Weerwolven van Wakkerdam

Alleen voor de beheerders => Verhalen => Prullenbak => Verhalen van één persoon => Topic gestart door: Jnusch op 12 juli 2008, 20:58:45

Titel: Blabla :)
Bericht door: Jnusch op 12 juli 2008, 20:58:45
Oké. Het is echt heel eng om zomaar even een verhaal (een begin iig :P) te posten zodat jullie engerdjes het allemaal kunnen lezen. Dus mogen jullie niet heel gemeen doen ofzo :D. Maar geef maar wel opbouwende kritiek ofzo. (Whaha, constructive criticism XD (sololol)).
Het verhaal heet natuurlijk niet Blabla, maar ik heb nog geen titel, dus vandaar. En ik heb ook geen zin om er één te gaan verzinnen want die wordt toch afgezaagd :).
Titel: Re: Blabla :)
Bericht door: Jnusch op 12 juli 2008, 20:59:17
Het eerste stukje :o


*tromgeroffel*



PROLOOG

Pas toen de vrouw nog maar een meter van zijn bed vandaan stond merkte hij haar op. Hij had zich doodgaan anders voorgesteld. 'Je komt me vermoorden.' Vaag zag hij de vrouw knikken, alleen door de deur viel wat licht naar binnen. 'Je hebt het niet zien aankomen. Doe maar niet alsof. Het is geen schande om toe te geven dat je ook maar een mens bent.' Een zachte stem, een stem die hij goed kende en die normaal zo vriendelijk was. 'Waarom?' De vrouw stapte opzij, zodat zowel op haar gezicht als dat van hem licht scheen. Kille haat lag in haar ogen, staalblauwe ogen in een verder nogal gewoon gezicht. 'Omdat je het hebt verdiend. Jullie allemaal.' De vrouw hield een pistool in haar handen, een pistool dat ze nu begon te laden. Toen ze klaar was tikte ze met de loop tegen zijn wang, het metaal voelde koud aan. Hij vroeg zich af of haar ogen ook zo koud zouden aanvoelen. Als je überhaupt aan ogen kon voelen. De vrouw glimlachte, 'Je begint oud te worden. Een oude man. Iemand die fouten maakt.' Hij slikte. 'Nu is het te laat natuurlijk.' De vrouw boog zich langzaam naar hem toe, 'Je had het moeten weten. Je had moeten proberen me te overmeesteren. Niet zo lang geleden had je dat nog gedaan.' Opeens voelde hij een steek in zijn arm. 'Ik word oud.' De vrouw grijnsde, 'Nee, jij wordt niet oud meer. Jij gaat nu dood.' Stilte. 'Wees gerust, het werkt snel en is bijna pijnloos. Alleen de stekende pijn die je nu in je bovenarm voelt. Ik ben er de persoon niet naar om anderen te laten lijden.' Nu ze zo dichtbij was zag hij eindelijk wat hij altijd over het hoofd had gezien, hoe erg ze hem aan een andere vrouw deed denken. Een vrouw uit het verleden. Hij vroeg zich af hoe het mogelijk was dat de gelijkenis hem nooit was opgevallen. 'Wat is er? Oh, weet je eindelijk weer wie ik ben?' De woorden waren spottend bedoeld maar behalve dat hoorde hij de pijn die erin lag. Het lijden. De vrouw klopte hem op zijn hoofd en draaide zich om. Haar silhouet in de deur was het laatste dat hij zag. De deur ging dicht en het werd donker. Hij zuchtte.

Titel: Re: Blabla :)
Bericht door: Jnusch op 14 juli 2008, 19:03:59
Nou, na heel veel aanpassen enz. hoofdstuk 1. Weet niet of ik er wel tevreden over ben, maar goed :P.


