Weerwolven van Wakkerdam

Alleen voor de beheerders => Verhalen => Prullenbak => Verhalen van één persoon => Topic gestart door: Mara op 23 oktober 2010, 16:03:21

Titel: Dialoog
Bericht door: Mara op 23 oktober 2010, 16:03:21
De jongen en het meisje keken elkaar aan.
Een kort ogenblik, een paar seconden maar, knetterde de elektrische stroom van herkenning tussen hen in.
Niet meer dan een paar seconden. Toen scheurden ze hun ogen van elkaar los en gingen ieder hun eigen weg, zich niet bewust van het feit dat die ene ontmoeting hun hele leven zou veranderen.


'Waarom was je daar?'
'Dat doet er niet toe. Bovendien, ik zou hetzelfde aan jou kunnen vragen.'
'Waarom ik daar was doet er niet toe.'
'Raven!'
'Sorry hoor. Het is toch zo.'
'Als dit een tekenfilm was zou ik nu een ongelooflijk geïrriteerde, vermoeide zucht slaken.'
'Dat doe je nu ook.'
'Jouw schuld.'
'Ja hoor. Geef mij maar weer de schuld.'
'Raven, zullen we dit even serieus houden. We zijn geen vijftien meer.'
'Wat is er mis met vijftien?'
'Niets.'
'Weer die zucht, hè.'
'Ja. Hou je mond.'
'Ik dacht dat we hier waren om te praten.'
'Jezus! Je werkt me echt op mijn zenuwen.'
'Sorry, River.'
'Af en toe zou ik willen dat ik géén zusje had.'
'Ik hou ook van jou. En nu niet weer gaan zuchten.'
'Doe ik niet.'
'Mooi. Je leert snel, broertje. Goed, waar waren we?'
'Het doet er niet toe wat ik daar deed. Het doet er ook niet toe wat jij daar deed. Feit is dat we er allebei waren.'
'Oh ja. Waarom was jij daar?'
'Raven!'
'Oké, oké, ik hou al op.'
'Goed. Probeer een beetje bij de les te blijven, wil je?'
'Ja, meneer.'
'Mag ik nu zuchten?'
'Nee.'
'Andere vraag: voelde jij het?'
'Voelde ik wat?'
'Als je niet weet waar ik het over heb, is het antwoord dus nee.'
'Dat zou je kunnen stellen ja.'
'Dus het antwoord is nee?'
'Dat zeg ik niet!'
'Raven!'
'Sorry hoor. Mag een mens nooit eens een grapje maken?'
'Jij hebt je voorraad grapjes voor de komende twintig jaar al opgebruikt.'
'Over twintig jaar ben ik zevenendertig.'
'Wat een rekentalent, Raven. Tjonge, ben je toch nog ergens goed in.'
'Als blikken konden doden...'
'Dan had ik al meerdere malen op de IC gelegen. Ja Raven, ik ken het. Geef nou maar gewoon antwoord op mijn vraag, goed?'
'Ik zei toch sorry! Maar, ja, ik voelde het. Jij toch ook?'
'Ja.'
'En heeft meneer de professor enig idee wat dat betekent?'
'Nee.'
'Wow. Ik had verwacht dat jij allang een schema had opgesteld wat dat besef aan de rest van ons leven zou veranderen enzo. Misschien nog met de wiskundige en psychologische verklaring erbij ook.'
'Raven!'
'Wat nou? Het is duidelijk dat jij alle hersenen hebt gekregen hoor.'
'Dat zal ik niet tegen spreken, maar...'
'En het is ook duidelijk dat alle egocentrische gedachten naar jou zijn gegaan.'
'Zal ik maar doen alsof ik dat niet gehoord heb?'
'Lijkt me wel zo verstandig.'
'Maar, back to the point.'
'Wat is the point?'
'Dat we dat dus blijkbaar allebei voelden.'
'Maar je weet niet wat dat precies betekent?'
'Nee.'
'Slecht.'
'Je zou natuurlijk ook zelf iets kunnen bedenken. Is dat al eens in je op gekomen?'
'Nee.'
'Slecht.'
'Praat me niet na!'
'Ik praat je niet na. Ik verkondig alleen maar mijn mening. Dat dat nou ook precies jouw mening is, wil nog niet zeggen dat ik je na praat.'
'Laat maar. Jij bent veel te slim voor mij.'
'Zeg dat nou niet.'
'Ook goed.'
'Waar ging je heen na onze ontmoeting? En niet zeggen dat dat er niet toe doet, want het doet er wel degelijk toe.'
'Als jij het ook verteld.'
'Jij eerst.'
'Vertrouw je me niet?'
'Doe nou maar gewoon, Raven. Je hoeft toch niet altijd, overal moeilijk over te doen?'
'Sorry. Goed. Komt ie.'

