanks te protesten van haar vriendin. 'Niet doen.' Ze had een diamanten kristal in haar hand. Evanglie maakte een raar beweging waarbij Jelena vroeg: 'Gaat het.'
'Ja, maar ik voelde net een schokje vreemd.'
'Je hebt het kristal van Energie.' Geschrokken keken Jelena en Evanglie achterom. Er stond een jong meisje met een pijl en boog in haar handen. 'Wie ben jij?' Vroeg Jelena wantrouwig. De bewoners van dit dorp zeiden dan wel misschien dat ze hun met rust lieten, maar toch vertrouwde ze het niet helemaal. 'Mijn naam is Lira.' Het meisje had roodbruin haar dat tot haar middel kwam en diepgroene ogen. 'Wat bedoel je met het kristal van energie?' Vroeg Evanglie. 'Daar kom je zelf genoeg achter.' Zei Lira. Voordat Jelena en Evanglie ook maar iets konden vragen was ze al weg. Op dat moment kwamen Josh en Jason aan lopen. Ze keken naar de overdonderde meiden. 'Kom we gaan.' Niet lang daarna liepen het viertal weer door het bos op weg naar de hoofdstad van Rozenveld. Ze kwamen bij een splitsende pad. Er stond een bord waar je naar toe ging als je een weg koos. Als je de rechter weg nam ging je naar het dichtstbijzijnde dorp en de linker weg naar Roosendaal, de hoofdstad van Rozenveldt. 'Ik kan beter maar de rechter weg nemen.' Zei Jason. 'Wat waarom?' Vroeg Evanglie. Het was duidelijk dat ze op zijn aanwezigheid gewend was geraakt. 'Ik heb de opdracht om die Furies te achtervolgen.' 'Het is duidelijk dat wij de andere weg nemen.' 'Hier scheiden onze wegen,' Zei Jason en nam de rechterpad. Jelena, Josh en Evanglie namen de linkerpad op weg naar Roosendaal.
4. Een Nieuw leven
Het was rond twee uur s' middags toen ze net in Roosendaal stapten. Nieuwsgierig keken Jelena en Evanglie naar de huizen, winkelcentra en gigantische gebouwen. Jelena werd al helemaal duizelig als ze naar de zoveelste wolkenkrabbers keek. Ze wenste dat ze nog een 4 paar ogen had zodat ze rond om haar heen kon kijken. Het liefst zouden ze nog even blijven, maar Josh zei: 'We kunnen beter doorlopen als we voor zonsondergang bij het paleis willen zijn.' Meteen kreeg Jelena koude rillingen. Het mocht hier dan wel fijn en vredig uit zien door de lachende mensen die aan het winkelen waren, maar ze wou niet weten wat er hier s' avonds gebeurde. Bewust van haar stappen die ze maakte liep Jelena samen met Josh en Evanglie verder de stad in.
Het was zes uur toen ze eindelijk bij het paleis aankwamen. De zon straalde nog steeds ook al zakte hij tussen de bergen. Het paleis leek wel tot aan de zon reiken. Toen ze aan de poort van het paleis kwamen dacht Jelena even dat niemand de poort zou openen, maar plotseling zwaaide het open. De ogen van Evanglie veranderden in schotels. En Jelena gaf haar gelijk, want vergeleken hier mee was de hoofdstad niets. Het was een grote zaal met marmeren vloer en overal was het goud en rood versierd. 'Die vader van jou is zeker wel rijk,' fluisterde Evanglie tegen Jelena. 'Daar over gesproken. Pap zit in de eetkamer kom je mee, Jelena?' Vroeg Josh. 'Wat?' Als ze eraan dacht om haar vader te ontmoeten kreeg ze al een ongemakkelijk gevoel. Ze hadden elkaar de afgelopen 17 jaar niet gezien laats staan gesproken. Wat konden ze tegen elkaar zeggen. Toen zei Jelena iets wat ze niet zo snel zou doen. 'Op een voorwaarde dat jullie niet mee gaan.' Evanglie stemde toe en knikte naar haar vriendin. 'Goed. Alleen waar is de eetkamer?'
'Je moet hier rechtsaf gaan en steeds voor je lopen. Zo kom je bij de eetkamer.' Nerveus liep Jelena naar de eetkamer. De eetkamer was net zo groot als de vorige zaal. Het was ook rood met goud bekleed en in het midden was er een zeer lange eettafel, waar een donkere man zat. Hij was duidelijk rond 50, want hij begon haar wat grijs haar te krijgen en had wat rimpels. Vermoeid keek hij naar de papieren voor zich niet bewust van dat zijn lang verloren dochter ook in deze kamer was. Dus dat was haar vader. Jelena bekeek hem fascinerend aan. Het duurde even voordat Mahad merkte dat iemand anders in de kamer was. Hij keek Jelena recht in haar ogen aan en de jonge vrouw kwam hem bekent voor. Langzaam kwam hij uit zijn stoel vandaan en liep rustig naar Jelena. 'Waar kom je me..' Jelena kapte zijn zin af. 'Bekent voor.' Er verscheen een uitdrukking op het gezicht van de koning. Alsof hij iets probeerde te herinneren. Waarom duurt het zo lang?' dacht Jelena. 'Het is heel lang geleden of niet soms, pap,' zei Jelena aarzelend.