1.
    Wat Fayn zag was moeilijk te omschrijven, driehonderdzestig graden vanalles. Overal mensen, huizen, winkels en andere gebouwen. Waar hij ook keek, er was wel iets of iemand aan het bewegen. En dat ruim honderd meter onder de grond. Fayn wist dat dit de grootste ondergrondse kolonie was, maar dit was te veel, dit hoorde niet onder de grond te passen. Veel tijd om daarover na te denken kreeg hij niet, Gessil trok hem al aan zijn arm mee. Gessil verbaasde hem nog steeds. Toen Fayn hem een paar uur geleden voor het eerst zag dacht hij dat hij de verkeerde voor zich had. Was dit de reus waar iedereen zo'n ontzag voor had? Gessil was lang, dat wel, maar zijn bouw leek eerder sullig dan atletisch of gespierd. Natuurlijk zei niet veel, maar Gessil mocht dan wilde dreadlocks en bijna zwarte ogen hebben, zijn karakter was alles behalve ontzagwekkend. Fayn had al gemerkt dat in Dymra alles anders was dan hij gewend was. Alles was er anders en juist daarom leek het alsof hij zelf eindelijk klopte, hij had gevoel dat hij hier wel bij paste. Dat overkwam hem niet vaak, sowieso nooit Boven. Fayn mocht dan in Orrmiyr geboren zijn, bijna zijn hele familie was ondergronds. Alleen zijn moeder en haar ouders woonden Boven en alleen hij en zijn moeder waren er ook daadwerkelijk geboren. Fayn had het er nooit fijn gevonden, het was een hardvochtige wereld. Subbmiyr was natuurlijk ook niet alles maar hij vond het er rustiger en de sfeer was er beter. Ondanks alle hypermoderne technologie leek het of de tijd er even had stilgestaan. Ondergronds scheen nooit de zon en viel er ook nooit regen. Dat maakte stenen huizen overbodig en al die houten en kleien huizen werkten erg mee aan de indruk van een dorpje. Een gigantisch dorpje. Dat gevoel had Fayn al meteen de eerste keer dat hij omlaag ging. Hij was toen dertien, nu zes jaar geleden. Toen was de reden dat zijn vader tot Hoofd werd beëdigd. Nu was de reden dat zijn vader dood was. Morsdood. Fayn wilde graag weten hoe dat kwam, net als zo ongeveer elk mens dat over straat liep. Het evenwicht tussen de koloniën was verstoord, het gonsde van de geruchten en over één ding was iedereen het eens, Vandr was geen natuurlijke dood gestorven.
    'Fayn, we zijn er.' Hij keek op, Gessil stond voor hem en keek hem vragend aan. Een moment vroeg Fayn zich af waarom, toen herstelde hij zich, 'Natuurlijk. Laten we naar binnen gaan.' Gessil draaide zich om en liep door een metershoge, marmeren poort een gang in. Fayn wilde snel achter hem aan lopen, maar bleef even staan om zijn ogen aan het donker te laten wennen. Toen hij duidelijker kon zien vielen hem onmiddellijk de tientallen wachters op die hij langs de muren zag staan. Hij wist dat sinds zijn vaders dood de bewaking verscherpt was, maar wat hij nu zag sloeg alles. Fayn schatte in dat om de twee meter een bewaker stond en dat meter na meter na meter aan weerszijden van de gang. Terwijl hij langs ze liep probeerde hij ze te tellen, toen hij er bijna 40 had geteld botste hij opeens tegen Gessil aan. Die was blijven staan en keek hem nu zonder iets te zeggen aan. Fayn kreeg eer een ongemakkelijk gevoel van, alsof hij gekeurd werd. 'Je kent het ritueel toch wel? Beleefdheid gaat hier boven alles.' Fayn trok spottend een wenkbrauw op, 'Dat weet ik ook wel, ik ben wel Vandrs zoon.' Fayn besefte meteen dat dit nou precies de manier was waarop hij niet tegen de Hoofden mocht praten. In één vloeiende beweging draaide Gessil zich helemaal om, greep zijn keel vast en drukte hem tegen de muur, 'Nee, jij weet niets. Je moet je plaats kennen. Wat jij hebt gedaan is je boven in de nesten werken. Problemen veroorzaken, voor iedereen. Je leidde je vader af. Jij; een ongelukje. Het was voor iedereen makkelijker als je hier naartoe zou komen. Nu hij dood is heb je nog een mooi excuus ook. Je bent de zoon van je moeder, Fayn, je vader kende je niet eens.' Fayn probeerde zijn gezicht af te wenden, wat Gessil zei wist hij al maar dat maakte het niet minder pijnlijk. 'Luister naar me. Respect. Altijd. Voor iedereen. Je hebt je nog niet bewezen Fayn, onthoud dat.' Een moment keek Gessil Fayn nog aan, toen opende hij een laag, smal deurtje. Fayn wist dat die deur misleidend werkte. Het hele gebouw stamde uit de tijd dat er nog aandacht besteed werd aan hoe een gebouw eruit zag, wat voor indruk het wekte. Daarom was het ook zo ongelofelijk mooi, het was een kunstwerk. Zijn vader had hem er eens over verteld, hij was razend enthousiast geweest,  hij had Fayn beloofd hem er een keer mee naar toe te nemen. Het was er nooit van gekomen. Terwijl hij aan Vandr dacht voelde hij een vage steek. Zijn vaders dood deed hem meer pijn dan hij had toegegeven. Vooral het feit dat hij niet bij de begrafenis mocht zijn. Zijn moeder had hem er over verteld, als hij dat moest geloven was het een prachtige gebeurtenis. Zijn vader waardig.
    Met één hand hield Gessil de deur voor hem open terwijl hij hem spottend aankeek. Toen maakte hij een sierlijke buiging. Fayn grimaste en stapte naar binnen, meteen was Gessil weer serieus, 'Houd je in.' Fayn knikte en liep verder de zal in. In het midden stond een halfronde tribune en daarvoor vijf marmeren tronen. Hij herkende niet iedereen die er zat, maar wist wie het waren. De Hoofden. Hij voelde hoe zijn maag zich vanbinnen alvast opknoopte. Achter de Hoofden zaten voorzover hij wist alle belangrijke mensen uit Subbmiyr. Iedereen wilde hier bij zijn en dat betekende niet veel goeds. De Hoofden droegen elk een zilveren mantel met daarop een teken. Wijsheid, Rechtvaardigheid, Gematigdheid, Moed en Liefde. Cyrystyl droeg de mantel voor wijsheid, ze zat op de middelste troon, ingelegd met zilver. Ze kwam van Boven en was de enige die hem kende. Het Hoofd dat voor Wijsheid stond kwam altijd van Boven en was altijd een vrouw. Een priesteres van de tempel van de Hemelse Vrede. De tempel die hij was binnengedrongen. Eén van de redenen dat hij nu hier was.