Weerwolven van Wakkerdam

Alleen voor de beheerders => Verhalen => Prullenbak => Verhalen van één persoon => Topic gestart door: Allanon op 30 mei 2011, 22:07:23

Titel: Firef's life story
Bericht door: Allanon op 30 mei 2011, 22:07:23
Het begin.

"Sneller ze halen ons in!" Achter hun klonken allemaal voetstappen en luid geschreew. Arthur en zijn 2 elven metgezellen haasten zich door het diepe woud. "Dargon , Arthur gaan julie maar verder om William te waarschuwen ik houd ze wel eventjes bezig." Delian 1 van de 2 elven draaide zich om en pakte zijn boog van zijn rug. Daarna pakte hij een pijl uit zijn koker en richte die in de richting van waar zij vandaan kwamen. Het zweet drupte bij Arthur zijn gezicht langs toen ze verder renden. Zouden ze het gaan halen om optijd bij William te zijn voordat ze hun hadden ingehaald? Het maanlicht kreeg steeds meer kracht en ruimte naarmate het bos opener en minder bedekt werd. In de verte zagen ze William zijn huis al staan en het licht brandde nog. "William! Snel ze komen er aan!" Schreewde Arthur zo hard hij kon. Tegen de tijd dat Dargon en Arthur bij William zijn deur aankwamen stond die ook al buiten met zijn zoon zijn hand vast en zijn baby in zijn andere arm. Ddeb zijn zoon wreef met zijn hand door zijn slaperige oogjes. Firef de baby in William's armen sliep nog vredig. "Ik heb alles bij me wat ik nodig heb." Zei William knikkend naar zijn geldbuidel aan zijn riem en zijn grote jachtgeweer op z'n rug. "Dan is het tijd om te gaan het beste is om op te splitsen" Gromde Dargon. Hij begon zachtjes te neuriën onder de grote eik die naast William zijn huis stond. Zijn elven magie begon in werking te treden en hij maakte 5 eiken standaartjes voor een zandloper. "Jouw beurt Arthur." Arthur nam de standaartjes over en begon er eerst een paar woorden tegen te brabbelen in een oude taal. De standaartjes begonnen roodgloeiend te worden en nadat ze waren afgekoeld, glinsterden ze goud van kleur. Vervolgens pakte Arthur wat zand uit zijn buidel en maakte in combinatie met zijn eigen magie de glaasjes van de zandloper met zand erin. "Dan is het nu wachten op Delian tot die hier is voor de laatste magie aan de zandlopers." Vervolgde Arthur. Iedereen knikte instemmend mee. "Ik stel voor dat jij Firef meeneemt Arthur, Als ik zowel DdeB als hem mee moet nemen acht ik ons overlevingskans klein." Arthur knikte en nam Firef over uit William's handen. Delian sprong uit de bossen weg en rende naar het groepje toe. "We moeten naar binnen en daar verdwijnen! Ze zijn overal om ons heen!" Snel rende iedereen naar binnen. Eenmaal binnen sloot William de deur en gaf Arthur de zandlopers aan Delian wie ditmaal zijn magie er over zou laten gaan. Hij pakte zijn fluit en begon te spelen het zand in de zandlopers begon door het glaasje heen te dwarrelen en werd zilver van kleur. Toen alle zandkorrels van zilver waren viel het weer neer. "Ik blijf hier wel achter en zorg dat de sporen van julie verdwijnen. Zo kan ik wat tijd voor julie winnen." Iedereen nam een zandloper uit Delian zijn hand en draaide deze om. DdeB en William verdwenen na dit te hebben gedaan. En ook Firef en Arthur verdwenen nadat de zandlopers waren omgedraaid. Dargon keek zijn broer met nog een laatste blik aan en omhelsde hem. Wetend dat hij zijn broer nooit meer zou zien en ook hij draaide toen de zandloper om en verdween. Fakkels naderden al door de bomen richting het huisje. Delian die achterbleef schoot zoveel mogelijk pijlen op zijn belagers om zoveel mogelijk mee te nemen. Het zou in deze situatie natuurlijk zonde zijn om alleen te moeten sterven...

Verschijning in de andere tijd.

Arthur keek verwilderd om zich heen. Het huisje waar ze zonet nog waren was weg ook het bos om hun heen was verdwenen. In de verte zag Arthur een groot kasteel hoog optoren en besloot om met Firef in zijn handen er naar toe te lopen. Alles om zich heen was veranderd hij herkende niks meer... Waar waren ze beland? Hij besloot om naar het kasteel toe te lopen. Afvragend in welke tijd zij beland waren kwam hij aan bij de poort. "Halt! Noem uw naam vreemdeling." , "Arthur Rednaet luid mijn naam zoon van Merlijn Rednaet. Waar bevinden wij ons hier?" De poorten gingen open en een kaal oud mannetje dat de wachter was kwam naar buiten gelopen. "U bevindt zich nu in het koninkrijk van Damettië heer" De naam Damettië kwam hem bekend voor blijkbaar waren ze dus 200 jaar terug in de tijd gereisd. Dit was het magische koninkrijk, hetgeen waardoor ze op de vlucht waren geraakt. Hier was de magistische oorlog begonnen. Magiërs tegen de mensen die magie verafschuwen. "Ik kom in vrede en ben een beoefenaar van de magie. Ik reis de wereld rond om alles te snappen, het bestaan van de magie en alles om mij heen. Dit om de ware aard van de magie te vinden. Op mijn weg hierheen vond ik dit kind." De wachter keek hem vriendelijk maar toch met doordringende ogen aan. Maar besloot uiteindelijk om hem binnen te laten. Zodra ze de poorten binnen waren gewandeld sloten deze ook direct achter hun. Er ging een lange tijd voorbij terwijl de beide heren bij de wachter in woonden. Arthur leerde veel over de magie en toen hij uiteindelijk genoeg had geleerd was het tijd dat hij vertrok. Het was tijd dat Arthur iedereen weer opzocht. Firef was intussen 8 jaar oud en bleef achter bij de wachter zodat hij nog kon studeren en normaal kon opgroeien. De wachter verzorgde hem alsof het zijn eigen kind was. Op 74 jarige leeftijd toen Firef 22 jaren jong was gebeurde het. Hij kwam te overlijden en Firef zat aan zijn sterfbed. "Firef toen Arthur vertrok liet hij een schilderij achter. Zijn wens was dat jij die zou krijgen als je oud genoeg was. Er zit een boodschap achter volgens Arthur over jou verleden." Voordat Firef meer erover kon vragen blies de oude man zijn laatste adem uit. Toen Firef het portret bestudeerde stonden 6 mensen op. Vooraan stond Arthur en aan zijn linker kant een man die dezelfde gelaatstrekken had als hij zelf. Die man hield een baby vast en voor hem stond een jongen van ongeveer een jaar of 6. Ook hij leek erg veel op Firef. Aan de andere kant van Arthur stonden nog 2 mannen naast elkaar. Ze leken sprekend op elkaar hadden een spitse neus en puntige oren. Onder in de hoek van het portret stond een lijstje met 6 namen. Arthur Rednaet, William, DdeB, Firef, Dargon en Delian Smalwood. Het was een mooi schilderij en de eiken lijst die erom heen zat was ook schitterend bewerkt. Maar tot op de dag van vandaag weet hij nog steeds niet wat de boodschap ervan is.

12 jaar later.
Firef's verhaal.

-Kukelekuu Kukelekuu-
Een klein zonnestraaltje scheen door de ramen van Firef zijn slaapkamer. Hij strekte zich uit en ging het bed uit. Na eerst even te hebben gedouched kleede hij zich aan. Een zwarte blouse en broek trok hij aan met daarover heen een fluweel rode mantel. Firef keek in de spiegel zijn wijnrode haren zaten in een wirwar. Het was alsof er elke avond een storm overheen woedde. Zijn groen-bruine ogen vielen gelijk op bij zijn uiterlijk. Een paar keer haalde hij zijn hand door zijn haar heen maar maakte geen verschil. Daarna maakte hij de tafel klaar om te ontbijten. De gebroeders Loki en Loke hadden hem een kan met melk gegeven natuurlijk tegen een degelijke prijs. Buiten had hij een kippenhok staan en ging naar buiten om te kijken of er ook een kip een ei had gelegd. Er was een heldere lucht en de zon begon al aardig kracht te krijgen. In zijn kippenhok lag 1 ei en hij haalde deze eruit om klaar te maken op brood. Toen hij aan tafel ging zitten om zijn ontbijt op te eten viel het licht op het portret dat hij boven de open haard had gehangen. Even speelde er een gedachte af over die man in zijn droom. Deze droom had hij nu al een paar keer eerder gehad. Die man was zijn vader en hij scheen nog een broer te hebben? Blijkbaar moesten ze toen vluchten voor iets..? Maar wat? Na erover gepiekerd te hebben toen hij zijn ontbijt op at besloot hij naar Jelte te gaan. Misschien kon zij hem meer vertellen zij was ten slot van rekening iemand die in de toekomst kan zien. Er was misschien hoop dat zij hem meer kon vertellen. Gelijk besloot hij er heen te gaan. Op straat was het druk en overal zag hij bekenden lopen in de verte zag hij Freule Fijella lopen. Oh wat was dat toch een mooie meid. Met opzet liep hij langs haar en toen ze hem aankeek knipoogte hij even. Ze draaide haar hoofd gelijk weg. Waarschijnlijk had hij dat dus beter niet kunnen doen. Hoe zou Freule Fijella eigenlijk over hem denken? Zou ze hem zien zitten? In gedachten verzonken liep hij perongeluk bij Johan op. "Ho! Sorry! Hé hallo Johan. Lang niet gezien hoe is het met jou?" De tijd vloog voorbij terwijl hij met Johan aan het praten was. Johan was een goeie bekende geweest van de oude wachter en daardoor kon hij het ook goed met hem vinden. "Ik moet nu weer verder hoor Johan. Anders wachten mijn leerlingen straks nog op me." Met een grijns liep Johan weer verder. "Is goed Firef spreek je gauw weer." Bijna bij de school aangekomen hoorde hij de bellen al luiden. Zette een sprint in en was nog als eerst bij zijn klas. Zijn droom moest maar even wachten. Afvragen hoeveel leerlingen vandaag zouden komen in zijn les zorgden ervoor dat hij zijn gedacht van de droom af kon houden. De dag verliep soepel en er waren weinig leerlingen gekomen. Jammer vond hij dat ze zaten hier voor hun zelf niet voor hem. Willow Ufgood zijn lievelings leerling was er altijd. Als die er niet was, was hij waarschijnlijk ziek. Hij was blij dat er tenminste iemand zijn lessen interresant vond. Het was tijd om even langs Jelte te gaan. Op de weg richting Jelte was het ook druk en veel geruchten en geroddels gingen de ronde. Firef kreeg niet alles mee wat er gezegd werd. Waar had iedereen het toch telkens over? Veel aandacht besteede hij er verder niet aan. Pas toen hij bij Jelte haar huis was aangekomen begreep hij wat er gebeurt. Er is een groot spektakel in de stadion en hij besloot te gaan kijken. Na afloop kwam Lune met het verhaal dat de koning was gestorven en er een beschermer van de Yleisso moest komen.
Titel: Re: Firef's life story
Bericht door: Allanon op 30 mei 2011, 22:07:53
Het gesprek met Lune.

