Het was donker in de ruimte. Rechts van hem zweefde een klein lichtbolletje. Max liep er naartoe. Wat was dat? Hij probeerde er met zijn zwaard doorheen te slaan, maar het bolletje bleef onbewogen hangen. De frustratie in Max borrelde op. Het was duidelijk geen life-pakketje, dan was het wel opengebarst. Misschien een nieuwe skill? Max liep door het bolletje heen. Weer bleef het zweven alsof er niets aan de hand was. Aargh! Max besloot bij het bolletje in de buurt te blijven, anders kon hij niets zien. Zijn kaarsen waren ook al op dus hij kon geen licht maken. Dan maar wachten totdat Kala hem kwam halen.
Na vijf minuten was er nog steeds niets gebeurd en Max ijsbeerde door de kamer. Hij wilde verder, hij moest Cloack Village vóór het avondeten bereiken, dan kon hij daarna nog even Iron Forest in om wat skills te verzamelen. Hij greep zijn telefoon en belde Kala op. "Kala, waar zit je? Ik zit vast in Main Temple. Mijn kaarsen zijn op, je moet me komen halen." Hij hoorde Kala zuchten. "Max, ik ben helemaal op Golden Island, ik kan daar nou echt niet heen komen, bel Julian maar." Tuut, tuut, tuut. Opgehangen. Max bromde. Kala had beloofd dat ze met hem mee naar Cloack Village zou lopen! En Julian was nog maar level 10, zelfs minder dan hij met zijn level 16. Kala wist ook wel dat je op de route van Main Temple naar Cloack Village monsters van level 20 tegen kwam die hij nooit aan kon. Zuchtend ging hij weer achter zijn computer zitten. Hij drukte op de "home"-knop. Een flits, en hij was weer in Main Town, met 5 skills minder.
Julia liep neuriënd door de keuken. De soep op het fornuis borrelde tevreden en uit de oven verspreidde zich een heerlijke geur van haar zelfbedachte ovenschotel. Ze vond het heerlijk om te koken en haar vader en moeder waren er maar al te blij mee. 'Ping!' Het belletje van de oven. Ze draaide het fornuis uit en liep naar de woonkamer waar haar vader achter zijn laptop zat te werken. 'Papa, het eten is klaar. Waar is mama?' Haar vader keer verstrooid op. 'Ehm.. Je moeder is boven de was op aan het ruimen, geloof ik. Ik zal haar wel even roepen.' 'Waar Max zit hoef ik niet te vragen, of wel?' Haar vader schudde zijn hoofd. Julia liep terug naar de keuken en zag haar vader de trap op lopen.
Tien minuten later, toen de hele familie aan de soep zat, bekeek Julia haar broertje eens goed. Zijn gezicht was bleek en hij was erg mager. Zijn haar zag er dof uit. Hij goot zoals elke dag zijn soep naar binnen. Ze keer bedroefd naar haar soep. Daar had ze haar best op gedaan en nog leek hij het niet eens te proeven. Ze wist wel waarom. Dat verdomde computerspel van hem. Het was geen spelletje meer, het was geen rage meer, het was een verslaving. Ze zag de hele onderbouw van haar school als zombies door het gebouw sjokken en zelfs de vierde en vijfde klassen begonnen langzaam maar zeker te veranderen in hersendode game-verslaafden. Het spijbelpercentage was met 20% gestegen ten opzichte van vorig jaar. En het erge was dat niemand het leek te merken. Nou, ze merkten wel dat de kinderen er de laatste tijd toch maar bleekjes uitzagen en dat er veel meer spijbelaars waren, maar dat kon toch niet aan zo'n spelletje liggen? Het was vast een griepje ofzo. Julia zuchtte. Volwassen waren soms ook zó naïef.