Het meisje keek de jongen na terwijl hij tussen de mensenmassa verdween. Een paar seconden bleef ze als verstijfd staan, terwijl de mensen om haar heen tegen haar aan liepen en haar heen en weer duwden.
Plots, alsof er een betovering werd verbroken, kwam ze weer tot leven en stootte het meisje naast haar aan. 'Fi?' Vroeg ze aarzelend.
Het meisje dat met Fi was aangesproken keek het eerste meisje bezorgd aan. 'Voel je je wel goed, Raven?'
Raven beet op haar lip en gooide haar lange, pikzwarte haren naar achteren. 'Ik weet het niet.' Zei ze zacht. 'Ik weet het niet.'
Fi legde een hand op de schouder van haar vriendin. 'Kom, laten we wat gaan eten. We hebben ook een lange reis achter de rug, geen wonder dat je je een beetje slap voelt.'
Raven schudde haar hoofd. 'Dat is het niet.' Maar ze liep toch achter Fi aan toen die zich een weg tussen de mensen door begon te banen en de roltrap naar beneden op stapte.
Fi leek de tactiek aan te nemen alles zo snel mogelijk te vergeten, want toen ze zich half omdraaide om naar Raven te kunnen kijken was haar gezicht één en al stralende glimlach. 'Gaaf hè, dat we nu echt in Amsterdam zijn? Helemaal alleen?'
'Met zijn tweeën.' Verbeterde Raven haar.
Fi rolde met haar ogen. 'Niet moeilijk doen, Rav.'
Raven stapte met een sprongetje van de roltrap af en liep door de lange gang naar de grote hal. Daar was het zo mogelijk nog drukker dan op het perron, en ze haakte haar arm door die van Fi.
'Kom.' Fi trok Raven  naar de uitgang en het felle zonlicht in. Raven kneep haar ogen dicht en verplaatste de zonnebril die op haar haar had gestaan naar haar ogen.


'De rest doet er niet toe.'
'Hoezo dat niet? De rest doet er wel degelijk toe! Alles doet ertoe, Raven.'
'Geloof mij maar als ik zeg dat je niet alle details wil weten.'
'Wil ik wel.'
'Wil je niet.'
'Het is dat ik niet meer mag zuchten.'
'Goed dat je je dat nog herinnert, dat scheelt mij weer werk.'
'Nou ja, misschien wil ik het niet, maar ik moet het wel weten.'
'Niets moet.'
'Ik had jou toch wel hoger ingeschat, zusje.'
'Mensen overschatten mij nogal makkelijk, ja.'
'Waarom wil je niet vertellen waar jullie daarna naartoe gingen?'
'Omdat het er niet toe doet. Laat een meisje ook zo haar geheimen hebben.'
'Raven. Geheimen zijn hier niet aan de orde.'
'Oh, krijg ik nu de familie-moet-elkaar-kunnen-vertrouwen-en-heeft-geen-geheimen-voor-elkaarspeech?'
'Nee.'
'Mooi zo, want die ken ik al. Dat was zo ongeveer het eerste wat je tegen me zei, toen je eenmaal doorhad dat je mijn broertje bent.'
'Broer.'
'Oh ja, sorry, jij bent natuurlijk wel een paar hele minuten ouder, laten we dat vooral niet vergeten.'
'Inderdaad.'
'Nou, nu weet je waar ik heen ging na onze ontmoeting...'
'Dat weet ik niet.'
'Dat weet je wel. En val me niet in de reden. Je weet nu waar ik heen ging na onze ontmoeting, dus nu wil ik jouw verhaal horen.'
'Weet je het zeker?'
'Alle erge details ken ik toch al. Geen geheimen, weet je nog?'
'Maar dat geldt alleen maar als het van beide kanten komt. Jij je geheimen, ik mijn geheimen, dat is alleen maar eerlijk.'
'Vertel nou!'