Het bericht dat Lune gaf over de dood van de koning brachten veel magiërs in een trance. Bepaalden lieten hun magie de vrije baan. Verscheidende magiërs verlieten de zaal. Sommige voor een frisse neus buiten. Anderen gingen de hallen van het kasteel binnen. Voor Firef was het alsof een grote hamer hem in zijn gezicht trof. Zijn oude man had het altijd over de koning gehad en was vol lof over hem geweest. Toen de koning hem verplichtte om op zijn 70ste te stoppen met de wachter van Damettië te zijn vond hij het jammer. Er kwam een herinnering bij hem op dat de koning op bezoek kwam bij hun thuis. Je had zijn oude man moeten zien, hoe blij die was geweest. Nee, Firef kan het niet geloven dat de koning er niet meer is. De kracht en uitstraling die de koning had gegeven had Firef bang gemaakt tijdens bezoek. De koning had een innerlijke kalmte bezeten. Wie of wat het ook was geweest het was sterk. En dan had je nog die anti-magiërs wie waren dat? Firef besloot ook de gangen op te gaan, op zoek naar Lune. De vertrekken en gangen in de kasteel waren donker. Gelukkig wist hij waar hij heen moest. Vroeger had zijn oude man hem wel eens meegenomen naar het kasteel. Hij pakte een willekeurige gang waarvan hij dacht de juiste te zijn. In de verte zag hij een klein lichtbolletje achter een jongetje aanzweven.
Binnen de kortste keren had hij het jongetje ingehaald. "Hey hallo, Je ziet er sip uit is er iets?" Het jongetje keek op. "Ik ben mijn vader kwijt meneer." Firef herinnerde zich het jongentje. Bij de binnenkomst van de witte graaf had hij het jongetje in diens buurt gezien. De witte graaf moest zijn vader zijn. "Zal ik met je meelopen? Hoe heet jij?" Een angstig gevoel bekroop hem alsof er iets in de gangen zweefde wat er niet hoorde. Vertrouwd voor een jonge jongen van 7 was het hier op de gangen niet. Zelfs hij kreeg kippenvel...En dat voor een volwassen magiër. "Ik heet Sol." Zei de jongen. "Aangenaam Sol ik ben Firef."
Samen liepen ze door de gangen van het kasteel met de bol van vuur voor hen uit zwevend. Ze kwamen aan bij een t-splitsing en vroegen zich af waar ze nu heen moesten. "Momentje Sol." Geconcentreerd maakte Firef een beweging met zijn handen. Spitste zijn oren en liet zijn magie gaan. Een gerommel zoals bij donder vulde de gang en viel in stilte. "Rechts werd mijn gerommel onderbroken. Ik vermoed dat daar mensen zijn.."
Nogmaals kwamen ze aan bij een t-splitsing en Firef herhaalde zijn trucje. Ditmaal werd zijn gerommel in beide van de gangen onderbroken. "Ik denk dat we hier moeten splitsen.." Sol keek hem aan en knikte en liep de gang rechts in met het bolletje van vuur voor hem uit. Firef ging naar links en knipte met zijn vingers om daar flitsen van electriciteit mee uit te schieten. Dit zorgde ervoor dat hij kon zien waar hij liep. De gang voor hem begon lichter de worden en in de verte brandde er licht. Toen hij dichterbij kwam zag hij 2 wachters staan die de gang blokkeerden.
"Stop, je mag hier niet verder!" Zei 1 van de wachters tegen hem. "Maar ik moet Lune spreken!" Vervolgde Firef. "Niks mee te maken. Orders zijn orders we mochten niemand verder laten." Teleurgesteld keek hij om zich heen. "Julie hebben toevallig niet de Witte graaf gezien ofwel?" De 2 wachters keken elkaar aan en ditmaal antwoorde de ander. "Hij is hier wel geweest maar we hebben tegen hem hetzelfde gezegd en toen is hij weer terug gegaan." Firef hoopte dat Sol hem dan was tegengekomen. In de heenreis waren ze hem niet tegengekomen dus die moest waarschijnlijk de gang in zijn gelopen waar Sol nu liep. Net toen Firef zich omdraaide hoorde hij de bekende stem van Lune. "Iemand wou me spreken?" Sneller dan ook maar 1 van de wachters kon spreken antwoorde Firef. "Ja ik! Ik heb talloze vragen en zocht daar een antwoord op!" De ogen van Lune boorden door Firef heen om te zien of hij te vertrouwen was. "Goed dan loop maar mee.." Nog voordat 1 van de wachters een weerwoord kon geven liep Firef al naast Lune.
Ze kwamen aan bij een kamer waar ook weer 2 wachters voor stonden. Lune pakte een sleutel, deed de deur los en stapte naar binnen. Met een paar woorden van de oude taal begonnen de fakkels aan de muur van de kamer te branden. "Dus je wou me spreken..? Nou brandt maar los." Hij besloot zijn woorden nauwkeurig te kiezen. "Wat ik me afvroeg was wat anti-magiërs zijn. In al die tijd dat ik binnen dit koningkrijk woon heb ik daar nog nooit iemand over gehoord. Hoe kan het dat de koning zomaar vermoord kan worden? De indruk die hij bij mij achter heeft gelaten de eerste keer dat ik hem zag vergeet ik nooit weer. Die kracht die hij uitstraalde voelde ik door mijn hele lichaam." Lune liet hem rustig uitpraten en hoorde alles aan. "Ik leg het maar 1 keer kort uit. Anti-magiërs zijn mensen die magie meer als een vloek zien dan een gave. Alles wat ermee te maken heeft verafschuwen ze en moet uit de weg worden geruimd. Ofwel ze zijn niet eens met onze gewoontes. En over de koning? De anti-magiërs beschikking zelf ook over magie en blijkbaar zijn ze tot meer in staat dan wij hadden verwacht." Firef was uit het veld geslagen de koning was dus werkelijk dood. Het was niet één of andere stomme grap. Zijn binnenste kromp ineen. Hij was dan misschien wel een leraar, maar als de koning al werd verslagen werd hij van de wereld geveegd. "Kan ik jouw leerling worden dan? Zodat ik sterk genoeg wordt om de koninkrijk te verdedigen?" Als hij les zou krijgen van Lune dan zou er misschien nog kans zijn dat hij sterk genoeg werd. Firef keek Lune hoopvol aan en wachtte op antwoord.

Lune's Antwoord.

Nu Firef wachtte op Lune zijn antwoord had hij even de tijd om de kamer rond te kijken. ze zatten aan een tafel waarin een landkaart gegraveerd was. Op de landkaart bewogen wolken, zag je kleine mensjes krioelen op markten en kon je de bovenkanten van de bomen zien wuiven in de wind. Lune schoof zijn stoel naar achteren en liep naar een plank die aan de muur bevestigd was. Hij haalde een fles wijn van de plank, maakte een handbeweging en een glas volgde. Hij bood Firef een glas wijn aan maar sloeg die af. Nadat Lune een slok had genomen, zei hij: "Het spijt me zeer, heer Firef, ik kan u niet van dienst zijn." Firef was zeer teleurgesteld maar liet zich niet uit het veld slaan. "Waarom niet?" vroeg hij. Lune hield zijn hoofd even schuin en hij dacht na. Na zijn antwoord besloot Firef een andere manier van aanpak. "Dan daag ik u uit voor een magisch gevecht," sprak Firef, vastbesloten, als altijd, "u kunt dat niet afwijzen, dan schaadt u uw eer." Hij zag in de ogen dat Lune het niet wilde. En vroeg of Firef zijn uitdaging in wou trekken "Ik trek mijn uitdaging niet in," antwoordde Firef, "als ik niet van u kan leren zonder pijn, dan ben ik bereid van u te leren mét pijn." Lune keek Firef strak aan en liep richting de deur. "Ik zie u zo in het stadion. Het is ingestort, maar dat maakt ons gevecht vast extra uitdagend." sprak Lune bitter. Firef knikte en verliet de kamer. Hij besloot nog snel even naar de hal te gaan. Misschien dat iemand iets over Lune zijn magie wist. Freule Fijella ving echter zijn aandacht. Firef zat verbittert te kijken hoe Servantis, Freule Fijella een kus op haar hand gaf. "Jaloers?" Klonk het achter Firef het was Johan. "Je vindt haar leuk hé? Vervolgde Johan toen hij gromde. "Je zou eens naar haar toe moeten gaan." Johan had altijd wel goede raad gegeven maar dit keer twijfelde hij. "Misschien." Antwoorde Firef terwijl hij het gesprek tussen Servantis en Freule Fijella volgde. "Kom op man. Verzet je gedachten! De jenever hier is godelijk! Net op dat moment kwam Freule Fijella naar hun toe gelopen. "Heeft niemand julie geleerd dat het onbeleefd is om naar iemand te staren?" Vernietigend keek ze naar Firef. "Laat staan naar dames knipogen." Verbaasd wat hun net overkomen was keken ze elkaar aan. Toen ze daarna wouden reageren was Freule alweer weg gelopen. "Weet je wat het is Johan? Ze weet dat ze mooi is en dat maakt haar een arrogant iemand." Johan knikte instemmend. "Ja dat is waar je kunt beter iemand hebben die lief is.", "Maar toch. Dit is net wat ik zoek in een vrouw wat pittigheid." , "Wow, dus je wilt HAAR?" Vroeg Johan ongelovig aan Firef. "Je kunt iedereen krijgen, maar zij word moeilijk." Firef gromde weer wat. "Kom op, Firef." Zei Johan. "Morgen is ze weer goed, neem er ook één!" Firef gromde en liet zich meeslepen naar de bar. Johan drukte Firef een jenever in de hand. Net toen Johan evne de zaal inkeek maakte hij een vlammetje zo heet dat het de jenever aan de kook bracht. Zo nu was ieder geval het alcohol eruit. Hij was blij dat Arthur hem dat trucje had geleerd. Johan begon een heel sterk verhaal te vertellen om Firef te amuseren. Hij wist wel beter al die verhalen waren niks van waar. Zijn oude man had hem ooit eens verteld dat Johan vrouwen verafschuwde. Uiteindelijk viel Johan op de grond doordat hij teveel drank had gehad. Firef vroeg een paar bedienden om hem naar de kamer te brengen. Daarna besloot hij de gangen op te gaan richting het stadion. Nu Johan dronken op bed lag kon hij rustig de duel aangaan. Zou Johan het weten dan had hij er waarschijnlijk alles aan gedaan het duel tegen te gaan.




Het Duel.

Toen Firef aankwam in het stadion stond Lune al klaar. Er verscheen een glimlach op het gezicht van Lune. Firef besloot het iniatief te nemen om als eerst te beginnen. Zorgvuldig besloot hij na te gaan hoe Lune zou reageren. Dit was een les voor hem hij moest leren van Lune. Wat zou een ideale manier van aanvallen zijn. De bedoeling was natuurlijk dat hij Lune zou uitlokken op die manier kon hij hem bestuderen. "Mogen we er een waardige strijd van maken." Zei Firef tegen Lune. Lune knikte zijn ogen stonden scherp op Firef gericht om te reageren zodra hij iets uitvoerde. Met een zwaai van zijn armen drukte hij lucht bijeen klaar voor een donder knal. Lune reageerde "la meg, ondt av mørket! " Witte vlammen spoten Firef zijn richting uit. -Boem- Een donderknal ontplofte voor Firef hem net genoeg tijd gevend om weg te springen. Shit! Hij had gemist wat Lune deed. Zelfde trucje zou alleen niet nogmaals werken.. Lune pakte zijn runische zwaard. Blijkbaar wist hij wat Firef dacht want hij zou Lune net van dichtbij gaan benaderen. Daar zijn zijn donderknallen het meeste effect. Frontaal liep Firef op hem af. Focusde en schoot een donderstraal op Lune af. Lune zwiepte met zijn zwaard en herhaalde de woorden "la meg, ondt av mørket! " Weer vlogen en witte vlammen ditmaal richting zijn donderstraal. Zijn donderstraal werd overmeesterd door de witte vlammen. Zoals verwacht wat zou gebeuren Firef liep door sprong aan de kant. Hij moest en zou dicht genoeg bij Lune komen voor zijn sterkste aanvallen. De woorden die Lune had gesproken zat gekerfd in zijn gedachten. Nu kwam het moeilijkste gedeelte nog. Hoe moest hij de spreuk uitvoeren? Lune keek hem vermakelijk aan hij hield zich nog in. Firef zag een wolkje aan de lucht perste de lucht ervan bijelkaar en schoot vanuit de wolk een donderstraal op Lune. Lune zwiepte met zijn zwaard sprak een paar woorden die Firef niet kon verstaan en sloeg de straal zijn kant op. Alle krachten van de donderstraal ving Firef in zijn lichaam op hij voelde hoe de energie in hem toenam dit hielp hem alleen maar. Even kneep hij hem toen hij voelde hoe zijn tribals die op zijn rug zaten branden. "la meg, ondt av mørket! " Een witte vlam vloog recht op Firef af dit was te dichtbij hij kon niet weg komen! Hij moest erop wagen. Tijd om de krachten van zijn tribals te gebruiken. -BOEM- Een enorme knal vulde de stadion en de plek waar Firef zonet stond was een gat in de grond geblazen. Zijn rode mantel was in stukken geblazen en ook van zijn broek en blousse was niks over. Firef deed zijn mantel uit de zat hem nu meer in de weg. De witte vlammen van Lune scheerden over het gat heen. Snel klom Firef uit het gat en rolde weg toen er nog een paar vlammen naar hem toe scheerden. Langzaam kreeg Firef door hoe Lune de spreuk deed. Er zat nog maar een paar meter tussen Firef en Lune en ze keken elkaar strak aan. De tribals kregen hun energie weer terug. Lune richtte zijn zwaard op Firef die zijn armen voor hem hield met zijn handen op elkaar. "la meg, ondt av mørket! " Riepen de bijde heren in koor. Alle krachten ebten uit Firef weg. Toen er vlammen uit de bal van zijn handen vloog. Lune en Firef's hun vlammen botsten in de lucht terwijl Firef met één knie op de grond viel. Firef was blij dat Johan er niet was. Hij voelde dat zijn energie terug kwam en stond snel op wachtend op de volgende aanval van Lune.


Einde van het duel.