Max goot zijn soep naar binnen. Dat hij zijn mond verbrandde nam hij maar voor lief. Met een klap zette hij het bord neer. 'Mag ik al opscheppen?' Vroeg hij. Zijn vader keek hem onderzoekend aan. 'Heb je honger?' Max stond op en liep naar het aanrecht. 'Eh.. Ja, ik heb heel veel honger, mag ik opscheppen?' Vroeg hij, terwijl hij al wat van Julia's prachtige goudbruine ovenschotel op zijn bord kwakte, niet op de versieringen van bieslook lettend. Julia stond op en spurtte naar hem toe. 'Max! Wat doe je nou! Dat had ik speciaal gemaakt!' Schreeuwde ze met de tranen in haar ogen. Max keek haar raar aan en liep snel terug. Hij schoof de ovenschotel naar binnen, veegde zijn mond af en met zijn mond nog vol stond hij op. 'Ik ga weer naar mijn kamer!' Mompelde hij, zijn hand voor zijn mond houdend omdat anders het eten eruit zou vallen. Zonder op het antwoord van zijn ouders te wachten rende hij weer naar zijn kamer toe.
Terwijl hij de trap op struikelde raasde een stroom van gedachten door Max zijn hoofd. Voor het eten had hij in Main Town wat kaarsen gekocht en was hij via Main Temple op de Temple Road beland. Nu kon hij niet verder. Hij zat inmiddels weer op zijn computerstoel en staarde naar het scherm. Zijn karakter Max keek naar het einde van de bossen. Daarachter lagen de Open Fields tussen Main Town en Cloack Village. Daar kon hij niet door, dan zou hij zeker verslonden worden. Hij greep zijn telefoon en belde Kala weer. De telefoon ging over, zes keer, zeven keer, maar hij kreeg de voicemail. Hij smeet zijn telefoon weg. Hoe moest hij nu verder?
Plotseling hoorde Max bladergeritsel. Hij draaide zich om en achter zich stond een karakter dat zich Arthur noemde. 'Hoi, kun je niet verder?' Verscheen in een tekstballonnetje boven zijn hoofd. Max klikte op Arthur. Level 62! Die zou hem mooi mee naar Cloack Village kunnen nemen. 'Nee, zit vast, een vriendin zou me komen helpen maar ze laat niets weten.' Typte Max. Arthur liep een stukje voor Max uit. 'Volg me maar, ik moet toch die kant op.' Max klikte op Arthur en zijn karakter volgde de sterke Arthur terwijl die alle monsters met slechts zijn pink weg leek te slaan. De open fields waren prachtig mooi, de omgeving leek net echt. Max schakelde zijn gehele omgeving uit en verdween in het spel.
Elf uur die avond strompelde Julia de trap op. Ze had wat televisie gekeken en haar laatste boek voor Nederlands uitgelezen. Nu voelde ze zich zo moe dat ze zich amper de trap op kon trekken. Ze zag onder de deur van de kamer van haar broertje een vaag licht komen. Ze wist dat dat van zijn computer af kwam. Julia deed de deur open. 'Max, het is al elf uur geweest, ga nou slapen. Je moet morgen gewoon naar...' Haar zin maakte ze niet af. Haar broertje was nergens in de kamer te bekennen. De kamer zag er bedompt en vies uit en hij rook alsof hij al maandenlang niet schoongemaakt was. Julia liep de kamer in en keek eens goed rond. Nergens was Max. Ach, misschien is hij al op de badkamer, dacht Julia terwijl ze de kamer weer uitliep. Ze liep richting de badkamer toen ze geluiden die klonken als zwaardgekletter en kreten uit de kamer van Max hoorde komen. Ze draaide zich om en liep weer naar de kamer. Toen ze binnenkwam was Max nog steeds nergens te zien, de geluiden gingen echter gewoon door. Julia liep naar de computer en keek naar het scherm. Op het scherm was een poppetje dat eruit zag als een ontsnapte barbaar met een goede wapenuitrusting te zien. Boven zijn hoofd zweefde de naam 'Max'. Om Max heen liepen allerlei eng uitziende monsters. Links van Max stond een grote man die eruit zag als een of andere ridder. Zijn wapenuitrusting zag er piekfijn uit en in zijn hand hield hij een groot zwaard, twee keer zo groot als dat van Max. Boven zijn hoofd zweefde de naam 'Arthur'. Julia gromde. Max was nergens te bekennen en dat spel ging nóg door. Misschien was hij het huis uitgeslopen en zat hij bij een vriendje of bij Kala te spelen. Hoofdschuddend liep ze de kamer uit richting badkamer. Dat spel ging echt te ver.