De jongen scheurde zijn blik los van de ogen van het meisje, draaide zich om en was in twee stappen opgegaan in de mensenmassa.
Hij was er zeker van dat het meisje hem nooit achterna zou komen, en zelfs als ze dat zou doen had ze geen enkele kans om hem te vinden. Er waren te veel mensen en hij was te goed in zich verstoppen.
Waar hij echter niet zeker van was, was of hij daar nou blij mee was of niet
'Kom op.' Fluisterde hij zacht tegen zichzelf. 'Je hebt wel belangrijker dingen aan je hoofd dan zo'n achterlijk grietje dat je zomaar ergens tegen het lijf loopt. Hoeveel meisjes ken je wel niet? En door hoeveel laat je je hoofd zo op hol brengen?'
Hij schudde wild met zijn hoofd, alsof hij daarmee alle belachelijke gedachten uit wilde bannen.
Zijn passen werden vastberadener toen hij verder liep tussen de mensenmassa door.
Onder de grote stationsklok bleef hij staan en keek erop. De wijzers wezen twee minuten voor drie aan. De jongen keek om zich heen en tikte ongeduldig met de punt van zijn sportschoen op de stenen.
'Je bent te laat, Dimitri.' Mompelde hij  in zichzelf. 'Man, dit flik je me niet nog een keer. Ik op tijd, jij ook op tijd. Het moet van twee kanten komen, of anders niet.'
Precies op dat moment werd er een hand op zijn schouder gelegd en draaide de jongen zich verschrikt om.
'Ik kom altijd maar van één kant, River.'
'Jezus!' Blies de jongen.. 'Laat me niet zo schrikken, idioot! Ik dacht dat onopvallendheid het sleutelwoord was?'
De man knikte. 'Ik ben degene die de sleutelwoorden opstelt. Ik ben degene die bepaalt wat wel en niet kan. Jij,' hij wees naar River, 'bent niet meer dan een marionet in mijn handen. Ik hou de touwtjes vast. Ik bepaal wat jij wel en niet kan doen, net zoals ik bepaal wat ik zelf wel en niet kan doen. En zodra ik ook maar iets, het kleinste dingetje,' hij gaf met duim en wijsvinger aan hoe klein dat kleinste dingetje wel niet kon zijn, 'zie wat mij niet bevalt, gooi ik je eruit.'
River stond met zijn mond vol tanden en staarde de man aan.
'Vergeet dat niet.' De man draaide zich om, en voor River besefte wat er precies gebeurde was hij verdwenen.


'Dat was het?'
'Ja.'
'Meer niet?'
'Het is zo ongeveer meer dan jij me verteld hebt. Het heeft in ieder geval meer waarde.'
'Dat bepaal jij zo maar even?'
'Jezus, Raven, als je zou willen zou je me zo een jaar of tien de gevangenis in kunnen laten draaien, alleen maar door de politie alles te vertellen wat je van me weet.'
'Datzelfde geldt voor jou, River. Ik ben lang niet zo braaf als ik er uit zie, dat weet jij even goed als ik.'
'Dat is waar. Sorry dat ik je criminele kwaliteiten onderschatte, zusje.'
'U zegt het maar, masterthief.'
'Maar, afgezien van dat ik natuurlijk een verschrikkelijke, jonge crimineel was, heb je nou echt iets nieuws geleerd van mijn verhaal?'
'Dat je een verschrikkelijke, jonge crimineel was wist ik al.'
'O ja, natuurlijk. Zo broer, zo zus.'
'Jij zegt het.'
'Maar?'
'Oké, ik geef het toe, deze verhalen zijn nutteloos. Het gaat toch ook niet om ons apart? Het gaat om ons samen.'
'Precies.'
'Dus?'
'Waarom moet ik nou altijd met de geniale ideeën komen? Verzin zelf eens wat!'
'Goed. Ehm.'
'Laat me raden. Je weet het niet?'
'Jawel! Hé zeg, ik ben niet helemaal achterlijk!'
'Niet?'
'Nee. Wanneer was ook alweer de volgende keer dat we elkaar zagen?'