Lune merkte dat Firef zijn aanval zonder veel moeite had gekopieerd en hij lachte. "Je bent je doel aan het bereiken," zei hij, "niet iedereen kopieert aanvallen makkelijk." Vlak nadat hij dat gezegd had, maakte hij een draai en riep hij: "tåre, jord, at du bryter!" Vanaf zijn voeten ontstond een scheur in de aarde, die zich snel in de richting van Firef bewoog. Onder zijn voeten werd de grond wijder, alsof de aarde op die plek uit elkaar gerukt werd. Zijn reflex was snel genoeg om niet te vallen en hij sprong naar de zijkant. De kloof groeide nog door tot een wijdte van ongeveer twee meter en Lune en Firef werden gescheiden van elkaar door een diepe afgrond. "Flytende, mot månen og stjernene!" schreeuwde Lune, terwijl hij met zijn handen richting een rotsblok, afkomstig van het ingestorte stadion, wees. Het rotsblok schudde en kwam los van de grond. Firef merkte op dat het niet verstandig was daar maar te staan en toe te kijken en hij draaide om zijn as, om een bliksemstraal richting Lune te sturen. Lune kon niet anders dan het gigantische rotsblok weer te laten vallen en met een klap kwam het op de grond terecht. "Lemmer, ledet lyn av Thor!" prevelde hij, terwijl hij één hand als een halt-teken richting de bliksemstraal stak. De bliksemstraal raakte de hand van Lune en Lune schoof een meter naar achteren. Hoewel hij door de energie die vrij was gekomen van de impact naar achteren geschoven was, had hij de bliksem onder controle. Zijn hand geleidde de bliksem naar zijn andere hand, die de straal op zijn beurt weer doorgaf aan de lucht. Zonder een schok te krijgen of pijn te lijden had Lune de aanval van Firef weten te blokkeren. "Slanger for brann, viser deg nå!" riep Lune en al snel stopte de bliksemstraal, omdat Firef zijn spreuk opgezegd had. Hij vuurde nu kleine bliksemstraaltjes af op vurige tentakels die uit de kloof kwamen. Ze grepen naar zijn benen, om hem mee te slepen, maar Firef wist ze op een afstand te houden. Echter, niet lang, want hij deed een paar stappen achteruit en hij moest op een rotsblok klimmen om niet gegrepen te worden. Vanaf het rotsblok keek hij naar de tentakels, die niet lang genoeg waren hem hier te grijpen. Toen hij zag dat hij hier veilig was, keek hij Lune aan, met wat angst in zijn gezicht. Hij liet zich niet kennen en prevelde iets en geheel onverwachts werd Lune van achteren geraakt door een bliksemschicht. Hij vloog naar voren, over de kloof heen, op de tentakels. "Trekke tilbake, mine venner," zei Lune en de tentakels losten op in het niets. Lune krabbelde overeind en keek met een een blik van woede naar Firef, die boven hem op het rotsblok stond. Tegelijkertijd spraken ze toen hun spreuk uit. Lune sprak: "Dødelige krefter Midgard, bli med i kampen!", terwijl Firef koos voor de spreuk van de witte vlammen, die hij net geleerd had. Een zwarte, rokende straal kwam uit Lune's handen, en de spreuk maakte contact met het witte vuur van Firef. De twee spreuken bleven een tijd lang contact maken, terwijl hun meesters met al hun energie probeerden hen bij te staan. "Løse, hvite brann!" bleef Lune prevelen, om Firefs spreuk extra te verzwakken. Hij won er terrein mee, maar net op het moment dat de zwarte straal een laatste klap uit wilde delen, ontplofte er iets en vlogen beide magiërs achteruit. Gelukkig kwamen ze beide zacht terecht, in een soort zachte gelatine. De gelatine bleek water te zijn en toen Lune opkeek en de bron van het water zag, boog hij zijn hoofd even. Zonder dat ze het in de gaten hadden gehad, was vrouwe Mercredi het stadion ingekomen. Meteen had ze ingegrepen en door het water waren de spreuken tot ontploffing gebracht. Gelukkig had ze ook Lune's en Firefs val gebroken. Lune stond als eerst op en zocht naar Firef, die even later opdook, maar nog niet gezien had dat zijn koningin in hun midden was. Hij wilde weer een spreuk loslaten, maar vrouwe Mercredi liet zijn handen bevriezen, waardoor ze haar aanwezigheid ook aan hem liet merken en hem tot bedaren bracht. "Wat moet dit voorstellen?" vroeg Mercredi, terwijl ze op Lune afgelopen kwam. Lune wist even niet zo snel wat te zeggen, maar Firef nam het voor hem op. "Ik heb hem uitgedaagd voor een magisch gevecht," zei hij, "hij moest de uitdaging wel aangaan om zijn eer niet te schaden. Het is mijn fout dat hij mij hier nu bevecht." Mercredi keek Firef aan en wendde zich weer tot Lune. "Lune," zei ze, "kom mee, we moeten het één en ander bespreken." "Zoals u wenst, vrouwe Mercredi," antwoordde Lune en hij volgde haar. Toen hij langs Firef kwam, gaf hij hem een hand: "Het was een mooi gevecht, hopelijk heeft u er wat van opgestoken. Ik had u graag nog meer laten zien, maar u ziet het, de plichten roepen weer." Firef knikte. "Ik dank u," zei hij, "u bent een groots magiër." Lune glimlachte even en volgde Mercredi toen.
Titel: Re: Firef's life story
Bericht door: Allanon op 30 mei 2011, 22:08:31
Ylleisso.

Lune en Mercredi liepen het stadion uit en Firef keek ze na. Firef's tribals brandden op z'n rug. Hij had teveel energie gebruikt. Zijn krachten ebte weg en het werd donker voor zijn ogen. Nog net voordat hij op de grond viel zag hij mist naar hem toe kwam rennen.
Een rare gevoel bekroop Firef en hij werd wakker. In de rondte kijkend kwam hij erachter dat ze hem naar zijn kamer hadden gesleept. De kleine wondjes die hij had opgelopen bij het gevecht tegen Lune waren geheeld. Het gevoel waardoor hij wakker was geschrokken was er nog steeds. Na zich aangekleed te hebben liep hij de gang op. Knippend met zijn vingers voor licht baande hij een weg naar de kamer van Lune. Nergens was een wachter te bekennen wat zijn slechte gevoel versterkte. Behoedzaam liep hij naar de deur van Lune zijn kamer. -Klop Klop- Geduldig wachtte Firef op antwoord. De deur slingerde open en Lune stond al klaar. "Jij voelt het ook?" Firef knikte. "Het is net alsof er iets door de gangen zweeft wat er niet hoort te zijn." Samen besloten ze naar de Ylleisso te gaan. Uit zijn ooghoeken hield Firef Lune nauwlettend in de gaten. Dat er geen wachters op de gangen waren klopte niet. "Lune? Zou je nu wel mijn leraar willen worden je hebt gezien hoe snel ik kan leren..?" Er kwam geen antwoord van Lune zijn kant. Hij scheen helemaal niet meer te reageren alsof hij in een andere wereld verkeerde. Voor hun kwam de Ylleisso al in zicht. Hoe dichter ze bij de poorten kwamen hoe sterker Firef zijn gevoel werd dat er iets niet klopte. Een schim dook voor Lune en hem op zo snel hij kon zou Firef een bliksemstraal schieten. Maar de schim was sneller. Ruw werd Firef aan de kant gedrukt en schoten er witte vlammen op de schim. Lune had hem aan de kant gedrukt om hem te beschermen maar miste daardoor de schim. "Firef ga naar de wachters! Als hier al iemand is zijn ook hun in levensgevaar!" Zo hard hij kon rende hij naar de vertrek van Professor Myrddin. Helaas tevergeefs de Professor lag dood op bed zijn dekens helemaal bebloed. Johan zijn kamer was het dichts erbij dit mocht zijn vriend niet overkomen. Jeudi stond nog buiten de deur te wachten. "Blijf daar niet zo staan!! Trap die deur in!" Riep Firef angstig bang dat hij te laat zou zijn. Jeudi trapte zo hard ze kon en met een luide klap klapte de deur open. "la meg, ondt av mørket!" Uit Firef zijn handen kwamen witte vlammen die Mercredi rakelings passeerde en de aanraking tussen haar en haar vijand scheiden. Jeudi greep naar de Koningin maar werd geraakt door magie en vloog de kamer uit. Firef ving haar op legde haar neer en toen hij de kamer in keek was de aanvaller vertrokken. Wie kon hij nu vertrouwen? Hij zou net Jeudi over zijn schouder tillen toen Mist de hoek om kwam. Inplaats van Jeudi op te tillen ging hij klaar staan om indien nodig te duelleren met Mist. "Nee, Ik kom om te helpen Adah heeft me gestuurd." "Neem jij Jeudi mee naar de ziekenboeg? Dan breng ik de vrouwe koningin naar haar kamer."



De wacht.


Firef werd wakker. Lang had hij niet geslapen na de nacht. Na snel ontbeten te hebben besloot hij naar Johan te gaan. Op de gang kwam hij Lune tegen. "Lune?" "Sorry Firef nu even niet ik kijk even hoe het met Mercredi gaat. Kun jij voor mij aan Johan door geven dat ik hem verwacht dat hij de wacht houd van 9 tot 3?" Vragend keek Lune hem aan. "Tuurlijk ik zou net naar Johan toe.", Oké dat is fijn, alvast bedankt Firef." Lune liep weer verder op weg naar Mercredi. Het was nog vroeg en Firef besloot een omweg door het kasteel te maken richting Johan zijn kamer. De deur van Johan zijn kamer stond op een kieren Firef duwde die een stukje open. "Johan?" Ergens in de kamer hoorde hij Johan binnen roepen en besloot naar binnen te gaan. "Hallo nieuwe bewaker!" Het gezicht van Johan vertrok en zijn mond viel open. "Ik heb net met Lune gesproken hij verwacht dat je de wacht houd van 9 tot 3." Nu wist Johan helemaal niet meer hoe hij moest kijken. "Maar dat kan niet ik moet naar een rechtzaak. Ik moet ge.." Johan kon zijn zin niet af maken of Firef had hem al onderbroken. "Maar dan heb je vervanging nodig en moet je het zo snel mogelijk melden aan Lune!" Johan en Firef renden zo snel mogenlijk naar Lunes kamer. Zonder te kloppen stormden ze naar binnen. Lune was aan het lezen in een mysterieus runen-boek. "Waar heb ik dit bezoek aan te danken?" Vroeg Lune. "Sorry, sorry." Hijgde Johan. "Ik moet weg, rechtszaak, belangrijk. Zeer belangrijk. Kan Firef even mijn plaats innemen?" Lune keek even naar de mannen. Bestudeerde ze. "Ja." Zei hij, en begon weer met lezen. "Dat is dan geregeld Firef, ga maar naar de kamer, ik moet rennen. Daaaaag!" Johan zei Firef gedag en begon met rennen. Firef keek naar Lune die rustig verder was gaan lezen. Het was alsof hij het helemaal niet erg vond dat Firef Johan overnam. Hij besloot Lune ermee te confronteren. Even leek het alsof Lune hem niet hoorde. Sloeg toen zijn boek dicht en keek hem aan. "Je hebt je gister tijdens het duel bewezen dat je een waardige tegenstander bent. Zou ik in jou gaan twijfelen zou ik ook in mezelf twijfelen. Het is belangrijk voor een Magiër om altijd in zichzelf te geloven. Dat zou jij moeten weten." Ja daar had Lune gelijk in en Firef knikte instemmend. "Ik had je gisteravond gevraagd of je mijn leraar wou worden maar je reageerde er niet op." Lune keek hem rustig aan en ging staan. "Ook vandaag ga ik niet op jou vraag antwoorden omdat ik daar nog even over na wil denken. Zoals ik je het gister heb verteld heb ik het te druk om een leerling te nemen. Maar misschien kan ik jou af en toe wel wat leren. Nu eerst moet jij de Ylleisso beschermen.. Sinds je dat hebt overgenomen van Johan. Hier heb je wat te lezen tijdens je wacht. Lune pakte zijn runen boek en overhandigde deze aan Firef. Samen liepen Lune en Firef naar de deuren van de Ylleisso. En het viel Firef op dat Lune hinkt terwijl die meeliep. Er stonden al twee wachters bij de deuren van Ylleisso. "Ik plaats vandaag Firef bij de deuren om deze te bewaken. Johan onze nieuwe bewaker heeft een rechtzaak." Vragen keken de bewakers Lune aan. Toen Lune dit opmerkte voegde hij eraan toe. "Een betere vervanger zou ik nu nog niet durven aan te stellen ik vertrouw Firef." De wachters knikten en Lune hinkte weg. Blij dat Firef vandaag geen lessen hoefde te geven in verband met de festivalen sloeg hij het boek van Lune open en begon te lezen.


De duistere magie die lune heeft getroffen.

Steeds dieper en dieper werd Firef getrokken om het runen boek te lezen. Iets klopte niet terwijl hij het las. Het was net alsof hij begreep wat er allemaal stond. Zoekend bladerde hij door het boek heen alsof hij een bepaald iets zocht. -Duistere magie.- Stond er aan het kop van de bladzijde. Hij wist dat het niet in deze taal stond maar toch las hij het zo. Aandachtig bestudeerde hij deze bladzijde en hoofdstuk. Firef wist niet wat hij las de duistere magie dat in dit boek stond was te sterk. Niemand mocht dit boek in zijn handen krijgen. Als dit eenmaal gebeurd zou Lune verloren gaan. Dit boek moest terug naar Lune en zo snel mogelijk. "Heer Firef?" Firef ontwaakte uit zijn trance en keek de wachter aan. "Wat is er?" Antwoorde Firef. "Het is 3 uur uw dienst zit er alweer op wij komen u afwisselen." Een groepje van 5 wachters stond voor hem. De wachter die hem aansprak was helemaal niet de wachter waarmee hij dienst had. Hoe kon hij zo onoplettend zijn zo kon zomaar iemand binnen dringen. "Bedankt, Dan laat ik Ylleisso nu veilig in julie handen." Zo hard hij kon rende Firef naar Lune zijn kamer. Sloeg de deur open en keek wild om zich heen. Maar Lune was niet meer in zijn kamer. Angstig wist hij niet meer waar hij heen moest. Uiteindelijk besloot hij naar Mercredi te gaan misschien dat hij daar was. "Firef?" Hoorde hij achter zich iemand roepen. Het was mist die samen met Servantis naar hem toe liep. We zochten jou al een tijdje Jelte wil je eventjes spreken. Niet wetende waar Lune was besloot hij met hun mee te gaan. Mist liep voorop en hij erachter samen met Servantis. "Pst Firef, wat heb jij gister avond gedaan je energie niveau ligt onder dat van een mier." Vroeg Servantis aan Firef. Firef keek Servantis aan "Ik vertel het je later." Intussen was het drietal bij Jelte haar kamer aangekomen en Firef begon. "U wilde ons spreken?" Vroeg Firef vriendelijk aan Jelte. "Ik schijn wat details te missen van vannacht te missen toen ik.. Buiten bewustzijn was." Firef vertelde haar het verhaal wat gebeurde met hem en Lune. Dat deze hem had verteld om langs de wachters te gaan. Toen hij eenmaal aankwam bij Johan zijn kamer. Schreeuwde hij tegen Jelte dat die de deur moest open doen. "En net toen je onze vrouwe de koningin wou opvangen werd je geraakt door duistere magie." Zei Firef en vervolgde daarna. "De schim was verdwenen toen ik je opving. En weet dus niet wie hij was.. Vlak erna kwam mist aanlopen die jou heeft meegenomen naar de ziekenboeg. Terwijl ik onze vrouwe de koningin naar haar vertrekken heb gebracht." Jelte keek hem bezorgd aan. Firef wist wat ze moest denken. Waarom moest dit gebeuren. Jelte ging verder . "Elke magie heeft een duistere tegenhanger. Dat geldt dus ook voor julie krachten?" Door die woorden dacht Firef gelijk terug aan Lune. Hij kon hier niet zijn er rustig praten hij moest Lune zoeken! "De duistere vorm van elke magie soort is niet makkelijk te beheersen.. Daarbij komt dat de duistere magie jou kan gaan beheersen.. Maar ik moet julie excuseren ik moet naar Lune toe.." Nog voordat iemand van de anderen kon reageren was Firef verdwenen. Waar kon Lune toch zijn? Nogmaals besloot hij naar Lune zijn kamer te gaan. Als zijn gevoel klopte was er iets niet in orde met Lune. Onderweg naar Lune zijn kamer zag hij Melinde en De abt Lune dragen. "Wat is er met Lune gebeurd?" Vroeg Firef. "Dat is een lang verhaal wij brengen Lune naar de ziekenboeg hij is gewond" Antwoorde de abt. Firef schudde zijn hoofd. "Nee, We kunnen heb beter bij vrouwe Mercredi brengen. Ik ben bang dat die hem meer kan helpen.. Als het klopt wat ik denk dat er aan de hand is." Melinde en de abt keken Firef vragend aan. "Ik denk dat Lune vervloekt is. Op de één of andere manier kreeg ik dat gevoel. Het was net alsof Lune me vertellen wou wat er met hem mankeerde maar niet kon." Firef keek bezorgd naar Lune en vervolgde toen. "Hoe meer ik me verdiepte in zijn boek. Des te meer trok een bepaald onderwerp mijn aandacht. Alsof ik daar dat hoofdstuk toe getrokken werd. Nee we kunnen nu beter naar vrouwe Mercredi gaan." Ze volgden hun weg naar de vrouwe koningin toe. Er stonden een paar wachters voor de deur maar toen die zag dat ze Lune mee sleepten lieten ze hun gauw door.


