"Ik haat je! Ik haat je gewoon! Het kan me niet schelen dat we veel tijd met elkaar hebben doorgebracht."
"Doe alsjeblieft rust lie-Lisanne. Denk na voordat je dingen zegt die je niet wil zeggen."
"Ik weet heel goed wat ik wil zeggen! Ik wil dat je weggaat! Ik wil dat je mij en Tom met rust laat! Dat je niet meer zegt wat ik moet doen! " Schreeuwde een hoge vrouwenstem. Ik kroop nog wat verder weg. Ik hield er niet van als ze zo tegen elkaar schreeuwen."Je kan niet van me verwachten dat ik Tom met rust laat." Ook de man begon nu boos te worden. "IK zal nu weg gaan. Ik kan morgen wel terug. Kunnen we dan rustig praten."
"Ik wil gewoon dat je me met rust laat. Dat je weg blijft." De deur ging piepend open.
"Wat doe jij hier?" Vroeg de man boos.
"Ik kan niet slapen, papa. " Stotterde het kleine jongetje. Ik schatte dat hij niet ouder was dan een jaar of drie. "Jij en mama maken teveel geluid." De man keek waarschuwend naar de vrouw. "Snap je nu waarom ik Tom niet met rust kan laten? Hij heeft een vader nodig, net zoals hij een moeder nodig heeft."
"Maar je bent zijn vader niet." Schreeuwde de vrouw hysterisch. Het jongetje kroop bang tegen zijn vader aan.
"Wat?!"
Het beeld werd zwart. Ik had wel weer genoeg gezien. Ik had nog andere dingen te doen. Bovendien werd dit toch nog wel honderd keer herhaald. Ik liep naar mijn kamer en begon daar aan mijn verslagen. Beneden horde ik mijn ouders schreeuwen. Al die jaren was er niets veranderd, behalve de man misschien.