River verliet het station, zijn handen diep in de zakken van zijn korte, zwarte jack gestoken dat eigenlijk iets te koud was voor de tijd van het jaar. Op zijn gezicht stond een norse uitdrukking gegriefd.
Iemand die niet beter wist zou waarschijnlijk denken dat hij het net uitgemaakt had met zijn vriendin – of gedumpt was, dat was misschien een betere omschrijving –, of net gehoord had dat hij gezakt was voor een examen of iets dergelijks.
River gaf niet om meisjes, of om examens. Met school was hij al lang geleden gestopt – al wisten zijn ouders, en alle andere mensen die ervan overtuigd waren dat ze dat ook behoorden te weten en die allemaal óngetwijfeld het beste met hem voorhadden, het pas sinds een paar maanden.
River beende met grote passen door de straten van het centrum van Amsterdam, zonder te letten op waar hij heen ging. Het kon hem niet schelen dat hij langzaam maar zeker naar de slechtere buurten van de stad afdwaalde. Bovendien, wat andere mensen een 'slechte buurt' zouden noemen was zijn normale woonomgeving.
'Wat had dat nou te betekenen?' Mompelde River voor zich uit. De mensen die langs hem heen liepen keken op als ze hem hoorden, maar schonken verder geen aandacht aan hem.
'Waarom ging hij nou weg? Wat moet ik hier nou mee?' River beet op zijn lip. 'Dimitri maakt een afspraak met me, zonder een reden op te geven. Ik ga er braaf naar toe, hij is te laat. Dan komt hij alsnog, maar in plaats van dat hij duidelijk zegt wat hij van me moet krijg ik een soort preek over me heen, die nog eens moet onderstrepen dat hij de baas is en ik maar een domme speelpop?'
Hij haalde een paar keer diep adem. 'En wat wordt er nu van me verwacht? Dat ik gewoon doorga? Of moet ik me nog eens bij hem melden? Krijg ik vanzelf een nieuwe uitnodiging? Misschien had Dimitri onverwachts een andere afspraak en moest ik daar plaats voor maken. Ik zie hem er nog wel voor aan om me dan zo'n preek te geven.'
Hij zweeg even terwijl hij door bleef lopen.
'En wat nou als ik iets heel erg fout aan het doen ben? Wat nou als het al te laat is? God, ik had hier nooit aan moeten beginnen. Waarom heb ik me nou zo ontzettend in de nesten gewerkt? Ik had het kunnen weten toen ik hieraan begon.'


'Ik heb geen behoefte in een uur lang River-gezeur hoor.'
'Gee, wat hadden we nou afgesproken toen we aan dit gesprek begonnen?'
'Geen onderbrekingen. Braaf naar elkaar luisteren. Elkaar uit laten praten. Vertrouwen op dat de ander wel weet wat relevant is voor het verhaal en wat niet.'
'Juist. En, hou jij je braaf aan die regels?'
'Nou, nee. Maar jij ook niet! Wat je nu verteld, is eerder een poging om onverwerkte jeugdtrauma's alsnog te verwerken, en je gebruikt mij daarvoor als een soort derderangs psychiateresse!'
'Dat is geen woord.'
'Doet er niet toe.'
'Jawel. Maar, laten we daar nou geen ruzie over gaan maken.'
'Ik maak geen ruzie.'
'Neuh. Maar, wil je het verhaal nou horen of niet?'
'Ja, natuurlijk.'
'Dan moet je gewoon lief doen en blijven luisteren.'
'Ook als het urenlang River-gezeur is?'
'Ook als het urenlang River-gezeur is.'

Hij was alle besef van tijd verloren – maar het was inmiddels al begonnen met schemeren – toen River stil stond.
Het was een smal steegje, met hoge, grauwe huizen die aan weerszijden van de smerige stoep de donkergrijze lucht in priemden. Het was geen plaats voor een jongen van vijftien. Al helemaal niet als die jongen er zo lief en onschuldig uitzag als River.


'River?'
'Ga je me nou alweer onderbreken?'
'Dat heb ik al gedaan. Maar...'
'Mag ik zuchten?'
'Vooruit dan. Eén klein zuchtje. Mag ik dan zeggen wat ik wilde zeggen?'
'Vooruit dan. Maar laat het iets nuttigs zijn, want ik hou er niet zo van als mensen me steeds uit mijn verhaal halen.'
'Jij was echt lief en onschuldig hè, twee jaar geleden?'
'Blijkbaar.'
'Ik vraag me af wat onze moeder moet hebben gedacht toen ze ons kreeg. Toen ze zag hoe wij waren.'
'Ik denk niet dat onze moeder nog veel heeft gedacht, tussen het moment dat wij begonnen te leven en zij dood ging.'
'Nou, de zuster dan.'
'Ja, dat is iets waar ik ook nog wel eens over nadenk.'
'Ik heb je natuurlijk niet gezien als baby...'
'Natuurlijk wel!'
'Pff. De eerste keer dat ik je zag en dat ik het me echt nog kan herinneren was je al vijftien, maar zelfs toen was je nog schattig.'
'Ik was niet schattig!'
'Niet zo aanvallend! Je was wel schattig, Riv. Je was de schattigste jongen die ik ooit gezien had. Ten eerste was je natuurlijk niet zo groot, dat vond ik sowieso al lief omdat ik zelf ook niet zo groot was. Je had an dat lichtblonde haar, dat zo leuk over je ogen viel. En je ogen vormden zo'n leuk contrast met je haar, want die waren heel donker, niet eens meer bruin maar echt zwart. En als het licht goed viel, leken ze wel te bewegen, te stromen.'
'Wil jij ook een complete beschrijving van hoe ik jou zag?'
'Ja.'