Onmogelijk?

Vrouwe Mercredi keek verschrokken op toen ze drie mensen haar kamer binnen zag stormen met haar levenloze raadsman in hun handen. "Is hij...?" Ze slikte een brok in haar keel weg. "Is hij dood?" De abt schudde zijn hoofd. "Nee, sta mij toe vrouwe, ik heb hem in een slaap moeten brengen. Hij wilde me aanvallen nadat hij me net had vrijgelaten uit de greep van zijn macht." "Hemel, kunnen jullie hem op de bank leggen en mij vertellen wat er gebeurd is?" Melinda nam het woord, terwijl ze Lune op de bank legden, zei ze: "Ik denk dat Firef U dat haarfijn kan uitleggen." De koningin keek hoopvol naar Firef. Uit zijn mantel pakte Firef het Runen boek van Lune. "Hierin las ik iets over duistere magie. Ik ben bang dat Lune geraakt is door de duistere magie en nu is vervloekt." Ernstig keek hij de vrouwe koningin aan. Haalde even diep adem en begon. "Toen ik vannochtend bij heer kanter terkant kwam zei hij dat hij naar een rechtszaak moest en de Ylleisso niet kon beschermen. Op zijn verzoek heb ik de wacht over genomen. Lune reageerde vaag toen wij vroegen om toestemming. En net toen ik weg zou gaan om de wacht te houden gaf hij me dit boek." Firef hield het boek omhoog en gaf het aan Mercredi. "Terwijl ik zat te lezen begon ik me verder en verder in het boek te verdiepen. Sloeg bladzijden om alsof ik ergens naar aan het zoek was. En toen kwam ik bij het hoofdstuk van duistere magie." Met een bezorgd gezicht keek Firef even naar Lune en keerde zijn gezicht toen weer terug naar Mercredi. Mercredi sloeg het boek open en zocht naar het hoofdstuk waar Firef over vertelde. "Ik ben niet in staat de bezwering op te heffen. Het kost ongelooflijk veel energie. Plus je moet de oude taal en de magie ervan optimaal beheersen." Hoopvol keek hij Mercredi aan. Maar die was nog het hoofdstuk van het boek aan het lezen. Treurig keek Mercredi omhoog Firef aan gaf het boek aan hem terug en zei. "Blijkbaar is niemand van ons in staat om de vervloeking op te heffen heer Firef.. De taal hier in dit boek gaat mij te verre boven mijn hoofd. Zelfs zou ik in staat zijn dan nog snap ik de taal niet." Teleurgesteld keek Firef naar Lune. "Komt het dan nog goed met hem vrouwe?" Een traan biggelde over Firef zijn wang. Lune mocht niet vervloekt zijn. Zo jong en dan z'n einde dat gunde Firef hem niet. "Er moet een manier zijn! Dat weet ik zeker!" Vol trots en geloof in Lune veegde Firef zijn traan af. Dit was zijn einde nog niet. Hij wist waar Lune tot in staat was. Ze zouden er wel uit komen! Op het bed begon Lune te bewegen. Langzaam werkte de magie van de abt uit en werd Lune wakker. Ging rechtop zitten en keek naar de menigte die voor hem stond.
Titel: Re: Firef's life story
Bericht door: Allanon op 30 mei 2011, 22:09:10
Opheffing van de vloek.

Lune keek de menigte aan. "Goedemorgen, heer Lune," zei de abt droog. Zonder erop te reageren stond Lune op. Lune begon even te wankelen, maar hij wist zichzelf in balans te houden. Het was doodstil in de kamer. "Wat doe ik hier?" vroeg Lune verbaasd. "Heer, u bent bezeten en u heeft verzorging nodig," verbazingwekkend genoeg was het Adah die antwoord gaf, en niet Firef of vrouwe Mercredi. "Ik voel me prima," was Lune zijn antwoord. "Lune, je bent bezeten," sprak Firef. Lune keek hem aan met een duistere blik: "Nee, Firef, ik ben niet bezeten." Op dat moment keek Lune vrouwe Mercredi aan. "Wat hebben ze u verteld!?" Het kwam er bijna dreigend uit. Mercredi keek hem aan en antwoordde niet. "Het zijn leugenaars, allemaal!" schreeuwde Lune, "wat ze u ook gezegd hebben, er is niets van waar. Ze willen me uit de weg ruimen, omdat ze Yleisso willen infiltreren." Melinda wilde daar op antwoorden, maar Lune was eerder. "Als jullie mij nu niet kwalijk nemen, ik ga naar Yleisso, er is iets wat me niet zint." Zonder op een reactie te wachten, Liep Lune haastig de deur uit.

Bij de poort van Yleisso, was vrouwe Samedi de wacht aan het houden. Toen ze Lune zag aankomen, stond ze op: "ah, heer Lune, ik ben blij dat u er bent. U komt zeker mijn wacht aflossen?" Lune snelde naar haar toe en trok zijn zwaard. "Uw wacht is over," siste hij, "voor altijd." Met deze woorden stak hij zijn zwaard tussen de ribben van Samedi. "Stopper bevegelsen i kroppen din!" Samedi snakte naar adem en keek Lune met een blik van haat aan. Ze wilde schreeuwen, maar voordat er geluid uit haar mond kon komen, was ze versteend. Haar ogen lagen grijs in haar oogkassen en haar mond stond open. Lune trok zijn zwaard terug en deed een paar stappen richting de poort. "De tijd is gekomen," fluisterde hij, "de anti-magiërs zullen zegevieren." Lune pupillen werden zo klein mogelijk, zodat er zo min mogelijk licht in zijn ogen kon vallen. Hij kon niet tegen licht, licht was zijn vijand. Op dat moment sprak er een stem achter hem, diep en laag: "goed werk, Lune." Lune draaide zich om en zag een persoon in duistere kleding gehuld, zijn gezicht verborgen. "Dank u, heer," sprak Lune, alsof hij hem al jaren kende en alsof het een goede vriend van hem was. "Vertel mij eens, Lune," de schim kwam een paar stappen naar hem toe, "hoe kan die deur open?" Op dat moment kreeg Lune weer een heldere inval. Hij zakte op zijn knieën en bemerkte zijn pijn. Zijn pupillen werden weer even groter. Een schreeuw kwam uit zijn mond vrij, maar hij wist zijn pijn te negeren en hij keek de schim recht aan. "Nooit zult u het weten," siste Lune, "het slechte zal nooit zegevieren!" "Je verzet tegen de duistere magie is zinloos. Hoe meer je je verzet, hoe meer pijn je zal voelen en hoe sneller je zal sterven." Zei de schim rustig en hij hief zijn hand naar Lune. Lune krijste even en zijn pupillen werden weer kleiner. "Vertel het me en ik verlos je uit je lijden!" sprak de schim. Lune knikte hijgend en op dat moment wilde hij niets anders dan het geheim van Yleisso te vertellen. Zijn ziel was bijna geheel ingenomen door het slechte en hij stond op het punt zijn belofte het nooit te zeggen te verbreken.

Er verscheen een felle lichtstraal van achter de schim vandaan kwam. Lune kneep zijn ogen dicht en schreeuwde. Het licht deed hem pijn, scheurde zijn ziel doormidden en deed zijn bloed koken. Ook de schim was van zijn stuk gebracht door het licht, dat afkomstig was van het naakte lichaam van Adah. Achter Adah verschenen ook de silhouetten van Mercredi, Firef en Melinda. Schijnbaar was de rest van de menigte hulp gaan halen, of een middel tegen de vervloeking gaan zoeken. De schim zag de koningin en krijste, waarna hij oploste in het niets, Lune achterlatend. "Mijn meester," ijlde Lune, "verlaat mij niet, laat mij niet alleen met het licht!" Een moment later kwam hij met een klap tegen de muur terecht. Alsof hij gekruisigd werd, zat hij vast. Vrouwe Mercredi had zijn handen en benen aan de muur vastgevroren. Firef en Melinda gingen tegenover hem staan en stroopten zijn broekspijp op. Zijn hele been was zwart van de vervloeking. "Het is bijna te laat," mompelde Firef, "het Zwarte Bloed heeft zijn hart bijna bereikt. We moeten iets doen, anders zal hij sterven." Mercredi huiverde even, en ze keek hulpeloos om zich heen. "Laat me gaan!" schreeuwde Lune, "haal dat licht weg!" "Licht," zei Melinda, "dat is het. Adah, kom hier." Adah gehoorzaamde en ging naast Melinda staan, haar lichaam lichtgevend en fel. Lune wendde zijn gezicht af, maar zelfs met zijn ogen dicht drong het licht door. Het schaadde hem, deed hem pijn. Hij wilde het licht niet, de donkerte van de duisternis deed hem meer genoegen. "Lune," riep Melinda hem, "kijk naar haar! Kijk naar Adah!" "Nooit!" antwoordde Lune, "ik sterf liever dan me aan te sluiten bij het licht!" "Lune, je bent jezelf niet," zei Firef, ook lichtelijk in paniek, "kijk naar haar!" Er gebeurde niets. Adah stapte naar voren, op Lune af. Ze stak haar hand uit, naar zijn gezicht en ze raakte zijn wang. Een sis ontstond en met een pijnlijk gezicht trok Adah haar hand terug. "Damettië zal vallen!" ijlde Lune, "het einde is nabij!" "Adah," mompelde Mercredi, alsof ze hardop dacht. Adah draaide zich om naar haar koningin. "Adah," zei Mercredi nog een keer, "kus hem!" "Wat!?" antwoordde Adah stomverbaasd. "Een kus is magie op zich. Sommigen zeggen dat het contact via de mond een overbrenging van magie is via de mond. De duistere kracht zal overgaan op jou, maar jouw lichte krachten zullen het verdrijven!" Adah keek wat ongemakkelijk naar Firef en Melinda. "We zullen geen woord zeggen tegen de anderen," beloofde Firef, "nu, doe het!" Adah twijfelde en keek naar Lune, die nu slap aan de muur hing. "Alsjeblieft, Adah," smeekte Firef.

Ze kwam een stap dichter bij hem en keek naar de raadsheer. De twijfel was er niet langer; die was nu veranderd in spanning. Lune keek haar aan en Adah bedacht zich dat het nu de kans was. Blijkbaar was hij weer even tot zichzelf gekeerd, anders had hij nu kermend zijn hoofd afgewend. Hij was dermate verzwakt dat hij niets zei en de kracht niet meer had zijn hoofd overeind te houden. Langzaam bracht Adah haar nog steeds lichtgevende gezicht naar het zijne. Zacht kuste ze zijn lippen en na een seconde trok ze zich weer terug. Er gebeurde niets. Mercredi schudde haar hoofd: "Adah, niet zo bescheiden. Dat is toch niet intiem genoeg?" Als Adah niet beter had geweten, had ze gedacht dat het een grap was van Mercredi. Het was dat Mercredi het zo bloedserieus zei en dat de situatie wat benauwd was. Opnieuw bracht ze haar gezicht naar het zijne.

