Ik schrijf op elke plaats zo'n beetje een klein stukje, en zal hier alle vervolgen zetten:
Citaat van: Intro
Carolus was al 10 jaar lang een onbekend schrijver. Hij reisde al zijn hele leven met karretjes en zelf- in elkaar gezette houten caravannen. Zijn boeken waren nooit een succes geworden: Men vond ze te eng. Het ging veel te veel over Weerwolven en Vampieren vonden ze. Dus besloot Carolus eens een tijdje in Wakkerdam te verblijven: Hier waren er vast wel lezers te vinden.
Citaat van: Deel 2Carolus was op verkenning in de stad, Wakkerdam genaamd. Hij keek rond zich en zag enkele mooie winkeltjes.
Daar zou hij meteen naartoe gaan. Hij wilde net naar een Schilderijen-Winkeltje gaan, toen zijn ogen plots iets prachtigs zagen. Vlak voor hem stond een ouderwets gebouw dat je deed denken aan vroeger. Eerst moest Carolus aan een Tempel denken, maar tot zijn verbazing was het een Theater. Hij stapte op het Theater af en bukte zich, raakte de grond en stond weer op. De grond voelde oud. Dat had Carolus graag. Misschien kon hij hier ooit eens een verhaal over schrijven. Hij glimlachte en zag het al helemaal voor zich. "Mysterieuze Verdwijning in het Theater". In gedachten verzonken merkte hij niet op dat er een man hem achtervolgde ...
Carolus voelde plots een ijzeren hand op zijn schouder rustten. Nouja, gen ijzeren hand maar je weet wel wat hij voelde. Hij draaide zich met een ruk om en keek recht in de ogen van een man. Nouja, een man? Hij leek een zwarte mantel te hebben. Meteen dachte Carolus aan Dementors, zoals in HP. De man had een kap op zodat Carolus zijn ogen niet kon zien. Hij hoorde wel een zware adem en zag dat er scheuren in de mantel van de man zat. "Ga weg." Hij klonk als een geest. "Ga weg." Carolus keek rond zich. Niemand leek de geest te zien, of te voelen, horen en ruiken. Behalve hijzelf. Hij sloeg tegen de man om te kijken of hij echt was, en de geest krijste het uit. Hij gloeide helemaal rood. Carolus wist dat hij iets verkeerds had gedaan en werd lijkwit. De geest ademde nog zwaarder en leek Carolus vast te pakken. Toen die de klauwen van de geest voelde besefte hij pas hoe ernstig het was. De klauwen voelden als metaal. Het was duidelijk een geest, want mensen hadden geen klauwen. De geest leek iets proberen af te rukken van Carolus, en plots voelde Carolus geen enkele emotie meer. Hij voelde zich ... Hij voelde niets. De geest bleef hem maar benauwd maken maar het deerde hem niet. En plots kwamen al zijn emoties terug. De geest was hem nog steeds bang aan het maken, en de arme man schreeuwde het uit. Enkele mensen op de markt keken naar hem op en hij hoorde nog net hoe de deur van het theater openging. Toen, plots werd het donker.
Citaat van: Deel 3Dit was gewoon TE goed voor woorden. Carolus was net teruggekeerd uit Café Tungsten (hij had daar zijn verhaal verteld over de geest die hem plots overviel, maar hij was het gelukkig al gewend dat iedereen hem gek verklaardde)
en had daar op het Prikbord gelezen dat men bibliothecarissen zocht voor de Universiteitsbibliotheek en had zich meteen met spoed gehaast naar de Bibliotheek. Hij had lang moeten zoeken, want hij werd steeds afgeleid omdat hij steeds die geest weer leek te zien. Ook waren er nog talloze straten. Toen hij langs het oude Theater passeerde liep hij stug door. Hij was zijn vorige aanvaring daar nog niet vergeten! Maar, uiteindelijk, na bijna twee uren zoeken en verdwalen had Carolus de Bibliotheek bereikt. Hij glimlachte, hoe lang had hij wel niet gezocht ... Plots herrinerde hij zich iets: De oproep was al maanden oud. Meteen betrok Carolus zijn gezicht. Zouden de vacatures nog gelden? Hij liep meteen de bib binnen en ging naar de balie om het te vragen en ... Daar stond niemand.
Er komen nog veel meer delen hoor xD