Op dat moment zag iedereen dat er iets gebeurde in het hoofd van Lune. Firef concentreerde zich en probeerde te kijken wat Lune zag. In zijn hoofd was het een zwart niemandsland met verdorde, zwartegeblakerde bomen. In het midden stond een gevallen engel, met zwarte, gerafelde vleugels en een verminkt gezicht. Langzaam bewoog ze naar Lune toe. Het duizelde en Lune had geen kracht om zichzelf, zowel mentaal als fysiek te bewegen. Het zwarte vergif had hem in zijn macht en de aanwezigheid van de zwarte engel maakte hem gelukkig. Weldra zou ze bij hem zijn en hem van de wereld kussen, naar hogere sferen. Maar plotseling was het licht er toen. De helft van het verdorde landschap kwam opnieuw tot leven en een witte engel kwam in beeld, schoon en teder. De bomen kregen bloesem en de zwarte engel krijste. De witte engel schreeuwde tegen de zwarte engel, stuurde bliksemschichten op haar af en verminkte haar nog meer dan ze al verminkt was. Het licht herwon terrein en de zwarte engel werd verdrongen. De lucht werd blauw en de zon brak door de wolken heen. De engel kwam naar hem toegelopen en sloeg een arm om zijn nek. Dat was het moment waarop hij weer tot bewustzijn kwam. Met een schok opende hij zijn ogen en hij nam de wereld waar zoals hij dat ooit, voor zijn vervloeking, ook had gedaan. Hij zag de lichte oogleden van Adah, niet langer lichtgevend, maar huidgekleurd. Hij rook haar parfum, voelde haar hand in zijn nek. En hij proefde haar lippen. Ook merkte hij dat hij vast zat, en met de kracht die opnieuw in hem vloeide, wist hij zijn hand op te warmen en hij ijs te laten smelten. Adah had de verandering gemerkt en gauw beëindigde ze de kus. Gespannen keek ze Lune aan. Met zijn losgemaakte hand streelde Lune haar over haar wang. Hij glimlachte en zij glimlachte terug. "Lune," fluisterde ze, "ben je weer terug?" Firef zijn concentratie verbrak en keek naar Lune. "Ja," zei hij je kon zien dat hij merkte dat Mercredi, Firef en Melinda ook aanwezig waren in de kerkers. En hij merkte ook op dat Adah naakt was, en erover na dacht. Tijdens de kus had Adah haar licht langzaam afgestaan aan Lune, waardoor ze nu als het ware weer moest opladen om haar kracht weer te gebruiken. Lune gaf haar zijn mantel, zodat ze niet naakt hoefde te blijven en wendde zich tot Mercredi, terwijl hij een vlam liet ontsteken in zijn handpalm om zo toch nog wat licht te krijgen. "Vrouwe," zei hij, terwijl hij neerknielde, en tranen van spijt welden op in zijn ogen, "het spijt me. Ik had mijzelf niet in de hand. Ik had u moeten vertellen over mijn verwonding, dan had u vast kunnen ingrijpen." Mercredi beval Lune om op te staan en zei: "ach Lune, ik ben al blij dat u op dit moment niet bij mijn man bent. Ik ben blij u terug te hebben." Lune boog zijn hoofd even als teken van dank voor de vergiffenis. "Kom op, laten we hier weggaan." Sprak Firef toen, "ik denk dat rust ons allen goed zal doen." Lune knikte en met zijn vijven liepen ze de kerkers uit.



Johan's Verraad.


Met hun Vijven liepen ze richting de deuren van de kerkers. Diep in gedachten verzonken bij het feestmaal liep Firef de anderen achterna. -Wat is ze toch mooi met die lange donkere haren en dan dat figuurtje...Ik zou met mijn gedachten bij andere dingen moeten zijn maar alle magiërs nog aan toe, het lijkt wel of zij het enige is waar ik aan kan denken.- De woorden die hij dacht toen hij Freule Fijella aan zat te kijken spookten door zijn hoofd. Misschien moest hij haar maar een keer mee uit vragen?
Zijn gedachten werden arupt verstoord hoorde hij daar nou gebeuk tegen de poorten van de Ylleisso? Firef keek Lune aan en andersom draaiden zich om en renden richting de poorten. In de verte hoorden ze iemand schreeuwen. "Hoe gaat dit ding open! Waarom wil je niet open!" De beide heren Firef en Lune begonnen sneller te lopen. Lune zakte door zijn been heen en Firef draaide zich om naar Lune toe. "Lune?" Vragend keek hij Lune aan. "Ga jij maar verder. Volgens mij is er iets aan de hand bij de Ylleiso!" Met tegenzin luisterde hij en snelde hij naar de poorten toe. Tot hij oog in oog kwam te staan met Johan. "Wat doe jij hier?" Vroeg Firef stom verbaasd aan Johan. "Rechtvaardigheid creëren. Je merkt toch wel dat dit niet langer doorkan, krachten indammen?" Antwoordde Johan. "Waarom niet?" Vroeg Firef koel niet wetende wat er aan de hand was. "Dit is het systeem, en zo zal het blijven ook!" Blijkbaar was Johan niet om te praten. Een duel zou het gaan worden. Firef strekte zijn hand uit naar Johan en vuurde een bliksemstraal. Als reactie strekte Johan zijn hand uit naar een tafeltje waarschijnlijk om hem als schild te gebruiken, maar het was al te laat. Johan werd geraakt door Firef zijn bliksemstraal en vloog door de lucht en kwam tegen de olielamp aan. Deze brak, en de olie stroomde over Johan heen. Een seconde later stond Johan in vuur en vlam..... Een traan stroomde over Firef zijn wang. "Waarom Johan? Waarom laat je me op deze manier in de steek? We zijn altijd vrienden geweest en nu doe je dit?" Net voordat Johan dood op de grond viel hoorde Firef hem nog net zeggen. "Het spijt me Firef. Bedankt voor alles." Vol verdriet keek Firef naar Johan zijn levenloze lichaam. "Waarschijnlijk was hij onder dwang van iemand zijn duistere magie net zoals ik was?" Het was Lune die wat langzamer achter Firef aan was gekomen. "En bedankt hij je nu omdat je hem hebt verlost van de vloek." Tranen stroomden over Firef zijn wangen terwijl hij Lune aankeek. "Wist ik het maar eerder dan konden we hem nog redden." Met een laatste blik keek Firef nog naar zijn oude vriend voordat hij met Lune mee ging.

Gesprek met Servantis.

Samen liepen Firef en Lune terug bij de grote trap van de hal nammen ze afscheid. Lune liep de gang door en ging aan het einde rechts naar zijn kamer Firef keek hem na tot hij de bocht om was. Daarna besloot hij om zelf ook maar naar huis te gaan om zijn rust te pakken. Hij was bijna bij de deuren toen hij iemand zijn naam hoorde roepen. "Firef!" riep Servantis achter Firef aan. Firef draaide zich om "Wat is er Servantis?"
Servantis spoedde zich naar de andere kant van de hal. "PFFFF, jij bent lastig te vinden zeg. Wat is er nou allemaal gebeurd man het energie niveau van je was vanmiddag echt laag." Firef keek Servantis aan met onderzoekende blik aan. Waar ook hij zou servantis nog vertellen wat er was gebeurd. "Ik had Lune gevraagd of hij me Runen magie wou leren. Helaas kon hij dat niet en daagde ik hem uit tot een duel. Dit even kort samengevat heeft mij zoveel energie gekost. Het opladen van me energie gaat langzaam omdat ik telkens weer energie nodig heb." Nadenkend of hij het goed had verteld keek hij Servantis aan. "Heb jij Lune uitgedaagd?? Ben je gek geworden hij kon je wel vermoorden!?" kalm wachte Firef tot Servantis uitgesproken was. "Als dat het eindresultaat zou zijn zou ik hier op dit moment niet meer staan. Ik wist wat ik deed althans daar ging ik vanuit toen ik hem uitdaagde. We zijn beide ongedeerd gebleven. Dus feitelijk gezien is er niks aan de hand toch? Trouwens wat is de tegenhanger van Elektrokinese?" Vol ongeloof keek Servantis aan. "Euh ik ging er vanuit dat je dat wel wist als leraar?" Firef lachtte. "Mij is er altijd verschillende mogelijkheden vertelt. Omdat ik het niet zeker weet sla ik dat meestal over. Wil de leerlingen geen leugens vertellen. Daarbij komt dat ik de basis met hun doe. Beginnersmagie geen moeilijke dingen puur controle. Zoiets als tegenhanger leren ze bij julie op de hoge magie school." Firef kon zien dat Servantis hem nu begreep en snapte waarom hij het niet wist. Aandachtig luisterde Firef wat Servantis hem vertelde over de tegenpool. "Dus om alles kort en krachtig te houden. De tegenpool van ons elektrokinetici is die gene die de gedachten kan beïnvloeden? en afhankelijk van hoeveel invloed deze persoon kan uitoefenen op ons?" Vroeg Firef aan Servantis. "Dat klopt helemaal" Firef dacht na over wat Servantis had gezegd. Kon De freule niet zijn gedacht lezen en beïnvloeden? Dan was zei een gevaarlijke tegenstander voor hem. "Bedankt Servantis. Het wordt al laat en ik denk dat we beide wel willen slapen?" Servantis knikte "Ik spreek je morgen misschien nog wel even. Slaap ze Firef." En Servantis liep naar de andere kant van de hal bij de trap op. Firef ging de buitenlucht op weg naar huis.
Titel: Re: Firef's life story
Bericht door: Allanon op 30 mei 2011, 22:09:39
Bezoek.


Firef lag voor zijn gevoel net lekker te slapen toen er op de deur werd geklopt. Haastig deed hij zijn kleren aan en liep naar de deur. Eén hand klaar om aan te vallen en met de ander deed hij de deur open. "Goedemorgen Firef. Is het normaal dat je bezoek zo lang bij de deur laat wachten?" Lune stond voor zijn deur. "Nee sorry. Ik lag nog te slapen had u helemaal niet verwacht hoelaat is het?" Overrompeld door Lune zijn bezoek zocht Firef om tijd. Terwijl hij de deur voor Lune open deed zodat deze binnen kon komen. "Laat het zoeken om tijd maar zitten. Het is ongeveer half zeven. Heb net Freule Fijella op bewaking gezet. In Johan zijn brief stond dat als hij kwam te overlijden zei wachter moest worden. En of ik wou doorgeven dat je een keer je move moest gaan maken. Wat hij daarmee bedoeld wist ik ook niet." Firef liep rood aan toen Lune dat zei. Hij wist wel wat Johan daarmee bedoelde. Vandaag was hij van plan geweest Fijella mee uit te vragen. "Is dat de reden waarom u komt raadsheer?" Ondanks alles wat hij met Lune beleefd had bleef hij Firef zijn meerdere en moest hij hem dus ook hoog aanspreken. "Zeg maar Lune.. Nee ik wou je paar dingen vragen. Kun jij de Freule in de gaten houden? En de tweede vraag heb je zin om vandaag les van mij te krijgen? Heb nu wat tijd over en je wilde zo graag getraind worden toch?" Nadenkend over waarom hij Freule Fijella in de gaten moest houden en niet een ander kwam hij dat de conclusie dat Lune wel snapte wat Johan ermee bedoelde. Maar les van Lune meende hij dat?? "Dolgraag wil ik les van U Lune. Maak me gelijk klaar moment!" Zo snel Firef kon liep hij de kamer uit en ging hij naar zijn slaapkamer toe. Deed de juiste kleren aan een Zwarte losse broek waar hij makkelijk in kon bewegen. Met een rode fluwelen blouse. Daarover heen deed hij zijn mantel en ging terug naar de woonkamer waar Lune stond. Toen hij de deur open deed en naar Lune keek keek deze niet om naar Firef. Deze stond aandachtig te kijken naar het portret dat boven de open haard hing. "Wie zijn dat?" Vroeg Lune wijzend op de mensen die op het portret stonden. "Ik ken alleen Arthur wie die andere mensen zijn weet ik niet." Lune bleef nog even staren naar het portret en Firef zou bijna zweren of Lune herkende hun. Of één ervan maar dat kon niet. Arthur was al eerder weggegaan dan Lune was geboren. Nu hij erover na dacht zou Jelte weten wat zijn droom inhoud?


Les van Lune.


Samen liepen Lune en Firef naar het stadion voor Firef zijn eerste les. "Zijn er dingen die je graag wil leren Firef?" Firef dacht na en moest meteen aan het gesprek met Servantis denken. "Ik zou graag willen leren hoe ik mijn gedachten kan afschermen. Dit is wel handig moet ik Freule Fijella in de gaten houden. En ik zou wel wat beschermende spreuken willen leren..?" Lune zat na te denken. "Bij de Freule is het belangrijk dat je je geest kunt afschermen. Hellaas is dit moeilijk te oefenen omdat ik je geest niet kan binnen dringen zoals zei het kan. Al kan ik je wel de basis leren dan moet je jezelf ontwikkelen bij de Freule. Zullen we daarmee beginnen?" Firef knikte het was belangrijk om zijn gedachten af te schermen. Anders kon Freule Fijella zijn gedachten binnen dringen en zou ze hem in de macht hebben. "De spreuk om je gedachten leeg te maken plus te beschermen is 'Tøm ditt sinn og ånd å beskytte'. Met de juiste verhouding van energie blijf je beschermd tegen elke inbraak in jou gedachten." Firef concentreerde zich en sprak de woorden "Tøm ditt sinn og ånd å beskytte". Keek toen Lune aan en dacht aan Freule Fijella. "inntrenging av sinnet" Lune wees met zijn hand op Firef. "Je dacht aan de Freule. Nog een keer" Wat wel de hele dag leek te duren waren Firef en Lune bezig. Keer op keer mislukte het Firef om zijn gedachten af te schermen. "Het gaat steeds beter" Zei Lune tegen Firef. Ze gingen er nog een uurtje mee door en hielden toen op. "Ik denk dat je deze bezwering nu wel hebt gehad. We gaan morgen er wel mee door. Ik weet nog wel een leuke bezwering voor jou. Namelijk 'skjoldmur'" Lune zwaaide met zijn arm en een doorzichtig iets dat op een muur leek verscheen voor hem. "Schiet maar eens een bliksumstraal op mij Firef." Zoals gevraagd deed Firef dat maar de muur ving zijn straal zonder moeite op alsof het geen effect had. Firef gebruikte meer energie maar tevergeefs. Eerst kreeg Firef uitleg hoe hij zijn hand ongeveer moest zwaaien. Daarna hoe hij zijn kracht moest verdelen. Maar toen Firef 'skjoldmur' riep had het geen effect. Na 2 uur oefenen was het 3 uur en kreeg Firef een muurtje tot zijn knie. "Je wordt al moe door al het oefenen. Ik stel voor dat je even wat rust neemt en gaat eten. Daarna mag je de Freule wel af gaan lossen. Neem maar een paar wachters mee en stationeer hun daar maar. Het codewoord om haar af te lossen is suikerpot." Terwijl Firef naar de eetzaal liep dacht hij na. Dit zou wel zijn kans kunnen zijn op Freule Fijella te versieren.


De vraag aan Freule Fijela.


Vrolijk fluitend liep Firef vanaf de eetzaal naar de kamers waar de wachters zaten. Bij de deur stonden ook wachters de wacht te houden. Dit als voorzorg maatregel dat ze niet onverwachts de wachters te grazen konden nemen. "Goedemiddag heer. Helaas mogen wij u niet binnen laten. Is er iets?" Zei één van de wachters tegen Firef. "Ik zoek de drie wachters die aan beurt zijn de Ylleisso te beschermen." Uit zijn binnenzak pakte hij een brief die Lune aan hem had gegeven. Met deze brief had hij zegging over de wachters tot ze bij de poorten waren. Firef overhandigde de brief aan de wachter die hem aangesproken had. Deze las hem vluchtig door en knikte naar de andere wachter. Die wachter liep naar binnen en kwam enkele ogenblikken later met drie andere wachters naar buiten. Met z'n vieren liepen ze richting de Ylleisso toe. Onderweg kwam Firef zijn leerling Willow tegen en maakte vluchtig een praatje met hem. "Hey hallo Willow. Hoe gaat het met jou? Lekker aan het genieten van je vrije tijd nu je niet naar school hoeft?" Willow reageerde kort en liep weg. Het leek net of hij in grote haast was. Iets wat Firef niet begreep. Met z'n allen keken ze Willow na tot die de hoek om ging. Ze besloten maar verder te gaan naar de Ylleisso. In de verte zag Firef de Freule al zitten en werd hij verwonderd door haar schoonheid. Haastig prevelde Firef de woorden "Tøm ditt sinn og ånd å beskytte" met de hoop dat Freule Fjiella zijn gedachten nu niet binnen kon dringen. Firef besloot bij Freule Fijela neer te knielen pakte haar hand vast en gaf er een kus op. "Freule Fijella, uw schoonheid verbijstert mij wederom... Ik ben gekomen om u af te lossen." Verbaast keek ze hem aan alsof ze hem nooit gemerkt had "Fijn, het codewoord alsjeblieft." Reageerde ze. "Ik zal het u noemen...Mits u mij binnenkort toestaat mij een dag in uw gezelschap te bevinden." Zei Firef beetje plagend. Freule Fijella zette grote ogen op en even was Firef uit het veld geslagen. Afvragend wat ze zou zeggen keek hij haar nog steeds vastberaden aan "zoals het u behaagt." Snauwde ze naar Firef zonder hem aan te kijken. "Dank u, het codewoord is 'suikerpot'." Glimlachte hij wetend dat ze dit niet zo op prijs stelde... "Ik wens u een plezierige avond toe." Freule Fijella liep zonder Firef, of de wachters die hij had meegenomen, nog een blik waardig te gunnen bij hen langs. Nog eventjes keek Firef haar na en besloot toen naar huis te gaan om wat rust te nemen. Lune had gezegd dat hij hem wel verwachtte bij het avondmaal.


Gava.


Het eten smaakte goed dacht Firef terwijl hij naar huis liep. Thuis haalde Firef het Runen boek van Lune te voorschijn die hij van hem mee had gekregen zodat hij wat spreuken kon leren. Firef bladerde door het eerste hoofdstuk heen waar allemaal beginners spreuken stonden. Zijn oog viel op de verkenning spreuk. Utforske området. Zou hij het nu wel doen? Waarschijnlijk zou Lune het niet waarderen als hij hem zo bespiekte. Maar uiteindelijk won Firef zijn nieuwsgierigheid het wel van hem. Firef ging in een kleermakerszit zitten en begon te mediteren maakte zijn geest leeg en probeerde de spreuk uit. "Utforske området" Zijn geest dat nog leeg was en een groot zwart gat was werd nu gevoel met de omgeving van de stad. In plaats van de mensen te zien lopen zag hij de energie stromingen van de mensen. Vluchtig zocht Firef naar het kasteel en Lune zijn kamer. Er bevonden twee mensen in zijn kamer en een golf van energie stroomde naar hen toe. Het hield stil in Lune zijn kamer en trok daar samen tot een lichaam. De personen in Lune zijn kamer verstijfden en Firef trok hun stromingen aan. Helaas kon hij niet horen wat ze zeiden. Nieuwsgierig naar wat er afspeelde bestudeerde hij de kamer. Wat er toen zo snel gebeurde wist Firef niet maar alle drie personen waren verdwenen. Haastig zocht Firef af waar ze gebleven waren. Nergens in het kasteel vond hij de zelfde energieën terug. Hij begon verder te zoeken dan het kasteel. Probleem was dat de stad te groot was. Door meer te focussen probeerde hij uit te zoemen en daardoor de stad meer in het vizier te krijgen. Langzaam en geleidelijk werd de oppervlakte groter. Zijn ogen vielen op het stadion waar drie personen nu stonden en zonet nog niet. Toen hij weer inzoomde merkte hij op dat het de zelfde drie energie stromingen waren die in Lune zijn kamer waren. Er brak een gevecht los stralen vlogen richting één van de twee personen die tegenover de ander stond. Firef zag dat hij werd geraakt en dat die persoon zijn arm langer werd. Afvragend wat er gebeurde maar nog wel druk inspecterend in wat er gebeurde begon Firef na te denken. De ander die net de stralen had afgevuurd op de persoon die werd geraakt liet een stroom van magie los en er ontstond een soort van een orkaan leek het wel. Nogmaals werd de ander geraakt en wat eerst leek op dat zijn hand langer werd vloog nu door de lucht. Dat was Lune zijn zwaard! Erop lettend waar Lune zijn zwaard neer zou vallen maakte hij zich gereed om zodra het zwaard neer was gevallen te hulp gaan schieten. Het zwaard viel neer en het leek erop dat het niet ver van zijn huis was. Zo snel hij kon verbrak hij de spreuk en haastte hij zich naar de plek waar het zwaard neer was gevallen. Onderweg deed hij zijn mantel om en bond deze vast. In de verte glinsterde Lune zijn zwaard vanuit de grond. Firef vond het knap dat die met de punt in de grond was gekomen. Vanwege hij dacht dat hij weinig tijd had vuurde hij een bliksemstraal af op de grond onder de zwaard. Wat ervoor zorgde dat die uit de grond richting Firef schoot. Met een simpele beweging ving Firef hem op en rende hij naar het stadion toe. Lune stond tegenover een man die veel weg had van de koning Firef herkende hem niet. "Lune!" Riep Firef naar Lune toe. Firef ging naast Lune staan en gaf hem de zwaard. Lune pakte het zwaard aan en keek Firef dankbaar aan. Ze richtten zich tot Gava, die even verbijsterd naar het tweetal keek. Hij herstelde zich van zijn verbijstering en zei: "wel, des te beter, twee vliegen in één klap!" "Dan drie vliegen," antwoordde een tweede stem en uit het puin van het stadion verscheen nu ook vrouwe Luxana. "Luxana," zuchtte Lune. Firef keek om naar Luxana. Luxana knikte even naar hun en keek toen strak naar Gava. "Hij gaat vanaf de zijkanten aanvallen," fluisterde ze toen, "de geesten vertellen het mij. De enige manier dat te ontwijken is naar hem toe te rennen. Maak je klaar!" Op dat moment begon de grond te trillen en er verschenen twee zwarte muren aan de linker en rechterkant van het drietal. Als eerste kwam Lune in beweging. Hij trok zijn zwaard en rende met een schreeuw richting Gava. Ook Firef kwam in beweging, klaar om bliksemstralen af te schieten. Als laatste trok ook Luxana een zwaard, wat ze waarschijnlijk van één van de opgezette harnassen in het kasteel had gepikt, zo verroest was het. Met zijn drieën stormden ze op Gava af, die dit duidelijk niet had zien aankomen. "Mitt lys, kjempe mørket!" schreeuwde Lune en zijn zwaard begon voor de tweede keer te gloeien. Firef had zijn handen vooruit gestoken en in zijn handpalmen vormde zich een geladen bol elektriciteit.

Tegelijkertijd raakte het lichtgevende zwaard van Lune, de bliksemstraal van Firef en het verroeste zwaard van Luxana de borst van Gava vol. De zwarte muren verdwenen en het licht in Gava's ogen verzwakte. Hij zakte, met de stukken metaal in zijn lichaam, op de grond en murmelde wat. Een moment later viel hij voorover in het zand. Zijn levenloze lichaam loste op in een zwarte rook. Firef keek naar Lune die zich snel omdraaide. Lune liet zijn zwaard vallen en sprintte in de richting van het zwarte web. Als hij een seconde later was geweest, was Adah tegen de grond te pletter geslagen. Lune wist haar op te vangen en toen ze bij bewustzijn kwam, waren haar ogen weer normaal en grijs. Ze glimlachte naar hem en hij glimlachte terug. Luxana en Firef kwamen naast hen staan. Ze hadden Gava gedood, maar het was niet duidelijk of Gava één van de anti-magiërs was. "Kom op," fluisterde Lune tegen Adah, "we gaan naar het kasteel." Adah knikte en verloor het bewustzijn weer. Met Adah in zijn armen draaide Lune zich om naar Firef en Luxana. Hij schudde zijn hoofd en sprak emotioneel: "dank jullie wel. Zonder jullie was ik nu dood geweest." Luxana en Firef glimlachten en overhandigden hem zijn zwaard weer.

Echter, de zwarte rook die vrij was gekomen uit de dode Gava, vormde een schaduw. Met een grote snelheid kwam de schaduw op het viertal af, met als enige doel Lune te doden. Dat was dan ook gelukt, als Luxana het niet door had gehad. Met een schreeuw sprong ze tussen de schaduw en Lune in. Nadat de schaduw en Luxana in aanraking waren gekomen, krijste Luxana en ze zakte op haar knieën. De schaduw krijste op zijn beurt en verdween, dit keer om nooit meer terug te keren. Met wijd opengesperde ogen zat Luxana daar. Firef knielde bij haar neer en keek hulpeloos naar Lune. "We moeten wat doen, Lune!" schreeuwde hij. Luxana hief echter haar hand. "Binnenkort zal ik bij hen zijn," zei ze met haar laatste krachten, "eindelijk kan ik écht met hen praten, met de geesten, en hoef ik niet meer de communiceren via gedachten." Haar laatste woorden waren gesproken en Luxana's ziel verliet haar lichaam. Firef vloekte zachtjes en stond op. Lune keek naar het levenloze lichaam van Luxana en besloot dat het het beste was om het stadion te verlaten. "Kom, Firef," zei hij, "we zullen vrouwe Mercredi vertellen wat er gebeurd is." Firef knikte en het drietal, Lune, Firef en Adah, die gedragen werd door Lune, begaf zich naar het kasteel. Ze kwamen aan bij de vrouwe koningin en de wachters die voor haar deur stonden lieten hun haastig binnen. Mercredi keek verbaast achterom en zat vragend naar Firef te kijken. "Gister kwam je Lune brengen en nu Adah? Wat is er met Julie gebeurd?" Firef keek naar Lune die het woord nam en alles uitlegde wat er was gebeurd met Gava. Hij besloot hun even de privacy te geven en nam afscheid. Misschien was het een goed idee om een welverdiende rust te nemen.
Titel: Re: Firef's life story
Bericht door: Allanon op 30 mei 2011, 22:10:13
Date met Freule Fijella?


Het was de tweede nacht dat Firef slecht sliep en besloot om er maar af te gaan. Firef ging naar het kasteel en besloot bewaking te regelen om de Ylleisso te bewaken. Even keek hij of hij de brief van Lune nog in zijn zakken had. Die zat nog steeds in zijn zak. Aangekomen bij de ruimte van de wachters zorgde hij ervoor dat er genoeg bewaking was bij de Ylleisso.
En dan nu naar de Freule dacht Firef. Er was niemand op de gangen te bekennen en Firef liep naar de kamer van Freule Fjiella. Als het goed was moest ze wakker zijn. Ze moest elk moment beginnen om de wacht te houden. Voorzichtig klopte Firef op haar deur maar kreeg geen reactie. Nogmaals klopte hij op de deur ietje harder maar weer geen reactie. Toen besloot hij rustig de deur klink naar beneden toe doen. Voorzichtig en op zijn tenen liep hij naar haar bed toe. Pakte wat papier uit zijn mantel en zijn ganzenveer met een potje inkt. Haastig krabbelde hij een briefje voor haar neer.

Freule Fijella,

U bent prachtig als u slaapt. Ik zou er alles voor over hebben iedere ochtend wakker te worden met naast mij zoveel schoonheid. Ik verwacht u, wanneer u eenmaal ontwaakt bent, in de ontbijtzaal. Ik zal op u wachten. De bewaking van de poorten is geregeld, anders was u ook vast uw bed wel uitgelicht.

Hoogachtend,

Firef

Langzaam en zonder geluid te maken ruimde hij het potje met inkt en zijn ganzenveer weer op. Legde het briefje naast haar neer en vertrok. Waarschijnlijk vond ze het niet erg dat hij haar liet slapen. Vrolijk maakte Firef een ommetje en besloot toen om even te gaan eten. Onderweg kwam hij Lune tegen. "Goedemorgen, heer Lune!" zei Firef opgewekt en Lune groette wat nors terug. "Wat maakt u zo goedgehumeurd?" vroeg Firef, terwijl hij stevig doorliep. "Wel, ehm, niets," antwoordde Firef. Lune stopte en keek hem aan. "Wat u wenst, als u het niet wil vertellen," zei hij en hij liep verder. "Waar gaat u heen?" vroeg Firef, die achter hem aan ging, "ik heb u niet gezien in de ontbijtzaal vanochtend. Moet u niet eerst eten?" Lune stopte weer met lopen blijkbaar om even na te denken. "Wel, waarom ook niet," mompelde Lune.

Samen stapten ze de eetzaal in, waarna Lune een stuk brood nam en het at. Firef stond tegenover hem en keek toe, terwijl hij zei: "weet u, ik ben vandaag zo vrolijk omdat ik de schoonste vrouw slapend heb gezien." Lune verslikte zich even in zijn stuk brood en kuchte luid. Toen hij weer een beetje op adem was gekomen, vroeg hij: "u heeft, ehm, wat?" "Ja, de schoonste vrouw slapend gezien!" antwoordde Firef enthousiast. "Dus u heeft... De liefde bedreven?" was het antwoord. Firef lachte hard en zei: "Nee, dat bedoelde ik niet. Ik bedoel wat ik zeg, dus ik heb de schoonste vrouw slapend gezien." Lune fronste een wenkbrauw en keek even naar zijn stuk brood, "Ah," antwoordde hij toen. Firef werd afgeleid en keek met grote ogen naar de ingang van de eetzaal, waar Freule Fijella net binnenkwam. Op hetzelfde moment spraken de twee heren hun spreuk uit, zodat hun gedachten niet gelezen zouden worden. Freule kwam op Lune en Firef afgelopen en hield vlak voor hen halt. "Goedemorgen," mompelde Lune. Vrouwe Fijella knikte even wendde zich tot Firef. "Ik geloof dat ik u iets verschuldigd ben," zei Freule een beetje kattig tegen hem. Lune grinnikte even en toen het tweetal verstoord naar hem keek, zei hij snel: "Ik wens u een plezierige dag toe en zie u beide graag aan het diner." En verliet toen de eetzaal.

Twijfelend keek Firef naar Freule Fijela. "Euh, Zullen we maar beginnen met een blokje om te lopen?" Niet wetend wat hij beter kon zeggen. "Als u me wilt excuseren wil ik graag eerst even wat eten. Dat vindt ik even wat belangrijker." Antwoorde de Freule. Even uit het veld geslagen antwoorde Firef snel met "Maar natuurlijk gaat uw gang." Dit gaf hem ieder geval even wat tijd om na te denken over wat ze vandaag konden gaan doen. Uiteindelijk toen Freule Fijella haar eten op had wist Firef nog niks beters en gingen ze een wandeling langs het meer maken. Halverwege het meer toen niemand nog wat had gezegd nam Firef het initatief om te beginnen met een gesprek. "En wat doet uw vader?" Vroeg Firef aan Fijella. Fijella keek op en keek hem aan. "Me vader? Een groot land bezitter" Weer verbaasde Firef zich over de simpelheid van de Freule. Hij was blij dat zijn gedachten voor haar waren afgeschermd. Wat hij nu dacht was niet echt een compliment. "Waar denkt u aan?" Fijella keek Firef vragend aan. Firef wist dat ze graag wou weten wat hij nu dacht. Snel zuigde hij een verzinsel uit zijn duim. "Ik vroeg me af op wat voor type man u valt." Zo eerlijk mogelijk kijkend keek hij de Freule aan. "Ieder geval niet op brutale type's die zomaar iemand haar slaapkamer binnen wandelt." Zei Freule Fijella. Ze werd wel heel erg brutaal dacht Firef.. Mja ze had natuurlijk niet om hem gevraagd. En daarom kon Firef haar reactie's wel begrijpen. "Agh zolang ze maar niet handtastelijk zijn op z'n moment." Freule Fijella bleef staan en keek Firef vuil aan. Firef keek om zich heen. Er was niemand in de buurt . "Is dat een vis?" Zei Firef wijzend naar het meer. Freule Fijella keek om richting het meer.. Dit is mijn kans zodra ze haar hoofd weer terug draait ga ik haar kussen. "Ik zie niks?" Zei Fijella en draaide haar hoofd weer terug. Net toen ze haar hoofd weer terug had gedraaid kuste Firef haar vol op haar lippen. Legde zijn hand op haar kont en kneep er lichtjes in. Maakte zijn lippen van de hare los en fluisterde in haar oor. "U bent echt beeldschoon. Spijt me dat ik u zomaar kus. Maar kon het niet laten." Toen deed Firef een stap achteruit en keek Fijella aan. Met grote ogen staarde ze naar Firef.


Stommiteit?


Blijkbaar was Firef fout bezig geweest. want zonder iets te zeggen draaide Freule Fijella abrupt om en liet Firef verstijfd achter. Paniekerig wist hij zo snel niks te doen en rende achter haar aan...Enkele seconden later had Firef haar ingehaald en liep hij weer naast haar. ''Freule Fijella...Het spijt me, ik had niet zo onnadenkend moeten handelen. Alstublieft, geeft u me nog een kans!'' Onverstoorbaar liep de Freule verder. Firef pakte haar bij haar schouders en bracht haar tot stilstand.''Fijella, luister toch alsjeblieft.'' Freule Fijella echter reageerde niet op zijn woorden, wrong zich uit zijn greep en zette het op een rennen. Nog paniekerig dan zonet begon Firef achter haar aan te rennen, hij was vlugger dan Fijella en riep haar toe. ''Stop nou alsjeblieft, laat me met je praten.'' Maar ze rende gewoon door en deed alsof ze het niet hoorde, Hij had intussen Fijella ingehaald en pakte haar beet. Toen hij Fijella beet had barstte ze in snikken uit. Firef keek haar verbijsterd aan en besloot haar stevig tegen haar aan te drukken om te troosten. Fijella veegde driftig de tranen van haar gezicht, duwde Firef van zich af en liep terug naar het kasteel. Firef ging weer naast haar lopen. ''Fijella...Ik heb altijd geweten dat vrouwen ingewikkeld zijn...Maar u spant absoluut de kroon.'' De hele weg naar het kasteel toe bleef hij tegen haar praten wetend dat hij een fout begaan was, al zei ze niets terug. Hij volgde haar door de gangen, richting haar kamer... Nog net voodat ze de deur van haar kamer dicht glipte Firef mee naar binnen. Ze liep naar haar bed toe, pakte onderwijl een vijl en begon haar nagels te vijlen. Firef nog steeds negerend.

''Freule Fijella...U kunt erop rekenen dat ik uw kamer niet zal verlaten alvorens u tegen mij gesproken heeft.'' Ze stond op glimlachte naar Firef...En verliet de kamer... Verbijsterd bleef hij achter.

Stom dat hij had gezegd dat hij de kakmer niet zou verlaten tot ze gesproken had. Nu zat hij hier opgesloten in haar kamer. Niet dat hij het echt erg vond maar toch. De kamer van Freule Fijella was bijzonder leeg. Er stond niks dat ook maar te maken kon hebben met de Freule. Verfromfraaid en niet wetend wat hij nu moest doen ging hij zitten op haar bed. Dat hij twee dagen niet goed had geslapen was te merken. Zijn lichaam was vermoeid en hij had nog weinig energie over. Toch te nieuwsgierig naar wat Freule Fijella nu deed. Gefocused ging hij zitten en gebruikte hij de spreuk Utforske området. Zijn gedachten begon de omgeving op te nemen en hij zocht door het kasteel naar Fijela. Hij zag Lundi net haar kamer binnen lopen. Zag Lune in de ziekenzaal zitten met nog allemaal mensen. Luxana haar energie stroom zag hij ook. Pas nu realiseerde hij zich dat hij niet wist dat Fijella zoeken op deze manier nutteloos was. Hij wist immers niet hoe haar energie stroom was. Uit de trance van de spreuk gekomen keek hij om zich heen. Vermoeidheid sloeg toe en met moeite hield hij zijn ogen open. Uiteindelijk won zijn vermoeidheid het toch en viel hij in slaap op het bed van Freule Fijella.

Hij bevond zich in een groot bos met een klein huisje in de verte. En liep er naar toe. Klopte op de deur. Zijn hand was anders dan die van Firef dat kon hij zo zien maar besteede daar niet veel aandacht aan. Keek omzich heen en schopte de deur open. Op de tafel lag hij een buideltje neer. Pakte wat water uit een kan die bij het aanrecht stond. Snapte wat brood van de plank en begon te eten. In de verte hoorde hij wat stemmen keek om naar het buideltje. Zocht wat papier en schreef haastig wat op.

Zorg goed voor dit kind stond op het briefje.

Dit legde hij op het buideltje neer en wou naar buiten lopen. Nog snel even keek hij in de spiegel. De persoon die hij zag was niet Firef. Maar degene die op het portret stond die verdacht veel op hem leek.

Duisternis trad om hem heen. En die man die hij zag kwam op hem aflopen. Firef werd bang begon te schreeuwen maar het hielp niet. De man pakte een geweer en hield het zijn richting op. "Liefde is iets mooi's maar maakt veel kapot. Zoek je broer voor het te laat is. Alleen jij weet het ware verhaal van wat er is gebeurd." Toen de man uitgesproken was schoot hij Firef. Schreeuwend van de pijn belande hij in een nieuwe duisternis.


Freule Fijella's vertrek.


De duisternis verdween en Firef kreeg weer zijn energie terug toen hij in de verte zijn stem hoorde. "Firef, Wakker worden tijd voor het diner" Langzaam deed hij zijn ogen open rekte zich uit. En wreef even in zijn ogen. "Hoe lang heb ik geslapen?" Vroeg Firef aan Fijella. "Een paar uur" Reageerde ze heel vriendelijk en over haar schouder toen ze al richting het diner liep. Snel stond Firef op en volgde haar naar de eetzaal.

Op zijn weg naar de eetzaal kwam hij Lune tegen. "En hoe is uw dag tot nu toe geweest," vroeg Lune hem. Firef glimlachte even vaag en zei geheimzinnig: "wel oké." Echt super was het niet geweest dacht Firef. Samen liepen ze de eetzaal in en Lune nam plaats naast de troon. Firef besloot om naast Freule Fijella te gaan zitten en mompelde onderweg de spreuk om zijn gedachten af te schermen. De plek naast Freule Fijella bleef vrij en hij nam plaats naast haar. Aan de andere kant van haar zat Lundi Zonder echt fijn te eten at hij zijn eten op en vertrok naar huis.

Thuis zat Firef na te denken over wat er vandaag gebeurt was. Vol spijt zat hij te staren naar het portret. Wat deed die man in zijn droom. Die man had wel gelijk gehad.. Liefde maakt je inderdaad kapot. Maar wat hield die droom uit? Waren ze hem aan het waarschuwen van wat komen gaat? Iemand bonkte op het huis van Firef en hij schrok op. Firef liep naar de deur en deed hem los. Toen hij Lune zag wist hij even niet hoe hij moest kijken. Lune liep gewoon naar binnen zonder dat Firef wat kon zeggen. Firef deed de deur dicht en keek even raar naar Lune. "Wat heeft u hier te zoeken?" vroeg hij wat verbaasd. Lune ging zitten en keek Firef aan. "Ik kom u melden dat u de nieuwe hoofdwachter bent van Yleisso," zei Lune. "Ik?" sprak hij verbaasd, "hoezo? Wat is er met Fijella gebeurd!?" Lune keek even weg en zei: "ze verlaat Damettië." Firefs ogen werden nog groter en zijn wereld leek te vergaan. "Ik moest u zeggen dat u in het vervolg de wacht mag verzorgen." Firef ging zitten en wist niet meer wat hij moest doen. "Oh ja," zei hij, "en ik moest zeggen dat ze van u hield." Verbaast keek Firef Lune even vreemd aan en zijn ogen begonnen te fonkelen. "Als u snel bent, kunt u haar nog vaarwel wensen," mompelde Lune. Zo snel hij kon was Firef de deur uitgerend.

Freule haar kamer was leeg. Dus als ze Damettië verlaat dan zou ze gelijk vertrekken. Zonder haar spul in te pakken want dat had ze allemaal niet bij haar. "Utforske området" Schreeuwde Firef terwijl hij doorbleef rennen. Met zijn volledige gedachten dacht hij aan Freule Fijella hij zag haar de poorten uit rijden.. Dit zou hij niet gaan halen angstig probeerde hij gedachten te verzenden. -Fijella komt terug je bent wel welkom bij mij! Ik hou van je!- Zonder de krachten van zijn tribels te gebruiken werden deze geactiveerd. Ze begonnen in Firef zijn rug te branden en hij verging van de pijn. Wat hij zag met de spreuk Utforske området verbreedde en ook zijn gedachten werden sterker en verspreid. Tot er een grootte duisternis alles verbrak. Firef werd weer wakker hij lag languit op de grond. Keek om zich heen hij had de poorten niet een gehaald. Teleurgesteld liep hij terug naar zijn huis. Lune was al verdwenen en hij ging zitten aan zijn tafel. Een traan biggelde over zijn wang en Firef sloeg woest met zijn hand op tafel. Er schoten allemaal bliksemflitsen weg en één ervan raakte het portret die naar beneden viel. Het glas viel aan scherven en er viel een langwerpig pak uit. Plus een klein pakje. Firef liep er naar toe en pakte het langwerpig pak uit. Wat hij eruit haalde was een zwaard met gouden lemet en een robijn in het midden. Snel pakte hij het kleine pakje op en pakte die uit. Een gouden zandloper met zilveren zand erin. Kwam uit dit kleine pakje en er was een brief bij. Firef begon de brief te lezen.
Titel: Re: Firef's life story
Bericht door: Allanon op 30 mei 2011, 22:10:40
De Brief van Arthur.


Beste Firef.

Tegen de tijd dat je deze brief leest zal ik niet meer in deze tijd rondlopen. Toen ik vertrok toen je acht jaar oud was. Was dat om jou vader en broer te zoeken en mijn vrienden. De man op het portret die jou in zijn armen houd is zoals je zelf misschien al doorhad jou vader. Die jongen ervoor jou broer.

Wij leefden tweehonderd jaar na de oorlog tussen anti-magiërs en magiërs. Die inderdaad is ontstaan in Damettië. We moesten vluchten voor de anti-magiër die de oorlog hadden gewonnen. Iedere magiër zou vermoord worden. Nu waren de gebroeders Dargon en Delian bedreven in tijd magie. Ze hebben het zandlopertje gemaakt die je nu waarschijnlijk in je hand hebt.

Firef stopte even met lezen en keek naar zijn hand. Waar het zandlopertje zich in bevond. Hij ging door met lezen.

De zandloper heeft twee krachten die je beide gebruikt wanneer je de zandloper activeert. Ten eerste je reist naar een andere tijd. Ten tweede je word jonger. Maar wij waren niet alleen die konden toveren ook de anti-magiërs konden dat. Dus besloten we om op te splitsen. Jij en ik. DdeB en je vader. Dargon alleen. En Delian bleef achter om ons tijd te geven.

Het is belangrijk dat je de magie van de zandloper weet. Maar gebruik de zandloper alleen in de tijd van nood. Wanneer het lijkt dat alle red middelen ten einde zijn. Zorg dat niemand je ziet wanneer je de krachten gebruikt.

Arthur.

PS: Gewoon de zandloper omdraaien dan treed die in werking.
PPS: Als je een vriendin hebt en je wilt dat zei mee gaat moet ze je gewoon vast houden.
PPPS: Het zwaard was van mij. Ik geef hem nu aan jou.

Verbaast staarde Firef naar de brief was dit serieus of namen ze hem nu in de maling? Zo druk in beslag genomen door de brief had hij nooit de tijd genomen om rond te kijken in zijn eigen huis. Alles was een bende door de losse bliksemstralen die Firef had laten glippen. Firef pakte het portret en de brief. Schreef nog snel een berichtje onder de PPPS van Arthur.

Lune als je dit hebt gelezen vernietig de brief dan! Ik weet niet of ik er nog ben als je dit leest. Maar dan weet je in iedergeval wat er met me gebeurt is.
Het vertrek naar een andere tijd.
De einde van Dametië.


Na het krabeltje aan Lune op de brief te hebben geschreven besloot Firef naar het kasteel te gaan. De nacht begon al te komen en hij moest zien of hij bij Yleisso kwam. Hij deed het zanderlopertje aan een ketting om zijn nek heen. En gespte het zwaard om zijn middel. Rennend liep hij de grote kasteel deuren binnen, naar de andere kant van de hal en bij de trap omhoog. Twee treden tegelijk sprong hij bij de treden op. In de hal keek iedereen hem vreemd na. Zo snel hij kon rende hij naar Lune zijn kamer. Deed de deur open zonder te kloppen en zou beginnen te praten. Alleen merkte Firef op dat de kamer leeg was. Dat Lune niet aanwezig was. Firef keek om zich heen en zag op het bureau tafel van Lune zijn runen boek liggen. Liep naar het bureau toe en sloeg de boek open op de eerste bladzijde en legde de brier erop. Daarna sloeg Firef het boek weer dicht en verschoof het. Op deze manier zou Lune het merken dat iemand aan zijn boek had gezeten. Dan zou gelijk het boek pakken en kijken wat ermee gebeurd was. Vervolgens ging Firef naar de poorten van Yleisso. Dit zou een lange nacht gaan worden dacht Firef en bereide zich voor op het ergste. In de gangen richten Yleisso werd het steeds rumoeriger. Firef wist wat er ging komen anti-magiërs. Hij trok zijn zwaard uit de schede sprak wat bezweringen uit. En maakte zich klaar voor een duel. Tot zijn verbazing waren het niet de anti magiërs die de hoek om kwamen maar Lune, Mercredi, Adah, Monnica en Jelte. Het duurde maar even of een groepje anti-magiërs kwamen hun richting uit. Firef herkende ze allemaal Mist, Melinde, Lundi, Loke en de abt. Iedereen was verbaasd dat de abt er ook bij was. "Heer Mardi," sprak Lune verbaasd. "Ja, jongen, ik ben het," zei de abt lachend, "al die tijd al! Ik ben verre weg van Christelijk. Ik heb je enkel valse info gegeven, heer Lune!" "Dat kan niet," siste Lune. "Toch wel," zei de abt triomfantelijk en op dat moment begon een gevecht. Hoe het groepje ook vocht ze wonnen geen terrein maar verloren alleen maar. De wachters die samen met hem op wacht stonden werden ook stuk voor stuk afgeslacht. Zich op offerend voor hun.  Ze moesten terug trekken en de poorten onbeschermd laten. Dan konden ze hergroeperen en zelf aanvallen. "Terug trekken!" Schreeuwde Lune. "Wacht op mijn teken dan vallen we gezamelijk aan. Behoedzaam trokken de goede magiërs zich terug. Maar de anti-magiërs hadden hun door en ging achter hun aan. Firef, Lune en Adah slopen een zijkamer binnen. Het was nu of nooit Firef zou de kracht van het zandlopertje moeten gebruiken... Hijgend knielden ze neer en Firef haalde een zandloper tevoorschijn. Lune keek ernaar, het was hun enige redding, maar dan zouden ze Damettië moeten achterlaten. Het deed Firef zeer dat ze de rest moesten achterlaten. Dit was hun enige hoop dood zou niemand er wat aan hebben. Lune keek naar Adah, ze zag er moe en angstig uit. Daarna keek hij weer naar Firef, die alleen oog had voor de zandloper. Lune pakte de hand van Adah stevig beet, zodat ze zich niet los kon maken van hen. Firef keek naar de zandloper en toen naar Lune. "Het spijt me," probeerde hij te zeggen en draaide toen de zandloper om.


Er was een flits geweest en een moment later lagen ze met zijn drieën, Adah, Lune en Firef, in een oude ruïne van iets dat ooit een kasteel was. Adah keek geschrokken op en stond als eerste op. Ze besefte wat er gebeurd was en begon te snikken. Lune stond op en ging naast haar staan, met een arm om haar heen. "Fortell meg om fortiden," prevelde Lune, maar er gebeurde niets. Ze hadden het overleefd en waren veilig, maar hun krachten waren er niet meer. De anti-magiërs hadden overwonnen. Gezamelijk liepen ze naar het plek toe waar vroeger de deuren van de Yleisso waren. Een koele wind waaide door hun haren heen en ze staarden naar een lege ruimte. Adah zakte neer en tranen stroomden over haar wangen. Lune keek van haar naar Firef. Na een tijdje stil te hebben staan kijken en met verdriet bedolven besloten ze naar de kasteel ingang te gaan. Om hun heen was een groot bos. Veel van het kasteel was er niet over gebleven. Angstig bleef Firef staan. Zijn tribals branden en de zandloper gloeide. Er was nog steeds magie. Anders was de krachten uit zijn tribals ook weggetrokken. En ook de zandloper was uitgeschakelt geweest.. Waar zou nog bestaan zijn van magie? Om hun heen was niks meer te bekenen dat er huizen waren. Te merken aan het weer was het zomer. Maar in welke tijd ze zich bevonden? Nu hij weer tot rust kwam voelde hij iets warms langs zijn arm te stromen. Bloed stroomde onder zijn mantel vandaan. Geluidloos strompelde hij achter Lune en Adah aan.

"Lune? Het stadion.. We moeten naar het stadion!" Lune draaide zich om en keek Firef vreemd aan.. "Waarom?" Bedachtzaam om de juiste woorden te kiezen antwoorde Firef met. "Onze magie is nog niet verloren. Er is nog hoop ik voel het." Op het plek waar vroer de stadion was stond nu een standbeeld. Met allemaal bomen eromheen. Toen ze dichtbij kwamen zagen ze dat het standbeeld op Mercredi leek. Firef liep er naar toe en legde zijn hand op het beeld. Zijn tribals begonnen vreselijk te branden en Firef zakte in elkaar. Lune rende naar hem toe en sleepte hem bij Mercredi weg. De hand van Firef was zwartgeblakerd. "Duistere magie" Mompelde Lune. Kijken naar het beeld. "Ik heb een idee. Pak elkaar hand en ga om Mercredi staan. Lune probeer om schilden tegen duistere magie te maken. Adah zoek naar licht en puurheid." Met een vreemde frons keek Lune naar Firef en begon toen spreuken te prevelen. Adah sloot haar ogen en begon te focussen. De tribals op Firef zijn rug begon op te lichten en nogmaals raakte Firef het standbeeld aan. Samen met hun drieën kregen ze een beeld te zien dat gebeurd was toen ze waren verdwenen.

De drie overige goede magiërs waren verscholen achter pilaren en in andere kamers. Langzaam wachtten ze af op het teken van Lune, maar dat kwam niet. Ondertussen begonnen de anti-magiërs de omgeving af te zoeken. Het duurde niet lang, voordat een ijzige gil van Jelte de stilte doorbrak. Angstvallig keek Monnica naar Mercredi en Mercredi keek terug. Ze knikte even naar Monnica, als een teken van dankbaarheid en vriendschap en veranderde toen in een plasje water. Monnica begon te snikken, maar het duurde niet lang voordat het snikken ophield. Lundi had Monnica de nek omgedraaid.

Mercredi bewoog als plasje water naar de deur toe. De anti-magiërs zochten verder, maar vonden niets meer. Toen ze terugkeerden naar de deur, zagen ze daar Mercredi in haar vleselijke vorm. Met haat en verdriet in haar ogen keek ze naar hen. Er viel een stilte en de anti-magiërs realiseerden zich dat het enige wat er tussen hen en de kamer stond, deze oude vrouw was. "Dood haar," siste Loki en de anti-magiërs kwamen in beweging. Er schoten stralen van magie richting Mercredi en ze was niet in staat ze te ontwijken. Mercredi werd lelijk geraakt en haar bloed schoot tegen de deur aan. Zou ze de wereld van de magie willen redden moest ze de verdracht van Yleisso breken. Met al haar kracht brak ze de magie van Yleisso. En nam ze het in haar eigen lichaam op. Woedend schoten de anti magiërs meer spreuken op haar af. Deze schenen minder tot geen effect op haar te hebben. Mercredi veranderde in vloeibare vorm en met een gigantiche golf ging ze richting de anti-magiërs. Net zolang todat ze naar buiten werden gespoeld nam Mercredi ze mee. Daarna ging ze richting het stadion met de anti-magiërs achter haar aan. "We moeten haar verstenen. Op die manier word de magie alsnog opgesloten!" Met hun allen vuurden ze spreuken op Mercredi af zodat ze weer in normale vorm was. Zo hard Mercredi kon wou ze naar de andere kant van de stadion rennen. Maar toen ze op de helft was werd ze geraakt door zes spreuken die haar versteenden. Mercredi voelde hoe machteloos ze was terwijl ze langzaam in steen veranderde.

Een traan biggelde over de wangen van de drie magiërs die zaten te kijken naar het einde van Mercredi. Aan de voet van het standbeeld vielen hun tranen neer en raakte de steen. De energie die vrij kwam blies Firef, Lune en Adah naar achteren en ze vielen met hun rug op de grond. De lucht werd uit Firef zijn longen geblazen en keek naar Lune. Lune krabbelde haastig overeind en trok zijn zwaard. Firef herstelde snel en stond ook op en trok zijn zwaard. Zijn mond viel echter open van verbazing toen hij Mercredi zag staan die kletsnat was. Er lag een grote plas water om haar heen. "Leef ik? Of ben ik in de hemel samen met julie?" Mercredi keek vragen naar Lune. "Vrouwe" Antwoorde Lune. "U, leeft nog.. U zat opgesloten voor een lange tijd maar hoe lang weten ook wij niet." Bezorgd keek Mercredi hun aan. "Vanaf nu aan zullen we moeten leven zonder ooit ook maar onze krachten te gebruiken." Gedrieën knikten ze. Als ze verder zouden gaan en blijven een koningkrijk opzetten zou dit alleen maar blijven herhalen. "Het spijt me voor uw grote verliezen vrouwe Mercredi, heer Lune en vrouwe Adah. Ik neem aan dat we hier afscheid moeten nemen van elkaar?" Lune gaf het eerste antwoord. "Het heeft mij veel plezier gedaan jou te mogen onderwijzen. Ook was ik blij dat ik jou zo kon vertrouwen. Het ga je goed." Adah liep naar Firef toe en gaf hem een knuffel. "Ik dank je voor dat je ons hebt beschermd. Het spijt me voor je van vrouwe Fijela." Firef haalde de schouders op. "Agh het was te mooi om waar te zijn" Als laatste liep vrouwe Mercredi op hem af en gaf hem een gouden ring met een robijn erin. "Als je ooit verlegen komt kwa energie zit hier wat extra in. En euhm bedankt voor al je inzet." Met een laatste blik keek Firef iedereen aan. "Bedankt voor alles. Ik zal julie nooit meer vergeten!" En toen liep Firef door de bomen weg op zoek naar Arthur of iemand anders die op het portret stond. Benieuwd naar zijn broertje begon hij een nieuw avontuur.